Vrijdag 30/10/2020

InterviewWellesnietes

Ambiance in de stad: hoort er gewoon bij of zijn er grenzen?

Sam Voeten (l) en Swa Collier.Beeld Bob Van Mol

Een voor- en tegenstander gaan in duel over een hot issue. Deze week: in de Antwerp­se wijk Zurenborg laait een conflict tussen de horeca en bewoners hoog op. Zijn beide te verzoenen in een stad?

Sam Voeten: ‘Een stad heeft ambiance en bruisende plekken nodig’

Volgens CD&V-gemeenteraadslid Sam Voeten kan een nachtburgemeester soelaas bieden. “Een stad moet structureel overleg stimuleren tussen buurtbewoners en horeca, zodat het niet uitmondt in een juridisch gevecht.”

“Groot­steden zoals Antwerpen hebben verschillende functies. Er wordt gewoond en gewerkt, gestudeerd en ondernomen. Vanzelfsprekend moet er dus ook een bruisend aspect zijn dat ontspanning en sfeer in de stad brengt. Een stad wieg je toch niet vroegtijdig in slaap?

“Het vertier en de leefbaarheid moeten verzoend worden. Dat is niet altijd makkelijk. Toch mag de ambiance niet weggeduwd worden door de kritiek van enkelen. Daarom pleit ik voor een verbindings­figuur. Noem het een nachtburgemeester. In buitenlandse steden, zoals Londen en Berlijn, werpt dat zijn vruchten af.

“Het idee ontstond afgelopen voorjaar. Toen moesten nachtclubs aan ’t Eilandje, waaronder Club Vaag en Roxy, tijdelijk de deuren sluiten vanwege overlast. Het stadsbestuur heeft duidelijk gefaald als het zover moet komen. Er was een compleet gebrek aan overleg tussen alle partijen.

“De belangrijkste opdracht van een nachtburgemeester is dan ook om uitbaters, het stadsbestuur en zijn diensten en de betrokken buurtbewoners samen te brengen. Vaak ontmoeten die partijen elkaar pas als het te laat is. Nochtans moet een stad structureel overleg stimuleren, zodat het niet uitmondt in een juridisch gevecht.

“Want het is niet altijd makkelijk om een horeca­zaak of club te runnen. Ook daar kan de nachtburgemeester bij helpen. Er zijn tal van regels en vergunningen. Zeker startende ondernemers kennen daar (nog) niet alle finesses van. Velen zouden zich gelukkig prijzen met iemand die hen in het kluwen de juiste weg toont. Dat kan ook iets kleins zijn, zoals de buurt op de hoogte brengen van een steviger feestje of later sluitings­uur. Op die manier zet je het nacht­leven positief in de kijker. Dat helpt het plezier van honderden mensen te verzekeren.

“Bovendien is niet alleen het gebrek aan communicatie een probleem. Er wordt ook veel te weinig nagedacht over stads­ontwikkeling. Wie een vergunning geeft om een woon­toren neer te planten naast een club of uitgaans­buurt, creëert als bestuur zelf het conflict. Een stad moet duidelijk durven kiezen waar er gedanst mag worden op pompende muziek en waar het rustiger kan zijn. En belangrijker: dan moet de stad die keuze ook stellig verdedigen tegenover de bewoners.

“Doet de stad dat niet, dan krijg je een situatie zoals op het Mechelse­plein. Daar heeft het stads­bestuur beslist om een sluitings­uur op te leggen. De feestvierders stroomden door naar plaatsen zonder avondklok en de uitbaters verloren een deel van hun inkomsten.

“Daarnaast is er nog een tweede economisch aspect. Dagjes­toeristen en city­trippers hechten veel belang aan een bruisende kern. Het is zelfs een top 3-voorwaarde op website Trip­Advisor voor 25- tot 35-jarigen.

“Wil dat zeggen dat rotte appels die continu voor overlast zorgen worden vrijgepleit? Absoluut niet. Die moet men resoluut tot de orde roepen. De nachtburgemeester gaat pas slapen als er een oplossing is gevonden.”

Swa Collier: ‘Geen nachtrust als de buurt drie avonden op haar kop staat’

Volgens bewoner Swa Collier hoort een buurt geen horeca­wijk te zijn. “Met de cafés kwamen nachtelijke vandalen­streken, geluids­overlast en geur­hinder. De bewoners zijn de dupe.”

“Kent u de slogan van Zurenborg? We zijn blijkbaar ‘de hippe en bruisende wijk’. Ik erger me daar mateloos aan. Voor de bewoners van de straten rond de Dageraad­plaats is de wijk helemaal niet hip en bruisend.

“Oorspronkelijk was het hier erg fijn. In de loop der jaren is het plein geëvolueerd en gemoderniseerd. Er is groen en weinig verkeer. Er staat zelfs een speeltuintje voor de kinderen. Daardoor trekt de buurt veel jonge gezinnen aan die het dorps­gevoel zoeken in een grote stad. En die willen natuurlijk dat hun kroost – en zijzelf – een goede nacht­rust hebben. Het was een moeizaam groei­proces om de mensen met de horeca te verzoenen.

“Maar de wijk is het slachtoffer van haar eigen succes geworden. Bakkers en beenhouwers verdwenen. In de plaats kwamen meer cafés en restaurants. De stad maakte van het plein ook een ‘evenementen­plein’ met soepelere regels over nachtlawaai, veel feesten en optredens. De Dageraad­plaats is een horeca­wijk geworden.

“We hebben geen problemen met de occasionele scouts­fuif of een schoolfeest. We willen geen stille zone worden waar sfeer verboden is. Maar we zijn in de eerste plaats een woonwijk en dat willen we zo houden. De buurt staat soms drie dagen per week op haar kop. De bewoners zijn daar de dupe van.

“En de café­bazen? Die wonen hier niet. Zij zetten wat personeel in hun zaak en trekken zelf om 23 uur de deur toe. Het personeel trekt zich geen moer aan van de omgeving. Ze spreken luid­ruchtige gezelschappen niet aan, vragen klanten niet om rekening te houden met de omwonenden. Een bordje ‘Let op de buren’ hangt er alleen voor de schone schijn. Wie leest dat na zijn vijfde Duvel?

“Zo kom je op een punt dat niemand nog zin heeft in overleg. De buurt heeft regelmatig gewezen op nachtelijke vandalen­streken, geluids­overlast en geur­hinder. Tot een bijeenkomst is het nooit gekomen. Een café­baas heeft zelf toegegeven dat ze de mensen van het plein niet rond de tafel krijgen. Uitbaters zijn alleen geïnteresseerd in hun eigen kassa en terras. We zijn als buurt collectief tegen een muur blijven botsen. En dan beginnen mensen te re­clameren. Een aantal heeft op bepaalde momenten de politie gebeld. Dat recht hebben ze. Maar dan ben je algauw de onverdraagzame, zure klootzak.

“De horeca ziet dat echter als een persoonlijke aanval vanuit de buurt. En daardoor is er helemaal geen contact meer. Verschillende zaken gaven hun sponsoring voor onze lokale krant De Gazet van Zurenborg op. Daar was ik tot voor kort hoofd­redacteur, maar de situatie is zelfs onze redactie binnengedrongen. Nochtans was de krant lange tijd het enige communicatiemiddel tussen buurt en horeca. Bewoners uitten er hun verzuchtingen in een column. De horeca kreeg de kans om zijn kant van het verhaal te doen. Nu is elk platform weg.

“Het enige wat een buurt wil, is dat horeca­zaken hun verantwoordelijkheid nemen. De terrassen moeten niet verdwijnen. Klanten moeten geen plakker op de mond als ze buiten komen. We vragen alleen af en toe een beetje rust en stilte.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234