Vrijdag 26/02/2021

InterviewDe Wending

Ambassadeur Jan Waltmans verloor zijn vrouw in Beiroet: ‘Als we waren blijven staan, had zij nog geleefd’

Jan Waltmans met zijn echtgenote Hedwig Waltmans-Molier. Beeld rv
Jan Waltmans met zijn echtgenote Hedwig Waltmans-Molier.Beeld rv

Bij de grote explosie in Beiroet verloor de Nederlandse ambassadeur Jan Waltmans afgelopen zomer zijn vrouw Hedwig Waltmans-Molier (55). Eén keer doet hij zijn verhaal. ‘Als we waren blijven staan, was ik dood geweest en had zij nog geleefd.’

Hun appartement op de zestiende verdieping keek uit over de haven van Beiroet. Een weids uitzicht door grote raampartijen. In de huiskamer zagen Jan en Hedwig Waltmans op dinsdag 4 augustus rond 18 uur – ze wilden net gaan eten – de eerste, kleine explosie. Een rookpluim cirkelde traag omhoog. Daarna klonk een hard en schel geluid. “Laten we naar de gang gaan”, zei Jan, uit voorzorg, tegen Hedwig. “Weg bij de ramen.” Het zou het laatste zijn wat ze haar man hoorde zeggen.

Het eerste wat Jan na de klap zag was Hedwig, liggend op de grond. De tweede explosie veroorzaakte een drukgolf die ramen uit hun omlijstingen drukte. Overal lag glas. Op haar, onder haar. ,,Ik haalde het glas van haar af en zag dat het heel ernstig was.”

Het appartement in Breda, waar Jan (57) zijn verhaal doet met een kan thee en koekjes binnen handbereik, kijkt vanaf de vijfde verdieping uit op een bouwterrein met brokstukken van wat ooit de Nibb-it-fabriek was. De knusse woning was de afgelopen jaren de uitvalsbasis van Hedwig, die ook bij Buitenlandse Zaken werkte en om de zes weken naar Nederland reisde voor afspraken met haar collega’s op het ministerie in Den Haag.

In het complex wonen vooral jonge starters, vertelt hij. Met een lachje: “Als ze me niet kennen, denken ze vast dat ik een gescheiden man ben.” Hedwigs lachende gezicht kijkt op foto’s de gang en woonkamer in. Jan pakt zijn favoriete foto van hun tweeën. Vanzelfsprekend geluk. “Dat was het inderdaad. Een beetje té mooi om waar te zijn.”

Hoe lang waren jullie samen?

“Achtendertig jaar. Sinds het zesde middelbaar. High school sweethearts. Als je zo jong bij elkaar komt, raak je met elkaar vergroeid.”

Jan ging eerst werken bij Buitenlandse Zaken, klom op tot ambassadeur. Hedwig volgde later en werkte als personeelsadviseur voor ambassadeurs in Europa en voor andere ministeries die medewerkers naar ambassades uitsturen. Zacht: “Ze had je er zelf enthousiast over kunnen vertellen.”

In de zomer van 2017 werd Jan ambassadeur in Libanon. Een land met twee gezichten. Waar gesluierde vrouwen en zomers geklede mensen samen over de boulevard lopen en waar best een biertje of wijntje gedronken kan worden. Waar door crises in Irak en Syrië miljoenen vluchtelingen wonen. Hij wil er maar mee zeggen: een stabiel Libanon is niet alleen fijn voor de mensen daar, maar ook in het belang van Nederland, wat op 4,5 uur vliegen ligt. Anders krijg je radicalisering, raken vluchtelingen op drift en gaan ze naar Europa – Cyprus is maar 200 kilometer verderop.

Voor hem was er, kortom, genoeg te doen. Het was zijn tweede post als ambassadeur. Vóór Libanon was hij twee jaar ambassadeur in Irak, een post waar gezinnen vanwege de veiligheidssituatie niet mee naartoe kunnen. Hedwig dus ook niet. Nu kon ze wél mee. Jan verheugde zich erop, vertelde hij in de zomer van 2017. Ook omdat je als buitenlander in Libanon, in tegenstelling tot Irak, wél in de auto kon stappen, naar de bergen kon gaan, een kopje koffie kon drinken aan zee.

Is het wrang dat uitgerekend dáár het noodlot toesloeg?

“Het logische antwoord is ja. In Irak en Afghanistan, waar ik ook heb gezeten, weet je dat je groot risico loopt. Libanon is geen onveilig land. We voelden ons vrij. Hedwig werkte voor het eerst parttime en had tijd voor vrijwilligerswerk. Met twee vriendinnen was ze verantwoordelijk voor het onderhoud van één etappe van de Lebanese Mountain Trail van 470 kilometer in de bergen. We hadden nog nooit zo veel vrienden als in Libanon.”

Maar het is ook een land met een zeer verzuild politiek systeem, waar sjiieten, soennieten, christenen en druzen hun eigen belang laten prevaleren boven het algemeen belang. Waar corruptie dus hoogtij viert. “De internationale gemeenschap drong de afgelopen jaren aan op hervormingen. Het land is economisch en financieel bijna failliet. Verschillende regeringen hebben die hervormingsagenda ook wel aangenomen, maar nooit uitgevoerd.”

In Libanon waren Jan en Hedwig weer samen, maar dit voorjaar leefden ze wéér – maandenlang – gescheiden. Noodgedwongen. Hedwig was half maart voor haar gebruikelijke bezoek naar Nederland gegaan en in de tussentijd werd het vliegveld van Beiroet gesloten: corona. “In juli kon ik eindelijk naar Nederland reizen en hebben we de hele maand samen doorgebracht. Op 1 augustus gingen we terug naar Beiroet. Hedwig was superfit, vol energie en helemaal blij om terug te zijn.”

Een dag later wandelden ze langs de zee en namen ze in uitgelaten stemming een filmpje op voor de kinderen. “Om ze een beetje jaloers te maken: kijk eens waar wij weer zijn.” De video zou later worden getoond op de crematie. “Dat kwam wel aan bij mensen, ja. Ik ben ergens blij dat ik dit nog van die laatste dagen heb. Je zag hoe gelukkig en hoe bruisend ze was.”

Kunt u me meenemen naar die dinsdag 4 augustus? Hoe verliep die dag?

“Het was mijn tweede werkdag na onze vakantie. Het begon als een heel gewone dag. Ik ging naar de ambassade, Hedwig had zich geïnstalleerd in de werkkamer in huis. Ik ben een vroege vogel, was om 7.30 uur op kantoor en rond 17 uur weer thuis. We zouden die avond nog bij collega’s koffie gaan drinken.”

De tweede ‘enorme klap’, veroorzaakt door wat begon als een kleine brand in een opslagplaats, maakte aan die plannen – en alle andere – een einde. Het had er nooit mogen liggen, maar het lag er wel: daar, in de haven. Een kleine 3.000 ton van het explosieve ammoniumnitraat.

null Beeld AFP
Beeld AFP

Wat was het eerste wat u deed na die explosie?

“Ja, wat doe je dan? Ik heb haar in de stabiele zijligging kunnen leggen en heb hulp gebeld. De ambulance ging meteen rijden, maar kwam vast te zitten in het verkeer. Het duurde zeker 25 minuten voor ik hulp kreeg. Dat zijn heel lange minuten. (meteen relativerend) Daar kan niemand wat aan doen hoor, in die situatie.”

Jullie stonden allebei in de woonkamer. Hoe is het mogelijk dat u niets had?

“Het is gek hoe drukgolven werken. Aan de ene kant van de kamer waren de ramen naar binnen geblazen, aan de andere kant juist naar buiten. We hadden net één stap gezet richting de gang. Daardoor werd ik – per toeval – gedekt door de muur in de gevel van 1,20 meter breed. De glazen kast met servies die in het verlengde van die muur stond, was ook niet beschadigd. Ik heb helemaal níets gevoeld. Ik had alleen krassen op mijn knieën, omdat ik naast Hedwig in het glas geknield zat. Als we waren blijven staan, was ik dood geweest en had Hedwig nog geleefd. Dan had zij achter dat muurtje gestaan.”

Spookt dat door uw hoofd?

“Daar sta ik af en toe bij stil, maar ik blijf er niet in hangen. Ik kan de uitkomst niet veranderen. De kinderen zeggen: als jullie twee stappen hadden gezet, waren jullie er allebei niet meer geweest. Weggaan bij glas was op zich een goede reflex.”

Hulp kwam in de vorm van vier mannen – een toegesnelde collega, een politieagent en twee onbekenden – die haar samen met Jan naar beneden tilden. Via de trap. De lift was onbruikbaar, de deuren waren door de drukgolf naar binnen gezogen. Op straat werd Hedwig in de auto van een collega geschoven, Jan hield haar hoofd stabiel. Op weg naar het ziekenhuis kwamen ze bijna meteen in de verkeerschaos terecht. Jan sprong uit de auto, ging ervoor lopen, vouwde zijn handen voor de borst en smeekte automobilisten – alsjeblieft, alsjeblieft – richting stoep te sturen om ruimte te maken. Anderhalve kilometer lang. “Zodat wij met onze auto, met Hedwig, zo snel mogelijk naar het ziekenhuis konden komen.”

Jan vertelt het alsof hij het script van een rampenfilm voorleest. Hij formuleert zorgvuldig, spreekt bedachtzaam, klinisch bijna, maar zeer gedetailleerd. “Ik heb geen moeite om erover te praten.”

Hoe in het ziekenhuis door het grote aantal slachtoffers chaos heerste. Paniek. Geschreeuw. “Ik zag mensen binnengebracht worden waarbij het laken over de brancards lag. Dan weet je wel hoe erg het is.” Hedwig belandde uiteindelijk op de intensive care met een zwaar hersenletsel.

Daar mocht Jan niet 24 uur per dag aan haar zijde zitten. Ze moest rust hebben. En het ziekenhuis had het druk en moest bovendien rekening houden met de coronaregels. Dus ging hij tussendoor terug naar hun verwoeste huis. “Daar lagen dierbare herinneringen, die wilde ik alvast in dozen stoppen. Veiligstellen. Het gaf me ook afleiding.” Een beeldje, ooit gekocht in Zimbabwe, dat bij de explosie zwaar beschadigd raakte, staat nu op een nieuwe sokkel bij de deur in Breda.

Was er hoop op herstel?

“Je wil altijd hoop houden. Ik heb ook een second opinion gevraagd. Via Buitenlandse Zaken hebben we dé hersenspecialist van Nederland kunnen raadplegen. Binnen een paar uur kwam van die arts het bericht dat ze in het ziekenhuis de best mogelijke zorg kreeg. Maar het was wel duidelijk dat de kans heel klein was dat ze ooit weer zou zijn wie ze was. In de dagen erna werden de vooruitzichten steeds somberder.”

Wanneer vervloog de hoop?

“Toen ik de scans van haar hersenen zag. Uiteindelijk ben ik ervan overtuigd dat ze het ook niet had kunnen halen als het naast het ziekenhuis was gebeurd. Ze was gewoon te zwaar beschadigd. Ze heeft na de explosie haar ogen niet open gedaan. Geen moment.”

Na zo’n 24 uur, denkt Jan, kwamen hun dochter (27) en zoon (24) aan in Beiroet. Het weerzien was ‘natuurlijk emotioneel’. “We hebben naast het grote verdriet met z’n drieën ook praktische besluiten kunnen nemen.” Hedwig en Jan waren allebei orgaandonor en haar letsel maakte donatie mogelijk. “Daar was geen twijfel over mogelijk.” Het kwam, ongewild, in het nieuws in Libanon. “Daar is het heel ongebruikelijk om zoiets te doen voor mensen die je niet kent. Ik gaf de afgelopen jaren een aantal keer bloed. Dat trok ook erg de aandacht.”

Put u troost uit het feit dat Hedwig met haar dood levens van anderen heeft gered?

“Een héél klein beetje. De situatie verandert niet.”

Weet u wie haar organen hebben gekregen?

“Van één persoon weet ik het. Ik kreeg een appje: dankjewel dat jouw vrouw mijn oom heeft geholpen. Het gaat heel goed met hem. Met naam en toenaam hè. In Libanon doen ze niet aan privacy. Ik heb begrepen dat het goed gaat met de twee mensen die haar nieren hebben gehad. Dat is heel fijn.”

Hedwig overleed uiteindelijk op vrijdag 7 augustus op 55-jarige leeftijd. Ze was, zegt Jan, het type dat eerst de kat uit de boom keek. Ze vulde hem, type ongeduldige enthousiasteling, mooi aan. “Ze was in haar werk integer, betrouwbaar, toegewijd en heel professioneel. En privé vrolijk, opgewekt, spontaan. Een gezellige moeder. Niet snel oordelend, geen mening opdringend.”

Dat Jan zou stoppen als ambassadeur in Libanon wist hij een dag na de explosie al. “De kinderen zeiden: we willen dat je in Nederland bent. Als ambassadeur moet je, zeker na een ramp die ook andere ambassadecollega’s zwaar raakt, je 120 procent kunnen geven, zonder een rugzak met verdriet te dragen.”

Tegelijkertijd: u had het allebei erg naar uw zin in Beiroet. Deed die beslissing dan niet ook…

“Pijn? Ja, natuurlijk.”

Na Hedwigs overlijden kreeg Jan ‘overweldigend veel’ reacties, duizenden. “Ik ga geen namen noemen, maar ik waardeer dat. Alle reacties deden me goed, vooral als mensen er een kleine anekdote bijschreven.” Zijn stem breekt even als hij vertelt over een collega met problemen die destijds steun vond bij Hedwig. Integer als ze was, had zij hem daar nooit over verteld. “Het heeft een grote impact op Buitenlandse Zaken, ik denk omdat diplomaten zich realiseren: het had mij ook kunnen overkomen.”

In oktober gingen Jan en de kinderen terug naar de Libanese hoofdstad om afscheid te nemen. “Mooi en moeilijk.” Tijdens een wandeling (coronaproof) met zeventig vrienden en werkcontacten over de favoriete bergetappe van Jan en Hedwig strooiden ze haar as uit. “Het was een mooi moment. Voor hen was het ook bijzonder, want cremeren en as verstrooien is niet gangbaar in Libanon.”

Die tonnen van het explosieve ammoniumnitraat lagen al jaren in de haven en de regering deed niets. Bent u boos?

“Nee. Dat vragen heel veel mensen. Als de verantwoordelijke mensen hun werk goed zouden hebben gedaan, dan zou zo’n ramp als deze zich niet hebben mogen voordoen.”

Alleen al in die zin zit veel aanleiding tot boosheid.

“Ja, maar als je als diplomaat bereid bent om naar dat soort landen te gaan om er te werken – dat waren we allebei en we hébben ervan genoten – dan brengt dat risico’s met zich mee. Hoe wrang dat ook is. Wij kiezen voor zo’n internationale, superinteressante loopbaan. Boos zijn helpt je niet bij de verwerking.”

Dat is heel rationeel.

“Zo voel ik het. Ik ben zeer verdrietig en heel emotioneel. Ik vertaal dat niet naar wrok of ‘wat als’. Daar help ik mij of mijn kinderen niet mee. Dan kun je zeggen: dat is rationeel. Maar iedereen reageert anders op intens verdriet.”

Na de explosie waren er grote protesten en trad de regering af. Hoe ziet u de toekomst van Libanon?

“Het afgelopen jaar zag je massademonstraties in onder meer Hongkong, Chili, Bolivia, Belarus, Iran en Libanon. Het leidde maar in zeer beperkte mate tot verandering. Wat ze in Libanon vroegen, was allemaal legitiem: fatsoenlijk onderwijs, water, elektriciteit tegen een redelijke prijs en het tegengaan van de corruptie. Daar is nog steeds niets van terechtgekomen. Libanon is een gewéldig land met zeer capabele mensen, maar het zou een nog veel mooier land kunnen zijn als de juiste maatregelen zouden worden genomen. Nederland zet zich in om de politici daartoe aan te sporen. Maar uiteindelijk moet er van binnenuit iets op gang komen.”

Hij vertelt over een project waarbij de Nederlandse ambassade jongeren uit vier bevolkingsgroepen uit het land bij elkaar bracht met Fadi El Khatib, de basketballende Johan Cruijff van Libanon. “Eén van die drie groepen werd door de anderen gezien als ‘terroristen’. Dat hebben ze jaar in, jaar uit gehoord. Maar door ze bij elkaar te brengen, doorbreek je dat. Alle jongeren bleken dezelfde zorgen en dromen te hebben. Je kweekt begrip. Maar de eigen burgemeesters, parlementsleden en ministers doen dat dus nauwelijks.”

Heeft u gedacht dat de explosie de hervormingen teweeg zouden brengen die het land nodig heeft?

“Nee, ik heb nooit gedacht dat dit het kantelpunt zou zijn. Daarvoor is de problematiek te diep verankerd. De impact van de explosie was enorm, maar trof uiteindelijk één deel van Beiroet. Toch moet Nederland actief blijven in het land. Als Libanon totaal faalt, krijg je massa-immigratie naar Europa, staat de deur open voor extremisme en zal het toch al grote humanitaire leed toenemen.”

Inmiddels is Jan weer aan het werk op het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat hem de afgelopen maanden ‘geweldig heeft gesteund’. Hij helpt minister Sigrid Kaag om jongeren te betrekken bij haar werk. “Ik ben ook sparringpartner voor collega’s die net begonnen zijn. Vooral in coronatijden is dat moeilijk, want hoe bouw je dan een netwerk op?”

U wordt weer ambassadeur, in Bosnië-Herzegovina, werd onlangs bekend. Wilde u dat weer?

“Ja, ik kijk ernaar uit om daar in de zomer te starten. Mijn ervaring in landen die onder een burgeroorlog hebben geleden en voor grote uitdagingen staan, zal in Bosnië-Herzegovina van pas komen. Het is altijd spannend welke functie je krijgt. Benoemingen worden gebaseerd op capaciteiten. Het gaat er niet om dat ik ‘zielige Jan’ ben en dat zou ik ook niet willen.”

Zag u op tegen de feestdagen?

“Wel een beetje. Voor veel mensen zijn het feestdagen, maar voor mensen die zo’n verdriet hebben meegemaakt is er weinig feestelijks aan. Het was voor ons een verschrikkelijk jaar. Al is het nu fijn om met mijn kinderen en naaste familie bij elkaar te zijn. Ik heb in elk geval voor een glaasje Libanese wijn gezorgd.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234