Woensdag 13/11/2019

Analyse Kamerleden zitten op razend interessant dossier, maar doen er weinig mee

Commissie botst op haar limieten

Na meer dan twintig hoorzittingen heeft de Fortiscommissie al veel interessante bagger boven gewoeld. Maar tegelijk spreekt iedereen elkaar tegen over wat er echt gebeurd is tijdens de rechtszaken over de verkoop van de Fortis Bank aan BNP Paribas. Dat heeft de commissie in de eerste plaats aan zichzelf te danken. Wie niet tot het bot wil graven, vindt de waarheid niet. Door Ruud Goossens en Liesbeth Van Impe

Laat ons beginnen met het positieve nieuws. Van een gebrek aan inzet kan niemand de commissieleden beschuldigen: urenlang zaten ze de afgelopen week te luisteren naar de getuigenissen. Daarbij hebben ze tot nu toe al een behoorlijk interessante inkijk gegeven in de Belgische politieke en gerechtswereld anno 2008.

1 Contacten met magistraten alom

De scheiding der machten is volgens de meerderheid dan wel niet geschonden, ze kan na de hoorzittingen ook niet langer ontkennen dat er wel bijzonder veel telefonische contacten waren tussen de uitvoerende macht en de magistratuur. Volgt u even mee. Er werd op 6 november door een kabinetsmedewerker van de premier gebeld naar een substituut die zijn advies nog niet had afgerond. Een kabinetsmedewerker van Jo Vandeurzen belde op dezelfde dag naar de Brusselse procureur des Konings om dat advies, dat nog niet af was, op te vragen. De man van een rechter bij het hof van beroep belde met de kabinetschef van Leterme én met Jo Vandeurzen. Een kabinetsmedewerker van Vandeurzen belde met de procureur-generaal om problemen in de 18de kamer te melden. Het wordt allicht de simpelste (en misschien ook de enige) conclusie voor de onderzoekscommissie: zolang er geen uitspraak is gevallen, moeten kabinetsmedewerkers telefoontjes naar magistraten achterwege laten.

2 Het ging ook over de inhoud

Vraag is of er in die gesprekken ook informatie doorsijpelde vanuit de gerechtelijke wereld naar de politiek. Daar ontbreekt een smoking gun: niemand weet immers wat er in die gesprekken precies gezegd werd, volgens de meeste betrokkenen nooit iets over de inhoud van adviezen of arresten die op komst waren.

Maar er zijn toch ook behoorlijk wat verklaringen die in een andere richting wijzen. Zo zijn alle kabinetschefs het erover eens dat Olivier Henin, de kabinetschef van Reynders, op 6 november vooraf op de hoogte was van de strekking van het advies dat substituut Paul Dhaeyer nog moest afronden. Zo komt procureur-generaal Marc de le Court na een telefoontje van het kabinet van Vandeurzen zelf tot de conclusie dat er gelekt is uit het beraad. Het is moeilijk te begrijpen hoe dat kan, zonder dat er over de inhoud werd gesproken. En zo kan niemand die Jan De Groof vrijdagnacht zijn bijwijlen hilarische versie van de feiten zag geven in de Kamercommissie geloven dat die man zich terughoudend opstelde over de interne keuken van de 18de kamer in zijn contacten met top-CD&V'ers.

3 Coherente complottheorieën

Opmerkelijk: de chronologieën van de magistraten die van politieke druk gewaagden voor de commissie zaten een stuk coherenter in elkaar dan die van de mensen die het tegendeel beweerden. Ongetwijfeld is er in de 18de kamer van het Brussels hof van beroep veel afgeruzied in de aanloop naar het arrest van 12 december, maar het verhaal van Ghislain Londers (eerste voorzitter Hof van Cassatie), van Guy Delvoie (voorzitter het hof van beroep) en van Paul Blondeel (voorzitter 18de kamer) rolt zich wel logisch af. Zij begrijpen niet waarom de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) op 11 december plots een heropening van de debatten vroeg, wat tot vertragingen zou leiden, terwijl die FPIM tot dan toe altijd tot snelheid had aangemaand. Logische conclusie: de FPIM wisselde het geweer van schouder, nadat er (door Jan De Groof) info was doorgespeeld over de problemen in de 18de kamer van het hof van beroep.

Dat klinkt allemaal begrijpelijk, terwijl er in het verhaal van de andere kant toch enkele lacunes opvallen. Volgens de regering wachtte de FPIM enkel op een officieel document van de Europese Commissie en liet dat stuk acht dagen op zich wachten. Zelfs de trage postbestelling werd erbij gehaald. Maar die uitleg rammelt: een telefoon naar de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de EU had kunnen volstaan om dat document in handen te krijgen. Bovendien was het officiële stuk volgens Blondeel niet nodig om een verzoek tot heropening van de debatten in te dienen.

Ondanks al die interessante vragen slaagt de commissie er niet in om spijkers met koppen te slaan, om duidelijkheid te creëren. Dat heeft met een aantal andere factoren te maken.

1 Politieke onwil

Als het ergens de bedoeling is om tot op het bot te gaan, dan wel in parlementaire onderzoekscommissies. Voorwaarde is natuurlijk wel dat alle partijen dat ook willen en bereid zijn de partijpolitieke belangen enigszins te overstijgen. Met op de beklaagdenbank een ex-premier van 800.000 stemmen, een ex-minister van Justitie die op bijzonder veel sympathie kan rekenen en een zittende vicepremier die al eerder bewees het begrip politieke verantwoordelijkheid creatief in te vullen, blijkt dat bijzonder moeilijk. Zeker als die drie ook nog eens tot de huidige meerderheidspartijen behoren en er verkiezingen zitten aan te komen.

De taak van commissievoorzitter Bart Tommelein (Open Vld) beperkte zich dan ook tot het occasioneel de les lezen van al te hardnekkige oppositieleden en het met veel nadruk voorlezen van de onderzoeksmissie: vooral geen individuele verantwoordelijkheden vaststellen. CD&V, met MR in de slipstream, was vaak nauwelijks geïnteresseerd, behalve als een magistraat kwam vertellen dat er druk was uitgeoefend. CdH en PS deden er vooral het zwijgen toe, Open Vld-lid Geert Versnick stelde af en toe een venijnige vraag, maar wou de oppositie ook niet te veel helpen.

Als alleen de oppositie de waarheid boven wil spitten (en ook daar heerst natuurlijk een electorale logica), dan kan het dus gebeuren dat kabinetschefs Hans D'Hondt en Olivier Henin elkaar flagrant tegenspreken en niemand dat echt erg lijkt te vinden. Een normale onderzoekscommissie organiseert dan meteen een confrontatie tussen beiden, deze haalde vooral de schouders op.

2 Tijd

De beperkte ambities van deze onderzoekscommissie bleken al uit het strakke tijdskader dat ze zichzelf oplegde. Vooraf werd bepaald dat ten laatste half maart de commissie haar werkzaamheden moest afronden. Door de vaudeville in het begin met de juridische experts, beperkte dat het speelveld van de commissie tot een goede maand. Dat is bijzonder weinig, zeker in een complex dossier waarin tal van verhaallijnen door elkaar lopen.

De opgelegde timing had trouwens niets met het dossier zelf te maken, wel met externe politieke factoren. De meerderheidspartijen beslisten dat het onderzoek voorbij moest zijn voor de campagne zich op gang trekt. Extra tijd kopen omdat intussen wel duidelijk is dat zoiets nodig is, is dan ook geen optie.

3 Parallel strafonderzoek

De commissie moest er van in het begin rekening mee houden dat ook het gerecht met tucht- en strafprocedures bezig is. Dat geldt vooral voor alles wat er in de 18de kamer van het hof van beroep in Brussel fout is gelopen. Het is onderzoeksrechter Henri Heimans die het sms-verkeer opvraagt, de rechters hoort en het eigenlijke onderzoek voert. Nochtans bleek tijdens de werkzaamheden van de commissie dat er naast het lopende gerechtelijk onderzoek behoorlijk wat marge overblijft voor de parlementsleden. Volgens voormalig expert van de Dutrouxcommissie Brice De Ruyver had de commissie perfect meer documenten kunnen opvragen en het gsm-verkeer van de hoofdrolspelers kunnen laten natrekken. Maar dat deed men dus niet. Hoe meer een commissielid in opdracht van zijn partij zat te hopen dat het allemaal snel voorbij zou zijn, hoe vaker die naar de parallelle onderzoeken als belemmerende factor verwees.

n De Fortiscommissie onder leiding van Bart Tommelein (m.), wiens taak zich vooral beperkte tot het occasioneel de les lezen van al te hardnekkige oppositieleden en het met veel nadruk voorlezen van de onderzoeksmissie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234