Donderdag 02/04/2020

Amerika: altijd mis in het Midden-Oosten

Dat de VS niet bijster populair zijn in het Midden-Oosten getuigt deze vlagverbranding in Pakistan.Beeld Rizwan TABASSUM / AFP

Morgen verstrijkt de deadline voor het afsluiten van een nucleair akkoord met Iran. De VS praten en praten, maar wat het morgen ook wordt, op een doorbraak rekent niemand. Het dossier is kenmerkend voor het hele Midden-Oosten-beleid van de VS: moeten, maar niet kunnen.

Het dringt eigenlijk pas door bij het nalezen van de aantekeningen van een dozijn interviews met Midden-Oosten-experts. Eerst nu komen de gespreksflarden samen en vormen ze een totaalplaatje. En dat is: er deugt helemaal niets van.

Het beleid van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten is op zijn slechtst een totale mislukking en op zijn best een kwestie van pappen en nathouden, vallen en opstaan. "We zijn verward over wat we willen in het Midden-Oosten", zegt Omar Kader. "We willen het niet verliezen en we kunnen het niet controleren." De VS als brandweer? "Waren ze dat maar", zucht professor Daniel Serwer. "Dan zou er af en toe nog iets goed gaan."

Hoewel ze afwisselend de persoonlijk voornaamwoorden "we" en "ze" gebruiken voor de VS, zijn alle geraadpleegde Midden-Oosten-deskundigen Amerikaanse staatsburgers. De meesten werken in Washington DC, nabij de bolwerken van politieke macht, in een gebied zo klein dat je op je gemak van het ene naar het andere kantoor wandelt.

De VS werken, met 31 maart als deadline, toe naar een nucleair akkoord met Iran. De afloop zal, wat die ook wordt, grote gevolgen hebben voor het hele Midden-Oosten. Toch hebben de VS in het Iran-dossier eigenlijk "alleen slechte en minder slechte opties", meent David Pollock. Geldt dat misschien voor het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid als zodanig? "Helaas wel, ja."

Beeld DM

Militair speelgoed

De Amerikaanse invasie van Irak werd een fiasco. De kans op een vergelijk tussen Israël en de Palestijnen was nooit eerder zo klein. De Arabische Lente liep uit op een mislukking. Egypte heeft opnieuw een militair regime, in Libië heerst chaos en Syrië ligt in puin. De Amerikanen bemoeien zich overal mee en hebben in de zeeën rondom voor miljarden aan militair speelgoed ronddobberen. Niet onlogisch dat ze vaak op zijn minst een deel van de schuld krijgen. "De regio keurt de bezetting van Irak af en de regio keurt af dat de VS niet meer hebben gedaan in Libië", zegt Michael Hanna. "De VS kunnen het nooit goed doen. Er zit een fundamentele tegenstrijdigheid in wat de mensen in het Midden-Oosten van de Amerikanen vragen."

Die contradictie zit ook in het verhaal van de experts zelf. Enerzijds vinden ze het vanzelfsprekend dat Amerika zich in het Midden-Oosten laat gelden als supermacht, anderzijds zijn ze diep doordrongen van de beperkte Amerikaanse invloed.

"Veel van wat in de regio gebeurt, komt van binnenuit", stelt Pollock. "Wat de VS doen is reactief. Een goed voorbeeld is de komst van IS. Wie zou een paar maanden geleden bedacht hebben dat het Witte Huis weer militair zou gaan opereren in Irak, zelfs tot in Syrië?"

En als eenmaal wordt besloten tot handelen, is de invloed beperkt. "De VS zijn niet in staat de binnenlandse politiek van landen te regisseren", zegt Marina Ottaway. "Mensen hebben vaak een overdreven beeld van waartoe de VS in staat zijn." Eric Trager gaat een stap verder. "Het centrale dilemma voor de VS in de regio" is volgens hem dat de internationale bedreigingen een gevolg zijn van binnenlands beleid van de Arabische landen. Maar aangezien de VS niet in staat zijn dat binnenlands beleid vorm te geven, staan ze met lege handen, zonder gereedschap. Kijk naar het instorten van Irak en Syrië, zegt hij, naar het opkomend extremisme in de regio. Dát zijn de urgente internationale gevaren en om die in te dammen, moet in de betrokken landen iets grondig veranderen. "Ik geloof bijvoorbeeld niet dat we in Irak het sektarisch conflict kunnen oplossen. We moeten, maar we kunnen niet. Ik weet niet hoe je die cirkel moet doorbreken."

Een zekere moedeloosheid lijkt zich van de deskundigen meester te hebben gemaakt - begrijpelijk. Die houding wordt weerspiegeld in het beleid van de regering-Obama, dat gebrek aan visie en daadkracht wordt toegeschreven. "Ik zie geen plan, geen grand strategy", zegt Sarah Leah Whitson. "Formeel zijn de VS tegen het regime van Assad, maar in de praktijk coördineren ze de luchtaanvallen met Damascus. Waar is het beleid?"

Volgens Richard Bulliet is Washington zelfs bezig zich geleidelijk terug te trekken uit het Midden-Oosten, nu de blik meer op Azië wordt gericht. Ook Pollock ziet een verminderde betrokkenheid. "We hebben last van overcompensatie voor fouten uit het verleden. Met Irak en Afghanistan hebben we ons te veel bemoeid, dus in Syrië doen we niets. Daar betalen we nu de prijs voor."

Toch betekent dit alles niet dat de Verenigde Staten geen agenda hebben. Sinds decennia kent het Amerikaans Midden-Oosten-beleid een aantal fundamentele beleidsdoelen, die door de jaren heen niet of nauwelijks zijn veranderd. Er is geen expert of hij/zij kan het rijtje opdreunen: de veiligheid van Israël, olie, bestrijden van terrorisme en - recenter - voorkomen dat Iran een kernmacht wordt.

Al deze beleidsdoelen hebben met elkaar te maken, soms zitten ze elkaar in de weg. En lastiger dan dat: ook de draaiende bordjes staan onderling in verbinding. Wat land A doet, heeft gevolgen voor land B, C en D. De vele conflicten en bondgenootschappen tussen spelers in de regio maken het diplomatieke spel voor Washington bijzonder ingewikkeld.

De Amerikaanse steun voor Israël bijvoorbeeld is slecht voor de relaties met de Arabische wereld. De onderhandelingen met Iran maken dan weer minstens twee van Amerika's bondgenoten, Israël en Saudi-Arabië, ongelukkig. De rivaliteit tussen de twee voornaamste regionale machten, Iran en Saudi-Arabië, vertaalt zich in een botsing tussen soennieten en sjiieten in een reeks landen. In de strijd tegen het IS-kalifaat is niet langer zeker of de vijand van de vijand een vriend van de VS is.

"Veel experts en soennitische leiders in de regio geloven oprecht dat Obama in de richting van de sjiieten buigt, ten koste van hen", zegt Pollock. "Ze zien dat de Amerikanen met Iran praten. Dat ze de sjiitische regering in Bagdad steunen. Dat ze de tegenstanders van Assad aanpakken, maar niet Assad zelf."

In werkelijkheid wil Washington de Saudi's, een cruciale speler, aan de borst blijven drukken. Vanwege de olie natuurlijk, als tegenhanger van Iran en als min of meer stabiele factor in een roerige omgeving. Bovendien speelt Saudi-Arabië - als kernland van het salafisme - een rol in de ideologische strijd tegen Islamitische Staat.

Dit alles maakt Saudi-Arabië volgens Gary Sick "belangrijker dan welk land ook in de regio". Saudi-Arabië, Egypte en de kleinere Golfstaten sloten gisteren een defensiepact. Zo krijgen de VS een ring van gewapende bondgenoten rond het zwarte gat Syrië.

Vooral daar kletteren bordjes op de grond. Sommige experts vinden dat Washington veel eerder het gematigde verzet had moeten steunen. Anderen zien niets in de militaire aanpak. "Obama heeft de naam soft te zijn", zegt Serwer. "Maar ik denk dat hij juist te weinig diplomatieke middelen gebruikt en te veel geweld. Vijftien jaar geleden waren er een paar duizend extremisten, in Zuidoost-Afghanistan. Nu hebben we er meer dan honderd keer zoveel, verspreid over vijftien landen.Zijn we aan het winnen? Nee, we verliezen. We produceren meer terroristen dan dat we doden. We gebruiken militaire middelen voor een probleem dat zo niet kan worden opgelost."

Beeld DM
Beeld DM

Tovermiddel

Maar hoe dan wel? Niemand heeft een tovermiddel, zeker niet voor Syrië. Ook de deskundigheid van deskundigen heeft zijn grenzen. Ze zien dat Washington zich geleidelijk neerlegt bij een voortbestaan van het Assad-regime, en de meesten vinden dat verstandig. "Regime change is van tafel", zegt Hanna. "Het zou onwijs zijn het te proberen."

Het beste waarnaar Washington kan streven, is volgens hem een "stabiele patstelling". Wat daarvoor nodig is: de offensieve kracht van het Syrische leger intomen; IS indammen; de strijdende partijen zoveel mogelijk uit elkaar houden.

"Dat is het plafond van ambitie. De fragmentatie is een realiteit, daarmee moeten we werken. Met stevige bestandslijnen zul je hier en daar het begin van zelfbestuur zien, zoals de Koerden nu al hebben. Het zal niet leiden tot een permanente opdeling van Syrië, maar ik kan me niet voorstellen dat er, na alles wat is gebeurd, weer een gecentraliseerde staat komt."

De stabiele patstelling: sexy klinkt het niet, maar het is op zijn minst een overzichtelijk streven, haalbaarder wellicht dan de alomvattende gedaanteverandering van The Greater Middle East die president George W. Bush in de nasleep van 9/11 proclameerde, een plan dat roemloos ten onder ging in de Iraakse woestijn.

Sinds Bush' hoogdravende retoriek - die democratie naar de regio wou brengen - zijn de ambities getemperd. "Democratisering is geen echte zorg meer voor de regering-Obama", zegt Ottaway. De term 'hoofdpijndossier' valt. Wanneer Islamitische Staat wreedheden begaat, wordt dat breed uitgemeten, maar over schendingen in Saudi-Arabië wordt hooguit met het vingertje gezwaaid. "We bewijzen lippendienst aan de mensenrechten, het kan ons niet echt schelen", zegt Bulliet. "We hebben zelf de doodstraf en overvolle gevangenissen, we hebben gemarteld. Dan zijn we misschien niet in de positie om anderen de les te lezen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234