Woensdag 19/01/2022

'Amerika klampt zich wanhopig vast aan zijn mythes'

In 1960 trok John Steinbeck van oost naar west en terug door Amerika. In 'Travels with Charley' schetste hij het portret van een veranderende samenleving: de zwoegende frontiermensen werden steeds meer genietende consumenten. Zestig jaar later maakte Geert Mak ('In Europa') dezelfde reis. Ook hij schreef er een boek over.

Geert Mak: "Ik had er al flink wat rondgereisd, genoeg om te weten dat wie zegt dat hij Amerika goed kent, onzin uitkraamt. Je kunt San Francisco een beetje kennen, of al vaak in Chicago geweest zijn, maar Amerika is te extreem divers om te vatten, te paradoxaal om te begrijpen - dat wist Stein- beck ook al. Je ontdekt constant nieuwe dingen. Neem de rol van de pioniersvrouwen. In een plaatselijk museum zag ik foto's van zo'n vrouw, die in de jaren 1880 deelnam aan de 'Oklahoma Land Run', een wedstrijd met tienduizenden om zo snel mogelijk nieuwe kavels te bezetten. Die vrouw had een werkelijk prachtige jurk aan, was op haar paasbest uitgedost om aan dat avontuur te beginnen. Vrouwen hebben de beschaving meegebracht. Het Wilde Westen is niet getemd door sheriffs en rechters, maar door pioniersvrouwen, windmolentjes en prikkeldraad. Als je er oog voor hebt, zie je tot vandaag hun kleindochters nog lopen. Het zijn de centrale ankerpunten van het sociale leven, liefdadigheid. Tot je in Californië de snaterende, zongebruinde Barbie-variant ontmoet."

Die vrouwen draaiden altijd mee, van in het Wilde Westen tot in WO II, toen ze mee de vliegtuigen fabriceerden. Maar daarna werden ze opgesloten in 'suburbia', de ideaalwijken tussen de boze stad en het platteland.

"Als je naar Mad Men kijkt, meer bepaald naar Betty Draper, de vrouw van de hoofdpersoon... Die is perfect gemodelleerd naar de resultaten van de sociologische onderzoeken over de vrouw in de jaren '50. Ze doet haar uiterste best om haar gezin, haar huis en de opvoeding van de kinderen volmaakt te laten verlopen. Er moet, typisch Amerikaans, altijd naar een doel gestreefd worden, want het leven is een project. Voor die huisvrouwen was het opvoeden en het zorgen voor het nest zowat het enige levensdoel. Wat tot mislukken gedoemd was: ze kregen het er steeds be- nauwder van, en daar kwam de feministische revolutie uit voort.

"Maar een andere Amerikaanse mythe, zoals die van het 'home' bestaat nog altijd. Amerikaanse aannemers bouwen nooit huizen, ze bouwen 'homes'. En de bewoners richten ze ook zo in: ook al wonen ze er nog maar drie jaar, zowat ieder Amerikaans interieur ziet eruit alsof ze er al zestig jaar wonen. (lacht)"

Bestaat dat 'suburbia' nog?

"Meer dan ooit. Het zijn nu alleen heel verdeelde enclaves. De grote meerderheid van de Amerikanen woont in dit soort omgeving, steden noch dorpen, vaak zonder een duidelijk centrum, veel huizen afgekeerd van de straat. Een generatie eerder was het nog aan de straatkant te doen. De porch was het centrum van het sociale leven. In steden als Seattle begint men nu weer de huizen om te draaien, maar het heeft wel vijftig jaar geduurd.

"Een van de gevolgen is ook dat de klassieke Amerikaanse stadjes, het 'Main Street USA' zo goed als verdwenen zijn. Overal waar je rijdt, zie je dichtgetimmerde stadscentra. De hele hoofdstraat is vervallen, stadje na stadje. Iedereen doet zijn inkopen in de mall, aan de rand van 'suburbia'.

"Dat heeft ook politieke consequenties. Amerikaanse politiek is altijd gebaseerd geweest op het plaatselijke: 'All politics are lo- cal'. Maar de lokale interactie is weg. Op Main Street kwam links rechts tegen, was er de lokale krant, werd er gediscussieerd in de diner of de saloon. Steinbeck reed nog door levende stadscentra waar de baas een praatje sloeg met de arbeider. Vandaag zit ie- dereen in enclaves met buren die zoveel mogelijk op henzelf lijken. De ontmoeting met anderen schiet er bij in, dus ook het maatschappelijk debat en de empathie voor mensen die niet op je buren lijken. De context is niet langer Main Street, maar tv en internet.

"De meeste Amerikanen hebben ook geen paspoort, zijn nog nooit in het buitenland geweest. Ze hebben ook maar twee we- ken vakantie. Ze beseffen niet hoe goed de levenskwaliteit in Europa is, hoe uitgebouwd de voorzieningen hier zijn. De meesten denken dat ze in Europa in een soort Albanië terechtkomen.

Dat is misschien wel de constante in je boek: het heilige geloof in de Amerikaanse mythes, ook al missen ze vandaag iedere realiteitszin.

"De familie als rots in de branding, bijvoorbeeld, terwijl de echtscheidingspercentages hoger zijn dan ooit. Of de mythe van het exceptionalisme: 'Wij zijn het beste, uitverkoren land ter wereld, het tweede Israël, en wie dat niet beseft, is dom. Vandaar hebben we het vanzelfsprekende en morele recht om de hele wereld tot voorbeeld te zijn, en er desnoods ook politieagent te gaan spelen. Er is de mythe van de eeuwige groei en overvloed, te merken tot op de parkings van de diners langs de interstates, waar de truckers hun motor een uur laten draaien terwijl ze binnen een hamburger gaan eten. Die mythes komen niet uit de lucht vallen, ooit was er inderdaad overvloed. Maar nu de realiteit verandert, en de Amerikanen hun gedrag zouden moeten aanpassen, zie je dat ze zich er sterker dan ooit, bijna paniekerig, aan vastklampen.

"Nu, ook in Europa rennen velen terug naar de mythe van de 19de-eeuwse nationale staat als enige en algemene redder."

Wat zal er gebeuren zodra het besef wél doordringt dat de mythe voorbij is?

"Mensen beseffen het wel, maar zoeken een zondebok. Het is verraad, van katholieken, moslims of socialisten, of van de elite. Dus wordt er door sommigen gerebelleerd. Anderen zoeken hun redding in God - zie het waanzinnige succes van al die predikanten die de instantformules voor succes in pacht zeggen te hebben. Anderen stellen het onder ogen zien van de nieuwe realiteit uit door nog wat meer schulden te maken.

"In theorie heeft Amerika nog altijd een enorme potentie. Maar de politieke, democratische kracht om die potentie waar te maken, een koerswending uit te voeren, die ontbreekt. In die zin lijken Amerikanen meer op Europeanen dan hun lief is. We zijn beiden onvermogend geworden om onszelf te besturen."

In 'suburbia', en elders, merk je ook een groeiende dualisering tussen arm en rijk.

"Wat opvalt is dat grote delen van Amerika echt arm zijn, of be- ter: arm geworden zijn. Er is een lagere middenklasse die terugzakt naar armoe, maar ook de betere middenklasse voelt vaak de bodem onder haar bestaan wegvallen. Terwijl de doorsnee-ar- beider zich in Steinbecks tijd een aardig huis en een auto kon permitteren en zijn kinderen naar college kon sturen met één inkomen in het gezin, lukt het ze nu amper om rond te komen met twee. Mensen worden daar heel wanhopig van, of heel gelovig, of heel boos, en gaan weer nostalgisch de oude normen en waarden van de frontier-samenleving opzoeken.

"In Europa zijn we qua economische eb en vloed wat meer ge- woon, dat helpt. Maar wat er nu in Amerika gebeurt is volstrekt onverenigbaar met de grote Amerikaanse mythe: dat het altijd maar weer beter zal gaan. Decennialang klopte die mythe ook: iemand met een beetje handen aan zijn lijf kon in een paar generaties tijd een zekere welstand opbouwen - the American Dream. Het was een loterij, maar er werden wel veel prijzen uitgedeeld. En wanneer de droom sputterde, greep de overheid in, zoals Roosevelt met zijn New Deal. Hij redde Amerika zo van het fascisme - wat we nooit mogen vergeten. Hij zette een modernisering in gang die veel leek op wat Hitler en Mussolini in Europa deden, maar dan zonder de barbarij.

"En na WO II wérd Amerika ook een land van roze suikertaarten en auto's met de grootste staartvinnen ooit. De droom bleef, Lyndon Johnson kwam met zijn War tegen Poverty, en boekte flink wat succes. Er kwam een netwerk van public highways, goede infrastructuur, onderwijs. Dat is blijven duren tot onder Nixon - een boef, maar ook een redelijk sociale president. Bij Carter is het gaan kantelen, bij de eerste grote belastingverlaging voor de hogere inkomens. En vanaf Reagan is er een haast hysterische aanval op de publieke zaak ingezet, die nog altijd doorgaat.

"Ik citeer een commentator die zei dat het sinds Reagan is alsof er een gigantische stofzuiger over het land beweegt, die steeds de dollars van de armen en de middenklasse opzuigt ten voordele van de rijken. Alle statistieken bewijzen dat hij gelijk heeft. Eéntje maar: tussen 1979 en 2006 steeg het inkomen van de armen met 1 procent, dat van de middenklasse met 21 procent en dat van de rijkste tien procent met liefst 256 procent. Meer dan de helft van alle belastingverlagingen sinds Reagan is terechtgekomen bij het rijkste procent van de bevolking. Vrij schokkend. En niet alleen de inkomens verschrompelden, ook de sociale mobiliteit, het fundament onder de American Dream, verdween grotendeels.

"Dat die droom niet meer klopt, dat kinderen het voor het eerst slechter hebben dan hun ouders, dat hard werken geen ga- rantie meer biedt, dat de buy now, pay later-samenleving zonder krediet is gevallen, is voor hen vreselijk moeilijk te verwerken."

Waarom stemmen zoveel Amerikanen rechtstreeks tegen hun eigen economische en materiële belangen?

"Amerikanen zijn nooit sociaaldemocraten geweest, ook al hadden ze er alle reden toe. Ze hebben grondig de pest aan de staat, dat zit heel diep. Het blijven afstammelingen van vervolgde en gevluchte mensen. Het zijn ook geen socialisten, ze houden niet van herverdeling. Europeanen zijn altijd wat jaloers op de superrijken, Amerikanen bewonderen hen. Ze willen gewoon ook rijk worden, een fundamenteel andere levenshouding. Het idee van de collectieve bestorming van de Bastille heeft er nooit geleefd.

"Thomas Frank heeft in What's the Matter with Kansas mooi beschreven hoe hij opgroeit in een arbeiderswijk, waar iedereen Democraat was, want die zorgden voor sociale voorzieningen en werkloosheidsuitkeringen. Maar twintig jaar later komt hij terug en vindt alleen nog Republikeinen. Een Jeroen Bosch-achtig tafereel: ijverige boeren die zichzelf van hun land af stemmen, hardwerkende huisvaders die kiezen voor een partij die zal beletten dat hun kinderen ooit naar college zullen kunnen gaan. Ik merkte hetzelfde: in een bejaardentehuis voor armen, allen op de rand van de overleving balancerend, stemden ze overtuigd Republikeins. Slimme, leuke mensen die voor een rijkelooszoontje stemden die die voorzieningen net de nek wilde omdraaien. Waarom? Omdat hij een echte Amerikaan was, met de juiste normen en waarden, macho, behoeder van het gezin.

"Mensen stemden Democratisch om economische redenen, maar in hun hart waren ze conservatief. Dus toen de Democra- ten heel intens de liberal values gingen aanhangen en Hollywood doodknuffelen, verloren ze de blue collar-vote. Clinton was de laatste die ze nog konden hebben, hij was nog een van hen. Repu- blikeinen stellen die taditionele waarden heel centraal, met fundamentalistische predikanten en hun media, ook al is hun familieleven in de praktijk vaak zeer problematisch. Kijk maar naar Sarah Palin. Hoe meer er over zedelijkheid en moraal gepraat wordt, hoe chaotischer vaak de gezinnen zijn. Echtscheiding en tienerzwangerschap komen volgens de statistieken zelfs vaker voor bij fundamentalistische gezinnen.

"Steinbeck reisde in de overgang van een overlevingssamenleving naar een consumptiesamenleving, ik denk dat we nu de omgekeerde beweging meemaken, dat het weer een tijd van meer ontbering, harder werken en minder genieten wordt. Dat zie je ook in Zuid-Europa. Wel, in zo'n overlevingssamenleving zijn tradities en familiewaarden oneindig veel belangrijker, letterlijk van levensbelang, terwijl de rijke consumptiemens alleen aan zichzelf al ruimschoots genoeg heeft."

Je vraagt je af hoe Obama ooit verkozen is geraakt.

"De vraag is eerder hoe het mogelijk was dat er nog iemand op Bush stemde, die het totaal verkloot heeft, het land als een puinhoop heeft achtergelaten, verwikkeld in twee oorlogen, met de grootste overheidschuld ooit, met een Medicare zonder dekking, de banken losgelaten met een immense crisis tot gevolg. Zo verliet de man het ingestorte pand Amerika. En desondanks won hij nog bijna... Obama zegevierde uiteindelijk omdat hij een heel enthousiaste aanhang had, en de steun van Hollywood én Wall Street, wat meteen verklaart waarom hij heel voorzichtig tegenover de banken is gebleven - een van zijn grote beleidsfouten.

"Wat de Republikeinen bovendien tot in lengte van dagen mag worden nagedragen is niet alleen de puinhoop die ze achterlieten, maar ook de volledige blokkering van de opvolger, die alleen maar probeerde het huis weer een beetje op orde te krijgen. En toen die sabotage lukte, verweten ze hem dat het huis door hem een puinhoop was geworden. De media spelen daar vrolijk in mee. Voor veel tv-zenders is niet langer het vinden van de waarheid de opdracht, maar wel het vernietigen van Obama. Al sinds Clinton weigeren de Republikeinen het spel fair te spelen. Dat is geen politiek meer, maar pure kwaadaardigheid waarbij ze het eigen kortetermijnbelang laten prevaleren boven het publieke.

"En toch denk ik dat Obama zal winnen. Omdat de meeste Amerikanen nuchterder zijn dan de politieke retoriek die over de oceaan waait, doet vermoeden. Ze wenden zich steeds meer af van de politiek, geloven niets meer, willen er vaak niet eens over praten. Mensen generen zich voor Washington. Maar ze vertrouwen Obama wel ietsje meer om hen door de crisis te loodsen, en zijn kiezers zijn ook veel overtuigder dan die van Mitt Romney. Daarbij komt dat hoe meer de Republikeinen radicaliseren, hoe meer ze zich ook marginaliseren. Dat effect zie je nu overduidelijk, met de keuze van de ultraconservatief Paul Ryan als vicepresidentskandidaat. Daar zijn veel Republikeinse campagnestrategen helemaal niet zo blij mee. Er zijn immers meer onafhanke- lijken en onbeslisten dan ooit.

"Het ergste wat kan gebeuren is dat de boel geblokkeerd blijft, dat de politiek onmachtig wordt in een land 'in de overgang', terwijl er zoveel knopen zouden moeten worden doorgehakt."

Al hebben de States ogenschijnlijk niet zo heel veel last van die onbestuurbaarheid: het Amerikaanse tekort is groter dan het Europese, Californië is er erger aan toe dan Griekenland, maar de markten laten Amerika gerust.

"De markten weten dat er onbeperkt dollars kunnen worden bijgedrukt, een behoorlijk verschil. Met de eurocrisis komen een aantal grote weeffouten in ons systeem boven water. Het is een verkapte bankencrisis, maar ook een symptoom van toekomstige problemen. Waarom jagen de markten zo op die Europese landen? Omdat die ontzettend aan het vergrijzen zijn en enorme pensioenverplichtingen hebben. Schuld wordt pas echt een probleem als het perspectief van terugbetaling er niet meer is. Schul- den gaan altijd over toekomstverwachtingen, Amerika had meteen na WO II een onvoorstelbaar grote staatsschuld. Daar deed niemand moeilijk over, omdat men wist dat die in één generatie tijd kon worden terugbetaald. Wat ook gebeurd is.

"De staatsschuld hoeft niet zo'n groot probleem te zijn, op voorwaarde dat het land zijn begroting op orde krijgt. Maar dan moeten de Amerikanen wel de illusie doorprikken dat je een im- perium kunt leiden en de helft van je begroting spenderen aan het leger zonder belastingen te heffen. Als er geen belastinghervorming komt, zullen de markten ooit wel gaan reageren."

Er is ooit veel sociaaldemocratisch beleid gevoerd in de VS. De New Deal heeft hen uit de depressie gehaald, de 'G.I. Bill' (steunmaatregelen voor militairen die terugkeerden uit WO II), de War on Poverty, er zijn vele overheidsprogramma's geweest die hun nut bewezen hebben. En toch hebben Amerikanen van niets zoveel afkeer als van 'big government'.

"Ronald Reagan was een grote bewonderaar van Roosevelt, heeft hem ook vaak geïmiteerd, maar zijn New Deal vond hij verschrikkelijk. Die moest en zou om zeep geholpen worden, en die lobby heeft - even onderbroken door de periode-Clinton - de Ameri- kaanse politiek bepaald. En de geesten. Ik kwam een leuke vrouw tegen in een klein stadje. Op haar zeventigste hield ze manmoedig het lokale krantje overeind. Haar ouders waren weg van Roosevelt, dat was hun God, die hen van de armoede gered had. 'Maar ja', zei ze er vlak na, 'nu weten we natuurlijk dat hij een socialist was'. (lacht)

"Ook weer iemand die fier en met de vlag in de hand op de Republikeinen stemt, en zo de laatste economische kansen van haar stadje mee naar de kloten helpt. Het is soms echt niet te begrijpen."

Terwijl als je wat rondrijdt in de States je vooral de lamentabele staat van de publieke infrastructuur opvalt. Soms waan je je in een derdewereldland, public poverty overal.

"De publieke investeringen zijn dan ook gestopt na Johnson. Alle elektriciteitskabels waren nieuw in het begin van de jaren '70, maar ze hangen er nog altijd. Er bestaat in het hele land welgeteld één, vrij gebrekkige, hogesnelheidsverbinding. Er zijn Amerikanen die woedend worden als je hun infrastructuur vergelijkt met die van een ontwikkelingsland, maar het beeld klopt vaak wel. Oké, veel staten, vooral in het noorden, hebben hun zaakjes goed op orde. Maar met name in Californië en Louisiana had ik soms het gevoel dat ik in de oude DDR rondreed, al die oude bruggen, al die vervallen snelwegen rond de grote steden.

"Toen ik er was, werd net beslist om geen nieuwe Hudson-tunnel te bouwen, van Manhattan naar New Jersey, ook al is die heel dringend nodig. Maar het geld is er niet, terwijl men in China elk jaar twintig van die tunnels aanlegt. Wat is er met Amerika aan de hand? Dat het zelfs de waterkeringen van New Orleans zo verwaarloosde dat Katerina er kon doen wat ze gedaan heeft?

"Dat gedachtegoed kom je in Europa haast niet tegen. Europeanen betwisten het nut van publieke infrastructuur niet, kibbelen hooguit over wat minder of meer. In Amerika valt het in elkaar waar je bij staat, gaat de kwaliteit van het publieke onderwijs drastisch achteruit, en toch is alles de schuld van big government. Het geloof in mythes wordt zelfs sterker naarmate de crisis dieper wordt. De media helpen daarbij, zeker door dit soort waarheden niet te brengen en voortdurend te focussen op zijsporen. In al die diners langs de weg staat Fox News onzin te braken terwijl de klanten hun slappe koffie naar binnen gieten. Ook dat heb ik sinds de DDR niet meer gezien, dat soort propaganda."

Alhoewel, ook in Europa neemt de demagogie en het populisme hand over hand toe.

"Juist, dus laten we niet te hoog van de toren blazen. Want ook hier zie je dat de bezuinigingswoede tegelijk een enorme aanval op de publieke voorzieningen inhoudt. Roosevelt wedde op honderd paarden tegelijk, zocht en tastte voortdurend, liet zich nooit leiden door een dogma. Terwijl in het Europa van nu de rijke landen overtuigd zijn dat alleen hun remedie de beste is, hoewel ze strijdig is met zowat alles wat we weten van macro-economie.

"Natuurlijk moet je niet verspillen, natuurlijk moet je geen onzin gaan financieren met publieke middelen, maar nu slaat de slinger wel heel erg door naar de andere kant. De banken hebben op onverantwoorde wijze geld uitgeleend, en hebben hun verliezen vervolgens vakkundig grotendeels op de staten afgewenteld.

"Het collectiviseren van de private problemen, dat maken we mee. Die prijs gaan we dus met zijn allen betalen, ten koste van de publieke voorzieningen. Kijk maar eens hoe gretig men in Nederland de publieke sector, met name de cultuur, een enorme schop aan het verkopen is. Het gaat niet eens om zoveel geld, maar het is duidelijk dat het ook om revanche gaat. Het is niet alleen economisch, er wordt door sommigen ook een culture war uitgevochten. Willen we een Europa dat alleen nog geregeerd wordt door de financiële markten, of willen we dat er ook nog wat voor de mensen gezorgd wordt?

"Wij kletsten als jongeren graag over het grootkapitaal, terwijl we geen idee hadden waar het voor stond. Wel, vandaag zie je het in volle actie bezig. En dat is niet mis. Dat heeft dus niets meer met links of rechts te maken. Ook mensen in de financiële sector zelf maken zich grote zorgen, omdat het systeem zo gecorrumpeerd is dat het niet meer goed kan functioneren. Ze geven steeds vaker toe dat ze bang zijn voor de onbeheersbare krachten die het oproept. Toch wordt het amper aangepakt, en wordt de rekening naar de belastingbetaler doorgeschoven. De EU grijpt niet echt in, terwijl de Unie in oorsprong toch net een politiek project was, bedoeld om politieke tegenmacht te bieden aan de steeds mondialere economische krachten. Waar wachten ze dan op? Ik vrees dat er over enkele jaren, als het stof wat is gaan liggen, analyses zullen verschijnen waarbij onze mond zal openvallen over wat er achter de schermen is gebeurd. Dat ook hier die enorme stofzuiger aan het werk is geweest, die enorme overdracht van geld en macht van de middengroepen naar een kleine toplaag."

Wat bewonder je aan Amerika?

"Het optimisme, de moed, het aanpassings- en improvisatievermogen, de generositeit en gastvrijheid. De openheid naar het andere. Maar bij alles wat ik nu zeg klinkt er meteen een stemmetje in mijn hoofd: maar je weet dat je ook moeiteloos voorbeelden van het omgekeerde zult vinden. En dat is misschien net het kenmerkende van Amerika: het is het meest tegenstrijdige land ter wereld, waar elke generalisatie onmiddellijk wordt gecounterd door haar omgekeerde."

Geert Mak stelt zijn boek Reizen zonder John. Op zoek naar Amerika op vrijdagavond 7 september om 20 uur voor in de Gentse Vooruit.

Het boek ligt vanaf 23 augustus in de boekhandel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234