Zaterdag 19/10/2019

5 jaar Syrië

"Als we 500.000 doden willen in plaats van 250.000, dan moeten we haast maken met de exit van Assad"

Op de verjaardag van president Assad toont een Syrische vrouw een portret van de leider (2013). Beeld AFP

Neen, het Westen wil Assad niet weg, want Assad wil ook het Westen niet weg. Zoals de kaarten nu liggen, zijn 's mans enige potentiële opvolgers de islamisten, die wél op onze destructie uit zijn. Het leed van de burger mag verschrikkelijk zijn, een grond voor politieke keuzen is het niet. "Syrië is realpolitik in de brutaalste vorm."

Een wolk aan diplomatieke initiatieven, regionaal en internationaal, die eind februari neerdaalde in de vorm van een gedeeltelijk en daarom breekbaar staakt-het-vuren: het is de enige troost die Syrië is vergund. Van andere zwachtels, hoe symbolisch ook, is geen sprake. Syrië gaat stuk aan militaire wreedheid, sektarische razernij en staatkundig onvermogen. De oorlog gaat zijn zesde jaar al in, de teller staat op 250.000 doden, een miljoen gewonden, acht miljoen ontheemden en vier miljoen burgers die naar het buitenland ontkwamen - al is zelfs dat 'ontkomen' hooguit een onfatsoenlijk eufemisme, kijk maar naar het vluchtelingendebacle.

"Een landschap vol ruïnes." Dat is wat er volgens oud-minister Abdallah al-Dardari van Syrië overblijft. Op landelijke schaal is de verwoesting even groot als duizend kapotte Kobanes, de door de Koerden op IS heroverde stad in het noorden. Volgens schattingen beloopt de materiële schade meer dan 240 miljard euro, terwijl de wederopbouw al tegen de 270 miljard aantikt.

Maar het ergst van al: de vrede ligt niet in het verschiet, want wie zou daarvoor moeten instaan? In Syrië, evengoed als daarbuiten, zijn zoveel actoren aan zet, zoveel agenda's, ritmes, kalenders en belangen ook, dat niemand de sleutels echt in handen heeft. De versplinterde Syrische oppositie niet, de op gifgas teruggrijpende dictator Bashar al-Assad niet, diens bondgenoten in het sjiitische Teheran niet, het Sovjet-nostalgische Moskou niet, de naar autonomie reikhalzende Koerden niet, Turkije niet met zijn anti-Koerdische idee-fixe, de soennitische en in Jemen al gestrande Saoedi's niet, het even lamme als huiverige Westen nog minder. Een dynamisch status-quo: zo omschrijven experts de situatie. Ze bedoelen dat we op de rug van de slachtoffers ter plaatse trappelen.

Van Tunis over Genève tot Wenen en retour Genève, het is niet dat ambassadeurs en adviseurs stilgezeten hebben, het voorbije lustrum. En ja, de discrete heren en dames weten heus wel wat de internationaal-rechtelijke responsibility to protect inhoudt, een verplichting tot humanitair ingrijpen. Alleen: de inwendige logica van het Syrische conflict is te labyrintisch gebleken voor recht en rede, te riskant vooral voor morele moed.

Syrië is geen uitzondering, overigens, vraag het maar aan de Colombianen: 50 jaar interne oorlog voeren ze daar al, honderdduizenden doden verder zijn ze, zes miljoen ontheemden ook, en nu pas, hopelijk in de komende weken, wordt de vrede ondertekend - maar niet met alle partijen, en niet met ieders akkoord, want zo simpel is vrede ook weer niet.

Een kwarteeuw na de officiële paz woelen ook de kleine landen van Centraal-Amerika voort in het kleffe slijk van toen, met doden die maar blijven vallen, bloed dat ook in deze post-conflictfase nog altijd vloeit. Zelfs op een generationeel uitslijten - oorlogsmoeheid, zeg maar - hebben ze alle hoop verloren, daar in Guatemala en El Salvador. Dan zwijgen we nog over veel dichter bij Syrië, dichter bij ons nu ook: Jemen dus, Irak ook, Somalië, Afghanistan enzovoort. Zijn we niet vertrokken voor decennia?

Beeld REUTERS

Wel ruimte voor dialoog

Laat al het voorgaande de bredere bedenking zijn, de waarschuwing vooraf. Gelukkig, echter, ziet niet iedereen het zo somber in. "Na vijf jaar gruwelijke oorlog zou je toch gaan hopen dat er schot in het dossier komt", zegt Hans Wurzer, Midden-Oostenexpert aan het Instituut voor Internationale Relaties Clingendael in Den Haag. "Het is dat ik natuurlijk een rasoptimist ben, maar ik zie enkele pluspunten in het proces."

Het belangrijkste daarvan, zegt Wurzer, is dat er überhaupt gepraat wordt. "Rechtstreeks met elkaar spreken doen regering en oppositie voorlopig niet, maar net door de setting informeel te houden en geen strakke formats op te leggen, net dankzij die hele fluïditeit dus, blijft er ruimte voor dialoog."

Op verschillende niveaus zijn heel verschillende gesprekken bezig. Binnen de oppositie alleen al is een impressionant scala aan actoren aan zet, die allemaal hun eigen onderhandelingetjes proberen te voeren. Daaromheen houden zich Syriës buren op, niet alleen staten maar ook organisaties als de Libanese Hezbollah. In een tweede concentrische cirkel zitten de twintig leden van de International Syria Support Group (ISSG), die er alles aan gelegen is oppositie en regime on speaking terms te krijgen. Een derde cirkel ten slotte is die van de wijdere internationale gemeenschap, waar de Verenigde Naties en de Zweeds-Italiaanse Syrië-gezant Staffan de Mistura in beeld komen.

De gesprekken gaande houden, is beter dan helemaal niets doen, aldus Wurzer, en het prille staakt-het-vuren dat in februari inging - maar waar het met Al Qaida gelieerde Al Nusra-front noch de jihadisten van IS deel aan hebben - is er een eerste resultaat van.

"Deze tendens zal zich ook in de nabije toekomst voortzetten", zegt Barah Mikail, conflictspecialist, zelf van Syrische komaf en directeur van het studiebureau Stractegia in Madrid. "Als een veerman pendelt de VN-gezant van deze naar gene delegatie. Maar een doorstart zie ik niet. Zelfs als die er zou komen, blijven we ver verwijderd van een minimale consensus tussen het regime en de waaier aan oppositiegroepen."

De krachten die al sinds eind 2011 aan zet zijn, blijven daarmee alles welbeschouwd dezelfde, zegt Mikail. "De oppositie moddert aan om een sterk en betrouwbaar alternatief voor te leggen. Ze kan nog altijd geen politieke overgang waarborgen die niet nóg diepere chaos in petto heeft. De talrijke wissels in het leiderschap bewijzen dat geen enkele factie in staat is om dat leiderschap op te eisen, en dat een consensus binnen de tegenstanders van het regime, onder wie zich ook veel salafisten en islamisten bevinden, lang niet voor meteen is."

Successen van Assad

Goed nieuws is het in geen geval, want dat alles draagt bij tot de relatieve consolidatie van Assad en zijn kliek. Wurzer: "Niemand kan het laken naar zich toe trekken, vandaag, maar het is wel waar dat de Russische interventie sinds september vorig jaar voor een verschuiving heeft gezorgd. Poetin is een actieve speler geworden in Syrië, een rol die hij opnam nadat de Amerikanen tussen de lijnen door hadden aangegeven dat hij dat wel mocht. Rusland en Syrië hebben strategische successen geboekt die de onderhandelingspositie van Assad aanzienlijk hebben versterkt."

De vraag luidt nochtans hoelang dat liedje duren zal: Rusland, dat onder sancties gebukt gaat voor zijn optreden in Oekraïne en dat ook zijn olie-inkomsten drastisch zag dalen, bezit in geen geval de financieel-logistieke slagkracht om de Syrische knoop op eigen houtje los te bombarderen.

Desondanks: zolang Saudi-Arabië en de soennieten, Turkije incluis, koste wat het kost Assad weg willen, zullen Moskou en Teheran hem mordicus in het zadel houden. De Russen om te bewijzen dat ze meer zijn dan een regionale grootmacht, om hun betrekkelijke afgang in Oekraïne te doen vergeten, zich aan hun marinebasis in Tartuz vast te klampen en het jihadisme uit de noordelijke Kaukasus te weren; de Iraniërs om hun vitale corridor met de Hezbollah veilig te stellen en Syrië blijvend in sjiitisch vaarwater te verankeren.

"Assad verwijderen, zou de instorting van zijn regime tot gevolg hebben", zegt Mikail. "Maar net die dreiging is zijn grootste troef." "Als je die regime change slecht aanpakt," bevestigt ook Wurzer, "dan ben je nog verder van huis, kijk maar naar Irak en de debaathificatie."

De gezaghebbende geopoliticoloog Gérard Chaliand, net terug van vijf maanden Koerdistan, slaat nog raker: "Als we graag 500.000 doden willen in plaats van 250.000, dan moeten we haast maken met de exit van Assad. Het Westen noch Rusland willen de islamisten aan zet in Damascus. Assad is niet uit op de vernieling van het Westen; de jihadisten, die op dit moment in het nauw gedreven zijn, wél. Dan is de keuze snel gemaakt, ook omdat Bashar al-Assad nog altijd vijftien van de twintig miljoen Syriërs controleert. Dat is grosso modo het westen van het land, het territorium dat we het 'nuttige Syrië' noemen."

Zelfs Frankrijk, dat in het licht van de continue terreurdreiging meer militaire engagementen nam dan welke westerse macht ook (en toen daar misschien nog tijd voor was ook de VS tot interventie hoopte te bewegen), lijkt noodgedwongen te zijn bekoeld in zijn aversie van Assad.

Toonde de onlangs opgestapte minister van Buitenlandse Zaken Fabius zich eerst nog een bezielde aanhanger van een regimewissel als voorwaarde voor vrede, dan hebben de aanslagen in Parijs de cursor finaal naar de eliminatie van IS verplaatst. De deadline voor Assads vertrek is, met andere woorden, onderhandelbaar geworden.
Tegen die vaststelling zijn, alle morele schaamte ten spijt, zelfs de gruwelijke foto's van 'Caesar', in een vorig leven officieel fotograaf bij de Syrische militaire politie, niet gewassen. Net zomin als het in Frankrijk gelaste strafonderzoek tegen Assad, die er van oorlogsmisdaden wordt beschuldigd.

Chaliand: "Natuurlijk moeten we de slachtoffers betreuren, we zijn geen onmensen. Maar of we dat nu willen of niet, in geen enkel conflict worden de fundamentele keuzes vanuit het perspectief van de slachtoffers gemaakt. De fundamentele keuzes zijn politiek. Punt uit."

"Syrië anno 2016, dat is realpolitik in zijn brutaalste vorm", zegt ook Wurzer. "We houden een dictator in het zadel om onze eigen stabiliteit te vrijwaren. We kondigen de rode lijn af als het over de inzet van gifgas gaat, maar naderhand blijkt het alsnog veeleer een rode stippellijn te zijn. Toch zullen we vroeg of laat naar die beginvaststelling terug moeten: dat al die volkeren in de Arabische en moslimwereld op straat gekomen zijn omdat ze van hun dictatoren af wilden. Dan zal er gekeken moeten worden naar wie wat precies op zijn kerfstok heeft. Toch mogen we niet vergeten dat ook de Syrische rebellen zware oorlogsmisdaden hebben begaan."

Een strijder van het Vrij Syrisch Leger, de rebellengroepering die in 2011 in opstand kwam tegen Assad. Beeld REUTERS
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234