Maandag 14/10/2019

'Als we de kleinste hiv-cellen in het vizier hebben, kunnen we aids uitroeien'

In het labo van het UZ Gent maakt professor Linos Vandekerckhove verbeten jacht op de allerkleinste hiv-virusdeeltjes. Op Wereldaidsdag is hij overtuigd van succes in de strijd tegen de ziekte. Sara Vandekerckhove

De oude houten radio bij het raam raakt nauwelijks boven het gezoem van de machines in het labo van UZ Gent uit. Twee jonge vrouwen in witte labojassen zijn druk in de weer met staaltjes en pipetten. Alles moet volgens strenge veiligheidsvoorschriften gebeuren, want één spatje besmet bloed kan grote gevolgen hebben.

In deze steriele ruimte bindt het team van professor Linos Vandekerckhove (39) de strijd aan met hiv. Niet met de vooroordelen, de onwetendheid of het taboe, maar met het virus zelf. De ziekte die al zovele miljoenen levens heeft verwoest. De Gentse onderzoekers proberen de kleinste aanwezigheid van het virus in het lichaam in kaart te brengen. Een soort licht in de duisternis, want, zo legt Vandekerckhove uit: "Een onzichtbare vijand kun je niet bestrijden."

Linos Vandekerckhove staat aan het hoofd van het Gentse hiv-onderzoeksteam. Een toegankelijke arts in jeans en buitengewoon gedreven om de nodige fondsen voor zijn project binnen te halen. Dat onderzoek werpt stilaan zijn vruchten af. "Zeker het laatste jaar hebben we revolutionaire resultaten behaald", zegt hij. "We zijn erin geslaagd de allerkleinste hoeveelheden van het virus in het lichaam te detecteren."

Een doorbraak, want daarvoor was het virus niet te traceren zodra het onder een bepaalde waarde dook. "Patiënten die trouw hun medicijnen nemen, doen het aantal virusdeeltjes in hun lichaam dalen", zegt Vandekerckhove. "In die mate zelfs dat we het virus niet meer kunnen zien. De klassieke tests gaan tot vijftig virusdeeltjes per milliliter. Alles wat daaronder zit, is onzichtbaar. Wat niet betekent dat die patiënten niet meer ziek zijn. Allesbehalve, stop de therapie en je zult merken dat het virus onmiddellijk weer de kop opsteekt. Het probleem is dat je bij die patiënten niet kunt onderzoeken welk effect medicijnen hebben op het virus. En zolang we dat niet weten, kunnen we de ziekte niet finaal uitroeien."

Het Gentse universitair ziekenhuis is een van de instellingen die daar verandering in brengen. Dit met de financiële hulp van onder meer het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de Koning Boudewijnstichting, maar ook internationale kleppers zoals de American Funding for Aids Research (amFAR) en de Bill and Melinda Gates Foundation. Dat die fondsen en stichtingen bereid zijn geld te pompen in dit onderzoek, is relatief nieuw.

"Vroeger was hier geen interesse voor", zegt Vandekerckhove. "Negentig procent van de patiënten gaat onder die drempelwaarde. Bij hen slaat de therapie dus goed aan. Maar de industrie en academici hebben zich altijd geconcentreerd op die resterende 10 procent. Mensen die resistent werden tegen de medicatie of problemen hadden om de cocktail trouw in te nemen: daar richtte de medische wereld zijn pijlen op. 'Waarom zouden we onze energie steken in die grote groep hiv-patiënten die een relatief normaal leven kunnen leiden', was de teneur. 'We zullen hen toch nooit kunnen genezen.'''

De grote ommezwaai kwam er in 2006, met Timothy Rane Brown. "De enige persoon van wie we met zekerheid kunnen zeggen dat hij van de ziekte genezen is", glundert de Gentse prof. Brown was niet alleen besmet met het hiv-virus, hij had ook acute leukemie. Een beenmergtransplantatie in Berlijn moest de man redden.

"Nu moet je weten dat 1 procent van de westerse bevolking immuun is voor hiv", legt Vandekerckhove uit. "Door een defect in de genen raakt het virus de cellen niet binnen. Toen Brown een transplantatie moest krijgen, hebben de dokters gezocht naar een donor met zo'n defect."

Bij donor 61 was het raak en tijdens een transplantatie wordt Browns hele immuunsysteem vervangen. Nadien zijn er als bij wonder geen sporen meer van het virus in zijn lichaam te vinden. Nu reist Brown de wereld rond als ambassadeur van de hoop.

Samen met de universiteit van Utrecht onderzocht Vandekerckhove de stalen van Brown. Het besmette bloed van voor de transplantatie, en het gezonde staal van na de operatie. "Heel speciaal om dat unieke materiaal in handen te houden", zegt hij daarover. "Maar dit was meer dan een wonder voor die man. Zijn genezing heeft een enorme boost gegeven aan ons onderzoek. Opeens was het wel interessant om verder te graven voor die 90 procent van de patiënten met een lage hiv-waarde. Het idee van genezing was helemaal geen utopie meer."

Balletjes in de soep

Wat er onder die onzichtbare drempelwaarde gebeurt, wekte vanaf toen wel de nieuwsgierigheid. Geld komt vrij voor onderzoek en hoogstaande technologische snufjes worden ontwikkeld. Een van die innovaties is de Droplet-pcr, de laatste aanwinst van het hiv-onderzoekteam in Gent.

Van het labo gaat het naar een klein kamertje in een van de vele gebouwen van het universitaire ziekenhuis. Een wit-groene machine, niet groter dan een doorsneeprinter, moet de Droplet-pcr voorstellen. Echt indrukwekkend ziet het ding er niet uit, al spreekt Vandekerckhove dit meteen tegen.

"Dat toestel kan één staal van een patiënt opsplitsen in 20.000 stalen", legt hij uit. "Dat is gigantisch. Zo kunnen we bijna alle cellen vinden waar het virus zich heeft ingenesteld. Dat gebeurt namelijk veel minder dan mensen denken. De cellen waarin het hiv-virus is binnengedrongen en waar het in het DNA is gekropen, zijn ongelofelijk moeilijk te vinden. We noemen dat het reservoir. Zelfs als het virus helemaal uit het bloed is verdwenen, sluimert de ziekte daar nog steeds in die cellen. Bij heel wat patiënten praten we hier over twintig cellen per miljoen. Bij sommigen zijn het er zelfs maar vijf. Klassieke meettoestellen botsen hier op de grenzen van de technologie. Met de Droplet-pcr kunnen we die geïnfecteerde cellen wel vinden."

De professor maakt de vergelijking met een enorme pot soep. "Beeld je een dikke groentesoep voor, waarvan jij de balletjes moet vinden. Als je in die hele pot op zoek moet, gaat dat nogal moeizaam. Als je die massa in 20.000 kommetjes kan verdelen, zul je de balletjes wel vinden."

Terwijl het team van Vandekerckhove mee de bril ontwerpt om het virus scherp te kunnen zien, zijn er andere centra die de scherpschutters ontwikkelen om diezelfde cellen neer te knallen. Vandekerckhove: "In Parijs en de Verenigde Staten bijvoorbeeld zijn er studies aan de gang om het virus verder naar beneden te halen. Dit is geen louter Gents project natuurlijk, de internationale interactie is cruciaal. In Barcelona zijn ze net als ons de meettechnieken aan het verfijnen. Ook de samenwerking met de vele hiv-behandelingscentra is essentieel. Het zijn zij die de stalen verzamelen die wij onderzoeken. Hier in eigen huis werken we nauw samen met het hiv-labo. Het is pas als alle neuzen in dezelfde richting staan, dat je resultaten boekt."

Moreel verwerpelijk

Wat met die resultaten? Staat de wetenschappelijke wereld op het punt het virus bij het nekvel te grijpen? "Qua kwantificatie wel", zegt Vandekerckhove. "Qua uitroeiing kunnen we enkel vaststellen dat niemand er tot nu toe in geslaagd is een tweede Timothy Brown te bekomen. We mogen patiënten geen valse hoop geven. De studies zijn gepland en lopende, maar het blijft wachten op het eerste grote succes.

"Ik ben ervan overtuigd dat die successen er komen. Zeker als je ziet welke vooruitgang er is geboekt de voorbije vijftien jaar. Onze kennis over genetica is enorm gegroeid en de onderzoeksmogelijkheden zijn ongelofelijk toegenomen. De informatie waarover we beschikken is geëxplodeerd. Er komt een dag dat we hiv kunnen genezen. Dat denk ik echt."

De vraag is dan hoe eenvoudig een genezing wordt, benadrukt Vandekerckhove. "Zo'n beenmergtransplantatie bijvoorbeeld is niet zonder risico. Vier op de tien patiënten overleven die operatie niet. Terwijl het hier wel gaat over mensen die al bij al een normaal leven kunnen leiden. Waarom zouden zij hun leven op het spel zetten? Elke interventie moet je afwegen tegen de risico's."

De ethische dilemma's zijn even groot. "In welke mate zal een geneesmiddel toegankelijk zijn voor de hele wereldbevolking? Zal je dat in de derde wereld vlot kunnen gebruiken? Dat is een belangrijke vraag. Vergeet niet dat daar het merendeel van de besmettingen gebeurt. Een geneesmiddel dat enkel het Westen zich kan veroorloven, is in zekere zin moreel verwerpelijk."

Linos Vandekerckhove weet maar al te goed wat het hiv-virus aanricht in het Zuiden. De voorbije jaren werkte hij onder meer in Rwanda en Zuid-Afrika, landen waar de ziekte duizenden slachtoffers maakt. "Daar zag ik echt mensen bezwijken aan het virus. Dat kun je niet vergelijken met de patiënten hier. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft er wel voor gezorgd dat er ook daar aidsremmers beschikbaar zijn, maar het verschil tussen de zorg hier en daar blijft onwezenlijk groot."

De verwoesting die hiv aanricht in zwart Afrika was de reden waarom Vandekerckhove koos voor deze specialisatie. En waarom hij onvermoeid jacht maakt op de allerkleinste besmette cel. "Ook het contact met de patiënten motiveert natuurlijk. In het ziekenhuis zien we 1.200 hiv-patiënten, van allerlei stand of rang. Het kan je bakker zijn, je poetsvrouw of de bankdirecteur: de ziekte treft iedereen. Ik weiger me in een wetenschappelijke ivoren toren te nestelen. Daarom dat ik ook nog steeds een behandelend hiv-arts ben. Alleen zo weet ik wat hun vragen en opmerkingen zijn. Alleen zo kan ik de laatste studies aftoetsen aan de reële noden. Zij houden me scherp."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234