Zaterdag 27/11/2021

'Anderlecht is het paradijs'

Cheikhou Kouyaté (22) kwam in 2007 vanuit Senegal naar België om profvoetballer te worden. Met succes: deze week verlengde hij voor twee jaar zijn contract bij RSC Anderlecht. Alles is nu anders: Kouyaté was aanvaller, maar schoolde zichzelf om tot verdediger. Hij blijft Senegalees, maar wordt straks ook Belg. Want: 'Engeland is de volgende stap.' door Jan-Pieter de Vlieger

Logisch dat Anderlecht zijn contract verlengde: Cheikhou Kouyaté is dit seizoen een openbaring. Hij blinkt uit als centrale verdediger: een echte voetballer, naast de Hongaarse tank Roland Juhasz. Hij ziet er nochtans niet uit als John Terry. Kouyaté is frêle, op het veld een steltenloper. Charmant ook. Hij houdt niet van een tackle. "Ik mag niet tackelen van de coach", zegt hij. "Meneer Jacobs vindt dat een verdediger rechtop moet blijven. Eén keer heb ik het gedaan dit seizoen. Tegen Lokomotiv Moskou. Dat ging niet zo goed. Penalty tegen. Terecht, jaja."

Hij lacht, zoals hij een uur lang zal lachen. Hij is de populairste jongen van de kleedkamer. In de inkomhal van Neerpede zal Kouyaté handen schudden dat het een lieve lust is. De integrale selectie van het beloftenteam, de dame achter de receptie, de teammanager, de persverantwoordelijke en ook iemand die hij nooit eerder lijkt te hebben ontmoet: allemaal willen ze even met hem praten. "Ik zit zo in elkaar", zegt Kouyaté. "Ik ben open en ik luister. In Senegal gaat dat zo: je praat constant met iedereen. Geef respect en je krijgt het terug."

Het is vier uur in de namiddag, het interview begint een uur later dan voorzien. Dat komt omdat Kouyaté is blijven hangen op 'het Rad', de wijk waar hij af en toe gaat voetballen met andere Afrikanen. Jongens die geen contract hebben bij Anderlecht. Of die niet eens een paspoort hebben. "Ik probeer hen te helpen", zegt Kouyaté. "Ik geef ze wat geld: 20 euro of zo. Weet je hoeveel verschil dat maakt? Daarmee kopen ze eten. Of een telefoonkaart om naar thuis te bellen. Ik heb met die gasten te doen: soms hebben ze niks. Letterlijk niks. En terugkeren naar Afrika, dat gaat niet. Ze zijn beschaamd en ik begrijp dat. In Afrika gaat het zo: als je faalt, heb je mensen die daar blij om zijn. Die je uitlachen. Je kan niet zomaar terugkeren. Voor ieder van ons is het réussir ou mourir."

Vraag aan Kouyaté wat het beste moment uit zijn leven is en hij antwoordt zonder nadenken: "Mijn profcontract bij FC Brussels. Die handtekening betekende dat ik geslaagd was. Daarom was ik naar Europa gekomen. Ik heb meteen mijn ma gebeld, in een telefooncel, want ik had niet eens geld om een kaart voor mijn gsm te betalen. We hebben gehuild, alletwee. Mijn eerste investering lag al vast: een huis in Senegal voor mijn grootmoeder. Daar heb ik altijd van gedroomd. Omdat het door haar is dat ik naar hier ben gekomen."

Hij legt uit: "Ik was 17 toen ik naar Europa wilde vertrekken. Maar mijn ma vond dat te jong. Grandmère is gelukkig tussenbeide gekomen. Zij vond dat ik mijn zin mocht doen. In Senegal werkt het zo: de oudste van de familie beslist."

Van vader Kouyaté was geen sprake. "Met mijn pa heb ik eigenlijk nooit contact gehad. Hij was een militair en constant op missie. Oorlog voeren en zo. Het is pas sinds zijn pensioen dat ik hem heb leren kennen. Na mijn tweede seizoen in België keerde ik terug naar Senegal. Daar stelde iemand hem voor: dit is je vader. Voor mij was dat raar: ik kon geen 'papa' zeggen tegen hem. Dat voelde niet juist aan. Ik was timide, vond de juiste woorden niet."

Naar Europa

De juiste woorden vinden, doorgaans is het geen probleem. Het is zoals hij zegt: Kouyaté houdt van praten. Een woordenvloed, waarbij lettergrepen soms haasje-over spelen. "Mijn besluit stond vast: ik zou naar Europa komen. Ik had geluk: een agent volgde een jeugdwedstrijd tussen Senegal en Ghana. Hij kwam voor een andere speler, maar ik viel op. Hij heeft me meteen op het vliegtuig naar Europa gezet. Direct na die wedstrijd. De coach was furieus: 'Je mag niet vertrekken. Er volgen sancties.' Ik heb heel simpel geantwoord: 'Ik moet naar Europa, daar ligt mijn toekomst.' Voilà, ik was vertrokken."

"Eerst ging ik testen in Griekenland. Dan Nancy en Parijs. Dat werd allemaal niks en de makelaar die me naar Europa haalde, verdween van de aardbol. Enfin, ik heb hem later nog één keer gezien: toen ik bij KV Kortrijk voetbalde. Na een training stond hij plots op de parking. Hij liet me niet instappen in mijn auto. "Door mij ben je geslaagd in Europa. Je moet me nog geld. Geef me nu 30.000 euro." Gelukkig heeft die situatie zichzelf opgelost. Elimane Coulibaly is er zich mee komen moeien. Die wilde gewoon op die gast zijn gezicht slaan. (lacht) Ze hebben hem moeten tegenhouden. Daar is veel volk aan te pas gekomen."

"Coulibaly, iemand als hem kom je niet veel tegen. Un tempérament chaud. Als het hem op training niet aanstond, begon hij te roepen. Tegen iedereen, maar nooit tegen mij. Hij heeft zich over mij ontfermd als een grote broer."

Hij herneemt de chronologie: terug naar de eerste dagen in Europa. "Iemand kwam me ophalen in station Brussel Zuid en nam me mee naar een hotel. 'Morgen train je met Brussels.' Ik was 17 en zat alleen op een hotel in Brussel. Een goed hotel, dat wel. 's avonds was er een buffet, maar ik durfde niks te eten. Ik kende de 'blanke' voeding niet. Ik kende rijst, maar geen pasta. En al die voorbereide salades: het leek allemaal zo vreemd. Ik heb uiteindelijk niks gegeten. De volgende dag was mijn manager kwaad: 'Hoezo niks gegeten? Je bent al zo mager! Later ontdekte ik iets wat ik wel graag at: durum. Was het weer niet goed." (lacht)

"Brussel heeft me bij de club gehaald als aanvaller, maar al snel hebben Patrick Wachel en trainer Albert Cartier me naar het middenveld gehaald. Eerst zag ik dat niet zitten, maar mijn manager heeft me overtuigd. In Senegal is het zo: als een coach vraagt wie aanvaller is, steekt iedereen zijn hand op. Een voetballer is daar sowieso een aanvaller. Hier in Europa is er veel tactiek: zo besefte ik dat ik een toekomst kon hebben als middenvelder. Een goeie keuze, want een paar maanden na mijn positiewissel kreeg ik al dat profcontract."

Na het contract zou het helemaal fout gaan bij Brussels. In Senegal overleed zijn grootmoeder en Kouyaté kreeg geen toestemming om naar de begrafenis te gaan. "Woedend was ik", zegt Kouyaté. "Ik heb die begrafenis gemist. Ik had geen geld om een vliegtuigticket te betalen. Vandaag denk ik nog vaak aan grand-mère. Elke wedstrijd speel ik voor haar."

"Daarna zijn de problemen begonnen bij Brussels: ik werd niet betaald. Kun je je dat voorstellen: ben ik eindelijk profvoetballer, kan ik geen geld opsturen naar mijn familie. Ik ben toen naar de rechtbank gestapt, ook om mijn vertrek naar Anderlecht af te dwingen. Dat is gelukt, ik ben gratis vertrokken."

"Van Brussels naar Anderlecht: dat is overstappen van de hel naar de hemel. Anderlecht is het paradijs. Geld interesseerde me niet eens bij de onderhandeling: ik wilde gewoon voor deze club spelen. Hier ben ik zeker van mijn werk en ik verdien geld. Dieu merci."

Toch begon Anderlecht met een ontgoocheling: de club leende hem uit aan Kortrijk. Kouyaté: "Ik was erg ontgoocheld. Tot ik met de directie en de coach praatte. Zij verzekerden mij dat ze me uitleenden omdat ze in mij geloofden, niet omdat ze van me af wilden. En bij Kortrijk had ik coaches die vaak met me praatten: Hein Vanhaezebrouck en Yves Vanderhaeghe. Die laatste gaf me veel advies, ook over Anderlecht. Van welke speelstijl de supporters houden, zulke dingen. In het begin had ik de neiging om enkel lateraal te spelen. Yves wilde meer risico in mijn spel. Vooruit, diep inspelen. Dat helpt."

Kampioen

"Ik heb altijd goed met kritiek omgekunnen. Misschien is dat de reden dat ik profvoetballer ben kunnen worden. Want ik kan zeggen: er zijn er die meer talent hebben dan ik en het toch niet maken. Luisteren is cruciaal. Luisteren en selecteren wat bruikbaar is. En natuurlijk: de voeten op de grond houden."

Na Kortrijk keert hij terug naar Anderlecht. Op het middenveld blinkt hij uit: onder meer in de Europese wedstrijd op Ajax. "Die campagne in de Europa League was fantastisch", zegt hij. "Omdat ik elke wedstrijd wist dat mijn familie in Senegal voor de tv zat. Nadien hebben we de landstitel gewonnen. Hoeveel voetballers kunnen dat zeggen?"

Eén valse noot voorlopig bij Anderlecht: de bekerwedstrijd tegen URS Centre in oktober 2010. Anderlecht speelt belabberd en manager Herman Van Holsbeeck gaf Kouyaté na afloop de schuld. "Hij kan de weelde niet dragen", zegt de grote baas. Kouyaté schrikt op: "Heeft meneer Van Holsbeeck dat ooit over mij gezegd? Oei, dan kent hij mij niet. Geld heeft me nooit veranderd."

Dit seizoen gaat de curve duidelijk omhoog. Hij speelt nu nog een positie lager, centrale verdediger, waar hij minder snel moet denken. "Ik heb me verzoend met die positie. Omdat veel mensen me zeggen dat ik er een carrière kan maken."

Zijn maat Dieumerci Mbokani heeft al gezegd dat het straks Arsenal wordt. Kouyaté: "Arsenal? Dat weet ik niet. De club ken ik niet, maar de volgende stap wordt inderdaad Engeland." Daarom wordt hij aanstonds ook Belg. De procedure is lopende. Vijf jaar is hij hier nu.

De Rode Duivels, daar is het hem niet om te doen. Daarvoor zit Senegal hem nog te veel in het bloed en de Belgische bond heeft ook nog niks gevraagd. Maar vindt hij het dan niet jammer, dat hij er vandaag in Gabon niet bij is op de Afrika Cup? Had gekund, want het Senegalese elftal bouwt aan de toekomst. Kouyaté: "Er is inderdaad een nieuwe generatie, maar eerlijk waar: ik ben niet ontgoocheld dat ik er niet bij ben. De bondscoach kent me, we hebben al gepraat en ik heb tijd."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234