Dinsdag 02/03/2021

André Oosterlinck en het niveau van de leraren

'De gemiddelde leraar is behoudsgezind en heeft een te laag intellectueel niveau', stelde André Oosterlinck (KU Leuven) in De Tijd. Hij suggereerde als oplossing een toegangsexamen voor kandidaat-leerkrachten voor het basis- en lager secundair onderwijs (DM 7/4). Reactie bleef niet uit.

Niet zo slecht

De leraren zijn opnieuw wakkergeschud, dankzij André Oosterlinck. Eerder al kregen zij in het onderwijsdebat het verwijt geen ambitie te hebben om zich te verbeteren. Ze doen hun best wel en zijn gedreven, maar ze zijn niet goed genoeg gevormd om voortdurend beter te doen. Het zou de leraren zelfs nooit geleerd zijn betere resultaten te bereiken, want ze willen niet 'veranderen'.

De associatievoorzitter van de KU Leuven doet er een schepje bovenop: "Het gemiddelde intellectuele niveau van de leerkracht is gedaald." Hij maakt bovendien een onderscheid tussen de 'oudere' en 'jongere' leraren. Vooral bij de laatste groep zou de algemene basiskennis en de intellectuele bagage tekortschieten.

Met deze frontale aanvallen, vooral tegen mijn jongere collega's, is toch een probleem gemoeid. Ze getuigen van onvoldoende kennis van het werkveld. Ik ben verrast door Oosterlincks uitspraken, want uit zijn analyse mogen we dus besluiten dat de afgestudeerde leraren, ook uit zijn universiteit en hogescholen, eigenlijk onterecht hun diploma hebben behaald.

Enigszins bizar, want het percentage geslaagden in het eerste bachelorjaar is zorgwekkend laag. De selectie wordt almaar strenger, wat toch tot kwaliteitsverhoging zou moeten leiden en wat het argument over de zwakke instroom vanuit tso en bso ontkracht. Wie geslaagd is - los van welke secundaire opleiding ook - heeft hard gewerkt, regelmatig gestudeerd en succesvol stage gevolgd en heeft bijgevolg bewezen klaar te zijn voor de job.

De leraren zijn wel goed opgeleid. Ik studeerde af aan de KH Leuven en kreeg een hoogstaande pedagogische en inhoudelijke opleiding. Als ik het curriculum van de driejarige bacheloropleiding bekijk, dan kan ik alleen maar vaststellen dat die mee met de samenleving is geëvolueerd en dat stages een behoorlijk onderdeel van de opleiding vormen. Ook in de universitaire lerarenopleiding is het aantal stage-uren sterk gestegen.

Natuurlijk stopt het niet met de basisopleiding. Bijscholen is onvermijdelijk. Wel, ik stel vast dat de leraren in mijn school geregeld op bijscholing gaan. Trouwens, elk schooljaar is het aanbod aan didactische, pedagogische en vakinhoudelijke cursussen indrukwekkend, gevarieerd en van een hoogstaand niveau.

Een nascholingsbeleid is zelfs een vast onderdeel van het schoolwerkplan. Leraren kunnen zich niet meer onttrekken aan de opdracht bij te leren. Bijscholing is een element van het evaluatie- en functioneringsgesprek. Misschien wist men het nog niet, maar leerkrachten worden wel degelijk geëvalueerd.

Het is niet zo slecht gesteld met de kwaliteit van de leerkrachten. Ik verdedig mijn collega's die elke dag het beste van zichzelf geven in dat nog altijd sterke Vlaamse onderwijs. Ik vraag aan André Oosterlinck om ook dat te zien en niet onder de mat te vegen.

Johan De Donder, leraar en leerlingbegeleider, Maria-Boodschaplyceum, Brussel

Keuzes maken

Soms worden bochten zo kort genomen dat het hoeken zijn. Hoekige redeneringen houden geen steek.

Zijn mijn afgestudeerde studenten van intellectueel laag niveau? Ik ben overtuigd van niet. Er werd wel degelijk geselecteerd. Dat er weinig tijd was - drie jaar is, gelet op wat er bereikt moet worden en de internationale context - veel te kort. Een vierjarige bachelor of een professionele master ware beter geweest. Maar wie niet voldeed, werd (bijna) altijd weggestuurd.

Zijn mijn afgestudeerden behoudsgezind? Sommigen wel, maar de meerderheid niet. Het 'systeem' waarin ze terechtkomen, de school, is dat echter des te meer. Er heerst een pikorde, gebaseerd op leeftijd, verdachtmaking en eigenaarschap. Wie de oude, 'wijze', traditionele, conservatieve ouderling niet respecteert in zijn of haar 'ikdoedital40jaarzo'-modus, vliegt eruit of wordt weggelachen. Weg idealen, weg ideeën, weg goede leraar. Wie blijft, wordt getraind en geïndoctrineerd in de leerplan- en koepelidolatrie. Wordt wijsgemaakt dat de planlast van de overheid komt terwijl het overgrote deel gewoon vanuit de koepels komt, wordt verplicht mee te denken in conservatieve uitgeverslogica en vergeet zelfstandig te denken. Ligt dat aan de leraar? Allerminst, we laten het wél, glimlachend, toe.

Gaat een toelatingsproef dat verhelpen? Amper meer onzin gehoord. Het niveau van het resultaat wordt niet (alleen) bepaald door de deur op slot te doen. Als je aan de opleiding op zich niets verandert, dan blijft dat niveau (bachelor-niveau 6) - vastgelegd door Europa - en de inhoud (beroepsprofiel) - vastgelegd door de Vlaamse overheid - hetzelfde. Het niveau verhoog je wel door de kandidaat-leraars een betere opleiding te geven. Nu is het wringen en vechten om zowel inhoudelijk sterke als pedagogisch didactisch goed opgeleide leraars af te leveren. Dat lukt niet in drie jaar. Inhoudelijk twijfelend, didactisch onzeker, pedagogisch te weinig getraind. Dat is niet de fout van de lerarenopleiders die alles op alles zetten. Dat is het gevolg van keuzes. Wat vind je als overheid belangrijk?

Leraars zijn belangrijk, daarom moet voldoende aan hun opleiding gewerkt worden, je haspelt het niet snel-snel af in een drietal jaar, of godbetert in een soort addendum op je beroepservaring of na je universitaire studies in een specifieke lerarenopleiding (de vroegere D-cursus en de aggregaatsopleiding). Leraars vormen doe je door een diverse groep jongeren en volwassenen toe te laten tot de studie en hen voldoende lang voor te bereiden en door hen in het begin van hun carrière vrij te laten om zich te ontplooien, weg van pijnlijk harde en stekende keurslijven.

Wim Hoste, directeur ITC aan de UGent en ex-docent pedagogiek aan de Arteveldehogeschool

Zandkorrels

Er zit zand in onze onderwijsmotor. Internationaal gezien zakt de kwaliteit van ons onderwijs. Te veel kinderen komen naar school met een taal- of rekenachterstand. Het tekort aan goede vakmensen loopt op. Ouders worden te weinig betrokken. Allemaal zandkorrels die de motor doen sputteren.

Maar zeg nu zelf, deze zaken zijn allemaal ondergeschikt aan de figuur van de leerkracht. Meneer de Onderwijzer. Alles start met de leraar in de klas. Hij/zij staat centraal, want die bepaalt écht de kwaliteit van het onderwijs. Hij/zij is de echte brandstof van het onderwijs. Enkel kwaliteitsvolle leerkrachten kunnen kwaliteitsvol onderwijs bieden. Enkel mensen die degelijk gevormd zijn, kunnen goede vorming geven.

Gelukkig zijn er veel gedreven leerkrachten die dag in, dag uit 'hun' klas onderwijzen met een gezonde mix van passie én kennis. Maar het is een jammerlijk feit dat deze echte helden van de maatschappij steeds geringer worden. Ererector van de KU Leuven André Oosterlinck gooide de knuppel in het hoenderhok. Hij stelde dat het gemiddelde intellectuele niveau van de leerkracht te laag is. En dat jongeren de lerarenopleiding maar al te vaak kiezen by default.

Naar mijn mening heeft hij overschot van gelijk. De roeping is vaak ver te zoeken. Eerder een keuze voor een vaste job met veel vakantiedagen. En spijtig genoeg leveren de laatste lichtingen afgestudeerde leraars steeds minder kwaliteit af.

Trouwens. Een rapport van de UGent en de VUB bevestigt: er schort van alles aan onze lerarenopleidingen. De instroom is ondermaats. Slechts één op de twee onderwijzers volgde nog aso en ze maken zelf veel elementaire fouten. Verplichten dat onderwijzers uit het aso moeten komen is naar mijn mening een brug te ver, maar eisen dat ze zonder fouten schrijven niet.

Sommige lerarenopleidingen voerden reeds zelf screenings in. Zo onderwerpt de katholieke hogeschool VIVES in Kortrijk haar aspirant-leraars in de eerste week aan een reeks testen. Er wordt gepeild naar hun basiskennis Nederlands, Frans, spelling en wiskunde. Dit is toe te juichen maar brengt eigenlijk geen zoden aan de dijk, want dit komt te laat (men is reeds ingeschreven) én is vrijblijvend en zonder gevolg.

Beter is een algemeen bindende toelatingsproef vóór de inschrijving. Een kwaliteitstest naar analogie met die van de geneeskunde. En dit voor alle richtingen, zonder uitzondering. Deze test dient dan als filter en als afschrikking. Enkel de echt gemotiveerde studenten, uit het juiste hout gesneden, sijpelen door. Op deze uitverkorenen rust dan de zware maar mooie taak om onze kinderen te vormen.

Arne Vandendriessche is voorzitter Open Vld Kortrijk en ondernemer. Schrijft in persoonlijke naam

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234