Maandag 21/10/2019

Racisme

Als zelfs de sp.a-militant over Hitler mijmert

De etalage van een Antwerps café in 1968: bordjes die Noord-Afrikanen de toegang ontzegden, waren toen nog de normaalste zaak van de wereld. Beeld rv Behrens, Herbert / Anefo / Nationaal Archief

Het debat is eeuwenoud en we zijn er nog lang niet klaar mee. Een verhaal over de last van vooroordelen, de nadelen van gepamper en de ondraaglijke lichtheid van discriminatie.

Hoe kun je vandaag als journalist nog een verhaal schrijven over racisme zonder dat de lezers, wat hun mening over het onderwerp ook is, meteen na de eerste zin al afhaken? Wel, misschien door te beginnen met een persoonlijke anekdote, die sommigen onder u mogelijkerwijze - of hopelijk - een beetje zal choqueren.

De anekdote voltrok zich in een dorpje in de Kempen, waar ik een oude kennis tegen het lijf liep. De man is gepensioneerd spoorwegarbeider, sp.a-militant en overtuigd lid van de socialistische vakbond. Toen ik hem vroeg wat hij tegenwoordig zoal van de partijlijn vindt, barstte hij los in een tirade die nog altijd nagalmt in mijn oren.

"Gij wilt weten wat ik van de partij vind?", vroeg de man. "Ik zal u eens zeggen wat ik van de partij vind, zie! Dat ze alleen nog maar aan de vreemdelingen denkt, dat vind ik ervan. Alles voor de vreemdelingen, en niets voor het eigen volk. Weet ge wat ze van mij met die vreemdelingen mogen doen? Allemaal op een trein zetten, en dan de gas erin!"

Ik fronste ietwat bezorgd de wenkbrauwen en vroeg de man of hij dat echt meende. "Ge moogt gerust zijn dat ik dat meen", antwoordde hij. "Van mij mag Hitler terugkomen." Tot zover een alledaagse ontmoeting in een dorpje in de Kempen, waar velen nog nooit een zogenaamde vreemdeling van dichtbij hebben gezien.

Dat het ordinaire, rauwe racisme nog welig tiert, bewees deze week ook de getuigenis van Peter Persyn in De Standaard. Persyn zit voor de N-VA in het Vlaams Parlement en is getrouwd met een Congolese vrouw. Onlangs werd ze voor haar huis besprongen door een hond, vertelde Persyn: "Het beest liep los, de eigenaar keek gewoon toe, en lachte. Deed niets. Mijn vrouw duwt het dier weg, vloekt in het Frans en komt ontdaan binnen. Ik probeer haar te kalmeren en stap dan achter de man en eis excuses. Waarop hij op mij begin te bonken en brult dat ze maar terug naar haar eigen land moet."

Agenten extra gevoelig

"Ook op Facebook en andere sociale media zie je voortdurend hatespeech", zegt activist en diversiteitsconsulent Omar Ba. "Mensen doen het zelfs met naam en toenaam, omdat ze weten dat ze ermee wegkomen. Er wordt niets tegen ondernomen. Zulke walgelijke racistische commentaren moeten gewoon worden verboden, maar in het huidige maatschappelijke klimaat lijkt niemand ze ernstig te nemen."

Omar Ba is lid van vredesbeweging IFOR, was coördinator van het Europese Netwerk tegen Racisme en adviseert vandaag ngo's en zelforganisaties van etnisch-culturele minderheden. "Het beleid neemt racisme nog altijd niet serieus", zegt hij. "Men erkent het probleem soms wel, maar neemt nog altijd niet de nodige maatregelen. Of men focust op de symptomen, in plaats van op de diepere oorzaken. Dat zie je heel goed in de discussie over racisme bij de politie: sommige mensen denken dat het opgelost is als men de agenten verwijdert die zich racistisch gedragen. Terwijl de hele samenleving een groot probleem heeft. Als racisme genormaliseerd wordt, mag je niet verbaasd zijn dat het in je instellingen zit, van politie tot onderwijs."

En dat is geen kwestie van ideologie, aldus Omar Ba. "We mogen hier zeker geen politiek spelletje van maken", zegt hij. "Als ik zeg dat het beleid een probleem heeft, dan bedoel ik niet alleen het beleid vandaag. Het beleid schiet al meer dan dertig jaar tekort."

Het diepgewortelde racisme in het Antwerpse politiekorps lijkt die analyse van Omar Ba te bevestigen: dit is niet het probleem van N-VA-burgemeester Bart De Wever, dit is een cultuur die onder socialistisch bestuur decennialang werd gedoogd. Ook de Brusselse politie kwam deze week trouwens in opspraak omdat twee agenten tijdens patrouilles systematisch buitenlanders hebben beroofd. In Antwerpen zouden sommige agenten zich weleens amuseren door luidkeels 'Makakken!' naar voorbijgangers te roepen terwijl ze met hun combi door de stad scheuren.

Omar Ba. Beeld Franky Verdickt

"Iedereen heeft last van vooroordelen", zegt Alain Van Hiel, sociaal psycholoog aan de UGent. "Maar voor agenten is het nog veel moeilijker om die onder controle te houden, om de simpele reden dat ze veel negatieve contacten hebben met mensen van vreemde origine. Dat is eigen aan hun job, wij hebben dat ook onderzocht bij de korpsen van Gent en Lokeren. We weten bovendien dat mensen die houden van orde en tucht, zoals agenten, extra gevoelig zijn voor vooroordelen. Dat maakt het heel zwaar. Daarom kan het bij agenten snel van kwaad naar erger gaan."

Van professor Van Hiel verschijnt volgende week het boek Iedereen racist, waarin hij uitlegt waarom dit onderwerp nooit zal verdwijnen. "Dit debat zal blijven terugkomen", zegt hij. "De mens doet nu eenmaal altijd aan groepsvorming. Dat heeft voordelen, maar ook nadelen: we vervallen enorm snel in wij-zij-denken, dat hebben talloze studies al aangetoond. Racisme en discriminatie zijn als het ware van een ondraaglijke lichtheid: het ligt in de menselijke aard om eigen groepen te bevoordelen en andere groepen te benadelen. Dat leidt bijna automatisch tot discriminatie. Het is makkelijk om de lont in het kruitvat te krijgen, en moeilijk om de spanningen weer te doen afnemen."

Ook evolutiebioloog Mark Nelissen, auteur van het standaardwerk De bril van Darwin en het pas verschenen Bloot toeval, weet dat racisme bij de mens genetisch ingebakken is. "De ene club zal zich altijd verzetten tegen de andere club", zegt hij. "Dat zie je zelfs bij resusaapjes al. Racisme is een kanker, die de evolutie van de samenleving tegenhoudt, maar we zullen er nooit helemaal vanaf geraken. We kunnen vooruitgang boeken, dat wel. Door de cirkels van onze groep te vergroten. Walen en Vlamingen staan vaak op gespannen voet met elkaar, maar als de Rode Duivels spelen, zijn we allemaal Belgen. Zoiets moeten we kunnen bereiken, maar dan als samenleving. Maar dan moet de minderheid stoppen met zich af te zetten tegen de meerderheid."

Van twee kanten

Mark Nelissen baarde deze week flink wat opzien. In een opiniestuk in De Standaard over racisme gaf hij Liesbeth Homans gelijk, die als Vlaams minister van Inburgering en Gelijke Kansen vindt dat het "pamperbeleid" mensen met een migratieachtergrond aanmoedigt "om in hun zetel te blijven zitten" - een uitspraak die door links, maar ook door velen bij CD&V en Open Vld niet op prijs wordt gesteld.

"En toch heeft ze een punt", vindt Nelissen. "Als je mensen pampert, ontneem je hen de motivatie om vooruit te komen. Ook dat is een inzicht uit de gedragsbiologie. Mensen willen niet alleen tot een groep behoren, ze jagen ook op status. Door te veel cadeaus te geven, blokkeer je die motivatie om hogerop te klimmen. En dat doen we vandaag toch. Net zoals de socialisten dat vroeger met de arbeiders deden, of de katholieken met hun gelovigen: hou ze arm en dom, zodat wij ze in onze macht kunnen houden."

Ideologie interesseert hem niet, zegt Nelissen. "Het kan mij niet schelen of dat nu een rechtse of een linkse opmerking is", zegt hij. "Feit is dat mensen van allochtone origine bij ons inderdaad worden gepamperd. Ze krijgen alle kansen, dat zie ik ook aan de universiteit. Maar veel te vaak verwaarlozen ze die kansen, alsof ze zitten te wachten tot ze positief gediscrimineerd zullen worden. Dat maakt mij boos. Ik vind ook dat minderheden andere signalen zouden mogen uitsturen. Als de Turkse president Erdogan in Limburg op bezoek is, roept hij alle Vlaamse Turken op om hier vooral niet te goed te integreren. Dat wakkert het racisme bij andere Vlamingen alleen maar aan."

Dat racisme, en de bijbehorende discriminatie, is een groot probleem, geeft Nelissen toe. "Maar het moet van twee kanten komen. Zo vind ik dat de moslims zichzelf eens goed moeten organiseren. Het probleem van de Syrië-strijders moeten zij ook zelf aanpakken, in plaats van te wachten op de politie, en dan te zeggen dat het allemaal het gevolg is van racisme. Dat klopt niet. Iedereen heeft in dit land trouwens dezelfde rechten."

Of mensen met een migratieachtergrond gepamperd worden? "Nee", zegt Alain Van Hiel. "Zo zou ik dat niet formuleren. Ik denk dat wij allemáál gepamperd worden in deze welvaartsstaat. En als iedereen gepamperd wordt, is dat vooral slecht voor de prestaties van de zwaksten. Om het voorbeeld van de universiteit te nemen: het niveau is gedaald tegenover vroeger. Toen had je een 12 nodig om te slagen, nu nog maar een 10. De sterksten halen nog altijd een 18, maar wie vroeger een 12 haalde, is nu tevreden met een 10. Dat geldt ook in andere domeinen. In een land met sterke sociale voorzieningen zullen de sociaal-economisch zwakkere groepen zich sneller bij de situatie neerleggen."

Dominante groep

"Er is niet het minste bewijs voor de stelling dat mensen met een migratieachtergrond worden gepamperd", zegt sociologe Nadia Fadil, die aan de KU Leuven onderzoek doet aan het Centrum voor Interculturalisme, Migratie en Minderheden. "Mensen die over pamperen spreken, doen dat met een zekere minachting. Niet klagen en dankbaar zijn, is eigenlijk de boodschap. En juridisch gesproken is er ook geen reden om ondankbaar te zijn. Officieel heeft iedereen gelijke kansen. Maar in werkelijkheid niet. Mensen met een migratieachtergrond ervaren die dubbele maatstaf nog altijd aan den lijve."

Het is erg moeilijk om uit te leggen wat racisme is aan iemand die het nog nooit heeft meegemaakt, zegt Fadil. "Voor de dominante groep is het een onzichtbaar fenomeen. Vergelijk het met seksisme: veel mannen zijn zich er ook niet van bewust hoe groot dat probleem nog altijd is. Dat maakt deze discussie zo lastig. Het is ook niet noodzakelijk een kwestie van slechte bedoelingen. Net zoals seksisme zit het racisme als het ware in de structuren. Onderzoekster Philomena Essed noemt dat het 'alledaagse' racisme."

Nadia Fadil. Beeld Thomas Sweertvaegher

En het is niet alleen een probleem van extreemrechts, benadrukt Fadil. "Tot en met de Tweede Wereldoorlog werd racisme vooral geassocieerd met het kolonialisme en het fascisme, met de wetenschappelijke overtuiging dat de ene groep superieur is aan de andere. Vandaag heeft racisme veel meer te maken met maatschappelijke structuren en culturele denkkaders. Met een dominante groep die privileges in stand houdt."

En dat gebeurt ook op redacties, de plekken waar verslag wordt uitgebracht over de wereld. De doorsnee redactie in Vlaanderen, inclusief die van De Morgen, De Standaard en Knack, is nog altijd bijna maagdelijk wit. "In elke groep gelden bepaalde codes", zegt Fadil. "En alleen wie die codes beheerst, wordt toegelaten. We zoeken als het ware altijd mensen die op ons lijken. Ook een rebel wordt alleen aanvaard als hij tot de eigen groep behoort. Dat is ook op redacties een probleem. Bij de kuisploeg zullen wellicht wel mensen met een migratieachtergrond werken."

De VRT is een uitzondering op de regel, legt Fadil uit. "Daar is men erin geslaagd om een aantal mensen te laten doorgroeien. Door heel bewust diversiteitsstages te organiseren en zo mensen concrete kansen te geven. Zo'n stage is een belangrijke springplank. En het is niet vrijblijvend. Daarom is het een goed voorbeeld voor andere werkgevers."

Fadil kiest daarmee duidelijk partij in het debat over diversiteit en discriminatie: de achterstelling van bepaalde groepen in het onderwijs, op het werk en in de huisvesting moet worden bestreden met positieve maatregelen. Ter linkerzijde pleit men vandaag onder meer voor praktijktesten, waarmee discriminatie kan worden aangetoond. Maar ter rechterzijde, die vandaag het debat beheerst, vindt men dat dus 'gepamper'. Het debat zit vaster dan ooit, zo lijkt het wel.

Positieve puzzel

Wat te doen? Alain Van Hiel lacht. "Als ik dat wist, dan ging ik zelf wel in de politiek. Ik ben maar een academicus, die onderzoek doet en boeken schrijft." Toch geeft hij in zijn boek Iedereen racist een aantal ideeën om de verbondenheid in onze samenleving te verbeteren. "Als je weet dat negatieve ervaringen zo veel schade kunnen aanrichten, dan moet je zorgen voor positieve ervaringen. Het is al vaak aangetoond dat die erg gunstige gevolgen kunnen hebben.

We weten dat uit contacten tussen katholieken en protestanten in Noord-Ierland, tussen Joden en Palestijnen in het Midden-Oosten. Hoe meer leuke ontmoetingen mensen van verschillende bevolkingsgroepen met elkaar hebben, hoe meer steun ze verlenen aan vreedzame oplossingen voor het conflict."

Dat begint in het onderwijs, weet Van Hiel. "Er bestaat zoiets als raciale apathie", legt hij uit. "We weten uit onderzoek dat leerlingen van verschillende etnisch-culturele origine elkaars gezelschap op de speelplaats of in de refter minder snel zullen opzoeken. Niet zozeer omdat ze elkaar niet kunnen uitstaan, maar gewoon omdat ze niet echt in elkaar geïnteresseerd zijn, omdat ze apathisch zijn ten aanzien van elkaar. Maar de wederzijdse belangstelling kan worden gestimuleerd, ook in de klas, door gemengde groepjes samen aan projecten te laten werken."

In zijn boek geeft Van Hiel het voorbeeld van de zogenaamde puzzelklas, die in de jaren 70 in de Verenigde Staten werd bedacht. Ieder kind in een gemengde klas maakt zich een deeltje van de leerstof eigen, en leert dat vervolgens aan de anderen - zo leggen alle kinderen samen als het ware de puzzel van de leerstof. En wat bleek? "Blanke en zwarte kinderen uit de puzzelklas werden goede vrienden, gingen liever naar school, waren minder bevooroordeeld en voelden zich beter in hun vel", schrijft Van Hiel. "De schoolresultaten van de zwarte leerlingen stegen en die van de blanke kinderen bleven stabiel. De puzzelklas is een veelbelovende methode om een echt geïntegreerde onderwijservaring aan te bieden en staat garant voor meer tolerantie en diversiteit."

Ook Mark Nelissen benadrukt dat racisme weliswaar hardnekkig is, maar uiteraard bestreden kan worden. Uit een beroemd experiment van de Amerikaanse psycholoog Robert Kurzban blijkt dat we het raciale denken vlot kunnen overstijgen als er een ándere groepsverdeling voor in de plaats komt: voor de supporters van voetbalploeg X zijn alle spelers van voetbalploeg Y tegenstanders, en alle spelers van de eigen ploeg helden - welke etnisch-culturele achtergrond ze ook hebben. "Het is bijzonder moeilijk", zegt Nelissen. "Maar het is dus mogelijk om racisme te overwinnen. Als iedereen van goede wil is en we erin slagen om de cirkel van de minderheid binnen die van de meerderheid te trekken, en één gemeenschap te vormen."

Of, zoals Alain Van Hiel schrijft: "Het enige wat echt lijkt te helpen is wanneer 'zij' een deel van 'ons' worden. Als de media laten zien dat verschillende bevolkingsgroepen kunnen samenleven. Als we denken dat de meeste Vlamingen voor een strenge aanpak van racisme zijn, of als vrienden van ons omgaan met allochtonen, dan pas lijken we als vanzelf onze onverdraagzaamheid bij te stellen. De sleutel van de echte verandering ligt bij de gewone, gemiddelde burger die ofwel ongedwongen zal meegaan in het verhaal van de multiculturele samenleving op basis van eigen ervaringen, ofwel zal afhaken."

Lotsverbondenheid

Het is een feministische boutade: pas als er onbekwame vrouwen op topposities zitten, zal de strijd gestreden zijn. Geldt dat ook voor mensen met een migratieachtergrond? "Wie niet tot de dominante groep behoort, moet bovengemiddeld goed zijn om succes te hebben", bevestigt Nadia Fadil. "Omdat die dominante groep niet graag privileges afstaat of deelt. Dat is in feite de essentiële vraag: welk soort herverdeling willen we? Houden we vast aan het klassieke, sociaal-democratische model waarbij men ernaar streeft om privileges en kansen en middelen over alle burgers te verdelen? Of gaan we naar het Amerikaanse model, met grote ongelijkheid en overvolle gevangenissen - en waar één gevangene evenveel kost als een student? Uiteindelijk is dat een ideologische keuze."

Omdat ze van die heilloze opdeling in 'wij' en 'zij' helemaal af wil, gebruikt Fadil de termen 'autochtoon' en 'allochtoon' niet meer. "Zo creëer je immers net twee groepen in de samenleving", zegt ze. "Ik spreek liever over mensen met een migratieachtergrond. De ene Vlaming komt uit West-Vlaanderen, de andere uit Limburg, nog een andere uit Marokko of Turkije. Maar we zijn allemaal Vlamingen."

In een interview met deze krant vergeleek Yasmine Kherbache, Vlaams Parlementslid voor de sp.a, de emancipatiestrijd van mensen met een migratieachtergrond met die van de arbeiders en de vrouwen. Dat die emancipatiebewegingen in hoge mate geslaagd zijn, en deze nieuwe emancipatiestrijd nog altijd vastzit, ligt volgens haar aan het gebrek aan "lotsverbondenheid". Finaal voelden alle Vlamingen dat hun lot verbonden was met dat van de arbeiders, zoals mannen beseften dat hun lot verbonden is met dat van vrouwen. Maar de lotsverbondenheid tussen Vlamingen mét en zonder migratieachtergrond, die hebben we nog niet gevonden. Het wij-zij-denken zit nog altijd fameus in de weg. En het lijkt alleen maar sterker te worden: het zijn duistere tijden, op dat gebied.

En toch denkt Nadia Fadil dat we al vooruitgang hebben geboekt. "Die emancipatiegolf is momenteel volop bezig. Er zijn heel wat mensen met migratieachtergrond die zich volop mengen in het maatschappelijk debat. Er zijn heel wat zelforganisaties die zich hebben losgemaakt van de integratiesector. Meestal zijn het historici die zulke ontwikkelingen een paar decennia later beschrijven. Dat zal volgens mij ook met deze emancipatiegolf gebeuren. Maar we zitten er volgens mij dus middenin. De vraag is alleen of iedereen dat vandaag al wil zien en onderkennen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234