Donderdag 24/06/2021

AMEN en UIT

'We zouden het allemaal liever anders zien, maar de tijd is wat de tijd is.' Het schilderachtige kerkje van Volkegem, een dorpje nabij Oudenaarde, liep onlangs voorgoed leeg.

Op donderdag 10 april 1958 stappen Margriet en Michel van hun boerderij in Volkegem naar het kleine, witte Sint-Martinuskerkje aan de andere kant van het dorpsplein. Sneeuwvlokken vallen als pluimpjes uit de lucht. Voor het altaar waar ze als kind zo vaak speelde - haar vader was klokkenluider en grafmaker - geeft Margriet haar man het jawoord.

Zevenenvijftig jaar later zit Margriet in dezelfde kerk als toen. Haar stoel kraakt een beetje, nog luider dan de knieën van de vele kerkgangers die vandaag zo vroeg zijn opgestaan. Het is half negen en de honderddertig stoelen zijn bijna allemaal bezet.

Pastoor Patrick zegt dat de eucharistieviering is opgedragen aan Michel, Margriets overleden echtgenoot, en aan hun zoon Bart, die negen jaar geleden stierf.

"Wie had dat gedacht toen we nog jong waren", zegt Margriet. "Dat er in Volkegem een tijd zou komen dat er geen mis meer zou zijn."

Op deze grijze zondagochtend vindt in dit dorpje nabij Oudenaarde de allerlaatste eucharistieviering plaats. Die laatste mis past in een groter verhaal over secularisering en hertekening van de dekenaten. Ook in Sint-Gillis-Waas, Mol, Deerlijk en op de Kattenberg in Bellegem werden de afgelopen jaren kerken gesloten.

Margriet vindt het jammer. Naar een andere parochie uitwijken, daar begint ze niet aan. Wat zou ze daar moeten gaan zoeken? Het is Volkegem of niets.

Treinongeval

Stemmen stoppen met gonzen. Pastoor Patrick heeft een gelig gewaad aangetrokken en neemt het woord. "Goedemorgen iedereen. Zoals jullie weten zijn we aan de laatste keer toegekomen. Ik stel me daar bij voor dat we met z'n allen hetzelfde gevoel hebben en dat niemand dat heel prettig vindt. We zouden het allemaal liever anders zien, maar de tijd is wat de tijd is en de situatie is wat de situatie is."

Het koor zet zijn eerste lied in.

Margriet woont al achtenvijftig jaar in de grote hoeve op de hoek van het De La Kethulleplein, recht tegenover de kerk. Haar man Michel overleed twintig jaar geleden. Zoon Bart negen jaar. Aan hen denkt ze vandaag, tijdens hun laatste herdenkingsmis.

Ze denkt ook aan het jongetje dat in mei bij een treinongeval overleed en dat samen met zijn grootvader altijd aardappelen kwam kopen, drie euro voor een zak van tien kilo, en dat op het binnenerf altijd met haar witte labrador speelde. Hij is begraven een maand na zijn plechtige communie, zegt Margriet. Het leven kan toch wreed zijn.

Drie rijen achter Margriet zit Marcella. Zij heeft al veel zien verdwijnen in deze straat. Cafés, kruideniers, buren. Haar man Marcel, drie jaar geleden gestorven.

Ze heeft nog geweten dat er op zondag twee vieringen waren. Eén om acht uur en één om half elf. Marcel ging om acht uur, zij om half elf. Nooit gingen ze samen. Op die manier konden ze om de beurt voor hun vier kinderen zorgen.

De laatste jaren was er slechts één viering per maand, telkens de derde zondag. Marcella ging elke keer. Ze heeft er geen spijt van, ook al vraagt ze zich soms af wat de kerk haar eigenlijk heeft wijsgemaakt, al die jaren, als je hoort welke verhalen er tegenwoordig allemaal naar boven komen. De mis was vooral de ideale gelegenheid om te weten te komen wat er in het dorp was gebeurd. Wie zwanger was, wie ziek, wie dood en wie dronken de avond ervoor.

Na het eerste lied volgt de begroeting.

"In het evangelie van vandaag wordt een heel andere terminologie gebruikt dan die waarmee we daarnet begonnen zijn. Er is sprake van storm, van angst, van ontzetting en van ontreddering. Verstaanbare woorden voor onze tijd en voor onze kerkgemeenschap. Daar durft het ook al eens hard tekeergaan. Al die oude verhalen zeggen dat je dwars doorheen alle storm en tegenwind moet vertrouwen dat God dicht bij jou is. Zullen we dat proberen te vieren deze morgen?"

Even twijfelen, links en recht kijken, allemaal samen rechtstaan en de handen voor het lichaam vouwen. Luisteren naar gezang.

Beulenwerk

Tijd voor het moment van ontferming.

"Tegenwind is verlamming bij het gevoel dat alles achteruitgaat, is vast raken in het heimwee naar vroeger, naar een vroeger dat geen toekomst heeft. Tegenwind is moeten loslaten: oude vertrouwde zekerheden en gewoonten, terwijl het nieuwe er nog niet is."

Kyrie eleison.

Op het balkon achterin de kerk zit Marnix. Hij woont in de Bagettestraat die als een krom been aan het dorpsplein hangt. Hij was eenentwintig jaar misdienaar en hielp jarenlang de klokken luiden. Een serieus werk, noemt hij het. Zeker de dodenwake.

Sinds een aantal jaar luiden de klokken machinaal. Elk uur, als vanzelf. De cadans van hun slagen benadrukt de stilte waarmee het dorpje is bedekt.

Het is goed dat de klokken blijven luiden, dat de kerktoren recht blijft staan. De mens, de gemeenschap heeft ze nodig. Het zijn de ankerpunten waar we ons op richten.

Drie huizen naast Marnix woont Wiezeke. Ze is de tachtig voorbij en zegt dat ze in haar jeugd meer in de kerk heeft gezeten dan thuis. Oei, oei, oei, dat waren andere tijden. Elke zaterdag en zondag moest ze de kerk helpen kuisen. Het was van moeten.

Van wie?

Van de nonnen!

Ze moest de vloer vegen, het koper kuisen, de stoelen wassen, noem maar op. En in de kerk kregen ze geen water. De emmers moest ze thuis vullen en er dan mee naar de kerk gaan. Oei, oei, oei, wat was dat een beulenwerk. Vandaag bleef ze thuis. Ze gaat al jaren niet meer naar de kerk. Waarom? Dat weet ze niet. Ze is op een bepaald moment achtergebleven, zo gaat dat gewoon. Wel weet ze dat ze van een van de vorige pastoors, een Ollander, nog twee flessen wijn tegoed heeft. Ze zal die nooit krijgen zeker?

Facebook, een parochie op zich

Eerste lezing. Evangelie. Homilie. Geloofsbelijdenis. Samen mompelen:"Ik geloof in de Geest van leven en liefde, ver aan mij vooraf maar ook in mij aanwezig. Soms noem ik Hem God of Schepper, maar het liefst van al: Vader."

Een nieuw lied. De voorzanger die plots stopt en zegt dat hij zonder bril zijn liedtekst niet kan lezen: gelach in de kerk. Gebed over de gaven. "Daarom verzuchten wij vandaag: kom uit uw hemel naar omlaag, o God, kom in ons midden."

De laatste jaren bleven steeds meer inwoners van Volkegem achter. Wiezeke was lang niet de enige. Mensen stierven of haakten af. Jongeren, want die zijn er ook, verkiezen de toog van café Den Obus boven het altaar in de Sint-Martinuskerk.

Vier dagen voor de laatste eucharistieviering had pastoor Patrick ("Zeg maar Patrick. Mijnheer pastoor, dat zegt niemand meer") me verteld dat hij van zijn negentien kleine parochies momenteel één grote parochie maakt. Eén keer in de maand vieren is volgens hem te klein om een traditie te hebben. Verder verschrompelen heeft geen zin.

"Verschrompelen is de ergste manier van doodgaan", zegt hij. "Het gaat traag en het doet pijn; dat wil niemand. Op een verschrompelde appel komt zelfs geen rotte vlieg meer zitten."

De laatste tijd was het zelfs zover gekomen dat hij in de meeste kerken de fles miswijn moest vervangen door een fles porto. Er waren zo weinig vieringen dat de wijn zuur was voor hij er nog eens kwam.

Onlangs merkte Patrick dat de flessen porto tijdens zijn afwezigheid wel heel snel slonken. Op de beelden van de camera's die in elke kerk hangen, zag hij telkens hetzelfde silhouet, stiekem de flessen opendraaiend.

"Ja", zegt hij. "Je maakt hier wat mee."

In zijn linkeroorlel blinkt een gouden sterretje.

De eengemaakte parochie zal naar Oscar Romero worden vernoemd, de aartsbisschop van San Salvador die het voor de onderdrukten opnam. Pastoor Patrick vindt dat er een lijntje in zit: geloofsgemeenschappen raken ook steeds meer in de onderdrukking. Kerken lopen leeg, op radio en tv worden de uitzendingen door derden geschrapt.

En dat pikt hij niet. "Liturgie is belangrijk", zegt hij en terwijl hij het zegt, recht hij de rug.

In het Open Huis van de kerk in Ename, waar we elkaar ontmoeten, staat onder het beeld van de Heilige Vedastus een computer. Facebook is geopend. Pastoor Patrick vertelt dat hij minstens één keer per week iets wil posten en nooit meer dan één bericht per dag.

Facebook spaart hem honderden bezoeken uit. De ochtend van ons gesprek heeft hij al zes persoonlijke berichten beantwoord. De meeste afkomstig van mensen die anders geen contact zouden zoeken. Parochianen met schroom, maar ook aanvragen voor een doop of een huwelijk. Hij heeft intussen 1.600 contacten - het woord 'volgers' gebruikt hij niet - en elke dag komen er bij. "Facebook", zegt hij, "is een parochie op zich."

Acht jaar geleden is pastoor Patrick in Oudenaarde aangekomen. Hij werkte eerder in Wetteren en omstreken en studeert nog steeds aan de KU Leuven. Momenteel is hij bezig aan een scriptie over de afbouw van eucharistievieringen, de sluiting en herbestemming van kerken. Met zijn promotor heeft hij afgesproken dat hij zijn werk pas volgende zomer afrondt.

Hij vond het interessanter om dit project eerst in de praktijk te laten lopen en er dan op terug te kijken in plaats van omgekeerd.

Zelf heeft hij er ook een raar gevoel bij, maar het is niet rampzalig. In elk dorp is er aanvaarding en verregaand begrip. Wel heeft hij de afgelopen weken veel weerstand gevoeld. Boosheid, ruzies, soms zelfs ten persoonlijken titel.

Hij bleef op zijn punt staan. Hij bleef zeggen dat er grenzen aan zijn draagkracht zijn.

"Ik ga geen vijf vieringen per weekend blijven doen", zegt hij. "Hier voor twaalf man, ginder voor eenentwintig. Nee, daar begin ik niet meer aan."

Nieuwe bestemming

Enkele belangrijke vieringen blijven wel bestaan. Witte Donderdag in de kerk van Ename bijvoorbeeld. En de vrijdag voor de kermis van Volkegem. Dan komt er gegarandeerd veel volk. Ook voor huwelijken en begrafenissen gaat het kerkje straks nog open. Laatst kwam er een koppel uit Temse huwen, zo postkaartwaardig is het.

Het tafelgebed. Een bel die drie keer rinkelt. "Onze Vader die in de hemelen zijt. Geheiligd zijt Uw naam." Vredeswens. Communie. De nietszeggende smaak van een hostie in de mond. "Voor de vele vluchtelingen die Europa trachten te bereiken. Laat ons bidden."

Volkegem is een plek met een rijke geschiedenis. Al in de vroege middeleeuwen was er een bidplaats; de oudste stukken van de Sint-Martinuskerk dateren uit de zevende eeuw. Van de uitgestrekte moederparochie splitsten later verschillende parochies af, zoals Leupegem, Edelare en Pamele.

Die worden nu dus opnieuw herenigd. Tegelijk komt aan de eeuwenlange Volkegemse traditie van bidden en vieren een einde.

Pastoor Patrick zegt dat ik jong genoeg ben om nog mee te maken dat de kerk van Volkegem een compleet nieuwe bestemming krijgt. Al hoopt hij dat de herbestemming met respect zal gebeuren. Dat ze open kan blijven voor eerste en plechtige communies, huwelijken en begrafenissen.

Toch vreest hij dat veel kerken binnenkort zullen stoppen met kerk te zijn. Hier en daar zal het verkommeren, zegt hij, omdat de lokale bewoners het niet willen verderzetten. Ze zullen er woonhuizen van maken, musea, opslagplaatsen voor inboedels van andere gesloten kerken.

Frederik, lid van de lokale kerk-raad, zegt dat de laatste mis na zo'n lange geschiedenis een vreemde gebeurtenis is. Hij wil benadrukken dat de kerk niet wordt gesloten. Daar is ze te mooi voor en daarvoor is er te veel energie ingestoken. Elke zondag blijft de kerk open voor wie nood heeft aan een moment van bezinning of gewoon een kaars wil branden.

Slotlied, over de mensen onderweg naar Compostela. Slotgebed, zending en zegen. "Zullen we samen bidden om Gods zegen, met ons en in ons? In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen."

De viering is afgelopen. Het stoelgeld is in de schaal geworpen, de Herder bezongen. Krakend komen de knieën in beweging. Bij het buitengaan wenst pastoor Patrick iedereen een zalige zondag. Langs de graven van de families Van Laeys-De Mesel en Verlinden-Schiettecatte schuiven we richting straat. Voor het bijzaaltje van de pastorij, al jaren geleden tot woonhuis omgebouwd, blijven we hangen.

"Uit dankbaarheid voor de aanwezigheid vandaag en zo vaak voorheen", had Frederik van de kerkraad aangekondigd, "bieden we een glas aan."

Op zilveren schalen komt cava en sinaasappelsap voorbij. Binnen is er koffie.

Wielertoeristen

Guido zegt dat alle dingen verdwijnen, soms rapper dan je denkt. Marcella neemt een broodje. Er ligt sla, tomaat en vissalade tussen. Eentje kan geen kwaad, zegt ze, maar ze moet er wel voor zorgen dat ze straks nog iets kan eten, thuis.

Harm en Roxanne kijken geboeid naar de hond van de buren. Zijn achterste poten verlamd, de blik naar beneden. Het is te gemakkelijk om in zijn manke tred een metafoor te zien.

Pastoor Patrick staat een beetje verder en houdt het bij koffie. Hij zegt dat hij er speciaal voor heeft gezorgd dat hij vandaag geen andere dienst meer heeft, zodat hij in Volkegem kan blijven. "Bij een begrafenis blijft de pastoor toch ook tot iedereen de deur uit is?"

Op de kasseien van het dorpsplein dokkeren en dansen de wielertoeristen, als waren zij de nieuwe zendelingen. Ze stoppen en gaan café Den Obus binnen, niet de kerk.

Margriet stapt naar huis, omringd door familie en door vroeger.

Het is zomer 2015.

In Volkegem zijn de middeleeuwen voorgoed voorbij.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234