Maandag 30/11/2020

InterviewOnderwijsexperts

‘Als we de zomervakantie niet inkorten, zal dat ons tientallen miljarden kosten’

Lege klas.Beeld Pixabay

Uit het niets dwong het coronavirus 1,2 miljoen Vlaamse kinderen om thuis school te lopen. De paasvakantie biedt een welgekomen rustmoment, maar leerlingen, ouders, leerkrachten en directieleden zetten zich schrap voor nóg enkele weken van moeizaam afstandsleren. Dreigt door de gemiste leerstof een verloren coronageneratie, of blaast het virus ons slabakkende onderwijs nieuw leven in? Wij gingen te rade bij onderwijsexperts en schreven dit opstel om te tonen wat we geleerd hebben.

Sinds de invoering van de Belgische ‘lockdown light’ proberen kinderen en hun ouders niet te verdrinken in de stroom aan online taken. Vóór de paasvakantie was het uitdrukkelijk niet de bedoeling dat leerlingen nieuwe leerstof zouden verwerken, na het reces moet dat wel gebeuren. Experts vrezen dat het moeizame afstandsonderwijs nogal wat scholieren met een leerachterstand zal opzadelen. Geen prettig vooruitzicht, niet het minst omdat de onderwijskwaliteit in Vlaanderen ook zonder virussen jaarlijks daalde. Wat nu? Vier vragen aan de experts.

Philip Brinckman.

1. HOE GEHAVEND KOMT DE JEUGD UIT DEZE CRISIS?

Kris Van den Branden, hoogleraar taalkunde en lerarenopleider (KU Leuven): “Als de scholen weer opengaan op 3 mei, zullen we 25 schooldagen gemist hebben. Op een volledig schooljaar van 190 dagen is dat ruim 10 procent. Is dat dramatisch? Ja en nee. We kunnen geen uitspraken doen over ‘de jeugd’ of ‘de coronageneratie’. De kloof tussen de sterk en zwak scorende leerlingen is namelijk heel breed, en de thuissituatie speelt daar een belangrijke rol in. Scholen zullen dus kinderen en jongeren zien die netjes hun taken hebben gemaakt, met de hulp van hun ouders of hun broer of zus, maar er zijn in ons land ook leerlingen die in kansarmoede leven. Zij hebben misschien geen laptop, of moeten de computer delen met andere gezinsleden. Hun ouders hebben geen tijd of begrijpen de taken niet. Misschien hebben ze zelfs geen degelijke internetaansluiting.”

Volgens armoede-expert Wim Van Lancker heeft 12 procent van de Belgische jongeren onder de 15 jaar thuis geen geschikte plek om huiswerk te maken of te studeren. Eén kind op de twintig heeft thuis geen computer.

Van den Branden: “Daardoor zal de kloof tussen de geprivilegieerde en de kwetsbare kinderen tijdens deze periode enkel verbreden.”

Hilde Van Keer, professor onderwijskunde (UGent): “Ik verwacht een grotevakantie-effect: onderzoek naar kennis en vaardigheden van leerlingen toont duidelijk aan dat kinderen met een moeilijke thuissituatie veel verlies boeken tijdens de schoolvakantie. Terwijl hun klasgenoten boeken lezen en musea bezoeken, staan zij stil en kijken ze tegen een achterstand aan in september. Dat effect zal volgens mij nu nog sterker zijn, omdat in de vakantie iederéén in vakantiemodus zit. Nu moesten de kinderen thuis aan de slag met leermateriaal. Sommigen zullen deze periode goed doorkomen, anderen zijn de voorbije weken alleen bezig geweest met overleven. Ondanks de goede bedoelingen van leerkrachten konden ze sommige leerlingen gewoonweg niet bereiken.

“Bovendien zijn niet alle kinderen even zelfredzaam. Niet elke jongere kan zichzelf organiseren en aan de slag gaan. Sommigen zien door de bomen het bos niet meer. Ook dat zal tot grote verschillen leiden.”

Waar zal de leerachterstand van kwetsbare leerlingen precies zitten?

Philip Brinckman, hoofd expertenwerkgroep Vlaams onderwijs en directeur Sint-Jozefcollege in Turnhout: “Ik voorspel nu al: in de taal. De voorbije weken heb ik steevast leerlingen uitgenodigd op school die thuis geen Nederlands spreken. Wanneer ik ze een week niet gezien heb, hóór ik dat ze geen Nederlands gesproken hebben. Ze kijken niet naar Vlaamse televisie en praten geen Nederlands met hun broers en zussen. En dus haperen ze. Terwijl taal en lezen zó belangrijk zijn. Leesvaardigheid is de achilleshiel gebleken van ons onderwijs. Kinderen kunnen minder goed lezen en hun woordenschat is minder rijk dan vroeger. Dat is een probleem, want als je niet goed Nederlands kunt lezen en begrijpen, kun je ook geen andere, moeilijke vragen oplossen.”

Van den Branden: “(knikt) Begrijpend lezen is het fundament van leren, want voor álle vakken moet je kunnen lezen om problemen op te lossen.

“Het probleem is ook dat de grote vakantie eraan komt. Leerlingen die thuis niet gestimuleerd worden om te lezen, zullen dat nu ruim zes weken nauwelijks gedaan hebben. En vanaf juli is het wéér acht weken niets. Kinderen die zo lang weinig lezen, krijgen hoe dan ook te maken met een terugval in de leerprestaties.”

Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen: “Van een ‘coronageneratie’ is volgens mij geen sprake. Sommige leerlingen leren net veel zelfstandiger te werken. Los van de klassieke leerachterstand heeft onze jeugd veel geleerd over solidariteit, crisissituaties, gezondheid en virussen. We zullen wel bijzondere inspanningen moeten doen voor een deel van hen, dat klopt. Maar of dat nu betekent dat we binnen twintig jaar zullen zeggen: ‘Die generatie heeft nooit deftig leren lezen en schrijven’? Dat lijkt me voorbarig. Al hangt veel af van de timing van de heropening van de scholen. Hoe vroeger, hoe minder averij.”

Hilde Van Keer.

Toch zullen we niet alles kunnen inhalen.

Van den Branden: “Ik vind dat ons onderwijspersoneel bij de heropening van de scholen moet reageren zoals de ziekenhuizen in Vlaanderen gedaan hebben. Het ziekenhuispersoneel heeft een onvoorstelbare professionaliteit getoond, en ze hebben resolute keuzes gemaakt om te focussen op de essentie. De urgentie dwingt ook het onderwijs om zulke keuzes te maken. Schoolteams moeten samen bepalen welke vaardigheden cruciaal zijn voor de leerlingen, over vakken en schooljaren heen.”

Boeve: “Wij ondersteunen de scholen daarin, maar zij maken voor zichzelf uit welke vaardigheden en kennis essentieel zijn. Volgens mij gaat die denkoefening niet over een selectie tussen vakken, maar over wat prioritair is bínnen vakken. Het is niet de bedoeling om geschiedenis of lichamelijke opvoeding op te geven voor extra uurtjes wiskunde. Die vakken zijn er niet zomaar. Leraren kunnen vakken of domeinen onderling bovendien nog meer verbinden: godsdienst en begrijpend lezen, bijvoorbeeld.”

Brinckman: “Een lastig vraagstuk wordt: wat met de jongeren die praktijkervaring moeten opdoen? Je kunt een chirurg niet laten afstuderen omdat hij thuis geoefend heeft door in een konijn te snijden.”

Van den Branden: “Inderdaad. Wat met carrossiers, lassers, kappers? Ook in het beroepsonderwijs moeten scholen per leerling uitmaken wie welke vaardigheden heeft. Misschien moeten we de afstudeerdata herbekijken, stages organiseren in de zomermaanden, wanneer de economie herstart, en sommige leerlingen delibereren in augustus. Waarom kunnen we ook geen diploma’s uitreiken in het najaar?”

Kristof De Witte, onderwijseconoom (KU Leuven): “Ik vrees ook voor een piek in vroegtijdige schooluitval. Nu al verlaat één leerling op de zeven het kunstonderwijs zonder diploma. In het beroepsonderwijs is dat zelfs één leerling op de vijf. Geëngageerde leerkrachten beperken doorgaans de schade en houden veel jongeren alsnog op school, maar door deze crisis valt de betrokkenheid weg. Wie schoolmoe was en op het randje balanceerde, geeft er nu wellicht de brui aan.”

Missen de kinderen hun school ook?

Brinckman: “Absoluut. Leerlingen leren niet graag vanachter een scherm. Deze periode herinnert mij eraan wat een speciale, mooie plek een school is. Je gaat erheen om iets te leren dat je enkel op school kunt leren. Veel leerlingen hebben het liefst dat de scholen weer opengaan. Niet alleen voor de lessen, maar ook voor het sociaal contact. Sommige leerlingen komen nu elke dag naar school, telkens om één boek op te halen. (lacht)

Boeve: “Kinderen gaan blijkbaar niet graag naar school, tot ze niet meer mógen. Dan kunnen ze niet zonder. (lacht)

Pedro De Bruyckere, pedagoog en onderzoeker (Arteveldehogeschool): “Onderwijs draait om meer dan alleen maar kennisoverdracht. Voor sommige kinderen is de school een rustplaats die ze nu kwijt zijn. Scholen zijn soms de enige plek waar kinderen gezond eten voorgeschoteld krijgen. Veel ouders en leerlingen missen die sociale rol van de school nu erg. Het is niet moeilijk om te begrijpen waarom leraren en directieleden zo hun best doen om leerlingen te bereiken in deze periode. Ze zijn bezorgd om ‘hun’ kinderen en jongeren.

“Kinderen missen ook de groep, de klas, elkaar. Het hakt erin, hoor, om als kind zonder vriendjes of familie je verjaardag te vieren. Ik ken een leerkracht die ervoor gezorgd heeft dat alle leerlingen een video of tekening maakten om hun jarige klasgenoot een hart onder de riem te steken. Ook dat is onderwijs.”

Pedro De Bruyckere.

2. WAT ZAL DE SCHOOLSTOP KOSTEN?

De Witte: “Geen of minder onderwijs kost de samenleving véél geld. Leerlingen die onderwijs missen, worden minder talig, minder creatief, en hun wiskundige vaardigheden stagneren. Op lange termijn, weten we uit onderzoek, stuit dat de economische groei. Omdat we minder menselijk kapitaal creëren, zal de bevolking bijvoorbeeld minder ondernemen en minder innoveren.

“Op vraag van de Europese Commissie hebben onderwijseconomen berekend wat één volledig schooljaar aan gemist onderwijs de maatschappij kost. Voor ons land komt dat neer op maar liefst 824 miljard euro. Onze leerlingen misten voor de paasvakantie al drie weken onderwijs. Omgerekend zullen we al minstens 50 miljard euro verliezen, als we de gemiste leertijd de komende weken niet kunnen inhalen.”

Dat is onbevattelijk veel geld. Wat als een aanzienlijk aantal leerlingen het basisniveau voor wiskunde en taal niet meer haalt?

De Witte: “Dan wordt het nog erger. Onderzoek wijst uit dat als één bijkomende leerling op de vijftig het basisniveau van de PISA-testen (grootschalige, internationaal uitgevoerde testen die peilen naar leesvaardigheid en wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid, red.) niet meer haalt, de economische groei op lange termijn vertraagt. Op een gemiddeld mensenleven praten we over zo’n 181 miljard euro die onze samenleving verliest. En dat bedrag schiet dus de hoogte in als nog meer leerlingen het basisniveau niet halen.

“Dat zijn hallucinante cijfers, maar we moeten de realiteit onder ogen zien: de coronacrisis zet een aanvankelijk onzichtbare, maar zéér schadelijke langetermijncrisis in gang. Een langdurige schoolstop zet onze welvaart onder druk. Hoe minder onze leerlingen leren, hoe minder ze zullen bijdragen aan de belastingen en hoe meer ze zullen afhangen van de sociale zekerheid. Dat geldt het duidelijkst voor de vroegtijdige schoolverlaters. Zij verdienen minder en lopen een groter risico op werkloosheid of deeltijds werk. Dat is waarom ik ervoor pleit om de scholen zo snel mogelijk weer te openen.”

Kris Van den Branden.

3. HOE BEPERKEN WE DE AVERIJ WANNEER DE SCHOLEN WEER OPENEN?

De Bruyckere: “Scholen moeten vanaf minuut één nagaan waar hun leerlingen staan. En dan telt maar één woord: differentiëren. Onderwijs aanbieden op maat van elk kind. Leerlingen met voorsprong moeten worden uitgedaagd, en wie met een achterstand zit, moeten we extra begeleiden. Anders komen we er niet.”

Klinkt goed, maar we staat niet meteen bekend om ons rijkelijke overschot aan leerkrachten.

Boeve: “We hebben contact opgenomen met hogescholen om studenten uit de lerarenopleiding in onze klassen te krijgen. Een win-win: de studenten voltooien alsnog hun stage door les te geven aan de leerlingen die goed mee zijn, en de leerkracht kan de anderen helpen een tandje bij te steken. Scholen kunnen ook wervingsreserves aanleggen van leraren die met pensioen zijn.”

Waarom korten we de zomervakantie niet in om de verloren lestijd in te halen?

De Witte: “Ik ben daar een groot voorstander van. Zoals ik al zei: de langetermijnkosten van de schoolstop zijn torenhoog. Maken we de leerachterstand niet voldoende goed, dan wachten ons facturen van tientallen miljarden. We hebben de voorbije weken al ongeziene maatregelen genomen - laat ons die ook nemen voor het onderwijs. Twee weken extra in juli zouden al een groot verschil maken.”

Boeve: “Momenteel ligt dat scenario van een verkorte zomervakantie niet op tafel. Veel zal afhangen van wanneer de scholen heropenen. Als we op 3 mei weer kunnen lesgeven op school, zal een verkorte zomervakantie nooit op tafel belanden. Snijden in de zomervakantie is ook niet evident. Leerkrachten en directies werken nog door na het schooljaar en bereiden de schoolstart voor in augustus. De coronacrisis vergt veel van het onderwijspersoneel. Onze mensen moeten volgend schooljaar uitgerust aan de slag kunnen.”

Minister van Onderwijs Ben Weyts denkt aan zomerscholen om leerlingen met een grote leerachterstand bij te spijkeren.

Boeve: “Het initiatief van zomerscholen bestaat al in steden en wijken waar er veel leerlingen zijn met een leerachterstand. Dat gebeurt buiten het gewone onderwijs en op volledig vrijwillige basis. De bedoeling is om leerlingen op een speelse manier te doen lezen en leren. Als ik het goed begrijp, wil de minister zulke scholen op grotere schaal uitrollen deze zomer. Hij lijkt te willen werken met een wervingsreserve van gepensioneerde of gestopte leerkrachten en leraren in opleiding. Dat klinkt als het startpunt van een goed idee, en wij zijn zeker bereid om er mee verder over na te denken.”

Leerlingen zouden niet verplicht worden om naar de zomerscholen te gaan. Riskeren we dan niet om leerlingen met te weinig bagage de zomer in te sturen, of de arbeidsmarkt op?

Boeve: “Als we de scholen snel weer mogen openen, zie ik op korte termijn weinig grote problemen voor het basisonderwijs. Sommige kinderen zullen te weinig gelezen en geoefend hebben, maar omdat er geen eindtermen bestaan per graad of studiejaar, kunnen we dat de volgende jaren inhalen. Het wordt wel meer dan ooit belangrijk dat we deze zomer élk kind aan het lezen krijgen. We moeten daarvoor alle middelen inzetten, ook zomerscholen.”

In de zogenaamde scharnierjaren – het zesde leerjaar en het tweede jaar van elke graad in het secundair onderwijs – hebben we geen tijd over om de leerachterstand in te halen. Hoe kunnen we beoordelen of die leerlingen het vereiste niveau behaald hebben?

Boeve: “De tijd die ons rest, zullen we vooral moeten besteden aan leerlingen laten bijbenen, en pas daarna aan evalueren. Daarom denk ik ook dat we de evaluatietijd best inkorten om zoveel mogelijk les te kunnen geven. Scholen kunnen misschien beter niet voor alle vakken examens voorzien, en voor andere vakken inzetten op kortere toetsen tijdens de resterende weken. Het is belangrijk dat elke klassenraad nagaat of er voldoende informatie is om een uitspraak te doen over de leerling in kwestie. Die denkoefening is nog niet afgerond. We plegen geregeld overleg met onder meer minister Weyts om dat verder uit te klaren.”

Als het gaat zoals u het uitlegt, zullen ouders gretig op de juridische kar springen om het ‘onrechtvaardige oordeel’ over hun kind aan te vechten. Eindexamens staan bijvoorbeeld in de schoolreglementen vermeld.

Boeve: “Scholen kiezen autonoom hoe ze hun evaluaties organiseren, maar ze moeten het inderdaad in hun schoolreglement vermelden. Vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen hebben we er bij de overheid op aangedrongen om via een decreet een uitzondering te voorzien voor dit trimester, zodat het schoolreglement tijdens die weken niet bindend is. Dan kan elke school afwijken van de eindexamens.”

De Bruyckere: “Van veel leerlingen is nu al duidelijk dat ze niet in de problemen zullen komen. Maar wat met de twijfelgevallen? Beheersen zij voldoende wiskunde, hebben zij genoeg getoond op hun stageplaatsen? De tijd dwingt scholen creatief te zijn, en dus hoorde ik al voorstellen zoals de twijfelgevallen voorrang geven bij een aantal stageplekken. Of scholen op woensdagnamiddagen enkel openen voor kwetsbare leerlingen. Zulke ideeën zijn goedbedoeld, maar ze kunnen ook negatieve gevolgen hebben: de leerlingen kunnen een stigma ervaren.”

Boeve: “Bij de heropening van de scholen zullen we ook aandacht hebben voor het welzijn van leerlingen. Iedereen komt uit een bijzondere situatie. Sommigen zullen pijnlijke weken beleefd hebben of een naaste verloren hebben. Een kind dat niet goed in zijn vel zit, schiet niet in gang op school.”

Van Keer: “Dat is één van de topprioriteiten: nagaan hoe de leerlingen het stellen.”

Beno Schraepen.

Zal dat wel gebeuren? Daarnet klonk het al dat de school méér is dan een plek om kennis door te geven. Dreigen we dat niet te vergeten, in de race naar juli?

Van den Branden: “Dat is een risico, maar ik voel dat leerkrachten bekommerd zijn om meer dan de leerstof. Ik heb samen met een aantal collega’s een project opgestart, ‘De vijf vragen’, waarbij we aan scholieren vragen om te schrijven over leven en geluk. ‘Wat ik heb geleerd over wat echt telt in het leven, is dat je zonder familie, vrienden en onderwijs nergens komt’, kregen we te lezen. Of: ‘Ik denk dat geld onbelangrijk is. Ja, je hebt het nodig om te overleven, maar familie, liefde, vertrouwen, humor en nog zoveel meer dingen zijn even noodzakelijk in het leven. Je moet blij zijn met wat je hebt, want er zijn altijd mensen die het slechter hebben dan jij.’”

De Bruyckere: “Zulke initiatieven zetten kinderen ertoe aan om na te denken over onderwijs, de crisis, het leven. Dat gaat verder dan de afvinklijstjes van de eindtermen, het gaat over persoonlijke vorming. Ook dat is onderwijs.”

Beno Schraepen, inclusie-onderzoeker en lector orthopedagogie (AP Hogeschool): “Ik hoop dat deze crisis ons leert dat onze kijk op kennis en talent te eng is. Ik zou in de eerste week op school niet lesgeven, maar het schoolse net overstijgen. De eerste vraag die we straks moeten stellen, is: ‘Wat heb jíj geleerd?’ Een voorbeeld: de kinderen van de zaakvoerder houden de nachtwinkel in mijn buurt soms mee open. Ze vullen rekjes aan, staan aan de kassa, enzovoort. Op school worden die kinderen daarvoor afgestraft, want ze zitten moe in de les of hebben misschien hun taken niet kunnen indienen. Maar ze hebben net héél veel geleerd: rekenen, beleefd zijn tegen klanten... Dat zijn belangrijke vaardigheden om later te kunnen ondernemen. Leraren moeten kwetsbaarheid leren zien als een kracht, en niet denken dat ‘kansarme kinderen’ thuis niets leren.

“Denk ook aan kinderen in eenoudergezinnen. De afgelopen weken hebben ze misschien taken gemist omdat ze mee zorg moesten dragen voor hun zusje of hun opa. In plaats van te panikeren en ‘de achterstand’ proberen weg te werken, kunnen we nu focussen op de niet-schoolse vaardigheden die ze verworven hebben. Zo’n kind heeft geleerd om te koken, om voor een zieke te zorgen, om empathisch te zijn. Ik denk dat we toch gezien hebben dat net dát onze samenleving rechthoudt: zorg. De zorgzame samenleving is meer dan ooit de toekomst. Maar door onze obsessie met excelleren en theorie raakt zorg weer ondergesneeuwd. We zouden beter moeten weten.”

Lieven Boeve.

4. KAN CORONA ONS ONDERWIJS EEN NIEUW ELAN GEVEN?

Ons altijd zo conservatief genoemde onderwijs heeft uit het niets digitaal afstandsleren uitgerold. Zijn we vertrokken?

Brinckman: “Volgens mij heeft deze periode ons net geleerd dat digitalisering en afstandsonderwijs niet zaligmakend zijn. Veel scholen zullen wel wat bijgeleerd hebben, maar vraag eens aan de ouders wat zíj ervan vinden. (lacht) Zij moeten een groot stuk van de verantwoordelijkheid opnemen. Maar je kunt niet én mama én leraar zijn.

“Ook de livelessen verlopen moeizaam en traag. Het is niet zoals een echte les. Je verliest efficiëntie, je mist het contact, de fijngevoeligheden en de lichaamstaal. Leerlingen zijn sneller afgeleid. Ze vinden het trouwens zelf niet fijn om te werken op de computer, want dat blijft in hun ogen een amusementstoestel. Sommige leerlingen begrijpen ook niet goed hoe het allemaal werkt: ze weten bijvoorbeeld niet hoe ze hun microfoontje moeten aanzetten.

“Laten we niet denken dat digitalisering onze onderwijsproblemen zal oplossen. Meer dan ooit ervaren we de échte kracht van onderwijs: sociaal contact. Waarom leerde ik als kind graag over geschiedenis? Door de persoonlijkheid en betrokkenheid van de leraar. Dat heb je niet met de iPad of de computer. Leren vraagt contact. De les die leerkrachten moeten trekken uit deze periode, is misschien dat ze nóg meer moeten investeren in hun band met de leerlingen, want daar zit de grote winst. Lesgevers kunnen als geen ander de nieuwsgierigheid van jongeren prikkelen. Alleen zo leren we bij.”

Schraepen: “Ik ben het daar niet mee eens. Deze crisis heeft het Vlaamse onderwijs op zeer veel pijnpunten gewezen, en één daarvan is inderdaad de grote digitale achterstand die we hebben op andere landen. Maar laten we niet in een conservatieve kramp schieten. Op scholen klinkt het nu dat sommige leerlingen geen toegang hebben tot ICT-tools. Dus wat denken scholen? ‘Het digitale werkt niet.’ Fout! Je kúnt sociaal kwetsbare kinderen niet mee krijgen zonder ze ook digitaal op weg te zetten.

“Ik woon in Antwerpen-Noord. De basisscholen in mijn buurt hebben een ‘kwetsbaar publiek’, zoals dat heet. Sommige directies hier begrijpen dat de kwetsbaarheid van de leerlingen niet alleen inhoudt dat ze geen computer hebben thuis, maar ook dat ze dikwijls digitaal ongeletterd zijn. Sommige kinderen kúnnen niet leren omgaan met internet en toetsenborden, omdat ze er geen toegang toe hebben. Dus investeren die scholen in laptops voor alle leerlingen. 10-jarigen leren zo werken met allerlei software, dienen hun huiswerk digitaal in, enzovoort. Want wat gebeurt er anders? Kinderen belanden op de middelbare school, alles verloopt via Smartschool, en ze zijn niet mee. Belgische scholen worden nu massaal geconfronteerd met de digitale ongeletterdheid van de leerlingen, met die inzamelactie van laptops tot gevolg. Er zijn nog steeds 23.000 leerlingen die niet beschikken over een digitaal instrument. Dat is wansmakelijk in een welvarend land als België.”

Kristof De Witte.

Laptops kosten scholen toch handenvol geld?

Schraepen: “Je zou eens moeten weten hoeveel scholen investeren in hippe smartboards, terwijl ze die gebruiken als een veredeld krijtbord. Met het geld voor één zo’n smartboard kun je opgeknapte laptops kopen voor een hele klas. Ik weet ook wel dat scholen bang zijn van een digitale omwenteling, net om hun kwetsbare leerlingen te beschermen. Maar zo stráf je die leerlingen net. Dat is een terugkerende denkfout.”

Geldt dat ook voor de periode vóór de paasvakantie, toen we uit bezorgdheid voor kansarme leerlingen zeker geen nieuwe leerstof mochten aanreiken?

Schraepen: “Ja. Denk daar even over na: leerlingen in armoede of met een andere thuistaal zouden geen nieuwe leerstof kunnen verwerken, en gegoede kinderen wel. Dat is een stevig vooroordeel, een waar stigma. Als je kinderen leerstof aanbiedt op hun niveau, kunnen ze dat wél verwerken buiten de schoolmuren.

“Het is april, we zitten ver in het schooljaar: een leerkracht kan perfect inschatten welke leerling welk niveau haalt. Kinderen die meer hulp nodig hebben, bel je. Je gaat bij ze langs. Je maakt werkjes op maat. Maar neen, we geven geen nieuwe leerstof. En dus is het weer de schuld van de ‘zwakkere’ leerlingen dat de anderen niet mogen leren. Alsof zij een probleem zijn voor het onderwijs. Dat is een omkering vanjewelste: het onderwijs is zélf het probleem.”

Wat kunnen we nog meenemen? Never waste a good crisis.

Van Keer: “Vóór corona kon je makkelijk zien dat kinderen in de problemen zaten als ze geen brooddoos meekregen of in de winter op sandaaltjes naar school kwamen. Maar nu hebben scholen ook de minder zichtbare kansarmoede kunnen zien. Blijkbaar heeft niet iedereen een computer, of ziet de leerkracht via de webcam dat een leerling nog voor een broertje moet zorgen. Ik denk dat scholen ervan geschrokken zijn hoeveel en welke leerlingen in een benarde thuissituatie verkeren. In de klas verlies je dat soms uit het oog.

“Ik hoop ook dat we fundamenteel nadenken over de rol van evaluaties. Misschien zijn grote eindexamens niet even geschikt voor alle leeftijdsgroepen. We geven meermaals per jaar drie weken lestijd op voor die examens, terwijl we in die tijd ook onderwijs kunnen blijven geven en inzetten op evaluatie doorheen het schooljaar.”

Van den Branden: “We komen plots in een stroomversnelling terecht. Deze crisis biedt kansen. In zo goed als alle standaardwerken staat bijvoorbeeld dat je maar beter gedifferentieerd lesgeeft: soms klassikaal, maar leerlingen veel op maat laten werken. Voortdurend observeren wie wat snapt, en waar nodig individueel bijsturen: we gaan dat eindelijk doen.”

Wat geeft u hoop voor de toekomst?

Brinckman: “De goesting van leerlingen en leerkrachten. Ik voel dat iedereen zin heeft om er nog het beste van te maken. Mensen zijn veerkrachtige wezens. Er zijn altijd oorlogen en catastrofes geweest. Mijn vader is 84 jaar oud en zit alleen. Weet je wat hij zegt? ‘Dit gaat voorbij. De oorlog heeft vijf jaar geduurd.’ Gelijk heeft hij. We gaan verder, schouder aan schouder. Crisisperiodes doen het beste in mensen naar boven komen.”

Boeve: “Ik heb de voorbije weken veel engagement en creativiteit gezien. De leerlingen verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die harder dan ooit werken tijdens hun stages, de leraren en leerlingen van het technisch onderwijs die schermen van plexiglas maken, jongeren die mondmaskers naaien, of kleutertjes die in de opvang tekeningen maken voor de bejaarden aan de overkant van de straat. Het stemt mij hoopvol om te zien dat er plaats is voor solidariteit.”

Brinckman: “We zien nu welke mensen ervoor zorgen dat onze maatschappij niet instort. Politiemensen, brandweermannen, zorgverleners en leraars: zij doen er blijkbaar écht toe. Ik hoop dat onze landgenoten dat beseffen, en dat méér mensen zullen kiezen voor een carrière als zorgverlener of leerkracht. Want het tekort blijft nijpend. Misschien zijn er te veel journalisten. Ben jij niet geïnteresseerd?”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234