Zaterdag 31/10/2020

Andreas, de David Lynch van het Europese beeldverhaal

Het liefst maakt hij verhalen à la David Lynch, die mysterie bevatten en slechts mondjesmaat hun geheimen prijsgeven. Van 's mans cultklassieker 'Rork' verscheen nu een forse bundeling. Gesprek met de wat excentrieke stripmaker Andreas.

De jeugdige lezers die in 1978 hun favoriete stripweekblad Kuifje opensloegen keken vreemd op bij de aanblik van zeven pagina's waarover zich een slank personage met lang, sneeuwwit haar en een soort trenchcoat voortbewoog. Zijn naam: Rork. Hij stapt het verhaal binnen wanneer een jonge schrijver op een morgen tot zijn ontzetting merkt hoe zijn manuscript met mysterieuze tekens is beklad. In de buurt treft hij waterachtige voetafdrukken aan. Wanneer het titelpersonage, gespecialiseerd in het ontcijferen van oude geschriften, zich ermee bemoeit, breekt de hel los: een kunstmatige zon duikt op uit de oceaan, een verre planeet viseert de aarde en een ogenschijnlijk ordinaire vlek neemt bezit van mensenlichamen.

Terwijl de ene lezer het als raadselachtig en visueel ongeëvenaard omschreef, wuifde de andere het weg als te ingewikkeld en onleesbaar. De Kuifje-redactie maakte het hen nog moeilijker door weken, zelfs maanden tussen de publicaties in te laten vallen. Lezers schreeuwden hun ongenoegen uit. In de beruchte polls van het weekblad kwam Rork dan ook nergens voor, maar het onvoorziene gebeurde: langzaamaan werd Rork een cultstrip en Andreas een internationaal gerespecteerd stripauteur. "Een populaire auteur kun je me nog steeds niet noemen", haast hij zich te zeggen. "Daar verkoop ik niet genoeg boeken voor. Maar ik merk wel dat ik een trouw publiek heb. Ik weet niet precies wie mijn publiek is, maar sommige fans situeren zich rond mijn leeftijd, terwijl ik tijdens signeersessies ook twintigers en dertigers opmerk. Nu, mijn werk is zeker niet voor kinderen, maar ik ben verbaasd dat het jonge publiek, dat niet eens geboren was tijdens de Tweede Wereldoorlog, nog steeds belangstelling blijft tonen voor mijn werk. Fantastisch is dat."

Eigenaardigheid

Meer dan veertig jaar na de eerste verschijning van Rork is 's mans faam alleen nog maar toegenomen. Nochtans was Andreas voorbestemd om humoristisch werk te maken. Als grote fan van Franquin trachtte hij diens werkwijze te imiteren, maar de kritiek kwam snel. "Men vroeg me waarom ik zulke humoristische tekeningen met zulke sombere verhalen liet samengaan. Ik moest dus de tekeningen aan de scenario's aanpassen. Dat heb ik dan ook gedaan." Terugkijkend op zijn Franquin-tekenstijl, zegt hij nu: "Ik denk dat ik sowieso moeilijkheden zou hebben gehad om in het universum van een ander te komen. Ik zou het kunnen met een zekere technische knowhow, denk ik. Maar het zou niet uit het hart komen."

Wie kant-en-klare scenario's verwacht, is bij Andreas aan het verkeerde adres. Uitermate belangrijk voor de auteur waren de schrijvers Edgar Allan Poe, Jean Ray, maar vooral H.P. Lovecraft en Philip K. Dick. "Toen ik hen las, had ik het gevoel dat mijn zoektocht naar een schrijver met wie ik me kon meten voorbij was. Dit was hoe ik wilde schrijven. Met hun werk voelde ik me gerelateerd." Nog intenser was echter de invloed van filmmaker David Lynch. Toen hij diens film Eraserhead (1977) zag, besefte hij dat het mogelijk was om ook zulke verhalen te maken. "Wat ik zo boeiend vind aan Lynch' werk, is dat je het niet meteen bij de eerste lezing begrijpt. Ik hou ervan terug naar het verhaal te keren, het opnieuw en anders te bekijken, en te achterhalen wat er precies wordt verteld. Dat probeer ik ook met mijn boeken te doen. Ik wil gewoon niet dat het publiek meteen begrijpt wat ik bedoel. Lynch is daar meesterlijk in. Hij heeft net de juiste hoeveelheid 'eigenaardigheid' in zijn werk. Het is mysterieus, maar ook weer net niet té. Het is allemaal mooi in evenwicht."

Dat hij ook wel de Umberto Eco van de strip wordt genoemd, begrijpt hij niet. "Ik ken het werk van Eco niet eens goed. Misschien zegt men dat omdat mijn verhalen wat complex zijn. Nu ja, ik tracht het medium te exploreren met verschillende technieken, ideeën en verhaallijnen."

Dat bewees hij met de laatste twee delen van Capricornus, wellicht zijn meest toegankelijke reeks. In het ene zijn er enkel lange horizontale plaatjes te zien, in het andere wordt 56 pagina's lang geen woord gezegd. "Ik zocht naar een verhaal waarin stilte centraal stond. Door dat verhaal te situeren op besneeuwde bergtoppen waar de kans op lawines enorm is, moesten de personages wel stil blijven. Voor het andere deel was de conversatie tussen twee mensen heel belangrijk. Enkel zij kwamen in dat album voor, en hun dialoog kon ik het best in beeld brengen door ze te tonen in één en hetzelfde plaatje. Daar zijn horizontale plaatjes uitermate geschikt voor. Dat is alles."

Rode draad

Net zulke plaatindelingen of technieken maken deel uit van Andreas' handelsmerk. In de jaren zeventig viel hij al op met zijn spectaculaire cadrages. Ongezien was het. "Niet dat je alles mocht doen wat je wilde in die tijd, want men wilde in de eerste plaats Belgische traditionele strips. Ik wilde dat niet, maar omdat niemand me specifiek zei dat dat niet mocht, deed ik het met Rork toch (minzaam lachje). En ze accepteerden het. Inmenging was er niet. Geen instructies, niets van dat alles. En ik, ik kon blijven doen wat me natuurlijk leek."

Dat kon omdat Rork oorspronkelijk als een kort verhaal verscheen in het weekblad Tintin/Kuifje. "Dat was een beproefde methode in die tijd. Ik wilde een fantasyverhaal maken. Maar omdat het Tintin was, moest ik een held hebben, en dus schoof ik Rork naar voren, niet eens goed wetende welke kant ik met hem op wilde gaan. Het was misschien een beetje experimenteel, erg beïnvloed ook door Amerikaanse comics, die toen al verder geëvolueerd waren dan de Franse of Belgische strip. Ik liet mezelf los in een poging tot een bevredigend resultaat te komen. Zo is Rork ontstaan."

Ondanks de eerst negatieve kritiek kwam uiteindelijk het voorstel om er een verhaal van 48 pagina's van te maken. "Ik kreeg het advies om hier en daar, tussen al die korte verhalen, een rode draad te lanceren zodat het meer een geheel zou vormen - alsof alles zo bedoeld was. Ik heb die raad opgevolgd. Vandaag doe ik nog steeds hetzelfde."

Dat zijn werken door heel wat fanzines en journalisten worden geanalyseerd, in de hoop aanknopingspunten te vinden die als bindmiddel kunnen dienen tussen de personages, locaties en verhalen zelf, ontkent hij niet. "Maar ik heb niet echt verborgen boodschappen, hoor. Hm, of toch, maar eerder af en toe. Hoe dan ook: ze zijn niet belangrijk voor het verhaal. Het is veeleer een spelletje. Soms verwerk ik sleutels of boodschappen in de verhalen. Ik hoop zo plezier te kunnen verschaffen. Nee, uiteraard laat ik de lezer daarin niet verdwalen. Ik zie het als een extraatje. Als de lezer het begrijpt: fijn. Als hij het niet opmerkt, dan doet dat niets af aan de leesbaarheid van het verhaal. Mijn enige doelstelling is om zo nu en dan sporen te leggen, zodat mensen jaren later, dankzij nieuwe albums, tot nieuwe inzichten komen."

Rork, Doorgangen,

Sherpa, 256 p., 49,95 euro.

Ook Arq en Capricornus verschijnen bij Sherpa.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234