Zondag 24/10/2021

Altijd in het belang van Limburg

Achterom kijkend is spijt zinloos, bij Louis Croonen (79) zit het alleen in de toekomst: 'Ik heb spijt dat ik bijna tachtig ben.' Dat zegt hij op de vraag wat de sluiting van Ford Genk hem doet. De fabriek die hij mee naar Limburg haalde. Maar zo gaat het leven. 'We zijn allemaal maar passanten.'

Een anekdote: "We zaten in Cefalù aan het zwembad van het hotel en Micheline vond het een beetje fris. Ik ging in de kamer haar golfke halen. Net dan ging de telefoon en ik hoorde Guy Mortier aan de lijn. Of ik het goed vond dat Yves Desmet bij Humo zou komen werken? Van zulke dingen kan het afhangen."

Had Micheline het niet koud gehad, dan had hij die telefoon gemist en dan stond Humo nu misschien niet op het cv van de hoofdredacteur van De Morgen: misschien is het wat kort door de bocht, maar het typeert Louis Croonen. Een man vol verhalen, van een leven dat elke minuut intens geleefd moest worden. Het geheugen als hulp voor dit gesprek. "Een paardengeheugen", zegt hij als je na bijna drie uur praten vraagt of hij je telefoonnummer nog kent, een week geleden bij de afspraak voor dit gesprek doorgegeven. Nummer voor nummer komt het eruit: zonder fout. Een gesprek dat alleen op dinsdag of donderdag past. Op de drie andere weekdagen komt een taxi hem om 7 uur thuis in Waterschei ophalen, tot 12 uur moet Croonen dan aan de nierdialyse. "Een enorme belasting", zegt hij. "Ik kan er gelukkig wel vier uur telefoneren, maar spijtig genoeg kan ik niet meer gewoon lezen." Dat komt door diabetes, de ziekte die hem het zicht op de wereld vertroebelt. En dan helpt dus dat geheugen.

Het leven van deze man valt niet op twee pagina's te beschrijven, wie dat wil kan veel over hem lezen in De durvers van de jaren 60, een boek van Dirk Tieleman dat als ondertitel 'Kroongetuigen over de welvaartsstaat na de sluiting van Ford Genk' draagt. Stilistisch geen rijk boek, dat niet, wel een waaruit blijkt hoe een man en zijn curriculum kunnen gelijklopen met de economische ontwikkeling van een regio. Die van Limburg, bij uitbreiding die van België. Een paar streepjes daaruit. Louis Croonen was ooit, in de gouden jaren van Guy Mortier als hoofdredacteur, de grote baas van Humo. Louis Croonen was ooit adviseur van Karel Van Miert. Louis Croonen was voorzitter van Racing Genk. En Louis Croonen haalde Ford naar Genk.

Zegt Guy Mortier, in het boek: "Ja, Louis is een kerel."

Hijzelf dan, in zijn zetel, de handen gevlekt door bloed en ouderdom: "Ik ben iemand die weet wat hij wil en die wil wat hij weet. Dat erfde ik van mijn vader, die in de mijn van Winterslag begon als markeur, hij was de verbindingsman tussen de meestergast en de ingenieurs. Wat alleen kon omdat hij Frans kende en daardoor klom hij ook op. Hij was de enige Vlaming die in het hoger kader geraakte. En voor mij was hij daarom een typevoorbeeld. Als tienjarig piske had ik dat al door. Ik bewonderde mijn vader. Dus spreek ik nu Frans zoals geen enkele Waal het kan."

Blij met de mijnen

Het is het begin van een breed uitwaaierend verhaal. Dat dus begint in Winterslag, steenkool in de geboortegrond, volgens Louis Croonen het geschenk van Limburg. "Dat hier ooit een brok steenkool werd gevonden, is voor de provincie een explosie geweest. Reken maar uit: zeven mijnen, met gemiddeld elk vijfduizend mensen in dienst. Daarbij ook nog de toeleveranciers. Dat waren makkelijk vijftigduizend mensen. Het zorgde voor een welvaartsgevoel bij mensen die tot dan tevreden moesten zijn met wat koeien en schapen. Ze waren blij dat ze in de mijnen konden werken. Ver buiten Limburg zelfs, ze reden met de trein naar Leuven om mensen te halen. De mijnen zorgden voor de industriële explosie van het noordoosten van Vlaanderen."

In dat Limburg groeide Croonen op. Zeer katholiek Limburg overigens, al mocht hij van zijn vader niet 'naar het college'. "Hij was weerstander geweest en er waren paters die jongens naar het oostfront hadden gestuurd. Dus ik moest naar het internaat in Sint-Truiden." In het boek staat dat verhaal. Over hoe uit de klas van Croonen, dertig jongens sterk, er uiteindelijk veertien voor het priesterschap zouden kiezen. Hij niet. "Ik was op die school aangerand door een van de priesters. Van een roeping was geen sprake. Ik heb jarenlang gezwegen als kapot, ik stortte me op studeren en voetballen en ik kon voetballen als nen duvel. Het voorval vormde wel mijn zelfstandigheid. Altijd gedreven. Gedecideerd. Zelfstandig. Doorzetter. Initiatief."

Die laatste woorden komen er zo uit, staccato, op een rijtje staan ze in het notitieboekje van dit gesprek. De kernwoorden waarmee Louis Croonen zichzelf en zijn, met een modern woord, drive omschrijft. Onrust was het misschien ook. "Maar eigenlijk ben ik niet genoeg met mijn vijf zonen bezig geweest", zegt hij. "Micheline (zijn vrouw, RVP) heeft zich maar twee keer verzet. In het shoppingcentrum in Genk, dat ik mee uit de grond had helpen stampen, had ik mijn eigen platenwinkel. De Cinderella. Die hield ik op zaterdag zelf open, terwijl ik commercieel directeur bij de uitgeverij van Het Belang van Limburg was. Toen het voor Micheline te veel was, heb ik die winkel in tien minuten tijd verkocht. En een tweede keer was toen ik bij de Generale Bank werkte en ze mij vroegen om een eigen agentschap te openen in Wenen. Ik wilde dat doen, maar we hadden op dat moment drie zonen op de universiteit. Micheline zag die verhuizing niet zitten."

Hij zegt er snel bij: "Ik ben dan naar Humo gegaan."

Het lijkt een tussenzinnetje, maar het is het niet. Alleen moet dit chronologisch wat verder in zijn verhaal komen. Want dus ergens begin de jaren zestig, terwijl Louis Croonen voor Het Belang van Limburg werkt, wordt hij via via door de Limburgse gouverneur Louis Roppe gevraagd te bemiddelen in Detroit. "Roppe was een gouverneur zoals je ze vandaag niet meer hebt. In 1958, toen er wat geld was om 'iets op de Heizel te doen' rond de Wereldtentoonstelling, besliste hij dat geld in Limburg te houden en Bokrijk op te richten. En in 1960 had hij al door dat de mijnen in de problemen zouden komen. Daar kreeg hij trouwens nogal snel gelijk mee, in 1966 moest Zwartberg al dicht. Op een dag had hij de ambassadeur van Amerika op bezoek in Bokrijk, een man die afkomstig was uit het Ierse Dublin, het land waar Roppe altijd op vakantie ging. Ze hadden al snel iets gemeen en hij vertelde die man dat hij een alternatief zocht voor de mijnen. Alleen moest dat in het grootste geheim gebeuren. De leden van de Bestendige Deputatie mochten dat niet weten en zéker de syndicaten niet."

Ford komt, Ford gaat

Roppes plan lukt. Ford koopt gronden in Genk, op 24 oktober 1962 wordt de eerste steen gelegd. Maar Detroit twijfelt. En Croonen vliegt, gesteund door Concentra-baas Frans Theelen, naar Amerika. Drie weken en een extra week vakantie krijgt hij, ook de tickets betaalt Theelen; dat Ford naar Genk moet komen is letterlijk in het belang van Limburg. "Ik kreeg daar carte blanche en voor mij was zo'n opdracht gesneden brood, met beleg erbij. Ik werd er gelogeerd in de Ford Foundation, ik mocht niet alleen rondlopen in Detroit, ze gaven me een chauffeur mee die tegelijk bodyguard was. Ze hebben me in de fabriek rondgeleid, maar een dag later werd ik een hele dag ondervraagd. Over hoe de verbindingen waren met Limburg via het land, het spoor en de zee. Ook over hoe het in België met de syndicaten zat. En ten slotte hoe het met de technische scholen gesteld was. Er waren eigenlijk alleen maar mijnscholen in Limburg, op een vak- en een technische school in Genk na. Maar ik heb enorm gebluft en had het grote voordeel dat ik goed Engels sprak. Zodra je een taal spreekt, kun je mensen meenemen in je eigen doelstellingen."

Ford kwam. En Ford gaat. Op de dag af vijftig jaar na die 24ste oktober 1962 viel vorig jaar de hakbijl.

Hoe dat aanvoelt? "Ik vind het spijtig dat ik bijna tachtig ben", zegt Croonen. "Ik zie niet meer goed en ik kan niet met de auto rijden. Maar ik kan het toch niet laten me in dat bad te gooien. Voor je daarnet kwam, heb ik met de kabinetschef van burgemeester Dries gebeld om een afspraak met hem te maken. Volgens mij moet Dries drie zaken doen. Eén: hij moet als burgemeester persoonlijk zorgen dat de afhandeling voor de bedienden en de arbeiders op de meest correcte manier gebeurt. Twee: hij moet rond zich een groep van hooguit vijf mensen verzamelen, waarin hij het volste vertrouwen heeft, die hij dik moet betalen en met wie hij moet bekijken welke bedrijfstakken hij op korte en middellange termijn naar Genk wil halen. En drie: hij moet zorgen dat hij bij de syndicaten met de juiste mensen kan werken."

Toch nog een vierde: "Probeer de scholen de juiste stimulansen te geven."

Terug naar dat zinnetje: "Ik ben dan naar Humo gegaan."

Bij Concentra is er een dispuut geweest over de opvolging van Hubert Leynen als hoofdredacteur. Mevrouw Baert wil Hugo Camps aan het hoofd van de redactie. Louis Croonen ziet dat niet zitten. "Camps heeft een fantastische pen, maar ik zag in hem geen hoofdredacteur." Exit Croonen, die een paar jaar in de bankwereld gaat werken, zich iets later toch weer in de journalistiek wringt en in Limburg met De Krant negen maanden concurrentie aangaat met Het Belang. Tevergeefs. Croonen schrijft interviews voor Trends/Tendances. Croonen richt zelfs de Genkse vrije radio GRK op, waar hij op zondag zelf het programma Kroongetuigen presenteert.

Een hilarische anekdote in het boek is het verhaal van de Hasseltse plastische chirurg die hij als gast heeft in zijn programma. De man komt er in zijn functie van voorzitter van de gescheiden mannen: 'Na twintig minuten zegt die man in het Hasselts: 'Juliette, ik weet dat je luistert. Waarom heb je mij alleen gelaten? Dat had je nooit mogen doen.' Hij begint te huilen en de technicus achter het glas zet 'De lustige weduwe' op van Franz Lehár. Ik lag in een deuk.'

Tandem met Mortier

En dan wordt het 1986. Croonen wordt gevraagd bij Dupuis en krijgt de leiding over de Belgische bladen van de groep. Eén daarvan is Humo. Het blad van Guy Mortier, op dat moment goed voor een oplage van 185.000. Humo kost 40 frank, dat is dus nu 1 euro, in twee jaar tijd gaat dat naar zestig frank. Toch stijgt de oplage naar 247.000. De tandem Croonen-Mortier draait fantastisch. Waarom? "Ik wist dat, toen ik er begon, ik te maken had met een man die zeer gefrustreerd was. Hij had met de vorige grote baas bij Dupuis zware problemen gehad. En hij zat tussen hamer en aambeeld met de redactie. Er waren spanningen bij Dupuis in Charleroi en niemand wist wat er in Brussel zou gebeuren. We zijn die eerste dag samen gaan eten, ik liet Guy kiezen, we kwamen in een restaurant bij de Congreskolom uit. Ik heb Guy drie zaken gezegd: 'Ik verdubbel je loon, je krijgt een auto en ik zorg ervoor dat je lid wordt van het directiecomité'. We hebben het blad organisatorisch goed gestructureerd. En ik zei: 'Als er een probleem is, bel me dan'. Elf jaar hebben we samengewerkt, hij had de leiding van de redactie en ik zorgde voor zijn podium. En twee keer per jaar trokken we erop uit om zaken te bespreken."

Toch blijft het opmerkelijk. Croonen, nog altijd door en door van Limburg, een provincie waar ons ons kent, geeft het toch eigenzinnige en weerspannige blad Humo alle vertrouwen. Grijpt niet in. Nooit. "Ik had het grote voordeel dat ik zelf voor Knack en Trends/Tendances interviews had gedaan. De journalisten van Humo wisten dat ik het vak kende. En ik eiste gewoon dat ze elke info twee keer checkten. Als ik daarvan overtuigd was, hadden ze mijn steun voor de volle 100 procent."

Zelfs in de Notaris X-periode, een reeks van artikelen waarin een notaris (zoals later bleek) valselijk werd beschuldigd zijn twee zoontjes te hebben misbruikt. Journalisten Leo De Haes en Hugo Gijsels zetten die molen in gang. "Guy Mortier zat bij me toen ik telefoon kreeg van een van de bazen van Paribas, waar ik zelf nog mee gewerkt had. Hij was de vader van de notaris en vroeg me dat verhaal uit Humo te houden. Ik heb dat niet gedaan. Ik stond achter de redactie. Heb ik altijd gedaan. Ook al ben ik er twee keer voor naar de rechtbank moeten gaan omdat ik een recht van antwoord had geweigerd."

Het leerde hem toch: "Journalisten hebben het soms gemakkelijk. Ze zien een schip wankelen en beginnen erover te schrijven. Terwijl ze er vaak niks van kennen."

Dit moet zo'n mens zijn voor wie één leven niet genoeg is. Croonen, geboren in Winterslag, wás altijd van Winterslag. Van die ploeg ook. "Ik was ook heel erg tegen de fusie met Waterschei", zegt hij. "Heel eenvoudig: ik werkte toen bij de bank waar THOR Waterschei klant was. Ik wist dus heel goed in welke financiële problemen die club zat. Terwijl ik wist dat het bij Winterslag goed zat. Ik ben uit de beheerraad van Winterslag gestapt, de fusie is uiteindelijk wel doorgegaan en nadien ben ik door Racing teruggevraagd. En vandaag moet ik toegeven: het is een goeie zaak geweest."

Nog een ander deeltje van zijn leven sleet hij als adviseur van Karel Van Miert, op dat moment Europees commissaris voor Mededingingsbeleid. Croonen werkte vijf jaar voor Van Miert. In een wat pijnlijk verhaal over het einde van Van Miert, op 22 juni 2009 dood aangetroffen zijn boomgaard, vertelt Croonen over zijn twijfels bij de doodsoorzaak van de gewezen voorzitter van de Socialistische Partij. Wat zeker is: Van Miert zou de dag nadien, op initiatief van Rik Van Cauwelaert, verenigd worden met Louis Tobback en Willy Claes. Voor het eerst sinds de pijnlijke Agusta-affaire. "Hij zag daar tegenop. Karel was een man van groot formaat, maar hij had ook een zeer sterk intern leven."

Mooier is hoe Croonen vertelt over de visie van Van Miert. Over hoe hij zich zorgen maakte over de Europese uitbreiding en over de snelle invoering van de euro. "Zijn leuze was: chi va piano va sano e lontano. Langzaam maar zeker. Hij was tegen de te snelle uitbreiding van de Europese Unie, het moest stap voor stap. En de euro vond hij goed in zijn essentie, maar dan moet je het bekijken zoals de Engelsen het doen. Als vrije handelszone dus. Wilde je er een economische en politieke integratie van maken, dan krijg je enorme problemen want je zit nog altijd met die verschillende nationale politieken. Van Miert zag dat."

Europa ziet Croonen als avondland. "We moeten trachten te houden wat we hebben."

En over België, een land waar hij het Frans leerde spreken en dat voor zichzelf de hefboom was voor zijn carrière: "De dominantie van het francofone heb ik in de Limburgse koolmijnen gezien. En ik ondervond dat zelf twee keer aan den lijve. Eén van de acht kinderen van baron de Crombrugghe de Piquendaele studeerde niet zo goed en ik moest die jongen bijlessen geven. Dat was tijdens de oorlog en om vier uur mochten de kinderen een boterham eten. Wit brood. Dat hadden wij niet. Ik mocht, als Nederlandstalige, niet mee aan tafel. Het was alleen dankzij de gouvernante dat ik er twee kreeg, die ik achter de struiken moest opeten. En later, toen ik tenniste in de mijnclub van Winterslag, ging het na afloop van de match zo: Louis, tu as bien joué. Et tu peux disposer." Het heeft hem kwaad gemaakt. Ook later. "Tot vandaag zijn we slachtoffer van het feit dat de CVP jarenlang miljarden naar de Franstaligen heeft doorgesluisd om toch maar de Wetstraat 16 in handen te mogen houden."

Novenen bidden

Geen moment laat het geheugen van Louis Croonen hem in de steek. Bijna drie uur praten: geen probleem. Dan komt Micheline ("we zijn vandaag 53 jaar getrouwd") vragen of alles goed gaat. 'Lode' noemt ze hem. En 'Croontje'.

Hij: "De waarde van Micheline in mijn leven is enorm geweest. Ik heb haar deze middag nog gezegd dat ze dezelfde ziekte heeft als haar grootmoeder: intrinsieke eerlijkheid, kunnen geven, zorgzaam zijn. Ik had gezworen niet te trouwen voor mijn dertigste, maar toen ik haar op mijn negentiende ontmoette was ik al verkocht."

Vier zonen hebben. Ferme gasten, geslaagd in het leven. Maar er was ook Steven. Jongen die in 1972 overleed, amper acht jaar oud. "Hij was zeven toen hij ernstig ziek was. Ik ben nog met hem naar Salt Lake City gegaan voor een behandeling, maar na elf maanden is Steven gestorven. Met de dood van je kind word je elke geconfronteerd. Toen hij in Pellenberg lag, mocht ik van de dokters zijn dossier inkijken. Ik zag de cijfers en ik wist hoe hij achteruit ging. Een tijdlang heb ik dat voor Micheline verborgen gehouden. Je kunt zeggen dat ik haar daarover belogen heb. Dat klopt. Maar ik kon het niet. Uiteindelijk is Steven in mijn armen gestorven. Je kunt zelfs zeggen dat ik een stukje met hem mee ben gestorven. Ik wilde ook met hem meegaan. En ik vond het verschrikkelijk om hem uiteindelijk met de verpleegster mee te geven."

Je zou kunnen zeggen: nadien moet niks meer. Je zou zeker kunnen zeggen: nadien valt elk geloof weg. Louis Croonen zegt: "Ik heb voor mijn zoontje novenen gebeden en ben ervoor op bedevaart geweest. Dat kan ik niet verloochenen. Het is niet omdat ik ruzie heb met de stationschef dat ik de trein niet meer zou nemen. Het geloof is heel persoonlijk. Daar valt geen appreciatie of depreciatie over te geven. Ik heb op reis in Ivoorkust zelf gezien hoe mensen hun eigen geloof aanhielden. Niet iets dat geprefabriceerd werd in Rome. We zijn maar passanten. En met ouder worden heb ik zelf de overtuiging dat iedereen, zelfs de grootste vrijdenker, nood heeft aan steun. Zelfs als ze dat willen negeren. Ik ben overtuigd dat je het nodig hebt."

De durvers van de jaren 60 van Dirk Tieleman, uitgeverij Van Halewyck, 205 blz., 19,95 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234