Vrijdag 20/05/2022

Analyse u Symfonieorkest van 't stad bestaat vijftig jaar

De hele geschiedenis van het orkest is een illustratie van de pogingen om los te breken uit het provincialisme

DeFilharmonie op een keerpunt

DeFilharmonie bestaat vandaag precies vijftig jaar. Nog maar vijftig jaar? Dat wekt verwondering, de meeste grote symfonieorkesten vieren nu hun honderdvijftigste of zelfs tweehonderdste verjaardag. Is het symfonieorkest dan geen product van de negentiende eeuw? En mogen we uit het feit dat deFilharmonie nog zo jong is besluiten dat 'ons' orkest dan wel heel wat moderner moet zijn geweest en moet zijn? Stephan Moens blikt terug en kijkt vooruit naar de toekomst van een symfonieorkest in de stad.

Zo eenvoudig is het niet. Toen een aantal tenoren uit het Antwerpse muziek- en cultuurleven, met als bezieler de impresario Gaston Ariën, vijftig jaar geleden De Philharmonie boven de doopvont hielden, was de bedoeling bijzonder burgerlijk-provinciaal: de Antwerpse burgerij vertier bezorgen, het volk verheffen en muzikanten (van wie velen door de repressie hun job verloren waren) werk verschaffen. Erg negentiende-eeuws dus voor het midden van de twintigste eeuw. Het plaatste De Philharmonie in de traditie van de Duitse stadsorkesten. De hele geschiedenis van het orkest, dat meer dan eens van naam veranderde (De Philharmonie van Antwerpen en 'van Vlaanderen', Filharmonisch Orkest van Vlaanderen, later met 'Koninklijk' ervoor, Filharmonie van Vlaanderen, deFilharmonie), is een illustratie van de pogingen om los te breken uit dat provincialisme en om de obstakels die die ambitie in de weg staan uit de weg te ruimen.

Na jaren van stijve degelijkheid en kwaliteitsvol conformisme onder Eduard Flipse en een periode van sociaal en educatief bewogen laissez faire (met kwaliteitsverlies tot gevolg) onder André Vandernoot begonnen de woelige jaren. Dorpskluchten zoals die rond de aanstelling van de jonge Vlaamse dirigent François Huybrechts, inclusief een bestuur dat de champetter wilde roepen om hem uit de repetitie te gooien, waren de orde van de dag. Mensen met visie, zoals Marc Clémeur en Luc Vanackere als directeur of Emil Tsjacharov en Günther Neuhold als dirigent, beten steeds weer hun tanden stuk op conservatieve reflexen in de raad van bestuur, autoritaire bemoeizucht van de voorzitter of corporatistische tendensen binnen het orkest. Vanackere keerde wel twee keer terug, maar hield het uiteindelijk toch voor bekeken. Hoewel sommige dirigenten gestaag probeerden te werken aan een kwaliteitsverbetering deden die conflicten en de voortdurende onzekerheid over de subsidiëring en zelfs het voortbestaan van het orkest de zaak geen goed. Op beleidsvlak had elke nieuwe minister wel een nieuw fusie- of reorganisatieplan klaar, waarvan er nooit een werd uitgevoerd. Enkel de niet-indexering van de subsidie was een constante.

Dat maakte deFilharmonie in de loop der jaren tot een orkest dat steeds tot de subtop wilde behoren en in feite een hoogst wisselvallig instrument bleef, soms in staat tot topprestaties en even vaak ondermaats spelend. Een verdere oorzaak daarvan was het feit dat het orkest nog altijd gebruikt werd om programma's 'op bestelling' te spelen in ongeschikte zalen in het hele land. Een 'groot' orkest moet dat niet doen, maar staat ter beschikking van 'zijn' stad of land, waarvan het een goede concertzaal krijgt aangeboden. De zaalkwestie is, zoals men weet, nog altijd niet opgelost, niet in Antwerpen en niet in Vlaanderen. In Antwerpen hoopt men op de verbouwing van de Elisabethzaal, Vlaanderen heeft alleen in het verre Brugge een cadeau gekregen. Overal elders blijft het behelpen, in Gent bijvoorbeeld met de Bijloke.

Het moet gezegd dat de opeenvolgende intendanten en dirigenten de problemen onderkend hebben en geprobeerd hebben eraan te werken. Vanackere scoorde vooral op het vlak van de programmering, zijn opvolger, Jan Raes, op dat van de interne organisatie. Inmiddels timmert Philippe Herreweghe al enkele jaren aan de muzikale intelligentie van het orkest. De nieuwe intendant, Hans Waege, lijkt vooral ingehuurd om het participatie- en diversiteitsverhaal van de huidige minister waar te maken.

Is dat de toekomst van een symfonieorkest in de stad? Uiteraard heeft een symfonieorkest geen reden van bestaan meer wanneer het, zoals vijftig jaar geleden, een clubje musici is tot vermaak van de burgerij en tot verheffing van het volk. Maar evenmin kan zo'n op het eerste gezicht anachronistisch orgaan overleven wanneer het alleen maar voor een select publiek op min of meer hoog niveau een canon van werken wil reproduceren. In een modern symfonieorkest is de constante reflectie op de betekenis en de interpretatie van dat repertoire een noodzaak. Maar het moet evenzeer een aandachtige en flexibele partner zijn voor de gemeenschap die het betaalt. De verwachtingen van die gemeenschap kan het niet allemaal invullen, maar het kan er wel een intelligent aanbod tegenover plaatsen dat niet alleen uit concertreeksen bestaat maar ook uit een ruime waaier van andere muzikale evenementen (de spreiding van kleinere ensembles die uit het orkest ontstaan, is veel gemakkelijker dan die van symfonische concerten), sociale en educatieve activiteiten en - waarom niet - elementen van marketing. DeFilharmonie doet dat allemaal al in zekere mate en mag er bij deze gelegenheid voor gefeliciteerd worden. Maar het kan nog intelligenter, nog beter. Het kan en het moet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234