Woensdag 22/09/2021

Amerikaanse Irak- en Afghanistanveteranen en hun moeizame aanpassing aan een bestaan in vredestijd

Een Irakveteraan: 'Heb je dode lichamen gezien?', vroegen ze in de enquête. 'Heb je deelgenomen aan gevechten?' Komaan zeg, we zaten in Irak. De écht belangrijke vraag werd niet eens gesteld:

Ook thuis in Amerika vallen er doden

Ten minste 121 Amerikaanse oorlogsveteranen hebben sinds hun terugkeer uit Irak of Afghanistan een moord gepleegd in de VS of zijn aangeklaagd wegens moord. In een derde van de gevallen zijn de slachtoffers familieleden. 'Als je maanden en jaren dankzij agressie overleeft, is het allerminst vanzelfsprekend om de knop om te draaien. Zeker als niemand je leert hoe je dat doet.'

The New York Times

Christopher D. Lewis, een marinier van het Amerikaanse leger, pleitte schuldig voor de moord op zijn twee jaar oude dochter Krisiauna Calaira en werd in Texas veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De twintigjarige Lewis was op het moment van de feiten thuis aan het herstellen na een bombardement in de buurt van Falluja, waarbij hij een voet verloor en hersenschade opliep. Hij vertelde de politie dat hij zijn dochter tegen de muur had doodgeslagen tijdens een zindelijkheidstraining.

Terwijl het Pentagon al geruime tijd bakken kritiek over zich krijgt omdat het nauwelijks voorbereide soldaten naar Irak stuurt, steekt in eigen land een even verontrustend probleem de kop op. Steeds meer militaire veteranen die terugkeren uit oorlogszones blijken even slecht voorbereid om hun leven als gewone burger opnieuw op te nemen. Sommigen zijn zo hard van streek door het trauma van de oorlog dat ze thuis een moord begaan of zich schuldig maken aan doodslag.

Volgens een studie van The New York Times pleegden Irak- en Afghanistanveteranen tot nog toe 121 moorden. De journalisten van The New York Times baseerden zich daarvoor op berichtgeving in lokale kranten. Meer dan de helft van de misdaden werd met vuurwapens gepleegd. De rest van de slachtoffers kwam om door messteken, slagen, wurging of verdrinking in bad. Vijfentwintig daders moesten terechtstaan voor fatale auto-ongevallen die het resultaat waren van dronken of roekeloos rijgedrag of van een zelfmoordpoging. Volgens de studie is het aantal moorden door veteranen bijna verdubbeld sinds het begin van de oorlogen.

Het Pentagon trekt de cijfers van het onderzoek in twijfel. Volgens een woordvoerder kan de stijging te wijten zijn aan een verhoogde media-interesse voor militairen sinds 9/11. Maar volgens The New York Times is de studie veeleer voorzichtig, want niet alle moorden, vooral die in grote steden en op militaire basissen, kwamen in de media aan bod of werden in detail beschreven.

De verhalen zijn in elk geval schokkend. Ongeveer een derde van de slachtoffers zijn echtgenotes, vriendinnen, kinderen of andere familieleden. Brandon Bare, een soldaat die verwikkeld raakte in zeer zware gevechten in Irak, werd vervroegd naar huis gestuurd nadat een granaat hem verwond had aan het hoofd. Tijdens de psychologische behandeling die hij thuis kreeg, vertrouwde hij zijn verzorgers toe dat hij er moeite mee had zijn agressie tegenover zijn vrouw Nabila in te tomen. Op 12 juli 2005 kwam Bare erachter dat zijn vrouw een e-mail aan een andere man had verstuurd. Hij stak haar meer dan zeventig keer met een mes, kraste een vijfpuntige ster op haar buik en gebruikte haar bloed om een boodschap op de koelkast te schrijven. "Satan zei dat ze het verdiende."

Een vierde van de veteranen die een moord pleegden, doodde een militaire collega. Zo kreeg Richard Davis vele messteken toegediend, waarna hij in brand werd gestoken. Zijn lichaam werd verborgen in het bos door een groep collega-soldaten met wie Davis een dag eerder uit Irak was teruggekeerd. In de overige moordzaken zijn de doden kennissen of vreemden. De 21-jarige Noah Gamez werd door een Irakveteraan van dezelfde leeftijd gedood toen die Gamez had betrapt op een autodiefstal. De soldaat pleegde daarna zelfmoord met een van de vele wapens die gevonden werden in zijn auto.

Uit het onderzoek van The New York Times blijkt dat de overgrote meerderheid van de veteranen nauwelijks psychologische bijstand kreeg toen ze terugkwamen van de oorlog, ook al vertoonden de meesten onder hen symptomen van de posttraumatische stressstoornis (PTSS). De diagnose van PTSS werd bij vele soldaten pas gesteld nadat ze iemand vermoord hadden.

"We kunnen er niet van uitgaan dat ze allemaal aan PTSS leden", zegt de Amerikaanse experte Ilona Meagher aan De Morgen. Meagher schreef het boek Moving a Nation to Care: Post-traumatic Stress Disorder and America's Returning Troops en kwam tijdens haar onderzoek in nauw contact met soldaten en families wiens leven overhoop werd gehaald door de trauma's van de oorlog. "Het is wel opvallend dat verreweg de meeste daders allemaal een blanco strafregister hadden voor ze ingezet werden in een oorlogsgebied. We mogen dus stellen dat de oorlogservaring, vooral bij soldaten die verscheidene keren ingezet werden, heeft bijgedragen tot geweld na oorlogstijd - de 'slechte' variant van geweld -, op dezelfde manier als militaire training de 'goede' variant cultiveert."

Experts zijn het erover eens dat de aard van de oorlog in Irak, waar een traditionele frontlinie ontbreekt, bijdraagt tot de trauma's. Ook het feit dat de militairen vaker naar de oorlogszone moeten, speelt een rol. Een derde van de troepen in Irak en Afghanistan werd namelijk meer dan één keer ingezet.

Uiteraard is moord een extreme uiting van PTSS. Vele veteranen kampen op een meer verdoken manier met hun oorlogstrauma: hun huwelijken gaan kapot, de schulden stapelen zich op, ze gebruiken meer alcohol en drugs of ze plegen lichte misdrijven. Maar de moorden illustreren hoe diep sommige veteranen kunnen vallen, ook al vormen ze een minderheid tegenover de grote groep die zich wel met succes opnieuw aan het burgerleven weet aan te passen.

De verhalen onderstrepen de kritiek dat het Amerikaanse leger te weinig zorg draagt voor zijn oorlogsveteranen. Eerder was er bijvoorbeeld al het schandaal omtrent de erbarmelijke omstandigheden in het militair hospitaal Walter Reed. Het psychologisch departement van het VS-leger werd vorig jaar door het Pentagon zelf beschreven als 'vreselijk onderbemand', ondergesubsidieerd en ondermijnd door het stigma dat nog altijd rust op PTSS. De psychologische ondersteuning van veteranen beperkt zich veelal tot een vluchtige enquête. Een Irakveteraan noemt die vragenlijst 'achterlijk'. "Mijn vrienden en ik vulden ze zo snel mogelijk in zodat we naar huis konden. Ze stelden ons vragen als 'Heb je dode lichamen gezien?', 'Heb je deelgenomen aan gevechten?' Komaan zeg, we zaten in Irak. De echt belangrijke vraag werd niet eens gesteld. Of je iemand gedood had."

Volgens Ilona Meagher moet het leger een soort ontwenningskamp creëren waar soldaten leren opnieuw burgers te worden. "Vele veteranen die een moord begingen, droegen hun wapen bij zich, ook als ze bijvoorbeeld naar de winkel gingen. Vele veteranen zullen je vertellen dat ze de nood voelen hun wapens altijd bij zich te hebben. Ze voelen zich onveilig zonder geweer, zelfs thuis in hun vredevolle kleine dorpjes. Hoe verklaar je dat? Een reden is dat soldaten vanaf het begin van hun training leren een band te ontwikkelen met hun wapen. Zonder voelen ze zich naakt en kwetsbaar. Vanaf het prille begin zijn de soldaat en zijn wapen altijd samen. Als officieren hen erop betrappen dat ze het niet bij zich hebben, dan zitten ze in de problemen. Het is dus een ingebakken reflex die je niet zomaar aan de kant zet omdat je weer thuis bent. En als er wapens in het spel zijn, verhoog je natuurlijk de kans op een incident. Zeker als er drugs of alcohol mee gemoeid zijn die dienen om het schuldgevoel te onderdrukken."

Volgens Meagher is het voor oorlogsveteranen bijzonder moeilijk om thuis probleemloos de draad weer op te pakken. "Nadat ze maanden en jaren dankzij agressie overleefd hebben, is het allerminst vanzelfsprekend die knop om te draaien. Zeker niet als niemand je leert hoe je dat doet. Families van militairen zeggen al jaren dat het leger een soort omgekeerd 'boot camp' voor veteranen moet voorzien. In zo'n boot camp worden burgers opgeleid tot soldaten. Maar wanneer ze terugkomen, is er geen formeel programma dat hen helpt met de omgekeerde transitie. Als er nu al hulpmiddelen voor veteranen zijn, dan zijn de meeste soldaten bang om er gebruik van te maken, want hun collega's zouden hen wel eens belachelijk kunnen maken of misschien lopen ze wel een promotie mis."

Toch ligt de schuld niet alleen bij het leger, volgens Meagher. De maatschappij heeft gewoon veel te weinig aandacht voor haar 'helden'. Dat bleek ook uit de getuigenissen die The New York Times optekende. Het voorbeeld van Seth Strasburg is treffend. Hij kwam in 2005 terug na twee jaar in Irak en vond zijn plaats niet in een door American Idol geobsedeerde natie waar de interesse voor zijn ervaringen beperkt was tot de vraag: 'En, heb je iemand gemold?'

Het antwoord op die vraag was ja, en Strasburg kon dat moeilijk verwerken. De Irakees die Strasburg neerschoot, bleek achteraf onterecht een verdachte. Strasburg staarde de dode man een paar minuten in de ogen. Het gezicht is in zijn geheugen gebrand. "Ik rapporteerde zijn dood aan mijn bataljon", vertelt Strasburg. "Ze zeiden: goed geschoten. Het is wettelijk. Maak je er geen zorgen over.' Later werd er met geen woord meer over gerept. Maar weet je, ik had er problemen mee."

Toen Strasburgs dienstplicht erop zat, keerde hij terug naar Irak als aannemer omdat hij met zichzelf niets kon aanvangen na acht jaar in het leger. Tijdens een verlof eind 2005 ging Strasburg met zijn broer cocktails drinken in een bar in zijn kleine thuisdorp in Nebraska. Aan het eind van de avond wandelde hij dronken naar een geparkeerde auto waar een groepje jonge kerels rondhing. Volgens een getuige noemde een van hen Strasburg een huurmoordenaar. Strasburg stak zijn pistool onder de kin van de jongeman. Er volgde een gevecht en het pistool ging af. De kogel raakte een andere 21-jarige inzittende; de jongen was dood. Strasburg weet niet of hij de trekker over haalde. "Maar het was mijn pistool en ik was dronken. Wat bezielde mij?"

'Toen hij terugkwam, was hij iemand anders.' Het zinnetje wordt keer op keer herhaald door familieleden van veteranen als ze proberen te verklaren hoe hun man of zoon een moord kon plegen. Bij Matthew Sepi was dat niet anders. Na zijn terugkeer van Irak trok hij zich helemaal in zichzelf terug. Op zijn zestiende had hij zich met de toestemming van zijn moeder bij het leger aangesloten, in de hoop een uitweg te vinden uit het stoffige Navajodorp waar hij was opgegroeid. "Toen ik in Irak arriveerde, was de oorlog zogezegd voorbij. Maar dat was niet zo. Ik maakte deel uit van de grondtroepen. Mijn kameraden en ik vielen gebouwen binnen om er zeker van te zijn dat ze leeg waren. We schoten en er werd op ons geschoten."

Na een jaar aan het front keerde Sepi terug naar Fort Carson in Colorado. Het leven leek er saai. De soldaten praatten niet over hun oorlogservaringen of hun emoties. Ze feestten liever, zegt Sepi, en het vele drinken bracht hem vaak in nauwe schoentjes. Sepi werd gearresteerd toen hij als minderjarige dronken achter het stuur zat en werd verplicht een alcohol- en drugtherapie te volgen. Kort daarna hield hij het militaire leven voor bekeken.

Sepi belandde in Las Vegas, een stad die hij niet kende. Hij trok met een vriend van een vriend in in een appartement met kakkerlakken en vond werk in een fabriek. Hij was alleen en eenzaam, en zijn oorlogservaringen begonnen hun tol te eisen. Vooral de dood van een onschuldige Iraakse man achtervolgde hem. Sepi wist dat hij alleen orders opgevolgd had toen hij de man neerschoot, maar hij werd hoe langer hoe onrustiger, kreeg adrenalineopstoten, kon niet slapen en voelde de drang om zichzelf bewusteloos te zuipen. Een hulpverlener raadde hem aan hulp te zoeken in een hospitaal voor veteranen, maar omdat Sepi twaalf uur per dag in de fabriek werkte, volgde hij het advies niet op.

Op een zomeravond in 2005 wandelde Sepi naar een 7-Elevensupermarkt. Hij hield er niet van 's avonds buiten te komen, want in de ongure buurt waar hij woonde hingen nogal wat rivaliserende bendes rond. Hij trok een regenjas aan en verborg er zijn geweer onder. De minderjarige Sepi betaalde een voorbijganger om bier voor hem te kopen, zijn geprefereerde medicijn tegen PTSS. Op weg naar huis werd Sepi benaderd door twee gewapende bendeleden. Sepi zag een wapen, hoorde een knal en 'knakte'.

Na afloop lag een van de bendeleden bloedend en dood op het voetpad. De andere was gewond. Sepi vluchtte, iets wat hij later omschreef als "het contact met de vijand verbreken". Hij kroop naar huis, laadde munitie in zijn wagen en reed weg tot de politie hem tegenhield. Hij zei hen dat hij in een hinderlaag gelokt was en dat hij het doelwit geraakt had. Hij beefde. En huilde.

Sepi's advocate was erg aangegrepen door zijn verhaal en besloot hem te verdedigen. Gesteund door andere soldaten en belangenverdedigers van veteranen kon ze het departement voor Veteranenzaken ervan overtuigen een behandeling te zoeken voor Sepi. Daaruit volgde een ongebruikelijke overeenkomst met de openbaar aanklager. Als Sepi het programma voor alcoholmisbruik en PTSS met succes kon afronden, dan zou de aanklacht tegen hem vervallen.

Na ongeveer drie maanden gevangenschap volgde Sepi drie maanden therapie in Arizona. De grijzende veteranen die hij daar ontmoette, deden hem beseffen dat hij niet wilde eindigen zoals hen. Begin 2006 werd hij overgebracht naar een centrum voor PTSS-behandeling in Kansas. Daar leerde hij om te gaan met woede, verdriet en schuld. Hij leerde zijn angst onder controle te houden. Ook de nachtmerries bleven uit.

Matthew Sepi woont momenteel in Phoenix. Hij heeft zijn opleiding automechanica voltooid en verdient zijn brood als lasser. Af en toe wordt hij nog opgeschrikt door felle geluiden. Dan begint zijn hart te razen, voelt hij koud zweet op zijn lichaam en is hij klaar voor actie. Maar nu weet hij hoe hij rustig moet blijven. Hij is nuchter en bezit niet langer wapens. "Die nacht", zegt hij over de avond in Las Vegas toen hij opgepakt werd voor moord, "zou ik uitwissen als ik dat zou kunnen. Doden is een onderdeel van de oorlog, maar thuis..."

Vertaald en bewerkt door Evy Ballegeer.

of je iemand gedood hadExperte Ilona Meagher:

Vele veteranen die een moord begingen, droegen hun wapen altijd bij zich, zelfs als ze naar de winkel gingen. Ze voelden zich onveilig zonder geweer, zelfs thuis,

in hun vredevolle kleine dorpjes

Meer dan de helft van de misdaden werd met vuurwapens gepleegd. De rest van de slachtoffers kwam om door messteken, slagen, wurging of verdrinking in bad. Vijfentwintig daders moesten terechtstaan voor fatale auto-ongevallen die het resultaat waren van dronken of roekeloos rijgedrag of van een zelfmoordpoging

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234