Zaterdag 24/07/2021

AchtergrondDe FFOS-Files, deel 2

Alsof niemand de waarheid wilde weten over PFOS: wetenschappers trokken al jaren tevergeefs aan de alarmbel

Op 2 juli hielden meer dan 400 mensen een mars om hun bezorgdheid te uiten over de PFOS-vervuilling in en rond de 3M-fabriek in Zwijndrecht. Beeld Tim Dirven
Op 2 juli hielden meer dan 400 mensen een mars om hun bezorgdheid te uiten over de PFOS-vervuilling in en rond de 3M-fabriek in Zwijndrecht.Beeld Tim Dirven

Hormoon-en immuunverstorend, mogelijk kankerverwekkend maar toch alom aanwezig. Had de wetenschap ons eerder kunnen alarmeren voor PFOS en co.? ‘We kregen geen antwoord.’

“Het voelt de laatste tijd toch vreemd”, zegt Marcel Eens, professor ecologie aan de Universiteit Antwerpen. Terwijl het PFOS-schandaal rond de 3M-fabriek in Zwijndrecht zich ontvouwt, voelen hij en ook zijn collega’s van de milieu-onderzoeksgroep SPHERE stijgende verbazing. Zij melden al bijna twintig jaar dat ze bij dieren en kippeneieren in de buurt enorm hoge PFOS-concentraties vinden, waaronder wereldrecords. Buitenlandse collega’s trokken altijd grote ogen.

“Wij waren al vroeg in staat dit onderzoek te doen dankzij Wim De Coen (nu topman bij het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen, BDB)”, zegt Eens. “Na een postdoc in de VS vertelde hij ons over grote Amerikaanse PFAS-studies (PFAS vormen de groep van zo’n zesduizend chemicaliën waartoe PFOS behoort, BDB). Dat leek ons ook hier relevant, zo vlak bij 3M.”

Lees ook

Opinie. Milieurecht en Oosterweel: zoek de fout

Vanaf 2004 publiceerden de Antwerpse vorsers dan ook tientallen studies die de erg hoge PFOS-waarden toonden in wilde bosmuizen, kerk­uilen, andere vogels en pissebedden nabij de 3M-fabriek. En hoe verder daarvandaan, hoe meer de waarden afnamen. In kippeneieren stelden ze later hetzelfde vast.

Maar er gebeurde niets mee. Onterecht, zo schreef Eens met drie SPHERE-collega’s recent in De Standaard: “Los van voortschrijdend inzicht in de toxiciteit en van verstrengde normen hadden onze bevindingen op basis van het voorzorgsprincipe wellicht eerder meer aandacht moeten krijgen.”

Vooral omdat duidelijk werd dat de fabriek de bron was en er steeds meer kennis was over de schadelijkheid van PFOS bij de mens, waren de wetenschappers verbaasd omdat ze weinig gehoor kregen. “Hier had men meer mee moeten doen, zeker toen in 2017 bleek dat de concentraties nog altijd erg hoog waren, hoewel 3M sinds 2002 geen PFOS meer produceerde”, zegt Eens.

Professor ecotoxicologie Ronny Blust.  Beeld Wouter Van Vooren
Professor ecotoxicologie Ronny Blust. Beeld Wouter Van Vooren

Waarom gebeurde dat niet? “Moeilijk te zeggen”, antwoordt professor Lieven Bervoets van SPHERE. Alle studies waren publiek. De resultaten zijn ook doorgespeeld aan het beleid en sommige SPHERE-studies waren zelfs in opdracht van het beleid. Ook zijn enkele ex-leden van SPHERE aan de slag bij de Vlaamse Milieumaatschappij en OVAM, dat in 2018 ook een SPHERE-studie citeerde. Eens: “Wij brachten onze resultaten ook onder de aandacht van journalisten, maar dat werd niet opgepikt. Vaak vroegen wij ons af waarom er niet meer met ons onderzoek gedaan werd. Misschien omdat onderzoek op dieren in het veld onterecht minder serieus genomen wordt?” Wat volgens professor ecotoxicologie Ronny Blust (SPHERE) wellicht ook meespeelde, is dat men niet wist wat gedaan. “PFOS is zeer slecht afbreekbaar, bioaccumuleerbaar en toxisch, maar er bestond geen oplossing om het weg te krijgen”, zegt hij. Blust stelt daarnaast “dat het overleg en de samenwerking tussen wetenschappers en overheid gestructureerder en intensiever zou mogen zijn. Er is veel kennis maar die wordt niet altijd snel opgepikt en gebruikt.”

Ook bioloog Wendy D’Hollander, die bij SPHERE doctoreerde, kreeg geen reactie. Ze toonde in haar doctoraat in 2015 dat de PFOS-waarden in kippeneieren drie keer hoger lagen dan de toenmalige, nog tolerante normen en schreef een brief aan de burgemeester van Zwijndrecht. Er kwam geen antwoord. “Ik vraag me af of de gemeente het wilde horen. Een academicus die voor 3M werkte en mee moest oordelen over een beurs voor mijn onderzoek kafferde mij uit in die juryzitting. Dat vond ik veelzeggend”, zei ze daar eerder over.

Handig voor de huisvrouw

Studies over PFAS hebben wel vaker de neiging om lang stof te vergaren, zo blijkt. Want al sinds de jaren zestig is geweten dat er risico’s zijn. Maar met die inzichten is decennialang niets gebeurd. “Nu vraag ik me soms af of ik eerder meer had moeten doen”, zegt Jacob de Boer, hoogleraar milieuchemie en toxicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij zette in 2017 het PFOS-probleem bij een teflonfabriek in Dordrecht op de kaart en getuigde recent in de PFOS-commissie van het Vlaams parlement. “Misschien. Maar wij willen alles driedubbel checken voor we alarm slaan en tot begin jaren 2000 waren de risico’s voor de mens niet helder.”

Dat was precies de bedoeling van de uitvinders, 3M en DuPont. De vorsers die bij die Amerikaanse bedrijven werkten, ontwaarden al in de jaren zeventig en tachtig veelzeggende risico’s, maar dat werd geheim gehouden. PFAS werden voor het eerst ingezet om Amerikaanse legertanks waterbestendig te maken. Na WOII bedachten 3M en DuPont dat ook de huisvrouw baat kon hebben bij de vet- en water­afstotende stoffen. De teflonpan was geboren. Terwijl de kassa rinkelde, waarschuwden toxicologen van DuPont het bedrijf in 1961 echter dat PFAS de levers van ratten en konijnen doen uitzetten. In de jaren zeventig, tachtig en negentig volgen DuPont-bevindingen over leverziektes, kanker en gifschade door PFAS. Maar pas begin jaren 2000 kwam ook de buitenwereld dat te weten dankzij advocaat Robert Bilott. Hij procedeerde voor slachtoffers tegen DuPont en stootte daarbij op talloze bewijzen voor de geheimdoenerij, zoals in de Hollywoodprent Dark Waters te zien is.

Bij 3M was krek hetzelfde aan de hand, zo tonen bewijsstukken uit de zaak die de openbaar aanklager in Minnesota in 2010 startte (en waardoor het bedrijf 850 miljoen dollar moest ophoesten). In 1950 stelden 3M-onderzoekers vast dat PFAS zich in het bloed opstapelen, in 1963 dat ze giftig zijn. In 1978 moest 3M een studie met apen stopzetten omdat alle proefdieren stierven, ook zij die de laagste dosissen PFOS hadden gekregen. Die informatie werd pas in 2000 gedeeld met het Amerikaanse Agentschap voor Milieubescherming EPA.

Beide bedrijven wisselden ook kennis uit. In 1981 liet 3M aan DuPont weten dat het geboorteafwijkingen bij ratten vaststelde. Vrouwelijke werknemers werden van de PFAS-productielijnen gehaald. Niet veel later kwamen 3M-vorser erachter dat PFAS het immuunsysteem kunnen schaden en tumoren bij proefdieren veroorzaken.

Het bleef echter allemaal intern en het duurde tot de jaren negentig voor er iets naar buiten kwam. In 1995 schreef een DuPont-vorser een klinisch lab aan omdat hij bezorgd was over de langetermijneffecten. Vier jaar later meldde Rich Purdy, milieuspecialist bij 3M, in zijn ontslagbrief dat hij erg ontgoocheld was in hoe het bedrijf omging met de risico’s van deze stoffen. “Vanaf de jaren negentig waren bedrijven in de VS ook verplicht om studies vrij te geven als ze chemicaliën op de markt wilden brengen”, zegt toxicoloog Greet Schoeters (Universiteit Antwerpen), gespecialiseerd in biomonitoring bij mensen. “Dan zag je hun eerste publicaties opduiken. Tot dan wisten wij niet wat zij produceerden.”

Die doofpotten hebben passend milieubeleid jarenlang tegengehouden, zo klaagt Harvard-onderzoeker Philippe Grandjean aan in een opinie die in 2018 is verschenen in vakblad Environmental Health. Hij is een internationale autoriteit en toonde in 2012 aan dat PFOS de immuniteit verstoren. “Het is frustrerend om jarenlang uit te zoeken wat de effecten zijn, om dan te ontdekken dat die informatie er al was maar geheim gehouden werd”, zegt hij. “Pas de laatste tien jaar concentreert het onderzoek zich op de risico’s.”

Dat blijkt ook uit een grafiek die Schoeters recent toonde in de PFOS-commissie. Tussen 1984 en vandaag zijn zo’n 3.580 wetenschappelijke PFOS-studies gepubliceerd. Een van de eerste was van de Universiteit van Stanford en wees uit dat de stoffen zich binden aan eiwitten in het bloed. Een cruciaal inzicht, want zo kunnen deze stoffen zich door het hele lichaam verspreiden.

Hoogleraar milieuchemie en toxicologie Jacob de Boer. Beeld Simon Lenskens
Hoogleraar milieuchemie en toxicologie Jacob de Boer.Beeld Simon Lenskens

Maar tot ongeveer 2010 waren er maar erg weinig studies. In 2000, bijvoorbeeld, waren het er vier. In de jaren daarvoor nog minder.

De grote vertraging in kennis en beleid was voor het allergrootste deel maar niet exclusief te wijten aan de doofpotten van de industrie, zo stelt Grandjean. “Wat ook meespeelde, was de onlogische maar heersende gedachte dat industriële stoffen inert of veilig zijn tot het tegendeel is bewezen.”

Schoeters en ook De Boer wijzen daarnaast op technische uitdagingen. Zo duurde het een tijd vooraleer toxicologen inzagen dat PFAS zich anders gedragen dan pcb’s en dioxines. Ook stonden meetmethodes pas eind jaren negentig op punt. “Maar vanaf 1996 zie je meer onderzoek, zowel over de verspreiding van PFAS bij de mens als bij wilde dieren”, zegt de Boer.

Stoffenmoeheid

Aantonen hoe schadelijk ze waren voor de mens, was evenmin makkelijk. “Tegen 2004 kwamen PFAS in het vizier van het Europees Agentschap voor Voedselveiligheid EFSA”, zegt Schoeters, die toen in het expertenpanel zat. “Wij wisten dankzij tests op knaagdieren dat PFAS binden met receptoren in het lichaam die een nefaste stressreactie veroorzaken. Maar knaagdieren hebben meer receptoren en die zijn gevoeliger dan bij de mens. Het heeft een tijd geduurd voor we erachter waren dat PFAS bij de mens via andere mechanismen risico’s kunnen betekenen.”

Een oorzakelijk verband met kanker vaststellen, is dan weer ingewikkeld omdat mensen aan zeer veel stoffen worden blootgesteld. Soms was er ook discussie over oorzaak en gevolg. Schoeters: “Sommige studies wezen op lever- en cholesterolschade, maar je moet dan wel nog uitsluiten dat dat niet komt doordat proefdieren met een slechtere lever meer PFAS in hun lichaam opstapelen.”

De Boer haalt ook ‘stoffenmoeheid’ aan. Op basis van de chemische structuur van PFAS hadden wetenschappers volgens hem moeten waarschuwen dat er een risico was, want die structuur geeft aan dat deze stoffen zeer slecht afbreken. Maar in de jaren tachtig en negentig waren vorsers zoals hij vooral met pcb’s en dioxines bezig en toen dat was aangepakt “vond de overheid het welletjes. Wij moesten duidelijk niet komen aanzetten met meer probleemstoffen. Dat was in België na de dioxinecrisis (in 1999, BDB) vast niet anders”, zegt de Nederlander.

Schoeters bevestigt dat overheden die zoveel moeite hadden gedaan om pcb’s en dioxines uit het milieu te krijgen “niet graag hoorden over nog meer riskante chemicaliën. Anderzijds hebben we kunnen aantonen dat beleid werkt, want de gehaltes aan chemische stoffen in ons lichaam die wettelijk beperkt worden, dalen.”

Duizend keer strengere norm

In 2008 had EFSA wel voldoende kennis om limieten voor wekelijkse inname van PFOS en PFOA voor te schrijven. Het baseerde zich op nu aangetoonde verbanden met nier- en teelbalkanker en met verstoorde cholesterolwaarden. “Die limieten waren een signaal maar ze waren wel redelijk ruim”, zegt de Boer. Dus namen velen aan dat het zo’n vaart niet liep. Het was pas elf jaar later dat toxicologen van hun stoel vielen, toen het EFSA in 2019 op basis van nog veel meer studies de norm voor PFOS duizend keer en die voor PFOA tienduizend keer verstrengde. Dat is voor overheden dus recent. Lidstaten zijn dit nu pas in eigen normen aan het omzetten. Ook dat is volgens Eens wellicht een reden waarom de lokale metingen van SPHERE tot nu toe niet tot lokale actie hebben geleid.

Maar zelfs al waren D’Hollander en co wel gehoord, overheidsdiensten die wij met belastinggeld betalen om over onze gezondheid te waken moeten volgens de Boer zelf structureel aandachtiger zijn. “In Dordrecht ging de PFOS-bal alleen maar aan het rollen omdat wij in 2016 besloten om metingen in de omgeving te doen”, zegt hij. In Zwijndrecht was het activist Thomas Goorden die het PFOS-probleem op de kaart zette.

De Boer ziet dat patroon te vaak terugkeren. “Via een journalist vernam ik dat de fabriek in Dordrecht in 2017 nog een vergunning had voor PFIB, een erg gevaarlijke PFAS die op de lijst van strijdgassen staat. Dat is echt drie keer ademen, dood”, zegt hij. “Toch mocht DuPont/Chemours jaarlijks 48 kilo uitstoten. Ik schreef een brief naar het ministerie en nu staat de PFIB-norm in die vergunning op nul. Maar zeker nu er steeds meer chemicaliën bijkomen en er nog altijd geen transparantie is van de bedrijven over wat zij allemaal lozen, mogen volksgezondheid en milieubeleid niet afhangen van de alertheid van onderzoekers, burgeractivisten, pers of advocaten.”

Morgen deel 3 (slot): ‘Als ik moet verhuizen door die chemiereus, zal ik er kapot van zijn’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234