Maandag 01/06/2020

Anekdotiek als was het confetti

In Kwikzilver graait Ann De Craemer in de autobiografische verhalen-trommel van haar geliefde grootmoeder. Het pathos ligt voortdurend op de loer.

Verontwaardiging aangelengd met een stevige portie pathetiek. Dat was de drijfveer van Ann De Craemer (°1981) in haar romandebuut Vurige tong (2011). Ze nam er het katholieke geloof op de slof, met een heftigheid die ontsnapt leek uit een antipaaps pamflet van Gerard Walschap.

Haar tweede boek sloeg een veel bedaarder toon aan. In de 'vertelling' De seingever (2012) tekende De Craemer het tragische verhaal op van een gewone man die telkens weer zijn grootse wielerdromen door de vingers zag glippen. Opnieuw cirkelde de handeling rond het stadje Tielt. Toch leek De Craemer niet be-vreesd voor het etiket 'heimat-schrijver'. "Dit boek betekent mijn afscheid aan Tielt", zo vertelde ze me in 2012 in een interview voor deze krant. "Ik zal niet meer over de heimat schrijven. Toch heb ik geen moeite met die term, die vaak een vieze bijklank heeft. (...) Voor mij is de hele wereld ook aanwezig in een dorp."

Trilogie

Twee jaar later heeft De Craemer zich kennelijk bedacht. Tielt vormt opnieuw het alfa en omega van Kwikzilver. Meer zelfs, de schrijfster beschouwt het boek als een integraal onderdeel van een Tielt-trilogie. Kwikzilver drijft op de spanning tussen platteland en stadsleven en is gedrapeerd in een mierzoete heimwee naar 'den ouden tijd'.

En ook hier trekt ze haar familiesaga op gang met een vleug verontwaardiging. Als De Craemers grootmoeder een brief krijgt dat haar woning in de Herdersstraat wordt onteigend, verhuist Paula van Hauwaert noodgedwongen naar een serviceflat in het centrum van Tielt. Ze heeft geen verhaal tegen de 'schone mijnheren' die op de plek een kmo-zone willen laten verrijzen. Na 59 jaar honkvastheid slaat onverbiddelijk de gong en schuifelt ze op weg naar het einde.

Op het omslag van Kwikzilver staat 'roman'. Maar het lijdt amper twijfel dat het om een autobiografische vertelling gaat. De Craemer ontpopt zich in het boek als de klankentapper van grootmoeders verhalen, de spreekbuis van ruim een halve eeuw geschiedenis.

Centraal staat de alleenstaande woning - De Craemers "gedroomde buitenspeeltuin" - waar haar grootmoeder 59 jaar lang wel en wee beleefde. Oma was er "de onbetwiste spil en mater familias, (...) iemand naar wie werd geluisterd". Paula is "stevig, niet van haar stuk te brengen" en "diepgeworteld in haar eigen grond", ondanks de dreunen die het leven haar keer op keer toedient.

De Craemer spit de ondergesneeuwde verhalen weer boven en getuigt lyrisch van de intieme band met haar grootmoeder. Ze doet dat via een rondgang langs de kamers van de woning en strooit met anekdotiek als ware het confetti. De taal is haar instrument, zo betoogt ze, "om de kleuren en geuren van het huis, die mij in het verleden door wildvreemden werden ontnomen en die in de toekomst ook de tijd van mij wil stelen, weer tot mijn eigen bezit om te toveren".

De tremolo en het pathos zijn nooit veraf in Kwikzilver en De Craemer bedient zich pompeus van schrijverscitaten om haar betoog kracht bij te zetten. Zo haalt ze de Russische dichter Joseph Brodsky aan over een schrijver in ballingschap. Want was ook grootmoeder geen "balling van een veel concretere en bevattelijkere plek waarvan ze elk ritselend blad en tjirpend geluid kende: het platteland"?

Rozenkrans

De Craemer rijgt de banale, aandoenlijke, ko-mische én soms bijtend pijnlijke gebeurtenissen tot een rozenkrans aaneen. De dartelende hond Mickey. Het "kakofonische gekwetter van de grote mensen aan de keukentafel." De wiegendood van zoon Robertke. Haar poetswerk om een zakcentje bij te verdienen in Residentie Adagio. Of de weinig heroïsche tocht van Paula's vader Kamiel naar Amerika. Het passeert allemaal in een gezapig tempo de revue. Minuscule levens zijn het, om met de titel van een meesterwerk van de Franse schrijver Pierre Michon uit 1984 te spreken.

Maar in tegenstelling tot Michon, die ook bijna uitsluitend over het platteland schrijft, blijft De Craemer te zeer grossieren in eenvoudig navertellen. De clichématig opgelepelde gebeurtenissen krijgen te weinig glans. Enige uitleggerigheid speelt de schrijfster parten. Zo duidt ze voor de onwetende lezer Tien om te zien. Voor de zekerheid memoriseert ze ook nog even "dat VTM het vaderlandse televisielandschap voorgoed zou veranderen".

Duimendik

Stilistisch is dit boek geen onverdeeld genoegen. Woede, sentiment en verdriet worden duimendik aangebracht. "Indien bloed kon koken, had het mijne op dat moment vlot de 100 graden overstegen", staat er ergens. En soms lijkt het verband tussen de dingen zoek: "Omdat de kou die ochtend zo snerpend was dat ze een fluittoon in mijn hoofd achterliet, haalde ik een bord uit de kast en sneed een klein brood in gelijke stukjes."

De Craemer wil met deze gloedvolle West-Vlaamse grootouderroman misschien wel het voetspoor drukken van Stefan Hertmans' Oor-log en terpentijn. Maar haar materiaal is veel minder aansprekend. De nostalgie wint het pleit. De Craemer had vooral wat meer distantie moeten betrachten bij dit familieportret.

Ann De Craemer, Kwikzilver, De Bezige Bij Antwerpen, 222 p., 18,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234