Zaterdag 28/01/2023

Amos Oz

Over eenzaamheid gaat zijn nieuwe roman. Over hoe je, als deel van een groep, toch bijzonder alleen kunt zijn. Zondag komt Amos Oz in Brussel praten over 'Onder vrienden', dat nieuwe boek. Een man die, als geen ander, bezorgd is om zijn land.

Oz is zijn echte naam niet. Oz is de naam die Amos Klausner, geboren in Jeruzalem en in mei 74 jaar, koos toen hij 15 was. Zijn moeder had zelfmoord gepleegd, zijn vader ontgoochelde hem. Door Klausner te ruilen voor Oz, het Hebreeuwse woord voor 'kracht' en 'moed', maakte de schrijver een levenskeuze. Een statement ook. In een interview met de Volkskrant, drie jaar terug, zei Oz daarover dat die keuze ingegeven werd uit noodzaak. Als een soort opstand tegen zijn vader. "Hij woonde in Jeruzalem, ik verhuisde naar de kibboets. Hij was een intellectueel, ik ging tractor rijden. Hij was rechts, ik werd een socialist. Hij was klein, ik besloot lang te worden - wat om een of andere reden niet gelukt is."

Over dat leven in de kibboets vertelt Onder vrienden(zie p. 3), de nieuwe verhalenbundel van de Israëlische auteur die in Arad woont en die zondag door Passa Porta en Flagey in Brussel wordt ontvangen in de reeks 'Het Europa van de schrijvers'. Oz kan daarover schrijven. Oz weet hoe het leven in de kibboets eraan toeging. Hij woonde er en schreef er al eerder over. Vaker.

Artsot hatan, zijn debuut dat zou vertaald kunnen worden als De landen van de jakhals, was al een verzameling verhalen die zich in en rond het leven in kibboets Choelda (waar hij vanaf zijn vijftiende woonde) afspeelden. Veel later, in Een verhaal van liefde en duisternis, opnieuw. Uitgebreid en autobiografisch toen, in een boek dat als het meesterwerk van de auteur wordt beschouwd. Helemaal op het einde: "Toen ik betrapt werd op het krabbelen van gedichten in het verwaarloosde achterkamertje van het cultuurhuis in Choelda, was het iedereen al duidelijk dat er van mij nooit iets zou terechtkomen." Een boutade, vandaag prijkt Oz al jaren op het lijstje van kandidaten voor de Nobelprijs literatuur. Daar staat hij als Israëliër overigens niet alleen, ook David Grossman duikt daar elk jaar op.

Waarom opnieuw over die kibboets schrijven? In een interview met de Israëlische krant Haaretz vertelde Amos Oz daar vorig jaar al over. "Veel van mijn dromen spelen zich nog altijd in de kibboets af en het zijn reflecties van een onopgeloste relatie met de kibboets", aldus Oz. "Ik ben er niet zomaar vertrokken, ik ging er weg (na 30 jaar, RVP) omwille van de gezondheid van mijn zoon Daniel. Er waren een paar dingen aan het leven daar waar ik niet van hield. Maar ik mis de dingen waar ik wel van hield. In dit boek wilde ik daar terug naartoe en ernaar kijken. Vooral dus naar die eenzaamheid in een gemeenschap waar verondersteld werd dat daar geen plaats voor was. In enkele verhalen wordt gesproken over 'bijna aanraken'. Mensen doen dat soms bijna, maar iets blokkeert hen. Je kunt het een beetje vergelijken met het schilderij van Michelangelo waar de ene vinger de andere bijna aanraakt."

Een boek als vonk

Verwerkt en onverwerkt verleden: het eigen leven van de schrijver als basis, zeg maar bodem, van een oeuvre. Bruusk begonnen dus met die zelfmoord van zijn moeder, Fanja Mussman, een vrouw uit een rijk geslacht dat door de geschiedenis van de eerste helft van de vorige eeuw werd vermaald. Een deel van de familie werd uitgemoord in het Poolse Rovno, een ander deel kwam berooid in Palestina aan. In Een verhaal van liefde en duisternis: "Mijn moeder beëindigde haar leven in de flat van haar zuster in de Ben-Jehoedstraat in Tel Aviv in de nacht van zaterdag op zondag 6 januari 1952, ofwel 8 tevet 5712. In het land was toen een hysterisch debat gaande over de vraag of de staat Israël van Duitsland al dan niet compensatie mocht eisen en accepteren voor het verlies van bezit van Joden die in de Hitlertijd vermoord waren."

Oz is twaalf op dat moment. Waarover de jongen dan niet spreekt met zijn vader is uitgerekend die dood van zijn moeder. Zoals gezegd komt hij in opstand tegen die man, Jehoeda Arjee Klausner, een man die graag literatuurprofessor was geworden. Volgens Amos Oz iemand met een verbazingwekkend geheugen, een briljant student, deskundig in de wereldliteratuur en de Hebreeuwse literatuur, thuis in vele talen (het getal zeventien valt ergens) en ook onder meer in het werk van Goethe, Shakespeare en Mickiewicz. Maar: nooit literatuurprofessor. Dat komt door zijn oom Josef, 'professor doctor Josef Klausner', die Jehoeda volgens Amos Oz "koesterde en onder zijn hoede nam" maar zijn neef nooit als assistent koos om kwade tongen geen kans te geven. Wat een streep door de carrière en door het leven van Jehoeda Klausner betekende. "Als ik geen familie van hem was geweest, als hij maar een klein beetje minder van mij had gehouden, wie weet was ik dan nu ook docent aan de vakgroep Hebreeuwse literatuur geweest in plaats van een ondergeschikte bibliotheekmedewerker."

Amos is enig kind en hij gaat zijn weg zoeken. Opgegroeid tussen boeken dus, dat zeker, maar in de kibboets moet Oz dus in een "verwaarloosd achterkamertje" schrijven. Of, zegt het verhaal, 's nachts op het toilet. Hij moet toestemming vragen om een dag per week niet te moeten werken en te mogen schrijven. Later twee dagen. Toch: geen rancune. In de Volkskrant: "Het was de beste universiteit waar ik had kunnen studeren. Ik heb er meer over de menselijke natuur geleerd dan ik had kunnen leren in Tel Aviv. Ik heb heel intiem de levens van vierhonderd mensen leren kennen. Ik kende al hun verhalen, al hun roddels."

Oz debuteert in 1965. Twijfelend. Hij had Ernest Hemingway en Erich Maria Remarque gelezen. Was onder de indruk. En dacht dat je, om te schrijven, de wereld gezien moest hebben. Of wonen in "een echte plaats". "Parijs. Madrid. New York. Monte Carlo. De woestijnen van Afrika of de Scandinavische bossen. Als de nood aan de man kwam, kon je misschien zelfs schrijven over een schilderachtige stad op de Russische steppe of een sjtetl in Galicië." Maar Choelda?

Winesburg, Ohio, een roman uit 1919 waarin Sherwood Anderson het eenvoudige leven van enkele mensen uit dit Amerikaanse stadje beschrijft, opent zijn ogen. De timmerman, het hoofdpersonage uit het ene verhaal, duikt in een bijrol op in een ander. Een boek als een vonk, een vlammetje dat brandt tot een bibliografie: De derde toestand, Mijn Michaël, Een verhaal van liefde en duisternis, Black Box, Dorpsleven, nu Onder vrienden. "Dankzij hem (Sherwood Anderson, RVP) realiseerde ik me dat het geschreven woord niet van Milaan of Londen afhangt, maar altijd van de hand die het schrijft, waar dat schrijven ook gebeurt. Waar je zelf bent, ligt het centrum van het universum."

Hypnotische energie

Dat was toen Choelda. Vandaag is dat Arad. Altijd Israël, het beloofde land, het land dat tot vandaag als een scherf bij Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon in het Midden-Oosten ligt. En de Palestijnse gebieden, natuurlijk. In 1961, Oz is dan 22, durft hij het aan een antwoord te schrijven op een artikel van Israëls eerste minister David Ben Goerion in de krant Davar. Ben Goerion had geschreven dat er geen gelijkheid mogelijk was tussen mensen, Oz vond dat hij ongelijk had.

"Toen het artikel verscheen, wekte het grote woede in de kibboets", lees je in Een verhaal van liefde en duisternis. "Hoe durf je van mening te verschillen met Ben Goerion." Maar die woede slaat om als de eerste minister op zijn beurt in Davar antwoordt met een essay en al helemaal als iets later in de eetzaal van Choelda de telefoon rinkelt: Ben Goerion nodigt Amos Oz uit voor een ontmoeting in Tel Aviv. Een ontmoeting die indruk maakt op Oz. Hij krijgt een preek van de eerste minister, een lang betoog over de zeventiende-eeuwse filosoof Spinoza én Ben Goerion blijkt ook nog de paar gedichten die Oz op dat moment al heeft gepubliceerd in enkele onbeduidende blaadjes van de kibboetsbeweging te hebben gelezen. Meer dan veertig jaar later schrijft Oz: "Sindsdien heb ik meer beroemde mensen ontmoet, ook politieke leiders, onder wie ook fascinerende figuren, soms met veel persoonlijke charme. Maar niemand heeft zo'n scherpe indruk bij me achtergelaten van fysieke aanwezigheid en van elektriserende wilskracht. Ben Goerion had, in elk geval die ochtend, een hypnotische energie."

Onder de wapens

Dat het politieke bewustzijn van Amos Oz in die periode verder vorm krijgt, is duidelijk. Ook hij moet onder de wapens. En ook hij ziet in 1967 zijn land in de Zesdaagse Oorlog (tussen 5 en 10 juni) de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever bezetten, wat bij de Israëlische bevolking voor euforie zorgt. Maar Oz realiseert zich meteen de valkuilen voor zijn land. Dat leidt, dan al, tot The Seventh Day, een reeks verhalen en bedenkingen van soldaten na die Zesdaagse Oorlog.

Oz is een van die soldaten. Zijn punt: een langdurige bezetting van de Palestijnse gebieden zal het bestaansrecht van de Joodse staat op de helling zetten. Oz pleit voor een snelle vrede met de Palestijnen en een eigen staat voor hen in Gaza en op de Westoever. En 45 jaar later is hij daar, in Haaretz, nog altijd van overtuigd. "De vrede waarover ik spreek, ligt al jaren op tafel en ligt gewoon op ons te wachten. We moeten alleen voorover buigen en het oppikken. Of, voorzichtiger gezegd, is het nog altijd mogelijk om het Israëlisch-Palestijnse conflict te reduceren tot een conflict Israël-Gaza. De prijs daarvoor kennen we allemaal: vaarwel zeggen aan de bezette gebieden. Akkoord gaan met twee hoofdsteden in Jeruzalem en naast een Palestijnse staat op de West Bank leven. Echt, ik zie dit niet als een prijs die we moeten betalen, maar als een toegevoegde waarde voor de toekomst van Israël. Eenvoudig gezegd: als er geen twee staten zullen zijn, zal er maar één staat zijn. En als er maar één staat zal zijn, zullen we verdwijnen."

Oz is blijven schrijven. Aan boeken dus, maar ook aan politieke opiniestukken voor kranten in Israël en elders in de wereld. In 2010, opnieuw in de Volkskrant, fileert hij precies de verhoudingen in zijn land en hoe de regering moet omgaan met de Palestijnse verzetsbeweging Hamas, die hij "niet alleen een terroristische organisatie" wil noemen.

"Hamas is een idee", zegt Oz. "Een desperaat en fanatiek idee dat is ontstaan uit de ellende en frustratie van veel Palestijnen. Geen idee is ooit verslagen door het gebruik van geweld, door een blokkade, door een bombardement, onder de rupsbanden van tanks of door marinecommando's. De enige manier waarop Israël Hamas kan verslaan, is door snel in overeenstemming te komen met de Palestijnen over de vestiging van een onafhankelijke staat op de Westoever en in de Gazastrook, binnen de grenzen die golden in 1967 en met als hoofdstad Oost-Jeruzalem."

'Hitler is al dood'

Het stuk is hij begonnen met een striemende analyse: "Tweeduizend jaar lang kenden de Joden de kracht van geweld als slagen op hun eigen rug. We zijn nu enkele tientallen jaren in staat zelf geweld te gebruiken."

Samen met, onder meer, David Grossman verzette Oz zich tegen de zogenaamde 'boycotwet' die het mogelijk maakte Israëliërs te vervolgen die opriepen tot een boycot van producten uit de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. En vorig jaar nog schreven Oz, Grossman en een twintigtal collega's een brief naar de procureur-generaal van Israël met de eis dat een beslissing om de Iraanse nucleaire installaties te bombarderen niet enkel door premier Netanyahu en defensieminister Barak mocht genomen worden. "Tijdens de eerste oorlog met Libanon sprak Menachem Begin (toen premier van Israël, RVP) over 'Hitler die zich in een bunker in Beiroet schuilhield'", aldus Oz nog in Haaretz. "Ik schreef een artikel met als titel: 'Hitler is al dood, mijnheer de eerste minister'. Wat ik toen aan Begin schreef, zeg ik nu aan Netanyahu. Iedereen die Iran vandaag met Hitler vergelijkt en Israël met Auschwitz, begaat een antizionistisch en demagogisch misdrijf. Zo moedig je mensen immers aan te emigreren uit dit land en zaai je hysterie."

Het is 2013. Strijdpunten zijn er nog genoeg. Opinies ook. En de woorden van Amos Oz. "Mijn schrijfdagen zijn nog niet over", zei hij in Haaretz. Op de vraag of hij dacht ooit nog vrede met de Palestijnen mee te maken, bleef hij eerder in de Volkskrant op de vlakte. Maar niet ontmoedigd. Evenmin bang, met ouder te worden. "De leeftijd geeft me rust. Ik heb niet meer zoals vroeger allerlei wanhopige verlangens. Dat maakt het leven gemakkelijker."

Zondag 20/1 om 11 uur presenteert Amos Oz zijn nieuwe verhalenbundel in Flagey in de reeks 'Het Europa van de schrijvers' (Passa Porta & Flagey, i.s.m. De Bezige Bij). Tickets: 02/641.10.20 of www.flagey.be.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234