Woensdag 25/11/2020

Andalusië in Afrika

Tot in de jaren zeventig was Tanger de belangrijkste toeristische bestemming in Marokko, sindsdien is daar de klad in gekomen. Meer dan twintig jaar heeft de Marokkaanse overheid alleen promotie voor Agadir en Marrakech gevoerd. Omdat sinds kort het toerisme uitverkoren werd als gangmaker van de Marokkaanse economie, komt het noorden ook terug op de kaart en ondergaat het een volledige metamorfose.

'In december 1949 ging ik in Antwerpen scheep op een Pools vrachtschip met bestemming Colombo. We voeren bij nacht de straat van Gibraltar in, en ik stond aan het dek te kijken naar de flitsen van de vuurtoren op Kaap Spartel, de noordwestpunt van Afrika. Terwijl we oostwaarts gleden, kon ik de lichten van bepaalde huizen op de Oude Berg onderscheiden. Toen, bij nadering van Tanger, vlijde zich een dunne mist op het water neer, en bleef van de stad alleen de gloed van haar licht zichtbaar, weerkaatst door de wolken. Op dat moment overviel me een krachtig, redeloos verlangen om in Tanger te zijn."

Zo beschrijft Paul Bowles de stad in de proloog van Een kille regen. Een halve eeuw lang heeft Tanger er haveloos bij gelegen. De nieuwe Marokkaanse koning Mohammed VI wil de noordelijke havenstad nu haar vroegere grandeur teruggeven en toeristen aantrekken voor de euro's en dollars die Marokko zo broodnodig heeft. Tanger heeft immers heel wat in petto, niet alleen cultuur met een grote en een kleine c, maar ook natuur, zon, zee en bergen met daarbij twee kapen, twee zeeën, twee zonnen. Aan de Middellandse Zeekant ligt kaap Malabata, daar gaat de zon op, terwijl boven kaap Spartel aan de Atlantische Oceaan de zon ondergaat. Een klein beetje verder zuidwaarts zijn de Herculesgrotten, waar Hercules uitrustte nadat hij Afrika van Europa scheidde. Die scheiding zit de inwoners van Tanger nog altijd niet lekker want er is geen stad, geen mentaliteit in Afrika die zo nauw bij Europa aanleunt - althans volgens de bewoners van Tanger.

bezeten

De 15de-eeuwse medina ligt op de Oude Berg, een van de zeven kalkheuvels van Tanger, en bestaat uit smalle straatjes en steegjes. De kasbah, het oude fort, is Portugees. Twee eeuwen zijn de Portugezen in Marokko gebleven om hun zeeschepen onderweg naar India te beschermen tegen de Arabisch-Andalusische piraten die uit Spanje verjaagd waren. Place Kasbah is het hoogste punt van de medina. Hier heb je een weids uitzicht over de stad en de Atlantische Oceaan, reden waarom de Portugezen hier hun burcht bouwden. Maar toen de dochter van de Portugese koning in 1681 met een Engelman trouwde, kreeg ze Tanger als bruidschat mee. De Engelsen ontmantelden de stad maar na grote omwentelingen wist Molay Ismaël - een tijdgenoot van Lodewijk XIV - de stad weer in ere te herstellen. Het fort kreeg een administratieve functie met een rechtbank, schatkist, gevangenis en paleis.

Het was in die periode dat de eerste oriëntalisten naar Marokko kwamen, met Eugène Delacroix aan kop. De 23-jarige schilder kreeg een diplomatieke missie: portretten maken zodat de bewindslui in Frankrijk Marokko beter konden leren kennen. "Maar in plaats van dat hij Tanger zou bezetten, nam Tanger bezit van hem", zegt Said, onze gids, bijna lyrisch. Delacroix schilderde liever het dagelijkse leven in de medina: de wijkfontein voor drink- en waswater, de wijkoven waar ieder van eigen deeg brood laat bakken, de moskeeën, de hammams, de graven van de maraboets (profeten en/of genezers) en de medressa's of koranscholen. Net zoals toen zijn de huizen aan de buitenkant uiterst neutraal, met blinde, witte en door de zonneschijn verblindende muren zonder enige decoratie, motief of raam. Elk huis telt drie, vier etages, meestal woont op elke verdieping één gezin. Op de houten voordeur hangt vaak het handje van Fatima als deurklopper. De vingers van de vrouwenhand verwijzen naar de vijf pilaren van de islam.

We lopen langs de eerste Amerikaanse ambassade in het buitenland: destijds erkende Tanger als allereerste de Verenigde Staten. Vlakbij is de joodse wijk waarvan de bewoners nu in Israël wonen, sommigen komen hier nog op vakantie. Hier zijn nog altijd juwelen te koop, elke wijk in de medina heeft al eeuwenlang zijn eigen specialiteit. In het 'Quartier du Couturier' maken de kleermakers djellabahs. Zo'n djellabah in een mooie kwaliteit stof en op maat gemaakt kost algauw 100 euro. De kinderen werken mee aan de kleine zijden knoopjes waarvoor ze de zijde op straat vlechten.

We lopen verder naar beneden en komen via het grootste kerkhof van de stad uit bij Hotel Continental, dat van 1865 dateert en toen op de oude stadswallen werd gebouwd. Eerst was het een riant woonhuis, maar al in 1889 werd het een hotel. In het oude register tekende op de eerste pagina de toenmalige Eerste Minister van België Eduard Anspach. Wij worden meteen verliefd op dit hotel, waar elk van de 65 kamers een heel andere sfeer heeft, want ingericht met andere stijlmeubelen. Het is niet superdeluxe en dat heeft zijn weerslag op de prijs: een suite kost hier 600 dirham (60 euro), een tweepersoonskamer met ontbijt 350 dirham (35 euro). Mohamed, de hoteluitbater, neemt ons mee naar het dak dat hij graag als terras wil inrichten. We hebben een uitzicht over de blokkendoosjes van de medina. Op de andere terrassen wappert de was in de zeebries tussen de satellietschotels en ouderwetse antennes. Tussen de witte buitenmuren vallen de terraskleuren op: het ene terras is olijfgroen, het andere citroengeel of babyroze geschilderd.

Aan onze andere zijde ligt de haven: achter de oceaanstomers zet de zon een verzengend witte spot op de Spaanse bergen,veertien kilometer verderop. De ferry's varen af en aan, met de legale passanten die deze zeestraat oversteken. Illegalen leggen een eind verder, voorbij kaap Malabata, hun leven in de waagschaal om met kleine sloepen Fort Europa binnen te komen.

Onder ons staan de vrachtwagens in de rij. Heftrucks rijden af en aan. In de vissershaven liggen de boten aan wal, na de nachtelijke vangsten wordt nu de vis gewogen en geteld. Over drie jaar is het afgelopen met al deze bedrijvigheid, dan zal de haven zich naar de kust van de Atlantische Oceaan verplaatsen en komt hier de grootste plezierhaven van de hele Middellandse Zee. Tegen 2010 moet het aantal bedden in Tanger meer dan verdubbeld zijn, van 7.000 nu tot 15.000 à 20.000. Het golfterrein uit 1914 - het oudste van Afrika - wordt dubbel zo groot, er komt een cricket- en een poloveld bij, en hotels. Er zijn archeologische sites die nog ontwikkeld moeten worden, stukken bos die park worden, zomerfestivals en tentoonstellingen staan op het programma. Voor het Rifgebergte zijn er aparte ontsluitingsprogramma's, ook bedoeld om in samenwerking met de Europese Unie de drugteelt te ontmoedigen. Het station bij de haven ligt er werkloos bij, hier komt een museum, de treinen vertrekken nu al verderop in de baai van Tanger in een voorlopig station, een nieuw treinstation staat nog in de steigers. De rails tussen de corniche en het strand worden geruimd. En de bedrijven in de vrijhandelshaven verplaatsen zich richting vliegveld en de nieuwe haven. Ook in de toekomst zullen de goedkope werkkrachten onze goedkope én duurdere T-shirts en jeansbroeken stikken of onze Noordzeegarnalen pellen. En dat allemaal zonder enige heffing voor de Marokkaanse staat, want Tanger, dat rond de Tweede Wereldoorlog misschien wel de rijkste stad ter wereld en een van de draaischijven van de wereldhandel, is al decennialang een vrijhaven.

einde aan rijkdom

Aan de rijkdom van Tanger kwam abrupt een einde door de onafhankelijkheid van Marokko, in 1956. Een enorme kapitaalvlucht was het nefaste gevolg. De stad kreeg in de jaren zestig nog wel enige toeristische voordelen, maar zakte desondanks langzaam weg in de vergetelheid. De vorige koning, Hassan II, had het niet op het noorden begrepen. Was het omdat er een streven bestond om zich van Marokko af te scheiden? Was het omdat er een poging tot staatsgreep was geweest? In elk geval ging er geen dirham naar het noorden, zelfs niet voor het noodzakelijke onderhoud. Tanger kwam in een vicieuze cirkel terecht: omdat de stad in geen enkele brochure stond, kwamen er minder toeristen naar toe zodat de hotels niet meer investeerden en er nog minder mensen kwamen. Yves de Boisgency, manager van het prestigieuze El Minzah-hotel in het centrum van Tanger, betreurt dit: "Het noorden heeft een ziel. Er is de rijkdom aan architectuur, de diepgewortelde cultuur."

café hafa

Het is de cultuur waarop Europese en Amerikaanse schilders en schrijvers al twee eeuwen tuk zijn, van Eugène Delacroix tot Henri Matisse, van Marlène Dietrich tot Jean Genet, van Paul Bowles tot Jack Kerouac. Toen Tanger een kosmopolitische vrijhaven was, werd het een trekpleister voor de rijken van de wereld die in hun riads in de medina exuberante feestjes hielden. Ook kunstenaars, schrijvers en alternatievelingen hielden van de vrijheid in de donkere steegjes. 's Middags, bij het opstaan, werden ze verblind door het helle licht van de witte krijtrotsen en de witte huizen, 's avonds trokken ze naar Café Hafa, vlakbij het oude Portugese fort, op het hoogste punt van de medina. Het is nog altijd de ideale ontmoetingsplaats voor homo's en hasjrokers - zo mompelen onze Marokkaanse gidsen een beetje binnensmonds. Op dit moment bezitten de couturiers Yves Saint-Laurent en Jean-Louis Scherrer op de omwallingsmuren van de medina een huis. Hier zoeken ze hun inspiratie. "Tanger is een bizarre bestemming, " knikt Yves de Boisgency: "Zoveel artiesten zijn hier beland en gebleven. Marokko is zeer open en gastvrij en verdraagt de westerse invloed zeer goed. Kijk maar naar de architectuur, je bent in Marokko maar je waant je in Andalusië. Op deze plaats proberen twee beschavingen zich te assimileren. Ook in de bergen voel je je reinste poëzie. Op mijn zondagwandelingen word ik vaak sentimenteel, door de huizen, het landschap."

Nu Tanger op bevel van de Marokkaanse koning opnieuw in de lift zit, werd de Bretoen Yves de Boisgency uit Egypte gehaald om El Minzah in de lijst van de 'leading hotels of the world' te schoppen. Volgens de manager kan dat geen probleem zijn zolang hij de kans maar krijgt om te investeren en te renoveren. Klanten heeft hij in elk geval genoeg, en in tegenstelling tot vroeger, toen er vooral Engelse lords logeerden, komen er nu zakenlui uit de hele wereld over de vloer. Je hoort er evengoed Braziliaans Portugees als Koreaans. Yves de Boisgency hoeft zelfs niet bang te zijn voor de ultranieuwe Mövenpick op de weg naar kaap Malabata: "Wat goed is voor Mövenpick, is goed voor Tanger en dat is goed voor El Minzah. Het publiek van El Minzah bestaat vooral uit zakenlui en we merken al dat de economie dankzij de initiatieven van de jonge koning opleeft."

Info: Nationale dienst voor toerisme van Marokko: Louizalaan 402, 1050 Brussel, tel: 02-646.63.20.

In Tanger: 29, Bd. Pasteur, tel. 00212-39/94.80.50, fax 00212-39/94.86.61

El Minzah Hotel, 85, rue de la Liberté, tel. 00212-39/93.58.85, http://www.elminzah.com

Hotel Continental, Dar Baroud 36, tel. 00212-39/93.10.24, hcontinental@iam.net.ma

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234