Woensdag 23/06/2021

'Alsof ik alleen op de wereld ben'

Vroeger zocht Herman Brusselmans (57) bewust de duisternis op om rustig en alleen te kunnen schrijven. Vandaag zijn de nachten vooral beklemmend eenzaam. 'De kring van mensen rondom mij wordt steeds beperkter.'

Om klokslag halfvijf 's ochtends is het tijd voor zijn kom cornflakes. Vroeg ontbijt voor sommigen, nachtelijk diner voor Herman Brusselmans. De schrijver staat op om halfdrie 's middags en kruipt pas tegen zeven uur 's ochtends, als de meeste mensen naar het werk vertrekken, in zijn bed. Elke nacht, al dertig jaar lang.

"Met slapeloosheid heeft het niets te maken", zegt Brusselmans terwijl hij, voor de zevende keer die nacht, koffiezet in zijn witte, übercleane keuken. "Dit is gewoon mijn leven." Eerst was hij nachtdier uit noodzaak: overdag werkte hij in een Brusselse bibliotheek, schrijven kon pas als de zon onderging.

Maar gaandeweg werd het een levensstijl en handelsmerk. Brusselmans is de nacht. Van zijn duistere uiterlijk, eeuwige donkere T-shirt en jeans, tot zijn boeken waarin de hoofdpersonages niet zelden bij nacht en ontij door de Gentse straten dwalen.

"Ik heb de nacht nodig om de waanzin in mijn hoofd te vertalen naar een roman. Door die melancholische sfeer - het is donker, je zit binnen opgesloten - ben je vatbaarder voor emoties. Alles is intenser. Mijn angsten en zwartgalligheid komen dan pas echt tot uiting. Een gedachte als 'zoals ik nu rook, moet ik ooit wel longkanker krijgen' wordt in het midden van de nacht al snel: 'shit, ik heb longkanker en ga dood.'

"Maar je hebt meteen een intrigerend uitgangspunt voor je boek. Overdag kun je dat moeilijker oproepen. Dan schud je dat soort van doemideeën sneller van je af door buiten een terrasje te doen."

De grootste sukkel

Inspirerend of niet, de jongste tijd is er iets veranderd. Vroeger verkondigde Brusselmans hoezeer hij van die nachten op zijn eentje hield. Nu zegt hij: "Leuk is het niet. Om vier uur 's nachts is het pure eenzaamheid. Alsof ik de enige ben die leeft. Als het moeilijker gaat kun je niemand opbellen om even te praten. Iedereen slaapt."

Hij wandelt naar de woonkamer, zakt onderuit in de witte Ikea-sofa en steekt een nieuwe Marlboro light op, de derde in een half uur. "Het is een stuk zwaarder sinds Tania (De Metsenaere, Brusselmans' vrouw en muze, met wie hij bijna 20 jaar samenwoonde, KVDP) in 2011 vertrok. Zij leefde overdag. Maar toch: het is een ander gevoel als er in de kamer naast je iemand ligt te slapen. Dan ben je toch niet helemaal alleen. De nachten zijn vreselijk voor een piekeraar."

Over wat hij dan piekert? Over zichzelf. "Er zijn nachten dat ik me de grootste sukkel voel die ooit een zin op papier heeft gezet." Maar ook: over het verleden dat nooit meer terugkomt. "Ik ben volledig afgesneden van de geheugens van andere mensen. Mijn ouders, tantes, nonkels, nichten: allemaal weg. Mijn vader was de laatste die ik vragen kon stellen over dingen als de Tweede Wereldoorlog."

"De kring van mensen rondom mij wordt steeds beperkter. Tania zit vaker in Ibiza, mijn ex Melissa (Janssens, KVDP) hoor ik niet meer, mijn vriend Erik Meynen (de striptekenaar, KVDP) komt niet veel buiten, Tom Lanoye vertoeft vaak in Zuid-Afrika. In de zomer kan ik 's avonds nog een terrasje doen, in de winter weet ik bij het opstaan al: de volgende veertien uur zit ik alleen thuis."

Verrot gescholden

'Thuis' is een industriële loft van hooguit 120 vierkante meter in Gent. De woonkamer is een witgeschilderde, lege ruimte, op twee Ikea-zetels, een keukenblok, groot televisiescherm en bureau na. Om elf uur laat Brusselmans zijn hond, een harige apso die luistert naar de naam Eddie, nog even uit. Maar afgezien van dat blokje om wordt de nacht gevuld tussen vier muren.

"Mijn leven speelt zich hoofdzakelijk af in deze vijf straten", vertelt hij tijdens zijn vaste nachtelijke wandeling. "Mijn wereld is heel klein." Eten doet hij in den Aba-jour, het café-restaurant onder zijn appartement, de rest van zijn inkopen doet hij in de biowinkel naast de deur. "Als Tania in Ibiza zit en mijn frigo niet vult, ga ik alleen daar naartoe. Dan eet ik alleen gezonde zalm van 18 euro voor twee schellen. Het wordt tijd dat ze terugkomt."

"Na middernacht waag ik me normaal gezien zelden buiten", zegt hij als we na tien minuten weer de trap oplopen. "Te veel zatte mensen. Ik had het gisteren nog voor: een vrouw die me verrot schold en mij de schuld gaf dat haar zoon autist is. Dat heb je dan met een bekende kop."

Soms overweegt hij 's nachts nog even naar de Charlatan af te zakken, "maar een goed gesprek vind je daar toch niet op dat uur, eerder ambetanteriken aan je lijf. Vroeger, toen ik nog dronk, zat ik wel vaak 's nachts op café. Maar sinds ik afgekickt ben van alcohol mijd ik het liever. Overal waar je kijkt zit wel iemand te drinken."

Op café gaat hij niet, uit met vrienden evenmin, wat doet een mens dan al die nachten alleen? Schrijven, zo blijkt. Maar niet vannacht, want aan de computer duldt hij geen pottenkijkers. Bovendien staat het romanschrijven ook even op een lager pitje. Hij heeft al drie boeken klaarliggen, goed voor gespreide publicaties tot 2017. "Ik moet me bedwingen om niet aan een nieuwe roman te beginnen. Zo lullig is het." En zijn columns, in Humo en Het Laatste Nieuws maar ook in Woef en een veilingblad, schrijft hij sneller dan dat Usain Bolt sprint. "Hoe snel zeg ik liever niet, anders beginnen mijn bazen te rekenen."

De onderbroek van De Kock

De uren kruipen voorbij. De nacht wordt gevuld met lezen, nadenken en zappen op het Telenet-filmkanaal. "Ook dit is werken. Ik put vaak ideeën uit films." Zo levert een sneeuwman in The Book Thief een column voor Humo op. "Ik zie die sneeuwman en denk: zou je een sneeuwman ook kunnen uitprinten met een 3D-printer? En dan ben ik in mijn hoofd vertrokken. Wat kun je nog allemaal 3D-printen? De bruine streep in de onderbroek van Véronique De Kock. En wat zijn de drie dingen die je niet kunt printen? Liefde, haat en onverschilligheid."

De grote lijnen kribbelt hij op een post-it, "de rest komt, straks achter mijn computer, vanzelf. Een writer's block? Sissy-gedoe. Auteurs die om de vier jaar maar een nieuw boek uitbrengen omdat ze zogezegd niet kunnen schrijven van de stress en de spanning zijn janetten. Zet u gewoon achter uw bureau en schrijf 's nachts."

Opnieuw een sigaret. De asbak op de salontafel puilt stilaan uit en het is 'nog maar' halfdrie. Op een nacht jaagt hij er gemakkelijk drie pakjes door, klinkt het eerder verontschuldigend dan stoer. "Van pleisters tot die vieze kruidensigaretten: ik heb al alles geprobeerd, stoppen lukt me gewoon niet. Sinds kort voel ik aan mijn ademhaling dat ik me finaal naar de kloten aan het roken ben. Ik heb al stents in mijn benen, om de aders open te houden. En erectiestoornissen. Maar daar zijn gelukkig pillen voor."

Kapot van liefdesverdriet

Het valt op: de Herman Brusselmans die voor ons zit lijkt in de verste verten niet op de man die we kennen uit de boekjes of van televisie. Ingetogener, oprechter, eerder klein hartje dan grote mond. En te denken dat velen ons vooraf waarschuwden voor dit nachtelijke interview. "Wie brengt er nu een hele nacht door met de kerel die iedereen achterwaarts in de poes wil naaien?"

Brusselmans reageert allesbehalve verrast: "De meeste mensen hebben een verkeerd beeld van mij. Vaak zijn ze zelfs ontgoocheld bij de eerste ontmoeting. Maar het is niet omdat ik vaak over seks schrijf, dat ik er ook heel de tijd over praat. Je schrijft één keer dat je de beste beffer van Vlaanderen bent en voor je het weet heb je een blijvend etiket. Zulke debiele uitspraken gaan snel een eigen leven leiden. Weet ik veel of ik de beste ben?"

Of hij dat imago dan niet zelf smakelijk in de hand werkt? "Akkoord, ik ben misschien wel eens in die val getrapt. Maar als ik als mezelf in een tv-show zou opdraven, zou er geen hond naar kijken."

Dat provocerende is maar een deel van mijn persoonlijkheid, zegt hij terwijl hij zichzelf en ons nog een kop koffie uitschenkt. "Eigenlijk ben ik een volbloed romanticus. Als ik pas met iemand samen ben, schrijf ik 's nachts constant liefdesbrieven. En als de relatie gedaan is, ga ik kapot van liefdesverdriet. Vooral 's nachts. Dan zit je te hopen op een sms van die vuile teef, tegen halftwee besef je dat die niet meer zal komen en zit je jezelf de rest van de nacht op te vreten."

Meisjes boven oude wijven

Recent met Melissa was het weer zo. "Zo erg dat ik heb beslist: met die shit is het gedaan. Ik wil het niet meer. Mensen sussen dat ik wel van gedacht zal veranderen als ik morgen een nieuw meisje tegenkom. Maar ik wil geen nieuw meisje meer tegenkomen. Dat is een bewuste keuze. Ja, ik ben eenzaam, ik mis iemand in mijn bed, maar ik verkies dat boven alweer een mislukte relatie. Ik kan die ellende niet meer aan. Bijkomend probleem is dat ik op jonge vrouwen val. Het spijt mij, ik wil geen vrouw die al grootmoeder is. Dat zijn oude wijven."

En laat de jonge vrouwen die ook 's nachts tussen vier muren leven niet bepaald voor het oprapen liggen. "Ik ben sinds 1987 op een uitzondering na niet met mijn vrouw samen gaan slapen. Melissa was een vroege vogel, die kon daar moeilijk mee om. Ik heb eraan gedacht om mijn nachtritme bij te sturen voor haar. Om tegen halftwee te gaan slapen en om tien uur op te staan."

"Maar voor ik zover was, was het over. Ook mijn zwartkijken werd haar teveel. Er zijn dagen dat ik de pest heb aan iedereen, dat Thuis opstaat en ik voor mijn televisie zit te roepen van 'Rosa, gij lelijk wijf, wie denkt ge wel dat ge zijt.' Zo erg dat Melissa zei: stop daarmee, vind de wereld nu eens schoon!"

"Maar de waarheid is dat ik de wereld of het leven niet schoon vind. We zijn toch allemaal sukkels? Wat mij redt van de psychiatrie is dat ik er op het juiste moment mee kan lachen, of het van mij afschrijf. Zonder de nacht en die duistere buien was ik ook nooit schrijver geweest. Ik vind: een kunstenaar moet negatief ingesteld zijn. Er moet iets knagen. Maar vrouwen gaan daar dus wel om weg."

Wij tegen de rest

De gsm op tafel geeft bijna vier uur aan. Brusselmans laat - voor de eerste keer die nacht - een stilte vallen. Legt de aansteker op tafel minutieus evenwijdig met het pakje sigaretten ("een neurotisch trekje") en zegt dan: "Ik vind het eigenlijk niet terecht dat ze vertrekken, de vrouwen. Afgezien van mijn nachtritme ben ik er wel voor hen, zit ik mee in de zetel naar kutprogramma's als So You Think You Can Dance te kijken. Ik wil gewoon onvoorwaardelijke liefde. Dat romantisch decadente, bijna tragische ideaal: wij tegen de rest van de wereld."

Zijn vrouw twee weken alleen op reis met een vriendin? Daar heeft hij het al moeilijk mee. "Mijn vrouw is mijn God, ik zou er een standbeeld voor bouwen. Dat is mijn kijk, maar het werkt niet, zo heb ik met scha en schande ondervonden. Ook Tania vond dat romantische ideaal te beperkt."

Buiten begint het stilaan weer licht te worden. Tijd voor een laatste sigaretje, op de stoep voor de deur. De anders zo drukke straat is leeg en muisstil, op een enkele lallende voorbijganger na. "Weet je wat mijn leven nog zou kunnen omkeren? Reizen", zegt Brusselmans zacht.

"Maar het interesseert me gewoon geen fuck. Ik hou van sleur. Dat woord heeft onterecht een slechte bijklank. Je kunt toch niet elke dag anders leven? Iedereen is zo gefocust op verandering. Er moet altijd iets gebeuren. Ik hou niet van verandering. De kans is groot dat het elders nog slechter is. Nee, dan zit ik liever elke nacht twaalf uur aan mijn bureau of in mijn zetel."

'Reizen zou mijn leven kunnen omkeren. Maar ik hou van sleur. Je kunt toch niet elke dag anders leven? Iedereen is zo gefocust op verandering'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234