Maandag 28/11/2022

Alsof de duivel ermee gemoeid was

De Franse landstreek waar Philippe Herreweghe zijn zomerse festivalstek van heeft gemaakt, de Saintonge, is als een druiventros van romaanse kerken en kerkjes; elk dorpje bezit wel een bezienswaardig exemplaar. In vele ervan vind je kapitelen waar duiveltjes vrij spel lijken te hebben. In de eveneens romaanse kerk van de Abbaye aux Dames, waar het grootste deel van Herreweghes festival plaatsvindt, heb ik niet meteen duiveltjes gevonden; op de concerten des te meer.

Saintes

Van onze medewerker

Stephan Moens

Om te beginnen is Herreweghe zelf een duiveluitbanner. "Ik wil met dit festival ingaan tegen de verpavarottisering van het muziekleven", is het eerste wat hij zegt. "Het moet anticommercieel blijven en onbekende maar sterke muziek brengen met onbekende maar sterke uitvoerders." Dat onbekende is relatief. De tenor Christoph Prégardien bijvoorbeeld is inmiddels wel een van de top-liedzangers en zijn Schubert-liederavond is dan ook een van de hoogtepunten.

Prégardien heeft het volgestouwd met bekende maar vooral minder bekende voorbeelden van Schuberts fascinatie voor nacht, dood en geesten, zoals het romantisch-ironische 'Der Geistertanz' of de gotische ballade 'Lied des gefangenen Jägers' naar Walter Scott. Ten slotte, als hij na een huiveringwekkend 'Erlkönig' onmiddellijk 'Wanderers Nachtlied' laat volgen, is iedereen in de ban van deze stem, die tot zoveel schakeringen in staat is.

Sommigen betreurden dat Prégardien niet met pianist Andreas Staier optrad, met wie hij vele opnames heeft gemaakt, maar Michael Gees is zeker een even grote persoonlijkheid en in zekere zin een vrijere, romantischere geest: hij zingt op de piano commentaar dat in een even hooghartig Duits lijkt geschreven.

Andere concerten, vooral die met oude muziek, zijn voorspelbaarder, ook al zijn ze onaangekondigd. Als Mala Punica, het ensemble voor middeleeuwse muziek van Pedro Memelsdorff (weldra artist in residence bij Laus Polyphoniae in Antwerpen), een interessant programma rond Napolitaanse muziek moet afzeggen omdat hun tenor een ongeval heeft gehad en het vervangt door een concert van muziek uit vrouwenkloosters in Noord-Italië, dan is dat nog altijd erg mooi, virtuoos en indrukwekkend, maar met zijn belletjes en angelieke stemmen ook een beetje oppervlakkig. Paul van Nevel laat ons met zijn Huelgas-ensemble kennismaken met een vergeten maar in de zestiende eeuw beroemd componist, Jean Richafort. Diens 'Requiem' (geschreven bij de dood van Josquin Desprez) blijkt een erg mooi stuk; de rest van het programma is met geleerde motetten en scabreuze chansons wat disparaat en staat ook technisch nog niet helemaal op punt. Dat moet op de cd, die na het festival wordt opgenomen, beter zijn. Bach was altijd een vaste waarde in Saintes; in dit Bach-jaar kon dat alleen in sterkere mate het geval zijn. Op de traditionele Bach-concerten 's middags bleken twee nochtans heel mooie cantates veeleer slapjes en licht gedirigeerd door Daniel Reuss; ze werden gered door de twee vrouwelijke solisten, Johanette Zomer en Annette Markert. Cellist Christophe Coin speelde met een donker timbre een opmerkelijke, introverte maar erg welsprekende vijfde suite, die hij liet volgen door een gedateerd neobarok serieel werk van Klaus Huber uit 1954.

Het hoogtepunt van het festival moest het slotconcert worden: na zijn overal bekroonde nieuwe cd-opname dirigeert Herreweghe er nog eens de Mattheuspassie, alvorens ermee naar Leipzig te trekken om ze op te voeren op de plaats waar het allemaal gebeurde. Het openingskoor wordt meteen krachtig en stuwend opgebouwd naar een climax toe: een indrukwekkend begin. Die grootsheid keert later vooral terug in de turbae-koren: het Collegium Vocale is inderdaad als geen ander vertrouwd met de dramatisch-retorische dictie van deze momenten. De koralen - in de beste uitvoeringen altijd de toetssteen van de ontroering - hebben niet dezelfde overtuigingskracht: te vlak, vaak ook te hard. Christoph Prégardien is een evangelist met een prachtige zegging van de tekst maar begint nu, wellicht door het vele liedzingen, wel erg veel moeite te krijgen met de hoogte. Michael Volle is een indrukwekkende, meelevend-menselijke Christus, die voor de pakkendste momenten van de avond zorgt. Als geheel blijft de uitvoering op het hoogste niveau; toch mis je de ultieme ontroering en de stem die tot bekering maant.

Bach was ook te horen in het meest duivelse concert van de reeks: laat op de avond speelt Jan Michiels in een duffe zaal op een erg middelmatige piano bijna twee uur lang onafgebroken korte stukken muziek van Bach, Bartók, Ligeti, Kurtág en Janácek. Er is geen stuk bij dat geen uitzicht biedt op de afgronden van de ziel: de duizelingwekkende studies van Ligeti (waaronder het verschrikkelijke, aan Kurtág opgedragen 'L'Escalier du diable'), de adembenemende miniaturen van Kurtág, maar ook de retorische doodsevacoaties uit de sonate van Janácek. Zelden was een concert uitputtender maar zelden ook confronterender. Als muziek - net als alle kunst - niet alleen wil entertainen maar vooral wil storen, dan was dit een concert met voorbeeldfunctie en een toonbeeld van Herreweghes anticommerciële koers.

Vanaf volgend jaar staat het festival telkens in het teken van één land; Nederland bijt de spits af, Herreweghe denkt voorts aan Japan en de vroegere Oostbloklanden. De basisfilosofie blijft echter dezelfde: uitgaan van de partituur en muziek maken op een menselijke schaal. Dit jaar althans trok dat meer mensen aan dan ooit; de kaartjesverkoop lag een stuk hoger dan vorig jaar.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234