Dinsdag 11/08/2020

‘Als we zaterdag verliezen, is het verhaal geschreven. Fini’

‘Meneer, als dat gebeurt, dan weet ik niet wat doen. Huilen misschien?’ Patrice Lejeune: cafébaas, maar ook een echte supporter. Een Zebra. Een fiere Carolo. ‘Zesentwintig jaar in eerste klasse. Als we zaterdag verliezen, is het gedaan. Dat mag toch niet?’ Sporting Charleroi, een club in nood in een stad in verval.

‘Neen, wij zeggen hier niks over de situatie. Niks. Dat mag trouwens niet. Voor uitleg moet je bij de directie zijn, niet bij ons.” Echt vriendelijk kun je de dames in het spelershome van het Stade du Pays de Charleroi moeilijk noemen. Het stadion ligt er verlaten bij. Er hangt een haast tastbare inertie. Een enkele speler die de parking oprijdt, een enkele steward die de wacht houdt en een resem duiven die de boel vakkundig besmeuren. In Charleroi hangt de geur van tweede klasse. De geest is uit de fles. Op papier leven ze nog, in realiteit niet meer. Maar het kan dus nog. Charleroi moet zaterdag thuis winnen tegen Eupen om de rechtstreekse degradatie uit onze pintjesliga te vermijden. Als ze winnen, moeten ze de wedstrijd daarna, weer tegen Eupen, ook winnen. En dan nog is het behoud niet verzekerd.

In de nok van de hoofdtribune wordt de aangekoekte drek van het peloton duiven losgeweekt. Een hondenjob. De ene stoel schrobben terwijl de andere al een nieuwe laag krijgt. “Twaalf jaar doe ik dit al. De stoeltjes moeten toch proper zijn zaterdag?” De schoonmaker heeft blijkbaar geen spreekverbod, al ziet hij zijn naam liever niet in de krant. “We moeten er nog één keer voluit voor gaan. Het is toch niet mogelijk dat we volgend jaar niet meer tegen Standard of Brugge spelen? Net die matchen zorgen eens voor een vol huis. Hoewel, misschien zit het stadion beter niet meer vol. Dan wordt het gevaarlijk. (wijst naar de overkant) Daar, hoog in de tribune, vallen er soms stenen naar beneden. De club is letterlijk in verval.”

Jacques Brel

Vijf trainers in iets meer dan dertig wedstrijden. Voor de liefhebbers: Mathijssen, Csaba, Balog, Kovacs en Peruzovic. Meer dan dertig transfers. Meer dan vijftig spelers aan de aftrap van een belangrijke match. Charleroi is niet alleen fysiek een duiventil. Een ploeg die vecht met alles en iedereen. Met zichzelf, met de bond, met de scheidsrechters, met de andere clubs. Calimero woont niet meer in Luik.

Eén man wordt telkens met de vinger gewezen: voorzitter Abbas Bayat, ‘Zorro’ voor de vrienden. Een Iraans zakenman. Zijn vader was olieminister tijdens het bewind van de laatste sjah. Het netwerk van Bayat kent meer vertakkingen dan de klimop die aan het stadion groeit. Bayat is gepokt en gemazeld in de Amerikaanse ondernemingscultuur. Met zijn import-exportbedrijf kocht hij in 1989 alle Looza-fruitsappen op om ze nadien succesvol te verpatsen aan multinational Seagram.

In ’97 behoorde Chaudfontaine tot zijn portefeuille en zocht Bayat naar een uitstalraam voor zijn bronwater. Jean-Claude Van Cauwenberghe, de toenmalige sterke man in Charleroi (en omstreken), rolde de rode loper uit: “Ik ken een voetbalclub die u misschien wel interesseert.” Hij moest het gaan doen. De hoogdagen van Le Sporting terugbrengen. Tien jaar later symboliseert de club de teloorgang van de hele stad. Een gebrek aan visie, mismanagement, doorgedreven politisering. Charleroi is een potentiële (sub)topper. Een stad met een enorme kweekvijver. Maar de vis beet/bijt niet.

“Is hij (Bayat) de enige die verantwoordelijk is?”, vraagt Patrice Lejeune zich af. “Ik weet het niet. De familie Bayat is groot hé.” De patron van café Le Royal Nord staat voor een evenwichtig discours. Ja, hij is eigenlijk wel kwaad op Bayat, maar hij wil de man niet kruisigen, wat zijn cliënteel duidelijk wél wil. “Bayat? Die verwijt de supporters dat ze geen diploma hebben. Is dat respect?” Lejeune: “Bayat heeft de financiën wel enigszins op orde gebracht. Door hem zijn we minder afhankelijk van de stad. Maar. Hij kent wel iets van cijfers, maar niet van voetbal. Die man geeft geen zier om Charleroi. Hij wil gewoon geld verdienen. Waarom heeft die zich niet omringd met echt kenners? Neen, altijd alles alleen willen doen. Alleenheersend. Dat maakt me triest. Meneer, als we zaterdag verliezen, dan weet ik niet wat te doen. Huilen misschien? Le Sporting, dat is mijn leven hé, mijn grote liefde. Ik ben geboren op een paar meter van het stadion.”

De woorden van Lejeune worden versterkt door Jacques Brel, ‘Le chanson des vieux amants’, een lied over het romantische voortbestaan. “Al dik twintig jaar sta ik hier achter de toog. (‘Bien sur, nous eûmes des orages. Vingt ans d’amour, c’est l’amour fol.’) Na een nederlaag zat hier vroeger bijna niemand. Dan zat iedereen thuis, triestig. Verliezen, dat deed en doet nog altijd pijn hé. Althans bij de échte Carolo’s. Nu gaat het volk naar het voetbal om zich uit te leven. Niet voor het voetbal zelf. Vroeger was het omgekeerd. Eerst de ploeg, dan de vrienden. Tja, en dan zijn er die hun grenzen niet kennen. Tennisballen op het veld gooien, de omheining plooien, dat doe je toch niet?

“Ach, wie weet redden we ons nog. Maar zelfs al zakken we, dan nog blijven we onze club trouw. Eens Carolo, altijd Carolo. Dachten de spelers ook maar zo. Mannen als Raymond Mommens en Roch Gerard, die vochten als leeuwen. Maar nu? Clubliefde bestaat niet meer hé. Zesentwintig jaar in eerste klasse. Zaterdag verliezen en het verhaal is geschreven. Fini. Dat mag toch niet?”

Catastrofe

Terwijl Lejeune zich luidop afvraagt waarom zakenman Albert Frère geen geld pompt in de club, haalt Nourredine Farah een krantenartikel uit de jaren zeventig boven. “Hier, ik als klein manneke in 1974. Als speler van Sporting. Net teruggevonden op zolder. Dat zwart en wit, daar doe je het voor.” Farah haalt ook een kleine kalender boven, met foto’s van alle jeugdploegen uit die tijd. Zot van glorie. “Et maintenant? Le catastrophe. We zullen er ons maar niet ziek in maken zeker? Patrice, we drinken er een pint op.”

Bij het buitenrijden van de stad is er niks veranderd. De schoonmaker is aan de laatste duizend stoeltjes begonnen, de duiven blijven produceren en de steward staat nog altijd op wacht: “Au revoir. On va gagner hein!”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234