Zondag 06/12/2020

Saar Pelgrims uit ‘Down the Road’

‘Als we niet oppassen sterven mensen met down uit. Jammer toch?’

'We kunnen veel leren van mensen met down. Ze hebben geen sociale remmingen en zeggen waar het op staat. Je wéét wat je aan hen hebt’Beeld VRT

Binnenkort is het weer héérlijk kopje-onder gaan in het bad van ongeveinsde zachtmoedigheid dat ‘Down the Road’ heet. In seizoen drie neemt Dieter Coppens zijn levenswijze metgezellen mee van Spanje naar Marokko. Voor de begeleiding rekent hij andermaal op lerares Saar Pelgrims, de troostende stem op de achtergrond die qua ongeveinsde zachtmoedigheid van niemand lessen hoeft te krijgen.

Ter voorbereiding van dit gesprek bingewatchte ik nog eens het tweede seizoen van ‘Down the Road’, een programma waarin je vreugde kunt scheppen met een vlindernetje en waaruit je leert dat op liefde geen beperking staat.

Saar Pelgrims: “Ik ben ook opnieuw beginnen te kijken! Het blijft een leuk programma, ideaal voor tijdens het strijken. Bovendien had ik amper kunnen genieten toen het destijds op tv kwam, omdat ik aldoor zat te denken: djeezes, Saar, wat voor gezicht trek jij nu? (lacht)”

Jezelf op tv zien was geen hoogtepunt in je leven?

Pelgrims: “De eerste aflevering, toen ik mezelf ongemakkelijk zag schuifelen op Dieters oprit, dacht ik vooral: wat voor een bedeesd vogeltje is me dát! Ik herkende mezelf niet.

“Het was wat zoeken in het begin. Dat had niet alleen met zenuwen te maken, maar ook met tv-technische zaken. Je moet weten hoe je je moet positioneren voor de camera, erop letten dat de deelnemers op de voorgrond staan... Dat zorgde weleens voor een kleine kortsluiting.”

Ik moet je nog een late proficiat wensen: ‘Down the Road’ werd in Humo’s Pop Poll 2019 verkozen tot beste tv-programma van de Vlaamse zenders.

Pelgrims: “Supernice, bedankt! Het is een geliefd programma, ik krijg alleen maar hartverwarmende reacties.

“Onlangs wonnen we een internationale prijs, de AIB Impact Award, voor programma’s met een grote maatschappelijke waarde. Ik was onder de indruk toen ik zag welke winnaars ons waren voorgegaan: CNN-reportages over mensenhandel in Libië en zo. En toch vind ik dat ‘Down the Road’ niet misstaat in zo’n gezelschap. Het heeft een grote impact. De positieve reacties komen van kijkers die anders amper in contact komen met mensen met een beperking, maar ook van mensen die zelf een beperking hebben. Het maakt de kloof tussen die twee groepen kleiner.”

‘Down the Road’ is geen krampachtige feelgoodtelevisie: er wordt niet wanhopig op sentiment gemikt. Het is vooral onweerstaanbaar grappig.

Pelgrims: “Soms is het grappig, soms pakkend, maar er wordt nooit met man en macht aan je traanklieren getrokken. Dat zou averechts werken. Eén van de leukste elementen in het programma is net de hemelse spontaniteit van de kandidaten. De opmerkingen die hun te pas en te onpas ontglippen: beter wordt het toch niet?”

Uit seizoen twee is mij een fragment van hooguit 5 seconden bijgebleven, waarin een vertwijfelde Geoffrey in een boompje zit en tegen zichzelf mompelt...

Pelgrims: “‘Als je erin durft, moet je er ook weer uit raken.’ (lacht) Ja, die momenten zijn van onschatbare waarde.

“Wat mij het meest is bijgebleven, is de hechte familieband die we in drie weken tijd hebben opgebouwd. Toen ik weer thuiskwam, viel ik in een zwart gat. Alles leek zo banaal: ‘Allee, moet ik nu weer de strijk doen?’ Ik miste iedereen.

“Nu, die band is niet meer doorgeknipt. Ik kan mijn klok gelijkzetten op de ingesproken slaapwelberichtjes die ik elke avond krijg. En ze durven zo’n bericht gerust een aantal keer te herhalen als je niet meteen antwoordt (lacht).”

Is jullie WhatsApp-groepje nog actief?

Pelgrims: “Dagelijks! Geoffrey, Charlotte en Julie posten veel, terwijl Yens en Maud eerder af en toe vragen hoe iedereen het stelt. En Maarten deelt vooral graag items uit de media die over hém gaan (lacht). Sommigen vragen elke week of ze mogen bellen, anderen hoor ik niet tot we elkaar weer in de armen vallen – zoals tijdens Down to Party, een fuif voor De Warmste Week. En de knuffels zijn nog altijd even oprecht.”

''Down the Road' helpt je om door de beperking heen te kijken. Na een paar minuten zie je niet meer iemand met down, maar zie je Jaimie en Stijn en Peter en Sophie en Brenda en Gitte’Beeld VRT

Blijft het concept in seizoen drie ongewijzigd?

Pelgrims: “Jep! We trekken van Madrid naar Marrakech, met onderweg allerlei leuke activiteiten. Het moet een onvergetelijke reis worden voor onze deelnemers.”

Wie van de deelnemers – Gitte, Stijn, Sophie, Jaimie, Brenda en Peter – zal dit keer het meest in het oog springen, denk je?

Pelgrims: “Ze hebben opnieuw alle zes een uitgesproken karakter, geen twee van hen lijken in de verste verte op elkaar. Dat gezegd zijnde gok ik op Jaimie. Alleen al wegens zijn typisch West-Vlaamse accent, dat de crewleden gezwind overnamen. Opeens hoorde ik mezelf ‘begrijp je?’ uitspreken als ‘behrijptsje?’ (lacht). En de woorden die hij eruit flapt... Weet jij wat de sjarels van paarden zijn?”

Ik heb een vermoeden.

Pelgrims: “Fout, het zijn de stronten! Op de koop toe is Jaimie misschien wel de explosiefste deelnemer die we tot hiertoe gehad hebben, zeker qua hoog oplaaiende coups de foudre. En dat wil wat zeggen: je weet van de vorige seizoenen dat iemand met het downsyndroom héél verliefd kan zijn. Een romance kan inslaan als een bom, maar evengoed na een paar uur weer uitdoven. De liefde blijft in ‘Down the Road’ een hoogst actueel thema, en Jaimie vertolkt in dat strijdtoneel een glansrijke hoofdrol (lacht).”

Zonder romantiek geen ‘Down the Road’.

Pelgrims: “Heel vaak komt die plotse verliefdheid voort uit het feit dat zij willen zijn zoals al de rest. Zij zien hun broer of zus met een lief, en dan willen zij dat ook. Bij de minste connectie die ze met iemand voelen, is het vaak al raak. En dan zijn ze als door de bliksem getroffen: ze weten geen raad meer met zichzelf.

“De scheiding tussen liefde en vriendschap is bovendien moeilijk. ‘Lief’, ‘vakantielief’, ‘vriend’: dat zijn moeilijke termen die vooral gradaties van affectie aanduiden. Zodra ze iemand tof vinden, lijken ze daar een aparte term op te willen plakken, en dat wordt dan al heel snel een ‘lief’.”

Is het voor iemand met down moeilijk om een relatie te onderhouden?

Pelgrims: “Dat verschilt van persoon tot persoon. Neem nu Charlotte: eerst leek ze nogal wispelturig, toen ze eerst op Yens, en een paar dagen later op Geoffrey verliefd was. Maar met Geoffrey is ze nu nog stééds samen. Ik denk dat ze hun officiële datum vergeten zijn, want ik krijg al een paar weken fiere berichtjes: ‘We zijn vandaag een jaar samen!’ (lacht) Maar hun relatie houdt stand. Ze hebben wat moeten zoeken en waren niet altijd zeker hoe ze hun gevoelens moesten benoemen, maar het lijkt alsof ze vertrokken zijn.

“Voor iemand met down doet het feit dat ze kunnen zéggen dat ze een lief hebben al heel veel voor hun eigenwaarde. Dat lief dagelijks kunnen zien is minder belangrijk, zolang ze maar kunnen bellen en appen. Ze moeten kunnen voelen: ‘Ik heb iemand die belangrijk is voor mij. Ik ben normaal.’”

‘Misschien klink ik wollig, maar soms denk ik: zijn we niet allemáál mensen met een beperking? Zelf kan ik helemaal niet om met verandering’Beeld Marco Mertens

Massa’s geduld

De deelnemers kennen het programma intussen. Wil dat zeggen dat ze dit keer met andere verwachtingen vertrokken?

Pelgrims: “Ik merkte dat ze de vorige seizoenen gezien hadden. En ze onthouden alles. ‘Zeg Dieter, met Kevin heb jij vorkje-vorkje geslapen, doe dat met mij ook eens!’ Vorig jaar lagen Julie en Charlotte op een bepaald moment in hun bed te giechelen toen Dieter langskwam: ‘Met uw sexy kontje!’ Dat is duidelijk een veelbekeken fragment: de meisjes hadden nu opnieuw een zekere fixatie op dat kontje.”

Dieter is niet opgeleid om met jongeren met een beperking om te gaan. Doet hij dat goed?

Pelgrims: “Zeker, ik heb alleen maar complimenten voor hem. Om zoiets puur op buikgevoel te doen? Chapeau! Hij heeft vooral massa’s geduld. Dat is essentieel want mensen met het syndroom van Down durven weleens koppig te zijn.

“Er is natuurlijk wél nog een verschil tussen ‘Down the Road’ maken en het hele jaar door voor een klas vol jongeren met een beperking staan.”

Wat is het grootste verschil?

Pelgrims: “De emotionele afstand. Ik geef les op het Sint-Janshof in Mechelen en daar knuffel ik mijn leerlingen niet zo vaak als op reis. Op school zijn er duizend grenzen, regels en afspraken. Hoe meer structuur, hoe beter. Terwijl ‘Down the Road’ net van de ene verrassing in de andere tuimelt. Dat gáát op school simpelweg niet.”

Je hebt leerkrachten met en zonder natuurlijke autoriteit. Tot welke categorie behoor jij?

Pelgrims: “Ik ben een strenge leerkracht. Niet dat ik met een liniaal door de klas wandel om leerlingen op de vingers te tikken, maar ik ben wel principieel, duidelijk en gestructureerd. In het buso (buitengewoon secundair onderwijs, red.) is dat een goede eigenschap, maar ik merk dat die rechtlijnigheid soms doorsijpelt in mijn dagelijks leven. Als er een afspraak is gemaakt, dan wil ik dat die wordt nageleefd.

“Dat gaat over onnozeliteiten, hoor. Stel nu dat jij zegt dat we straks frietjes gaan eten, en een halfuur later meld je doodleuk dat het spaghetti wordt. ‘Néé! We gingen toch frietjes eten? Dat zat nu zo in mijn hoofd!’ Dat kan vreselijk vervelend zijn voor de mensen met wie ik samenleef.”

En toch bespeur ik een zekere vreugde dat jij dat strenge, dat principiële in ‘Down the Road’ een klein beetje mag laten varen.

Pelgrims: “Zeker! Dat merkte ik ook toen ik terugkwam van de reis. Ik pakte mijn leerlingen al eens vaker vast. En terecht: zij genieten daarvan. Maar als er wat maanden voorbij zijn, verval je toch weer in hetzelfde vastgeroeste gedrag. Misschien moet ik wat vaker op reis met ‘Down the Road’? Bij dezen een warme oproep (lacht).”

Stel dat ik morgen met een groep mensen met het syndroom van Down op reis vertrek, wat moet ik dan zeker doen?

Pelgrims: “Mij bellen! (lacht) Maar vooral: geduldig zijn. Als ze blokkeren, blijf dan rustig en ga samen met hen op zoek naar de essentie van het probleem, die vaak elders ligt. Geoffrey kreeg het benauwd toen we een stad met hoge gebouwen naderden. Ik probeerde: ‘Je moet niet ongerust zijn: we gaan geen hoge gebouwen bezoeken, we gaan gewoon rondwandelen.’ Bleek het probleem te liggen bij zijn angst voor terrorisme, en vliegtuigen die zich in gebouwen boren. Je moet daarachter zien te komen, anders kun je niet verder met wat je die dag eigenlijk wilde doen. Om het snelst te raken waar je wilt zijn, moet je soms een omweg nemen.”

Omgaan met mensen met down is zoals Waze gebruiken?

Pelgrims (lacht): “Precies.”

Hoe reageerden je leerlingen eigenlijk op ‘Down the Road’?

Pelgrims: “In het begin hoorde ik vaak: ‘Juf Saar, mag ik een selfie?’ En als we een kaas- en-wijnavond organiseerden, dan vroegen ze weleens of Dieter ook kwam. De leukste reactie was deze: ‘Juf Saar, mag ik ook mee met ‘Down the Road’?’ ‘Maar schatteke, jij hébt helemaal geen downsyndroom!’ ‘Jawéééél!’ (lacht)”

Jij hebt orthopedagogie gestudeerd aan de UCLL Hogeschool in Hasselt. Een leuke tijd?

Pelgrims: “Leuk, maar bewogen. Ik heb de richting eerst in Antwerpen geprobeerd, maar dat bleek iets te academisch voor mij. Het viel mij zwaar om dikke cursussen vanbuiten te blokken en ik kwam met véél herexamens thuis. Toen ben ik ’t in Hasselt gaan proberen: dezelfde richting, maar met een meer praktische insteek. Daar ging het vlotter. Ik ben er zelfs met onderscheiding afgestudeerd.”

Je was vroeger spontaner, zei je. Was je een wilde student?

Pelgrims: “Nee, ik was tóén al te principieel om tot een kot in de nacht uit te gaan. Mijn dansbenen hebben te vroeg gepiekt, vrees ik: op mijn 12de ging ik al naar mijn eerste Chirofuif, en toen was ik niet van de dansvloer weg te slaan. Dansen, dansen, dansen – tot ik naar huis moest (lacht). Nu sla ik liever een babbeltje aan de zijlijn.”

Hoelang wist jij al dat je orthopedagogie wilde volgen?

Pelgrims: “In het middelbaar heb ik de tso-richting gezondheids- en welzijnswetenschappen gedaan. Daar hoorden kijkstages bij: in buitengewone kleuterscholen, bij demente bejaarden en op de materniteit. Die stage in de buitengewone kleuterschool – toen ik 17 was – viel erg goed mee. Eerst overwoog ik nog om opvoeder-begeleider te worden voor personen met een beperking, maar dan moet je in shiften werken. Dan leken die uren in het onderwijs me toch interessanter (lacht).”

Was zorgzaamheid altijd al één van de hoekstenen van je persoonlijkheid?

Pelgrims: “Ik was het meisje dat zich in het vijfde leerjaar ontfermde over de kleintjes: een kleuterjuf in zakformaat. En ik wist heel snel dat ik leidster wilde worden in de Chiro. (Dromerig) Ah, de Chiro. Zeventien jaar lang, tot ik hoofdleidster was, heb ik er de tijd van mijn leven beleefd.

“Heel toevallig: een vriendin met wie ik de lagere school heb doorlopen, stuurde me gisteren een foto door van ons vriendenboekje. Daarin had ik blijkbaar geschreven: ‘Ik wil later juf worden.’ I’ve made it! (lacht)”

Beeld VRT

Is één van jouw ouders toevallig leerkracht?

Pelgrims: “Mijn mama: ’t is mij met de paplepel ingegoten. Toen ik in het middelbaar zat mocht ik mee haar examens verbeteren – althans de stukken van de examens die uit meerkeuzevragen bestonden. Met een rode balpen zelfs.

“Maar toch: wat mijn moeder doet, is eigenlijk totaal anders dan wat ik doe. Toetsen, rapporten, examens... Dat hebben wij allemaal niet. De banken van mijn leerlingen staan zelfs niet in rijtjes, de leerlingen zitten rond één tafel. Het buso is een andere wereld.”

Viva Boma

Heb je er al over nagedacht hoe het zou zijn om zelf een kindje met downsyndroom te hebben?

Pelgrims: “Het voordeel is: ik weet hoe ik met hen moet omgaan. Maar ik merk wel dat ik die schoolvakanties telkens nodig heb om mijn batterijen weer op te laden. Mocht ik daarnáást ook nog eens een kind met een beperking hebben, dan weet ik niet of ik mijn job in het buitengewoon onderwijs nog kan volhouden. Maar ik zou het kindje zeker niet laten weghalen omdat het down heeft. No way. Ik zou eerder mijn job dan mijn zwangerschap stopzetten.”

Er is veel debat over de NIP-test: een test waarmee men bij zwangere vrouwen kan controleren of hun foetus een aangeboren afwijking heeft. Wijlen Etienne Vermeersch hoopte dat mensen met het syndroom van Down ‘zouden uitsterven’.

Pelgrims: “We moeten oppassen of zijn wens komt uit: het geboortecijfer van mensen met down is al fel verminderd. Ik vind dat jammer. Alleen al voor ‘Down the Road’ (lachje).

“Je kunt niemand verplichten om een kind met down te houden: zo’n kind heeft, zonder enige twijfel, een gigantische impact op je leven. Maar toch stel ik me de vraag: moet die NIP-test er wel zijn? Het is een héél moeilijke kwestie. Voor mij persoonlijk zou die test er alleen maar toe dienen om te weten wat voor kindje ik mag verwachten, zodat ik de nodige voorbereidingen kan treffen als het een beperking heeft.”

Stel je voor dat het na de bevalling dan toch een, tussen aanhalingstekens, normaal kindje zou blijken te zijn.

Pelgrims: “Dán zou ik pas boos zijn (lacht). Je weet: als je mij iets belooft...”

De ouders van Yens hadden hem aanvankelijk opgegeven ter adoptie: hij kwam terecht bij een pleeggezin, tot ze er spijt van kregen. Je kunt die mensen niks kwalijk nemen, maar voor Yens kan dat besef zwaar vallen.

Pelgrims: “Daar wil ik zeker niet over oordelen. Maar het idee om abortus te plegen omdat je kindje een beperking heeft, blijf ik doodeng vinden. De NIP-test sluit op die manier, naar mijn aanvoelen, een bevolkingsgroep uit.

“Met ‘Down the Road’ proberen we te laten zien: ook al hebben zij een beperking, zij hebben enorm veel in hun mars. ’t Zijn mensen van wie wij nog wat kunnen leren. Zeggen waar het op staat, bijvoorbeeld. Je wéét wat je aan hen hebt. Ze hebben geen sociale remmingen: als zij iemand tof vinden, geven ze die persoon een knuffel, ook als daar tien man op staat te kijken.

“Ik denk soms, en mijn excuses als ik wollig klink: zijn wij niet allemáál mensen met een beperking? Ik kan ook niet goed om met verandering, hoor.”

Om het met de slotzin van de filmklassieker ‘Some Like it Hot’ te zeggen: ‘Nobody’s perfect.’

Pelgrims: “Voilà! In Zuid-Afrika hebben we een lang gesprek met Maarten gehad, die opeens beweerde helemaal geen syndroom van Down te hebben. Pas op, volgens mij wist hij goed genoeg dat hij ’t wél had, maar hij wilde niet gezien worden als ‘beperkt’. Hij wilde zijn zoals de rest, behandeld worden zoals een gewone kerel.

“Ik denk dat zij zich eigenlijk niet anders voelen. Maar omdat de maatschappij zo hard is, beseffen ze wel dat er iets gaande is.

“Veel mensen zien alleen de beperking. Mede daarom ben ik zo blij met ‘Down the Road’. Als je een paar minuten hebt gekeken, zie je niet meer iemand met down, maar Maarten en Yens en Julie en Charlotte en Geoffrey en Maud. En binnenkort ook Jaimie, Gitte, Stijn, Sophie, Brenda en Peter.”

Laatste vraagje: zit er tussen al die namen niet één die géén rabiate fan is van ‘F.C. De Kampioenen’?

Pelgrims (lacht): “Daar zijn ze nu eens echt stuk voor stuk verzot op. Ik vermoed dat ze elke aflevering minstens drie keer hebben gezien. De deelnemers van vorig jaar mochten naar de première van de nieuwe film, ‘Viva Boma’. Maar zelf zoek ik, wanneer het themaliedje van ‘F.C. De Kampioenen’ voor de zoveelste keer weerklinkt, het liefst van al de snelste route richting mijn bed.”

Via Waze?

Pelgrims: “Mijn gedacht!”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234