Woensdag 12/05/2021

amerikaan behaalt zondag als allereerste renner uit de geschiedenis zesde tour-zege

Armstrongs talenten zijn Merckxiaans: tijdrijden is zijn specialiteit, bergop kan hij met de allerbesten mee en naarmate de koers zwaarder wordt, wordt hij beter

Armstrong is meer Merckx dan ooit

Als het van Lance Armstrong afhangt, is de Tour nog lang niet voorbij. Hij had er al een als voorgerecht en een als hoofdgerecht en vandaag neemt hij nog eens een (dé) Duitser als dessert. Armstrong editie 2004 is meer Merckx dan ooit. De Texaan is de Belg op de eeuwige tabel van Tour-winnaars voorbij, maar van jaloezie is geen sprake. De ene kannibaal bewondert de andere en omgekeerd, en de vrienden zijn elkaars gelijken.

Hans Vandeweghe

In intieme kring gevraagd naar zijn finest moment in deze Tour, had Lance Armstrong van de week, vóór de tijdrit op L'Alpe d'Huez, een vreemde repliek. "Rit 13", zei hij zo snel als kijken. "Toen we Filippo Simeoni net voor de meet op zijn dak vielen."

Simeoni is de Italiaanse renner die dokter Ferrari (de van dopingpraktijken betichte klimdokter achter Armstrong) beschuldigt hem epo te hebben toegediend, waarop Armstrong zijn Italiaanse collega een leugenaar noemde wat dan weer vanwege Simeoni een gerechtelijke klacht wegens eerroof tot gevolg had. Het was bij het begin van deze Tour het enige oud zeer dat in het peloton leefde. Gisteren ging Armstrong Simeoni hoogstpersoonlijk terughalen toen die uit het peloton probeerde weg te rijden.

Op de flanken van L'Alpe d'Huez groeide een tweede hetze. Armstrong tegen de Duitsers (of was het omgekeerd?) Een beetje vreemd voor een Texaan, want Texas was nooit wat het nu is, zonder de massale negentiende-eeuwse migratie van Duitsers. "Fuck the Germans, fuck them all", schreeuwde Armstrong het uit na de tijdrit in de bus.

Enige rancune is hem niet vreemd (zo was Eddy Merckx ook) en een dag later kreeg T-Mobile de rekening gepresenteerd. Twee Duitsers waren met twee Amerikanen op weg naar de eindstreep in Le Grand Bornand. In hun gezelschap ook nog een Italiaan die al lang blij was dat hij mocht toekijken op de eerste rij. "Ik zou Floyd Landis die etappe willen gunnen", probeerde Armstrong het bij Ullrich. "Ik wil Basso eraf rijden", repliceerde Ullrich. Ze kwamen niet tot een vergelijk en hoewel Landis een vreselijk tempo ontwikkelde op de Col de Croix-Fry werd 'Joop' Basso niet gelost. In de afdaling probeerde Landis weg te geraken, maar Ullrich haalde hem terug. "I was pissed at Jan", zei Armstrong gisteravond. De afloop is bekend: toen Andreas Klöden, de Landis van Ullrich, probeerde weg te komen, werd hij op de meet geremonteerd door een duivelse Armstrong. Lance Armstrong is nooit méér Eddy Merckx geweest dan deze week. Eerst de handig gemanoeuvreerde sprint tegen Basso en Ullrich in Villard de Lans, gevolgd door het wilde zegegebaar waar Michael Jordan het patent op had. Vervolgens die laatste sprint van wel een kilometer lang in de klimtijdrit naar L'Alpe d'Huez en dan gisteren het magistrale machtsvertoon waarmee hij Duitsland op zijn honger liet zitten. Drie op drie voor de Amerikaan. En de Duitsers? Nog twee ritten te gaan, de Tour verloren, voorlopig alleen een derde plek op het podium, nog steeds geen rit gewonnen. Gisteren, in de rit naar Lons-le-Saunier, reden US Postal en T-Mobile wel weer naast elkaar. De pikorde was hersteld.

Er zijn genoeg momenten in het bestaan van een professionele Armstrong-stalker om de bovenaardse prestaties te verklaren en niet automatisch toe te schrijven aan een of ander geheim of een toverdrank.

Neem nu zijn obsessie, bijvoorbeeld in de Midi Libre 2002. "Johnny-Marc, I want black." Johnny-Marc zegt 'yes' en pas als The Boss on the Bike lang om de hoek is verdwenen, vloekt hij. "Daar heeft hij nu een hele nacht over nagedacht: of hij een blauwe dan wel zwarte tape op dat nieuwe tijdritstuur wil. Ik heb godverdomme geen zwart, heb ik hem al gezegd." Waarop Johnny-Marc - Jean-Marc Vandenberghe (die eind dat jaar bij QuickStep ging werken) - naar een ander teamhotel rijdt en een rolletje stuurtape gaat schooien. Later die dag zal Armstrong met de zwarte tape op het stuur de tijdrit tegen Gonzalez de Galdeano verliezen en balen net zoals hij dit jaar baalde toen hij de klimtijdrit op de Ventoux verloor van Iban Mayo. Balen is nog wat anders dan panikeren: de Tour de France rijden en winnen, is een verhaal van juist pieken.

November 2003. Ik bel bij huize Armstrong aan, dat was althans de bedoeling, maar De Man zelf staat al halfweg het pad dat naar het huis leidt. De aanblik van die benen is onthutsend. Hij ziet dat er iets scheelt en breekt het ijs. "What's up?"

"Niets, maar je lijkt zo, euh, in vorm."

"Dat ben ik ook. Ik train al vijf uur per dag, zes dagen per week."

Mei 2004. Op bezoek bij Michele Ferrari. Die kan duidelijk zijn enthousiasme niet bedwingen: "In de Pyreneeën wordt de Tour beslist. Niemand kan Armstrong volgen, als hij versnelt."

Juni 2004. Op het terras van het US Postal-hotel is het gesprek met Johan Bruyneel afgelopen en is de taperecorder opgeborgen. Wanneer ik het beste naar de Tour kom, probeer ik. De slimme Bruyneel lacht. "Zal ik eens testen of ik je kan vertrouwen? Niet schrijven voor de start van de Tour: kom naar de Pyreneeën. Daar zal je vuurwerk zien. Van ons? Ja."

De voorspelling kwam uit. Op La Mongie mocht Basso nog winnen en op Plateau de Beille pakte Armstrong de overwinning. Resultaat: we waren iets over halfweg en slechts Ivan Basso leek nog een factor, maar alleen Basso zelf wist dat hij de schijn ophield. Bruyneel had het al gezegd: "Combines komen alleen tot stand met iemand die niet meer kan winnen."

Zeg niet dat de Kannibaal van de 21ste eeuw geen cadeaus weggeeft, Basso kan er van meespreken. Zelfs de Kannibaal van de 20ste eeuw liet wel eens een ander winnen, maar niet vaak. Merckx gaf ooit een groene trui weg aan Patrick Sercu, maar niet nadat hij hem eerst zelf had gewonnen in de ultieme sprint.

De beslissing valt in de Pyreneeën, dát had Bruyneel gezegd, maar hij vertelde er niet bij dat zijn kopman zou demonstreren in de Alpen. "Een nummertje voer je maar op als je je goed voelt. Lance voelde zich goed, dus kon het perfect."

Robocop is misschien eigentijdser als bijnaam voor Armstrong 04 dan Kannibaal, een naam die eerder al Merckx toekwam. Alleen al vanwege de renovering van zijn lichaam. De feiten zijn tot in den treure herhaald: Armstrong leek eind 1997 na een zware chemotherapie ten gevolge van een uitgezaaide kanker in de verste verte niet meer op de Texaanse stier die in 1993 de jongste wereldkampioen ooit werd. Kaal, vel over been, holle ogen, maar wel genezen, begon hij aan de zorgvuldige heropbouw van zijn lichaam.

Kannibaal of Robocop, geen probleem voor Merckx. "Tijden zijn niet te vergelijken en vandaag is Armstrong de grootste. Geen mens die hem in de Tour kan kloppen als hij in vorm is. Mijn record? In mijn tijd was dat geen record, anders had ik er misschien tien kunnen winnen als ik mijn seizoen anders had ingedeeld. Ik gun Lance zijn record. Hij heeft geen enkele overwinning gestolen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234