Vrijdag 13/12/2019
Beeld Geert Joostens

Back in Belgium

Amerikanen die voortdurend 'how are you?' vragen: daar is niks oppervlakkigs aan

Annelies De Rouck (37) woonde 15 jaar in Londen, Amsterdam en New York. Onlangs verhuisde ze terug naar Brussel. 

Bij bezoek uit België kreeg ik steevast de vraag: “Heb je het niet moeilijk met de oppervlakkigheid van Amerikanen? Iedereen is zo fake. Overal vragen ze ‘how are you?’. Wat kan het die mensen nu schelen hoe het met mij gaat? Werkt dat niet op je zenuwen?”

Nee dus. Met oppervlakkigheid heeft dat niks te maken, dat is een groot misverstand. In Amerika is er een onuitgesproken overeenkomst om het dagelijkse leven zo aangenaam mogelijk te maken. Hartelijkheid en behulpzaamheid maken daar deel van uit. Niet klagen en zagen trouwens ook.

Toen ik in de herfst van 2008 in New York aanbelandde, woonde ik in Fort Greene in Brooklyn. De dichtstbijzijnde metro was een kwartier stappen en toen de ijzige winter aanbrak, nam ik de bus. De eerste dag zei de chauffeur vriendelijk goeiemorgen aan alle opstappende passagiers en ik dacht: ocharme, die mens is waarschijnlijk wat eenzaam.

De volgende dag had ik een andere bestuurder, die eveneens vriendelijk good morning zei en glimlachte naar alle passagiers. Vreemd, vond ik dat. In 2018 ben ik zelf een vriendelijke ‘Amerikaan’ geworden. Ik geef mijn vrienden dikke bear hugs (wat in België wel eens onhandig overkomt, maar je m’en fous). Als ik op het voetpad in Brussel iemand kruis en ik ben in de stemming, dan glimlach ik en zeg ik bonjour. Gewoon, omdat het mijn dag prettiger maakt.

Hartelijkheid en vriendelijke service kosten niks, maar verhogen wel de levenskwaliteit. De blik in de ogen van iemand die zich door een wildvreemde echt gezien voelt, die is goud waard.

Onlangs vloog ik voor een paar dagen naar Lissabon en in Zaventem was ik per ongeluk naar de verkeerde terminal gelopen. Bij de paspoortcontrole vroeg de loketbediende waar ik heen ging. “Lissabon”, zei ik. “Ja, daar heb je geen grenscontrole voor nodig, hè mevrouw”, was het antwoord. “Oh, oké dan. Moet ik dan ergens anders zijn?” “Kijk op je boardingpass. Wat staat erop?” vroeg ze berispend, met een eye roll van hier tot in Tokio. “Terminal A, oké, dit is B. Waar is dan A?”, vroeg ik haar. Een diepe zucht volgde, en een blik die me het gevoel gaf een IQ van 63 te hebben. “Kijk achter jou, zie je die grote A? Dáár.”

Ik voelde me onbehaaglijk en – dat gebeurt wel vaker – als een vreemdeling in eigen land. Waarom die koude, onvriendelijke ­behandeling? Ik was zelf beleefd en kon geen reden bedenken voor deze, naar mijn gevoel, onbeschofte reactie.

Omgangsvormen, hoe komen die van óns over op buitenlanders, vraag ik me dan af. Ik vroeg het aan een Amerikaanse vriendin die ooit een jaar in Brussel heeft gewoond. Zonder aarzelen zei ze: “Oh, Belgen zijn norse mensen. Tot je ze beter kent. Dan zijn ze warm en loyaal.”

Clichés en grove veralgemeningen... ze doen het aan beide kanten van de oceaan goed!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234