Dinsdag 07/12/2021

Anatomie van een klopjacht

Honderden politiemensen, analisten, psychologen en gerechtsartsen proberen de seriemoordenaar van Ipswich te pakken te krijgen voor hij opnieuw toeslaat. Ze gebruiken methoden die ze ontwikkeld hebben bij andere onderzoeken, zoals de Sohamzaak en de zaak-Fred en Rosemary West.

Door Jason Bennetto en Louise Jack

Detectives zullen proberen gemeenschappelijke kenmerken van alle vijf de slachtoffers te vinden. Als zo'n overeenkomst kunnen vinden, hebben ze meer kans om te bepalen of de moordenaar zijn prooien lukraak uitpikte of bewust te werk ging. Ook andere verbanden, zoals gezamenlijk drugsgebruik, familieleden, vriendschappen met andere mensen in de prostitutie, worden onderzocht in een poging een beeld van hun leven te schetsen.

De staat van de lichamen en de positie waarin ze zich bevonden vormen belangrijke aanwijzingen. Het lange oponthoud bij de vondst van de eerste drie slachtoffers - zes weken in het geval van Tania Nicol - betekent dat heel wat forensische bewijzen verdwenen zijn, vooral omdat de eerste twee vrouwen in een rivier werden gegooid.

Politiemensen die de plaats waar de lichamen zijn gevonden onderzoeken, zullen op zoek gaan naar minuscule bloedstalen, zaad, haar of vezels die de moordenaar heeft achtergelaten en die het mogelijk maken een DNA-profiel op te stellen. Ze zullen ook uitkijken naar vingerafdrukken en schoen- of bandafdrukken.

De lichamen en bodemstalen worden onderzocht door specialisten van de Forensic Service. Mogelijke bewijzen dat de moordenaar 'souvenirs' van slachtoffers heeft meegenomen, vormen belangrijk materiaal voor een psychologisch profiel.

Als de vrouwen een gsm hadden, dan zal de politie de telefoonmaatschappijen vragen om op een map aan te duiden waar het gsm-toestel op welk tijdstip gebruikt werd, of zelfs het moment waarop de telefoon werd uitgeschakeld. Dat kunnen ze achterhalen door de sterkte van het signaal in de basisstations te meten. Als de politie erachter komt waar het toestel voor het laatst gebruikt werd, kan dat helpen om de woonplaats van de moordenaar te vinden, of een gebouw, zoals een afgesloten garage, waar de moorden gepleegd werden.

Tientallen agenten in uniform zullen het dommekrachtenwerk doen. Ze krijgen de hulp van speurders die gesprekken voeren met vrienden en kennissen van de slachtoffers, collega-prostituees die in dezelfde zone actief zijn en klanten van andere prostituees.

De politie wil zich een beeld vormen van de prostituees die in de omgeving werken en van hun klanten. Daardoor komen ze mogelijk te weten wat de slachtoffers deden tijdens hun laatste uren, waar ze elkaar wellicht ontmoetten en wat de identiteit van de moordenaar is, vooral als hij in het verleden ook al prostituees bezocht. Zo ontving de politie gisteren een getuigenis van een prostituee die verklaart dat ze de 24-jarige Anneli Alderton op 30 november zag instappen in een blauwe BMW die bestuurd werd door een gezette man met bruin haar. Naar de wagen en bestuurder wordt nu intensief gezocht.

De lijkschouwingen worden uitgevoerd door dokter Nat Carey, een van de eminentste forensische pathologen van het land. Carey, die verbonden is aan het ministerie van Binnenlandse Zaken, probeert de doodsoorzaak te achterhalen. Tot nog toe is enkel geweten dat een van de slachtoffers gewurgd werd. Een onderzoek van de lichamen moet bepalen of de vrouwen allemaal op dezelfde manier om het leven werden gebracht en moet uitwijzen of de moorden al dan niet het werk zijn van één enkele seriemoordenaar. Als de dader ook andere wonden heeft aangebracht, kan dat aanwijzingen geven over zijn gemoedstoestand.

De politie gaat na waar de zowat vierhonderd geregistreerde seksmisdadigers uit Suffolk zich bevinden. Nochtans zijn er geen aanwijzingen dat Gemma Adams en Tania Nicol aangerand werden, wat aangeeft dat de motieven van de moordenaar misschien veel complexer zijn dan eerst werd gedacht. Analisten uit Suffolk zullen ook de databanken van andere politiediensten checken op gelijksoortige aanvallen die mogelijk zijn uitgevoerd door de seriemoordenaar. De meeste seriemoordenaars laten een lange periode tussen hun eerste en hun tweede moord, soms zelfs jaren.

De politie heeft weliswaar gezegd dat ze geen bewijzen heeft gevonden die de vijf moorden in verband brengen met vroegere zaken, maar toch onderzoeken ze soortgelijke incidenten voor het geval de seriemoordenaar al eerder heeft toegeslagen, wat hoogstwaarschijnlijk is. Onder de onopgeloste moorden zit onder meer de zaak van Natalie Pearman, een zestienjarige prostituee die in 1992 in Norwich werd vermoord. Een jaar daarna verdween Mandy Duncan, 26, in Ipswich. In september 1999 werd het naakte lichaam van de zeventienjarige Vicky Hall gevonden in Stowmarket in Suffolk. Een man die beschuldigd werd van de moord is in 2001 vrijgesproken. In 2000 verdween Kellie Pratt, 29, in Norwich, twee jaar later verdween ook Michelle Bettles, 22.

De politie zal ook het doen en laten onderzoeken van misdadigers met een gewelddadig verleden die onlangs vrijkwamen uit de gevangenis.

De plaatsen waar de lichamen gevonden zijn geven de speurders belangrijke aanwijzingen over de verblijfplaats van de moordenaar en zijn gemoedsgesteldheid. De vijf prostituees werden allemaal achtergelaten dicht bij de A14 en de A12 aan de rand van Ipswich. De politie gaat ervan uit dat de moordenaar de vrouwen op een andere locatie heeft omgebracht. Geografische profilers zullen vroegere onderzoeken gebruiken om te berekenen waar de moordenaar wellicht vandaan komt. Speurders ondervragen verdachten in Felixtown en Colchester, steden die zich aan weerszijden van de A14 bevinden.

Dat de twee laatste slachtoffers haastig werden achtergelaten - de lichamen lagen ongeveer anderhalve meter van de weg - wijst erop dat de moordenaar ofwel gestoord werd of roekelozer wordt.

De politie van Suffolk heeft meer dan honderd agenten op de zaak gezet, maar gezien het een van de kleinste politie-eenheden van het land is, met een personeelsbestand van amper 1.300 agenten, krijgen ze hulp van andere politiekorpsen. Onder hen zitten minstens 123 speurders van Norfolk, Essex en de Metropolitan Police. De National Centre for Policing Excellence zet ook een regionaal team in.

n Moordhandleiding

Een van de eerste zaken die het hoofd van het moordonderzoek ongetwijfeld heeft gedaan, is een blik werpen op de moordonderzoekshandleiding die alle politiediensten tegenwoordig gebruiken in Groot-Brittannië. Die handleiding somt een rist maatregelen op, waartoe ook de samenstelling van een analistenteam behoort. Het is hun taak de belangrijkste stukjes een prioriteitsquotering te geven en samen te vatten. Die informatie wordt ingevoerd in de Holmescomputer (Home Office Large Enquiry System). Dat is een op zichzelf staande gegevensbank die de speurders helpt om raakpunten binnen een moordonderzoek op het spoor te komen.

De politie heeft tot dusver meer dan 2.300 telefoontjes gekregen van mensen die informatie hadden over de slachtoffers en vermoedelijke verdachten. De enorme hoeveelheid informatie wordt verwerkt door gespecialiseerde politiemensen die de hulp krijgen van de politie van Norfolk en Cambridgeshire. De informatie wordt beoordeeld en gerangschikt, afhankelijk van hoe snel de respons moet zijn.

De hoofdverantwoordelijke voor het onderzoek is de politiecommissaris van Suffolk, Alastair McWhirter. De operationele aspecten zijn in handen van assistent-hoofdcommissaris Jacqui Cheer. De agent die het onderzoek leidt, is politiehoofdinspecteur Stewart Gull. Het moordonderzoek wordt ook opgevolgd door commandant Dave Johnston, hoofd van de afdeling moord en ernstige misdaad van Scotland Yard.

Specialisten bekijken uren beeldmateriaal dat in de prostitutiewijk van Ipswich en in de omgeving in beslag is genomen. De politie heeft materiaal van de tientallen camera's die bevestigd zijn aan het stadion van Ipswich Town in Portman Road, dat in het centrum ligt van de kleine straatjes die de stedelijke prostitutiezone vormen, en heeft ook de hand gelegd op banden van de CCTV-camera's in de aanpalende straten. Ze proberen beelden te vinden van de slachtoffers die kunnen onthullen welke kleren ze droegen en die een idee geven van wanneer ze voor het laatst gezien werden. Tot nog toe is weinig geweten over wat de slachtoffers aanhadden, omdat ze allemaal naakt zijn teruggevonden. Tania Nicol is vaag te zien op een CCTV-opname van 30 oktober om 23.02 uur. Analisten zullen ook beeldmateriaal onderzoeken van de camera's op de A14, de A12 en andere wegen die leiden naar de plaatsen waar de lichamen gevonden zijn.

Een van de belangrijkste instrumenten van de speurders is een computertijdslijn, die de meest betekenisvolle stukken informatie in kaart brengt. Die worden ingevoerd in een computerprogramma van het bedrijf i2, dat de speurders helpt om belangrijke tendenzen en gemeenschappelijke thema's op te sporen.

© The Independent

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234