Maandag 27/01/2020

Interview Theater

An Miller en Filip Peeters in theaterstuk over zelfdoding: ‘Je kinderen op scène vermoorden, dat is superpittig’

An Miller en Filip Peeters: ‘Onze dochters zijn volwaardige collega’s van ons geworden.’ Beeld Joris Casaer

De première is pas zaterdag, maar toch rolt Familie van Milo Rau al een tijdje over de tongen. Samen met hun tienerdochters geven An Miller en Filip Peeters gestalte aan een gezin dat zelfmoord pleegt. En dat zet ook de relaties binnen het gezin op scherp. ‘Het is makkelijker om met Filip te leven dan om met hem te spelen.’

“Toen ze een jaar of twee oud was, was een van onze dochters op een gegeven moment heel hard aan het huilen. Ik vroeg: schatje, wat is er aan de hand? Waarop zij zei: ‘Zeg, laat mij eens gerust, ik ben een baby’tje aan het spelen.’”

Dat acteertalent in de genen zou zitten, daaraan heeft actrice An Miller (45) nooit veel waarde gehecht. Maar nu ze met haar dochters Leonce (14) en Louisa (15) op scène staat in Familie, de nieuwe voorstelling van Milo Rau, begint ze daar toch enigszins aan te twijfelen. “Aan de kinderen van twee acteurs wordt altijd gevraagd: en, ga jij later ook acteren? Zit het acteren ook jou in het bloed? Aan de kinderen van iemand die in de Delhaize werkt, vragen mensen dat niet. Dus natuurlijk denken ze daar dan over na: zit dat echt in mijn genen, of niet? Ik heb daar nooit in geloofd, maar kijk...”

An Miller

• geboren in 1974 in Anderlecht • studeerde in 1996 af aan Studio Herman Teirlinck • speelde theater bij de Blauwe Maandag Compagnie, Bronks, Nieuw­poorttheater en Het Paleis • behoorde tot 2018 tot het vaste acteursensemble van NTGent • bekend van series als In de gloria en Het eiland ,en films als Dagen zonder lief en Tot altijd • getrouwd met Filip Peeters en moeder van Louisa (15) en Leonce (14)

Erg vergezocht is het niet. Millers echtgenoot en de vader van haar kinderen is acteur Filip Peeters (57). Met z’n vieren geven ze in Familie gestalte aan de familie Demeester, een doorsneegezin uit Calais dat zich op een avond in 2007 verhing in de veranda. Vader, moeder, twee kinderen. “Zonder aantoonbare reden”, vertelt Peeters erbij. “Ze lieten enkel een briefje achter: ‘We hebben het verkloot.’” Miller citeert: “‘On a trop déconné. Pardon.’ En een paar aanwijzingen over hoe de honden moesten worden opgevangen.”

Familie gaat morgen (zaterdag 4 januari) pas in première, maar dat Milo Rau de zelfdoding “in volle omvang toont”, doet al een tijdje stof opwaaien. Het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie gaf aan zich ‘zorgen’ te maken: ‘Vanuit het standpunt van suïcidepreventie is het tonen van zelfdoding op scène problematisch. Dat kan aanzetten tot copycatgedrag.’

Filip Peeters

• geboren in 1962 in Anderlecht • kok van opleiding • debuteerde in 1984 in De Leeuw van Vlaanderen • bekend van series als Recht op recht en Salamander, en films als De hel van Tanger en Loft; hij regisseerde zelf Wat mannen willen • speelde mee in talloze Duitse films en series • heeft een eigen productiehuis, Look@Leo • getrouwd met An Miller en vader van Louisa (15) en Leonce (14) • gemeenteraadslid in Boechout

Peeters en Miller benadrukken dat zowel NTGent als zijzelf dat absoluut willen vermijden. “Ik hoop dat niemand na dit stuk denkt: er een eind aan maken is de beste oplossing”, zegt Miller. “Het is niet omdat die familie voor veel mensen herkenbaar zal zijn, dat ze ook sympathie moeten voelen voor die daad. Het blijft theater. We reiken dingen aan om over na te denken. Niet om te kopiëren.”

Peeters: “Zijn we wel goed bezig, zoals we nu leven, in deze consumptiemaatschappij? Slagen we erin om geluk te vinden? Kan deze wereld ons nog een toekomst bieden? Hoe moet het nu verder? Dat zijn vragen die we willen opwerpen. Maar we willen niet dat mensen aan deze familie een voorbeeld nemen.”

‘We hebben véél heftige gesprekken gehad met de kinderen. Tot we zeiden: kunnen we het nu gewoon weer even over de spaghetti hebben?’ Beeld Joris Casaer

Doordat jullie zelf als een ‘echte familie’ op scène staan, wordt de grens tussen realiteit en fictie wel heel dun.

Filip Peeters: “Dat klopt. Die lijn wordt heel onduidelijk. Als toeschouwer weet je niet waar de familie Demeester stopt en de familie Peeters-Miller begint. Dat is het spannende eraan. Daardoor krijgt het stuk ook iets voyeuristisch.”

Ann Miller: “Als ik mijn kinderen op scène een klets geef, wil dat dan ook zeggen dat ik mijn kinderen thuis een klets geef? Niet per se. Maar zou ik mijn kinderen thuis een klets kúnnen geven? Absoluut. Als toeschouwer weet je niet hoe dicht het gezin op scène bij ons eigen gezinsleven staat.”

Waren jullie meteen enthousiast over het idee om jullie eigen kinderen te laten meespelen?

Miller: “Nee. Milo was naar mij gekomen met het idee om een familiedrama te spelen, met kleine kinderen, waarbij ik de moeder zou spelen. Ik zat net op een punt waarbij ik beslist had: ik wil wat minder theater doen, en vooral in de weekends en vakanties veel tijd met mijn kinderen spenderen. Dus antwoordde ik hem dat ik dat niet zag zitten. Want als je een voorstelling met kinderen maakt, moet je in de vakanties en de weekends repeteren.

“Maar hij dacht al aan een volgende stap: ‘Anders doen we het met jouw kinderen? En jouw echtgenoot is ook acteur? Misschien wil hij ook wel meespelen?’ Ik dacht eerst: wat een belachelijk plan. Ik ga echt niet met mijn man en mijn kinderen op scène staan. Maar hij had wel een zaadje geplant. Toen ik het thuis vertelde, dacht ik dat Filip ook zou zeggen: wat een bespottelijk idee.”

Maar thuis werd er wél enthousiast gereageerd?

Peeters: “Ik heb dat idee niet direct afgeschoten. We hebben daar verder over gepraat. Dat ballonnetje was de lucht in gegaan, we zagen dat vliegen en bedachten toen: wij hebben hier niets over te zeggen; dit is een zaak van de kinderen. Wij weten hoe theater in elkaar zit, wij weten wat er allemaal kan gebeuren. Maar zien zij dat wel zitten? Onze oudste dochter, Louisa, was al eens gecast voor een film, maar uiteindelijk had ze dat niet gedaan, omdat ze een beetje onzeker was en zich niet helemaal veilig voelde. Maar dit was anders. Omdat ze onder onze vleugels kon spelen. En de kinderen waren natuurlijk wel nieuwsgierig om eens te proeven van die theateromgeving.”

Repetitiebeeld van het gezin Peeters-Miller als de familie Demeester. Beeld Michiel Devijver

Miller: “Nu, wij hadden als ouders ook kunnen zeggen: dit is geen goed idee, we gaan dat niet doen.”

Peeters: “Binnen ons gezin moet alles gewoon bespreekbaar zijn. En de belangrijkste vraag was: hebben zij daar goesting in? Dat bleek het geval te zijn. Wie zijn wij dan om hen dat te verbieden?”

De ouders?!

Peeters: “De grootste voorwaarde was dat hun schoolwerk er niet onder zou lijden. We hebben de voor- en nadelen afgewogen. Het nadeel is dat er veel risico’s zijn. Want je zit met dochters die veertien en vijftien zijn, die zich willen losmaken van het gezin en een autonoom leven willen leiden. Juist dan gaan we met hen een familiedrama spelen. Onder een regie van Milo Rau, die redelijk diep graaft in persoonlijke kwesties. Dat is de omgekeerde beweging van wat logisch is, op die leeftijd. De relaties binnen ons gezin worden tot op het bot gefileerd. Dat kan tot grote conflicten leiden. Anderzijds kan het ook een positieve ervaring zijn, natuurlijk.”

Miller: “Het is ook een goede manier om kennis te maken met het acteren. Ik heb liever dat ze het nu proberen, dan dat ze op hun achttiende een acteeropleiding volgen, achteraf merken dat het hun ding niet is en voor de rest van hun leven het gevoel hebben dat ze een mislukte acteur zijn. Ik ken veel mensen die na hun acteeropleiding een fantastische job hebben gevonden, maar altijd dat gevoel hebben overgehouden: ik ben een mislukte actrice.”

Zouden jullie de keuze voor een acteercarrière...

Miller: “Aanmoedigen? Nee.”

Peeters: “Acteren wordt erg geromantiseerd. Ik ben kok van opleiding, en het idee van een eigen restaurant lijkt ook heel romantisch. Maar de realiteit is: het is keihard werken. Je bent nooit klaar. En de winstmarges zijn veel te klein. (lacht)

Miller: “Nu merk ik dat ik op mijn eigen ouders begin te lijken. Toen begreep ik hen niet. Want als ik wilde acteren, dan mocht ik toch wel acteren zeker? En nu ben ik zelf degene die denkt...”

Peeters: “... studeer eerst maar iets fatsoenlijks!”

Miller: “We zullen zeker niet zeggen dat ze niet mogen acteren. Maar het is niet de eerste job waarvan je als ouder zegt: doe dat maar, dat zal zeker lukken. Er is een groot verschil tussen talent en een carrière. Toeval is heel belangrijk.”

Miller: ‘Toen we trouwden, dacht ik: als die over vijf jaar aan een beademingsmachine hangt... Ik wist toen niet of ik bij Filip zou blijven.’ Beeld Joris Casaer

Peeters: “Het is goed dat ze dit nu proberen. Het is gezond om seks voor het huwelijk te hebben. Anders weet je niet...”

Miller: “... waaraan je begint. Ze kúnnen acteren. Maar willen ze het ook? Voorlopig willen ze een andere richting uitgaan. Louisa wil modeontwerpster worden – ze heeft ook de kostuums voor Familie ontworpen, Leonce kinderpsychiater.”

De afgelopen jaren, Filip, gaf u meermaals aan het acteren beu te zijn. U hebt met Look@Leo een eigen productiehuis opgericht en met Wat mannen willen uw eerste film geregisseerd. Waarom staat u nu terug op de planken?

Peeters: “Omdat het met mijn gezin is. Anders had ik dit nooit gedaan. “Maar het is ook zo: hoe minder je iets doet, hoe fijner het wordt om het wél te doen. Hoe meer honger je weer krijgt. Door met andere dingen bezig te zijn, door een aantal rollen af te zeggen, denk ik nu: ja, waarom niet? Met mate.

“Het was nodig om mezelf opnieuw uit te vinden. Ik had een aanbieding voor een tv-reeks en had tot aan mijn pensioen hetzelfde kunnen blijven doen. Maar dat vind ik niet interessant. Op die manier voel ik me een ambtenaar. Ik wil telkens nieuwe horizonten verkennen; dat houdt me alert. Ik leef liever op het scherp van de snee dan me te laten meevoeren met de stroom.”

“Het was van 1997 geleden dat ik nog in het theater speelde. Maar dit is een avontuur. We hebben het gevoel: we kopen met het hele gezin een boot, we maken een wereldreis en we moeten het met elkaar zien te redden.” 

‘Als toeschouwer weet je niet waar de familie Demeester stopt en de familie Peeters-Miller begint. Het stuk krijgt ook iets voyeuristisch.’ Beeld Joris Casaer

Heel vaak hebben we jullie nog niet zien samenspelen: enkel in Loft en Salamander waren jullie al samen te zien.

Miller: “Salamander was de eerste keer dat we echt samenspeelden. Dat is gevaarlijk, natuurlijk, want als het op acteervlak niet klikt... Als je elkaar heel goed kent, kun je elkaar binnen luttele seconden betrappen op trucs. Dat is heel uitdagend. Je kunt niet liegen tegen elkaar.”

Peeters: “Dat denk jij. (lacht)

Miller: “Het was in ieder geval geen bewuste keuze om weinig samen te doen. We hebben allebei gewoon andere paden bewandeld.”

Peeters: “Als je acteert, ben je afhankelijk van aanbiedingen. Er zijn niet altijd rollen waar je echt je tanden in kunt zetten.”

Miller: “Zulke rollen krijg je niet elke dag.”

Uw echtgenoot heeft nu een eigen productiehuis, An. Dat biedt mogelijkheden, denk ik dan.

Peeters: “Mijn eigen vrouw een rol geven: zo kan ik kosten besparen!”

Miller: “Kosten besparen? Dat zou nog wel eens dik kunnen tegenvallen.

“Vroeger zat ik daar echt mee in mijn maag als er zo werd geredeneerd. Bij Salamander, bijvoorbeeld. Dat was echt omdat Frank Van Mechelen (de regisseur, red.) mij had gevraagd. Maar ik trok het mij echt aan dat mensen misschien dachten dat ik die rol via Filip had gekregen.

“Nu denk ik: fuck them all. Filip gaat heus geen productiehuis beginnen en mij een rol geven om mij werk te bezorgen. Hij begint een productiehuis om mooie dingen te maken. Als ik daarin pas, zal hij me vragen. En als ik daar zin in heb, zal ik ja zeggen. Wat de mensen daarover denken, dat laat me koud. Als je je daarmee moet bezighouden, word je zot.”

Vinden jullie het eigenlijk leuk om samen op de scène of op de set te staan?

Miller: “Het is zeker gemakkelijker om met Filip te leven dan om met hem te spelen.”

Peeters: “Jij bent anders ook geen gemakkelijke, hoor. Zo veeleisend!”

En is het makkelijk om met jullie dochters te acteren?

Miller: “Als dat niet had gewerkt, hadden we ermee moeten stoppen. Ik wil niet op tournee gaan en elke avond mijn tenen voelen krullen omdat ze het niet goed doen. Ik heb ook moeten leren om hen niet voortdurend als hun moeder te bekijken. In plaats van als ouders en kinderen staan we als collega’s naast elkaar. Dat hebben we ook geleerd: misschien moeten we soms wat beter luisteren in plaats van hen meteen terecht te wijzen.”

Peeters: “Door dit te doen, maken ze zich ook onafhankelijk van ons. Want in één beweging zijn ze volwaardige collega’s geworden.”

De hiërarchie tussen ouders en kinderen is weggevallen?

Miller: “Als we werken wel. Thuis niet.”

Peeters: “Het is heel verrijkend. De openheid in onze familie is nóg groter geworden. Er is een verschuiving in de onderlinge relaties. Omdat we ons in een extreme situatie begeven, verdwijnt het kabbelende leven van ons gezin. Maar dat moet gebeuren. We moeten hierdoor. Op een harmonieuze manier, als het kan.”

Zijn er geen spanningen geweest?

Peeters: “Je leert elkaar pas echt kennen in crisissituaties. Die komen eraan. In de laatste rechte lijn naar de première zie je de ware aard van de mens.”

Miller: “Het is zeker ook moeilijk, af en toe. Maar niet in die mate dat we al ruziënd naar huis rijden.”

‘Een regisseur in ons gezins­leven, dat zou eigenlijk nog wel praktisch zijn.’ Beeld Joris Casaer

Het is een stuk over vier mensen die zich afvragen waarom ze hun leven leiden. Dat lijken geen voor de hand liggende gesprekken, tussen twee ouders en hun tienerdochters.

Miller: “Maar het zijn wel belangrijke gesprekken. Kijk, wat doen tieners vandaag? Ze tonen aan hun vrienden dat alles in hun leven goed gaat. Ze zetten de leukste foto’s online, ze vertellen de leukste verhalen. Maar vertellen dat je soms ook eenzaam en triestig op je kamer zit en twijfelt aan jezelf, dat gebeurt niet.”

Peeters: “Terwijl meer dan de helft van de jongeren zich eenzaam voelt.”

Miller: “Zulke onderwerpen zijn we ook niet uit de weg gegaan. Waar gaat het soms mis, waarom voel je je soms ongelukkig? Dat zijn moeilijke gesprekken. Maar daarom is het ook de moeite waard.”

Peeters: “We hebben véél van die gesprekken gehad. Tot we het beu werden en zeiden: kunnen we het nu gewoon weer even over de spaghetti hebben, en met welke saus we die vanavond gaan eten?”

Miller: “Maar ook voor ons is het vaak confronterend. Als Milo bijvoorbeeld aan de kinderen vraagt: wat vind je eigenlijk van het huwelijk van je ouders? Wil jij later ook zo’n huwelijk? Dat doet ons ook wel nadenken.”

Jullie praten erover alsof elk gezin eens samen een familiedrama moet ensceneren.

Peeters: “Het is een familietherapie die wel gezond kan zijn, denk ik. Maar ik denk dat Milo Rau niet zo veel tijd heeft om al die families te regisseren.”

Miller: “Het is belangrijk dat Milo erbij is, inderdaad. Het is een bewuste keuze om alle vier op gelijke hoogte te staan, onder een regisseur. Iemand anders moet de beslissingen nemen. Voor ons is het goed dat er iemand bij zit die zegt: we gaan het zo doen, en niet anders. Een regisseur in ons gezinsleven, dat zou eigenlijk nog wel praktisch zijn.”

Peeters: “Een scheidsrechter! Iemand die zegt: die opmerking had je niet mogen maken, nu ben je ruzie aan het zoeken. Ja, zo iemand, dat zou wel gemakkelijk zijn.”

Miller: “Dan kan die zeggen wie er gelijk heeft. Maar nu ik erover nadenk: eigenlijk nemen onze kinderen die rol al op zich.”

Milo Rau is wel een regisseur die van zijn acteurs verwacht dat ze veel van zichzelf in hun personage leggen. Is dat niet moeilijk, als het over een familiale zelfdoding gaat?

Miller: “Bij een van onze eerste improvisaties zei Milo: oké, jij bent de moeder, je schrijft een afscheidsbrief, en je vermoordt je twee kinderen. Maar een van de twee vecht terug. Je moet een kussen op haar hoofd drukken om haar te doden. Dat was een van de eerste improvisaties: superpittig, maar ook heel spannend.”

Repetitiebeeld. Beeld Michiel Devijver/NTGent

Kunnen jullie je inbeelden hetzelfde te doen als de familie Demeester?

Miller: “Het is onze job om dat te kunnen. Ik kan me van niks indenken: dat zou me nooit kunnen overkomen. Maar dit is wel een van de heftigste dingen die ik me kan voorstellen. Je kinderen meenemen in de dood, dat is verwerpelijk. En degoutant. Maar als koppel samen sterven, ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Maar dan wel eerder op je negentigste.”

Toch hebben jullie tijdens jullie huwelijksceremonie de woorden ‘Tot de dood ons scheidt’ niet uitgesproken.

Peeters: “Wij vonden dat niet gepast. Dat kun je toch niet beloven? Dat is toch niet realistisch?”

Miller: “Toen hebben we tegen elkaar gezegd: ik geloof in jou. Om uit te drukken: we gaan ervoor en we zien wel wat er gebeurt. Dat vond ik juister dan te zeggen ‘Tot de dood ons scheidt’. Want als hij een dag later een enorme lul blijkt te zijn, die mij elke dag kloot en het bloed vanonder mijn nagels haalt, ga ik daar toch niet bij blijven, zeker? Zelfs als je kinderen hebt. Ik wens het onze kinderen niet toe, maar als hij te ver gaat, gaat hij te ver. Al hoop je natuurlijk wel dat je altijd samen kunt blijven. Daar gaan we nu nog altijd voor.”

Peeters: “Bedankt voor deze mooie woorden.”

Miller: “Ondertussen denk ik wel: als Filip morgen aan een beademingsmachine komt te hangen, zal ik voor hem blijven zorgen. Tot hij weer wakker wordt of tot hij sterft. Maar toen wij trouwden, dacht ik: als die over vijf jaar aan een beademingsmachine hangt...”

Peeters: “... take the money and run!

Miller: “Ik wist toen niet of ik bij Filip zou blijven. Maar nu zijn we al zo lang samen, we hebben zo veel paden samen bewandeld, dat ik me wel kan voorstellen dat ik tot het einde ga. Tenzij we morgen scheiden, natuurlijk.”

Peeters: “Dat weet ik dan ook alweer. Waarvoor een interview al niet goed kan zijn.”

Familie van Milo Rau, zaterdag in première in NTGent Schouwburg. Alle info: ntgent.be.

Hebt u vragen over zelfdoding en wilt u erover praten? Bel gratis de zelfmoordlijn 1813.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234