Dinsdag 22/06/2021

ANAÏS VAN ERTVELDE

'Dat die drie godverdomme eindelijk eens uit de kast komen.' Ik parafraseer, maar zoiets zei een professor seksualiteitsstudies jaren geleden. De man is bekend om zijn onstuimig karakter. 'Ze zitten op het mooist bewaarde onderduikpand van Nederland. Beter intact dan het Anne Frank Huis. En wat doen ze ermee? Niets. Ze vertikken het om de homobeweging dat WO II-erfgoed te schenken. Waarom zeggen ze niet hardop dat er homo's zaten ondergedoken? Niet gewoon Joodse studenten. Homo's, die elkaar door de oorlog sleepten met een psychologisch vangnet geweven uit kunst. Gezeten naast de uitgeholde piano, die als verstopplek kon dienen, droegen ze Duitse literatuur voor naar het voorbeeld van 19de-eeuwse dichterscirkels.'

Uit de kast komen, dat waren de drie mannen die het in het voormalige onderduikhuis gelegen cultuurcentrum bestierden niet van plan. Of toch niet toen ik er als studente stage liep. Ze vonden zichzelf namelijk niet in een kast zitten. De adellijke schilderes van wie het Amsterdamse grachtenpand was en die heel die onderduik mee in goede banen leidde, had het ooit zo verwoord: 'Ik heb lak aan burgerlijke normen rond seks, maar ik heb evengoed lak aan de activistische plicht om jezelf te benoemen en te bevrijden.'

Zo dacht de huidige generatie er ook over. Net als hun voorgangers volgden zij oudere tradities van homo-erotische banden tussen mannen. Tradities die tussen de plooien van de geschiedenis zijn gevallen. Overstemd door het geroep over identiteit en openlijke seks van de emancipatiebewegingen van de jaren 70. Er waren nog redenen voor die gesloten houding over een verleden dat in iedere toeristengids zou kunnen staan. Dat voelde ik zelfs als jonge twintiger aan. Het was het oorlogstrauma, opperde ik in de paper die ik schreef voor de universiteit, het esoterische Duitse cultuurerfgoed, de gesloten dichterskring.

Mijn buikgevoel vertelde me meer dan mijn pen schrijven wilde. Van iedere foto, van elke brief droop de erotische aantrekkingskracht tussen de jongere en oudere onderduikers. Deze zomer verscheen er in een Nederlands opinieblad een stuk over seksueel misbruik door de voorlopers van het huidige cultuurcentrum. Het ging in dat stuk om de jaren 70, niet om de oorlogsperiode waar ik rond werkte, maar er was onmiskenbaar een rode draad: homoseksuele jongeren waren kwetsbaar omdat de tijdgeest hen slechtgezind was.

Opeens wist ik wat ik was. Een stille getuige. Zo eentje die niets zei. Mijn gedrag is gemakkelijk goed te praten. Ik was zelf betoverd door het mysterieuze grachtenpand, door de gemeenschap van denkers die er huisde. Er moesten punten gehaald, er waren hiërarchische relaties. Tastbaar bewijsmateriaal had ik niet, niemand liep gevaar. Ik kon me inleven in verhoudingen die machtsonevenwichtig waren maar in de mate van het mogelijke wederzijds: als opgesloten tiener zag ik mezelf zo op een oudere dichter storten, uit verveling, uit doodsverachting.

Evengoed, ik had mijn vermoedens over de schimmigere kanten van dit verleden kunnen articuleren. Iemand aan de mouw trekken. Lastig doen. Ik ervoer hoe gemakkelijk het is zo verstrikt te zijn in prettige alledaagsheid dat je die voortzet. Hopelijk herken ik daardoor dat gevoel nu tijdig, aarzel ik niet meer om ongemakkelijke vragen te stellen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234