Woensdag 24/07/2019

'Als zanger uit Vlaanderen ben ik sowieso gepoept'

Je tanden stukbijten op je moedertaal? Daar bedanken de meeste Vlaamse muzikanten uit de alternatieve pop- en rockscene voor. Ze kiezen dan maar voor het Engels of Frans, of duiken diep in hun dialect. Bert Dockx van Flying Horseman begrijpt niet waarom. Op zijn eerste soloplaat gaat hij als Strand voluit voor het Algemeen Nederlands. 'Ik ben voor het eerst echt tevreden over mijn teksten.'

De allergrootste gevoelens kun je alleen in je moedertaal weergeven, gelooft Bart Peeters. Al kwam hij daar zelf pas achter na zijn veertigste, toen hij het Engels van The Radios besloot in te ruilen voor Nederlandstalige songs - correctie: liedjes. Toch is de moedertaal vaak geen eerste optie. Het Algemeen Nederlands dat je op Strand hoort, is zelfs tamelijk uniek in een scene die beheerst wordt door dialectpop, een genre dat onder impuls van Flip Kowlier uit de kleinkunstsfeer werd getild.

In de eigen streektaal blijken songschrijvers zich ook liever en makkelijker uit de slag te trekken. Sam Valkenborghs van Fixkes beseft dat hij zijn teksten nooit zo mooi gezegd zou krijgen in het Algemeen Nederlands, en Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal noemt kiezen voor de standaardtaal hetzelfde als een keuze voor het Engels. In beide gevallen zou hij "zijn gedachten moeten vertalen".

Niet zo bij de Limburger Mauro Pawlowski, die met zijn solovehikel Maurits Pauwels Experience expliciet kiest voor Algemeen Nederlands, omdat hij geen zin heeft om in het dialect van zijn heimat een plaat te maken.

En ook Antwerpenaar Bert Dockx opteert nu, na enkele Engelstalige platen met Flying Horseman, voor een Nederlandstalig soloproject, waarbij alle dialectklanken keurig weggegomd werden. "Met Strand doe ik bewust mijn best om géén Antwerps te zingen. Ik heb een stevig accent, maar dat klonk zo lelijk op muziek dat ik besloot om het geweer van schouder te veranderen. Ik ben geen purist, maar een Antwerpse tongval is alleen maar mooi in muziek als je er zo diep in kunt duiken als Wannes Van de Velde. Het opgekuiste Antwerps dat op televisie is uitgegroeid tot de standaardtaal vind ik verschrikkelijk.

"Aanvankelijk klonk het Algemeen Nederlands me artificieel in de oren. Maar na een paar dagen kwam de klik. Het mocht dan wel onnatuurlijk klinken, maar rationeel gezien is het nét zo eigenaardig om in een vreemde taal als het Engels te zingen. (lacht) Als zanger uit Vlaanderen was ik dus sowieso gepoept."

Worsteling

De dominantie van de Angelsaksische cultuur in muziek, en de hoop om internationaal iets te bereiken, speelde ook voor Dockx mee om te kiezen voor het Engels. "Maar diep vanbinnen wilde ik altijd al in het Nederlands zingen", bekent hij. "Ik zat daar zelfs al mee in mijn hoofd toen ik de eerste demo's met Flying Horseman opnam. Alleen heb ik het toen nooit aangedurfd. Nu ik de stap heb gezet, snap ik niet waarom niet méér artiesten in het Nederlands zingen. Engels blijft ook een worsteling voor mij. Schrijven in de taal waarmee ik ben opgegroeid, gaat me veel beter af. Eerst is het wat intimiderend, maar het werkt echt bevrijdend. Je kunt jezelf ook nergens meer achter verstoppen."

Met Nederlandstalige liedjes heeft de sologanger weinig op. "Een liedje als 'Ik heb mijn hart gesloten' van Wannes van de Velde vind ik bloedmooi, maar voor Strand word ik eigenlijk eerder beïnvloed door Joy Division, Townes Van Zandt of Gustav Mahler."

Al staat de literaire stijl van Peter Verhelst, Leonard Nolens en Charles Ducal wel op grote hoogte: "Onbewust moet hun invloed in mijn teksten geslopen zijn, al zou ik me in geen jaren durven vergelijken met iemand als Nolens. Zo virtuoos zal ik nooit omgaan met de moedertaal. Moeiteloos overklassen ze andere schrijvers in de Nederlandse taal."

Kleine uurtjes

Met Strand belandt Dockx een enkele keer in het vaarwater van de smartlap, wanneer hij zingt over "een traan die zeven levens heeft". Maar net zo goed koos hij voor een angstaanjagende geladenheid, en intimistische onderwerpen. "In een vreemd onveilig land, neemt de nacht je bij de hand", hoor je hem bijvoorbeeld somberen in 'Dood'. De nacht houdt hem overduidelijk in de ban, merk je ook elders op de plaat. "Ik schreef alle teksten in de kleine uurtjes", legt Dockx uit. "In het duister wordt alles immers vager en mysterieuzer. Maar tegelijk probeerde ik licht te scheppen in diezelfde duisternis. Volgens mij is Strand daarom ook veel minder zwaar op de hand dan Flying Horseman. De teksten lijken alleen maar meer confronterend omdat ze in de moedertaal geschreven zijn. Maar het is een kluwen van uiteenlopende thema's en gevoelens. Het is een mysterieus proces, waar ik zelf nog niet helemaal uit ben.

"Onbewust stelde ik misschien een veiligheidsmechanisme in om niet al te duidelijk te zijn. Ik wil geen grote boodschap verkondigen, wil niemand per se wakker schudden. Ik wilde alleen muziek maken die me verrast, me bang maakt, me beroert. Dit keer ging me dat voor het eerst écht goed af. Ik ben altijd heel onzeker geweest over de lyrics van Flying Horseman, maar met Strand ben ik voor het eerst tevreden over mijn teksten."

Strand verschijnt op 29/9 bij Unday Records. Eerstvolgende concert op 2/10 in Nijdrop, Opwijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden