Vrijdag 04/12/2020

Lust en Liefde

‘Alzheimer heeft mijn vrouw veranderd, maar niet mijn liefde’

Beeld Getty Images

Nadat bij de vrouw van zijn leven alzheimer werd geconstateerd, stortte de wereld voor Boudewijn (57) in. Zijn liefde voor haar houdt nog steeds stand, maar de toekomst zonder zijn echtgenote baart hem zorgen. ‘Een nieuwe liefde is het laatste dat ik verlang.’

Ik dacht dat mijn 51-jarige vrouw een burn-out had, maar het bleek alzheimer. Het begon met onleesbare berichtjes die ik pas na enige moeite kon ontcijferen, daarna volgden de elektrische apparaten die ze niet meer vanzelfsprekend kon bedienen, en later begon ze de volgorde van simpele handelingen in de war te halen. Een pan pasta stond dampend op het aanrecht als de saus nog gemaakt moest worden. Op het verkeerde been gezet door die burn-out volgde een jaar van wederzijds verlies aan houvast en onbegrip. Had ze niet gezegd dat ze wilde ophouden met haar drukke job, en waarom ondernam ze dan niks?

“Ik herkende haar niet meer, zo energieloos zat ze in een stoel, niet bij machte haar leven de draai te geven die alles ten goede zou keren. Wij waren al dertig jaar samen, vanaf het moment dat ik haar zag in het studentenhuis waar ik wilde komen wonen – blond haar, gebruind gezicht en Zweedse klompjes in wat later maat 36 bleek te zijn – hield ik van haar. Terwijl ik aan de keukentafel mijn best deed om bij haar ­huisgenoten in het gevlij te komen, zag ik haar vanuit mijn ooghoeken een meter of tien van me vandaan. Eenvoudig en opgewekt. We werden verliefd en toen ze al die jaren later ­verstrikt raakte in haar hoofd, hebben we ruziegemaakt en eindeloos gepraat, maar ineens ­lieten alle vertrouwde methodes om tot elkaar te komen het afweten. We kwamen er maar niet uit en begrepen niet waarom. En twee jaar later, in 2014, kwam de diagnose alzheimer. We lieten haar een tweede keer onderzoeken omdat we het niet konden geloven, maar toen konden we er niet langer omheen. Alzheimer, met een levensverwachting van een jaar of acht.

“De eerste periode ging redelijk goed, daarna ­verergerden de klachten. Ze werd incontinent en de intensieve zorg legde zoveel beslag op mij en de kinderen dat we oververmoeid raakten. Op 4 november 2019 verhuisde ze naar een woon-zorgcentrum. Van tevoren had ik haar verschillende malen uitgelegd wat er ging gebeuren, maar het nieuws leek haar niet te bereiken, en op een ochtend toen ik aan de ontbijttafel een artikel las over een vader die zijn gehandicapte kind uit huis moest plaatsen, liepen de tranen langs mijn gezicht. Dat raakte haar wel. Ze vroeg wat er scheelde en ik antwoordde naar waarheid dat ik een verrader was die zijn eigen vrouw wegbracht omdat hij niet langer voor haar kon zorgen. Ze stond op, nam mijn gezicht en kuste en troostte me.

“Onze dochter heeft haar uiteindelijk weggebracht, niet omdat ik het niet kon, maar zij kon het beter. Als twintigjarige beschikt ze over de natuurlijke eigenschap vervelende taken op zo’n manier uit te voeren dat iedereen er vrede mee heeft. Zelf bezocht ik mijn vrouw die avond voor het eerst. Ik heb haar in bed gestopt en ging naast haar zitten. Sindsdien bezoek ik haar dagelijks. Als ik binnenkom, loopt ze altijd ergens rond in een van de gangen, en als ze mij ziet, stopt ze even of loopt ze door. En dan komt de kunst van het verleiden, die ik de afgelopen jaren heb leren verfijnen. Ik houd haar vast en vertrouw erop dat mijn geur, mijn stem, mijn grip hun werk doen. Ze kent ons niet altijd bij naam, maar haar zintuigen doen het nog. Tot nu toe wordt ze elke keer als ik haar omhels ­rustiger dan ze was toen ik haar van een afstandje observeerde. Ik vraag haar mee te gaan naar haar kamer, ik snijd gember voor de thee en vertel wat ik die dag heb meegemaakt, wat de kinderen hebben meegemaakt.

“Ons contact is allang niet meer geworteld in wederkerigheid. En toch, hoe ongeloofwaardig het misschien ook klinkt, verdrietig is het niet altijd, want dwars door de vrouw die haar eigen tanden niet meer kan poetsen, die mij verwart met haar vader, zie ik het meisje met de Zweedse klompjes. Zonder dat ik moeite hoef te doen. Alsof die meer dan dertig jaar samen, van kinderen krijgen, ruziemaken, lachen, ons ­verzoenen, een voorbereiding waren voor dit ongeluk. De vrouw is veranderd, de liefde niet.

“Dat verbaast me zelf ook, ik ben meer haar verzorger dan haar man, toch houd ik nog van haar als haar echtgenoot. Toen ze twee weken na haar verhuizing nog steeds verward en vol onbegrip in haar nieuwe bed lag, zei ze ineens tegen me: ‘Ik hou van je’. Ik schaamde me. Zoveel liefde, waar haalde ze het vandaan.

“Je hebt de doodstraf bij leven, zei een vriend toen hij de diagnose hoorde. En ik kan niet ontkennen dat het frustrerend is, dit leven apart van elkaar. Er gebeuren dingen in haar huis, in haar wereld, waar ik geen weet van heb, ik ben er niet altijd bij als ze verdrietig is. Met de verzorgenden heb ik afgesproken dat ze me ­bellen als het hen niet lukt haar te douchen, een paar keer al ben ik hen op die manier te hulp geschoten. Ik maak me zorgen dat het ­aftakelingsproces sneller gaat nu we haar dit voorjaar langere tijd niet hebben gezien door het virus. De onmiddellijke kalmte die over haar gezicht trekt als de kinderen of ik binnenkomen doet haar goed.

“Aan de andere kant, ze is intussen zover dat ook tijd oplost, voor haar maakt het misschien niet meer uit of we dagelijks komen of wekelijks. Ik beweeg me voortdurend op twee sporen, het ene loopt dood met haar einde straks, het andere gaat verder, in mijn eentje en met de kinderen – waar dat heen gaat, weet ik niet. Een nieuwe liefde is het laatste wat ik verlang. Wat ik mis, is het water, de zee en de meren. Ik zou willen zeilen met mijn vrienden, daar is het al lang niet meer van gekomen. Maar mijn nieuwe vrijheid zo meteen, zal vooral onwennig zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234