Maandag 01/03/2021

InterviewZaak-Bollen

‘Als vrouw mag je een lijf hebben. Een brein mag ook. Maar die twee samen? Dat kan niet’

Nele Somers, Freya Van den Bossche en Kaat Bollen. Beeld Geert Van de Velde
Nele Somers, Freya Van den Bossche en Kaat Bollen.Beeld Geert Van de Velde

Kaat Bollen (35) omarmt haar seksualiteit. Meer nog: ze knuffelt er innig mee. Dat is niet naar de zin van de Psychologencommissie, die oordeelde dat ze de waardigheid van haar beroep in het gedrang bracht door online uit te pakken met een foto in korset en een webshop vol speelse dildo’s. Bollen is niet de enige wier vrouwelijkheid haar parten speelt: Freya Van den Bossche (45) ondervond hoe moeilijk het is om een politiek standpunt over te brengen als iedereen het liever heeft over ‘fuck me’-botjes. En Nele Somers (36) heeft, als voormalige Miss Belgian Beauty, meer dan één obstakel moeten ruimen voor ze ernstig werd genomen in de advocatuur.

Meteen nadat de zaak-Bollen aan het rollen was gegaan, tweette Freya Van den Bossche, die haar ­zitje in het Vlaams Parlement tegenwoordig paart aan een job als psycholoog: ‘Ik stel mijn ­lidmaatschap ernstig in vraag.’

Je overweegt om je titel, net zoals Kaat, per kerende post terug te sturen.

Freya Van den Bossche: “Ik niet alleen: veel andere collega’s twijfelen ook. Met ­deontologie hebben we geen probleem. Als psycholoog moet je op een zorgzame manier omgaan met je cliënten. Dat daarop wordt toegezien, daar zijn we allemaal voorstander van. Maar wat ik niet oké vind, is dat een beroepscommissie zou oor­delen over wat ik in mijn privé­leven doe. En dat ze op basis daarvan zou beslissen dat ik de waardigheid van mijn beroep schaad – zonder die waardigheid überhaupt te definiëren. Dat is gewoon 19de-eeuws.

“Het staat ook haaks op wat psychologen elke dag doen: wij leggen onze cliënten uit dat hoe ze zich voelen aan de binnenkant, gerust weerspiegeld mag worden aan de buiten­kant. Steeds meer mensen worstelen daarmee, omdat wie ze zijn niet strookt met de grootste gemene deler in de maatschappij. Wie zijn wij dan om collega’s te ­veroordelen als ze zichzelf zijn?”

Kaat Bollen: “Toen het eerste aangetekende schrijven in mijn bus viel, kwam ik compleet uit de lucht gevallen. Een mannelijke collega die ik niet ken, had een klacht tegen me ingediend en ik moest voor de tuchtraad verschijnen. Ik draai al zo lang mee in de media, heb al veel boeken geschreven, en die seksspeeltjes waren ook niks nieuws. Als ik ooit een klacht had verwacht, dan was het veeleer in het begin van mijn carrière, toen ik nog vaak op tv kwam. Maar sinds ik kinderen heb, kies ik bewust voor de luwte.”

Het hele proces sleept al anderhalf jaar aan. Is het ooit bij je opgekomen: ze hebben misschien een punt?

Bollen: “Misschien een fractie van een seconde – het is oké om jezelf af en toe in vraag te stellen. Maar al snel wist ik: nee, ze hebben ongelijk. Ik loop niet in mijn praktijkruimte in een ­korset met dildo’s te zwaaien. In mijn praktijk kleed ik me heel gepast en houd ik rekening met wie er tegenover me zit. Maar buiten mijn praktijk wil ik mezelf kunnen zijn.

null Beeld Geert Van de Velde
Beeld Geert Van de Velde

“In de klacht stond letterlijk: ‘Ze gebruikt haar eigen lichaam.’ Ja-ha! Als er íémand is die mijn lichaam mag gebruiken, dan ben ik het toch wel zelf, zeker? We leven in een maatschappij waarin mannen ons lichaam mogen gebruiken, waarin het vrouwenlichaam gebruikt mag worden om dingen te verkopen, maar o wee als we zelf ons lichaam gebruiken. Nee, ik kon dit niet gewoon laten passeren. Veel mensen gaven me wel die raad: ‘Het is toch maar een waarschuwing, Kaat. Je hoeft je beroepsactivi­teit niet stop te zetten.’ Maar dan nog is die waarschuwing er te veel aan. Ik heb de waardigheid van mijn beroep niet geschaad door in mijn vrije tijd mijn seksualiteit te omarmen.”

Waarom deed je alsnog afstand van je titel? Als je hem had behouden, dan had je het systeem van binnenuit kunnen bevechten.

Bollen: “Ik had geen zin in een zwaard van ­Damocles boven mijn hoofd. Sois ­belle et tais-toi – daar kwam hun waarschuwing op neer. Zweeg ik niet, dan kon dat zwaard op elk moment naar beneden komen. Door me tot twee keer toe te veroordelen hebben ze duidelijk gemaakt dat waardigheid voor hen gelijkstaat met: post niet te veel pikante foto’s op het internet. Ik weiger me aan die regels te houden, omdat ik vind dat ik net heel nuttige zaken doe rond seksualiteit. Ik ben niet van plan daarmee te stoppen. Als ik me niet aan hun regels houd, dan kan ik ook geen deel meer uitmaken van hun clubje. Prima.”

Je hebt je klager nooit gesproken of ontmoet. Heb je een idee wat hem heeft bezield? Zag hij je als bedreiging?

Bollen: “Ik vermoed dat vooral het seksuele ­element hem stoorde. ­Seksualiteit wordt nog altijd als iets minder­waardigs, dierlijks gezien. Dat strookt niet met het ‘waardige’ beeld van de psycholoog: we moeten als verheven wezens in onze ­­­ivoren toren zitten.”

Nele Somers: “Ik denk dat sommige mannen bang zijn dat vrouwen – niet alleen sexy vrouwen – hun beroepsgroep komen bedreigen. De advocatuur is de voorbije jaren enorm vervrouwelijkt. In de ­kantoren zitten vandaag meer vrouwen dan mannen, maar die vrouwen voeren vooral ondersteunende taken uit: ze maken dossiers klaar en als er gepleit wordt, staan ze naast de mannelijke advocaat. Gelukkig breken er ook vrouwen door naar de top, maar dat vindt niet iedere man even prettig. Dus gaan ze nadenken: hoe kunnen we ons clubje zo exclusief mogelijk houden? Door de drempels wat op te hogen. Dan komt een vaag begrip als ‘waardigheid’ handig van pas.

“Kaat heeft gelijk dat ze haar titel teruggeeft. Ik heb ook al mijn nek uitgestoken om misstanden in de advocatuur aan te klagen. Toen Sven Mary verkondigde dat hij geen vrouwen meer zou aannemen in zijn kantoor uit vrees voor #MeToo-toestanden, werd ik gebeld door de radio. Ik had toen de keuze: ik kon blijven zwijgen, of ik kon mijn stem gebruiken om het seksisme aan de balie aan te klagen. Ik koos voor het tweede.”

ROOD JURKJE

Met hoe we ons kleden, geven we toch een bepaald signaal?

Van den Bossche: “Natuurlijk! Een leerkracht gaat ook niet in bikini voor de klas staan. De meeste mensen voelen prima aan hoe ze zich moeten kleden om de ander geen ongemakkelijk gevoel te bezorgen. Dat is de kwestie niet. Zoals Kaat zegt: als ze consultaties doet, houdt ze daar rekening mee. Daarbuiten kleedt ze zich hoe ze wil.”

Lopen die twee dan niet in elkaar over? Wat je post op je sociale media, zien je cliënten ook.

Somers: “Er is een duidelijk verschil tussen je professionele leven en je privéleven. Dat staat buiten kijf. Eigenlijk zegt de Commissie: ook in je privéleven moet je je ­kleden als een psycholoog, wat dat dan ook moge betekenen. Dat is heel verregaand. Een inbreuk op je privacy, zelfs.”

Post jij als advocate om het even welke foto op je Instagram?

Somers: “Ik ben zoveel meer dan alleen advocate. Ik ben ook Nele, vrouw van, moeder van, vriendin van… En ja, ik ga weleens op reis en dan trek ik een mooi badpak of een toffe bikini aan. Ik zie niet in waarom ik daarvan geen foto zou mogen posten op Instagram. Ik wil daar vrij in zijn.

“De realiteit is natuurlijk anders: tot enkele jaren ­geleden werkte ik voor een advocatenkantoor en was ik wel genoodzaakt op te letten. Zo had ik een keer een foto van mezelf gemaakt op kantoor – het was vrijdag en ik was goedgezind. Ik had een minder diep decolleté aan dan vandaag, maar je kon toch wat welving zien. Daarvoor ben ik op de vingers getikt: de CEO – een vrouw, nota bene – vroeg me de foto te verwijderen. Dat heb ik gedaan, maar ik voelde me enorm vernederd. Zou me gevraagd zijn de foto te verwijderen als ik die dag een tot boven dichtgeknoopte blouse aanhad? Nee. Daar ben ik 100 procent zeker van.”

Freya, jij hebt al wat vestimentaire stormpjes meegemaakt. Ooit beheerste je schoeisel dagenlang het nieuws.

Van den Bossche: “Terwijl ik me helemaal niet kleedde met een bepaald effect voor ogen. Die laarsjes waren heel gewoon, maar opeens noemde een journalist ze ‘fuck me’-botjes en schreven alle kranten erover. Een andere keer had ik op de Dag van de Arbeid een feestelijk rood zomerkleedje aangetrokken. Ook daar ontstond ophef over. Ik zou nooit met dat jurkje het parlement zijn binnengestapt, maar dat maakte zelfs niet uit. Ik beantwoordde niet aan het beeld dat mensen hadden van een politica.”

Speelde je op den duur op safe om heisa te vermijden?

Van den Bossche: “Nee. Mijn voortschrijdende leeftijd heeft ervoor gezorgd dat ik bepaalde kleren in mijn kast laat hangen. Dat rode zomerjurkje heb ik al lang naar de kringloopwinkel gebracht. (lacht)

Doe jij een grijs maatpak aan om te gaan pleiten, Nele?

Somers: “Toen ik pas begon te pleiten wel. Ik heb die pakken snel weggegooid: ik voelde me verschrikkelijk. Maar ik geef toe: ook ik houd me aan een bepaalde kledingstijl. Het zou niet van bijster veel intelligentie getuigen als ik ­morgen naar de rechtbank trok in een ­fuchsia maatpak en met platina­blond geverfd haar. Ook ik maak keuzes. Misschien kies ik niet voor een grijs of fuchsia maatpak, maar wel voor een rood of groen. Dan ben ik de boel toch al een beetje aan het ombuigen.

“Andere vrouwen aan de balie durven weleens hun neus op te halen voor mijn ­kledingstijl. Ik zat een keer naast een Nederlandse advocate: zij in grijs maatpak, ik in een kort, blauw jurkje. Ik vond mezelf er heel deftig en waardig uitzien, maar de afkeur droop van haar gezicht.”

POST MET POEDEL

Iedereen trok grote ogen toen bleek dat de tuchtraad vooral uit vrouwen bestond. Het deed me denken aan het boek van Daan Borrel: ze vergelijkt vrouwen met krabben in een krabbenmand. Als één krab in de mand omhoogklimt, trekken de andere haar weer omlaag. Zo houden vrouwen elkaar onbewust tegen als ze hun kop boven het maaiveld uitsteken.

Somers: “Dat herken ik wel: aan de top van de advocatuur zijn er weinig plaatsen voor vrouwen. Ze hebben er ook niet veel vrouwen nodig – net genoeg om te kunnen zeggen dat ze divers zijn. Toen Ruth Bader Ginsburg ging studeren aan Harvard, vroeg de toelatingscommissie: ‘Kun je even toelichten waarom jij hier de plaats van een man zou mogen innemen?’ Dat werkt vandaag nog steeds door. Als een vrouw dan zo’n felbegeerd plaatsje heeft bereikt, zal ze dat niet makkelijk afgeven, of een andere vrouw helpen bij dezelfde klim: ‘Ik sta hier nu eindelijk, en ik heb het ook alleen moeten doen.’

“Ik herinner me een vrouwelijke partner in een advocatenkantoor, bij wie ik mijn hart ging luchten. ‘Misschien moet ik ermee stoppen,’ zuchtte ik, ‘ik heb het gevoel dat ik na jaren hard werken nog niks heb bereikt.’ Waarop zij, instemmend: ‘Klopt. Misschien stop je er beter mee.’ Eigenlijk zou ze zich daarvoor moeten schamen. Het zit ’m soms ook in kleine opmerkingen over uiterlijk, een jurkje of schoenen. Toen ik uiteindelijk de handdoek in de ring gooide en stopte in dat kantoor, kreeg ik de vraag: ‘Wat ga je nu doen? Moderecht?’ Ik heb nadien mijn eigen advocatenkantoor uit de grond gestampt – ik was ervan overtuigd dat het in een ander kantoor hetzelfde liedje zou zijn. Ik weet nog dat ik toen de vraag kreeg of ik al had nagedacht over een kleur voor mijn website: ‘Roze misschien?’ En ja, die vragen kwamen van vrouwen.

“Toch wil ik niet zeggen dat vrouwen erger zijn dan mannen. Het gaat over: wie heeft de macht? Er zijn ook genoeg vrouwelijke concullega’s die wél achter me staan. Dan gebeurt er iets heel moois, als vrouwen elkaar steunen.”

Van den Bossche: “Ik weet niet of vrouwen strenger zijn voor elkaar. Die tuchtraad kon net zo goed uit mannen bestaan. Ik zie het meer als: mensen die niet aan de norm of de verwachting voldoen, komen in het vizier. Zo gaat het ook in de politiek. De Finse premier, Sanna Marin, is onlangs hard aangepakt omdat ze met een diep decolleté had geposeerd voor een modeblad. Om haar te steunen poseerde Conner ­Rousseau in half ontbloot bovenlijf. Ook daar kwam toen veel kritiek op. Het gaat niet louter om vrouwen die vrouwen neer­halen, het gaat over snel en hard oordelen over mensen die iets van zichzelf laten zien. Dat wordt dan gebruikt om hun sérieux aan te vallen.”

Het gaat verder dan alleen het lijf.

Van den Bossche: “Ja. Toen Ludivine Dedonder minister van Defensie werd, was het eerste wat Theo Francken deed een foto posten waarop ze met haar hondje poseerde. Meer had hij niet nodig om haar sérieux de grond in te boren. Ook mannen worden zo aangepakt: een paar jaar geleden zei Tom Van Grieken dat hij geen vertrouwen had in Elio Di Rupo als premier, onder meer omdat hij gay is. Excuseer!?”

Valt de sérieux van een vrouw niet makkelijker in twijfel te trekken? Het volstaat naar haar decolleté te wijzen.

Bollen: “We hebben het nog altijd moeilijk met de vrouw als seksueel wezen. Tegenwoordig mag je als vrouw een lijf hebben. Een brein hebben mag ook, maar die twee samen, daar verslikken we ons nog vaak in.

“Toen ik pas in de media verscheen, had ik zelf de neiging in elk interview te laten vallen dat ik toch wel drie diploma’s had – ik heb ook een lerarendiploma – en met onderscheiding was afgestudeerd. Ik heb mezelf dat moeten afleren: ‘Ze zullen je wel serieus nemen, ook als je je diploma’s niet vermeldt.’ Ik had me dat vooroordeel over brein en lijf dus al ingeprent.”

VOUWSTOELTJE

Nele, op jouw website vermeld je nadrukkelijk je doctoraat: je bent doctor Nele Somers.

Somers: “Ik heb die titel gehaald omdat recht mijn passie is.”

Niet om iets te bewijzen?

Somers: “Alleen aan mezelf. Ik ben heel blij dat ik het gedaan heb: in mijn kantoor komt die studie nu enorm van pas. Ik had die doctoraats­titel niet nodig om mezelf als vrouw staande te houden aan de balie, maar misschien wel als ex-Miss. Door dat kroontje vertrok ik als kersverse advocaat met een achterstand. Mijn doctoraat maakte dat een beetje goed. Die titel heeft me vijf jaar lang bloed, zweet en tranen gekost, dus ik vind dat hij er mag staan. Maar je hoeft me niet met ‘doctor Nele Somers’ aan te spreken. (lacht)

null Beeld Geert Van de Velde
Beeld Geert Van de Velde

Doctor Jill Biden, de volgende first lady, heeft een doctorstitel in de onderwijswetenschappen en gebruikt die consequent. In The Wall Street Journal vond columnist Joseph Epstein dat onterecht: alleen iemand die een kind op de wereld kan zetten, mag zichzelf dokter noemen. Zou hij zoiets ook schrijven over een man?

Somers: “Weet wat je waard bent. Voor vrouwen ligt dat nog altijd moeilijk, maar we komen dan ook van ver. We moeten wat meer in onszelf beginnen te geloven, anders zal een ander het ook niet doen. Dat heb ik ondervonden toen ik mijn kantoor oprichtte. Het kostte me moeite een cliënteel op te bouwen, omdat ik nog een stuk zelfvertrouwen miste. Pas de dag dat ik in mezelf ging geloven, zijn de cliënten beginnen toe te stromen.

“Eén keer heb ik mijn ­doctorstitel gebruikt in een gesprek. Ik stond aan het kopieer­apparaat met een stagiaire en een mannelijke confrater wilde me iets zeggen, maar ik had hem niet verstaan. Daarop wendde hij zich tot de stagiaire: ‘Ze heeft het weer niet begrepen.’ Zo ondermijnde hij mijn gezag bij de stagiaire en probeerde hij me in een hoek te duwen. Toen heb ik geantwoord: ‘Excuseer, ik ben wel doctor in de rechten.’”

Van den Bossche: “Ik heb zeker soms het gevoel gehad dat ik als vrouw in de politiek niet altijd werd beoordeeld op basis van wat ik zei. Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik hen, door uit te pakken met mijn titels of erover in discussie te gaan, op andere gedachten kon brengen. Het enige antwoord dat ik had, was doorgaan met mijn werk en hopen dat dat voor zich zou spreken.”

Somers: “Ik vraag niet meer om serieus te worden ge­­nomen. Ik neem een stoel en schuif mee aan, zelfs al krijg ik geen uitnodiging en moet ik zelf een vouwstoel meebrengen.”

De politiek en de advocatuur zijn harde werelden. De psychologie hoort dat niet te zijn.

Bollen: “Als pas afgestudeerde psycholoog ging ik bij een CIG werken, een Centrum voor Integrale Gezinszorg. Daar ben ik ontslagen toen ik boeken over seks begon te schrijven en me in de media begon te uiten over seksualiteit. Als christelijke voorziening hadden ze het daar moeilijk mee. Ze werkten daar nochtans met tienermoeders, en ik dacht: als je het met iemand over seks moet hebben, dan wel met tienermoeders.”

Je werd bekend dankzij De pappenheimers, waar je Tom Lenaerts vertelde over je schaamhaarthesis. Niet veel later werkte je mee aan Humo’s Grote Schaamhaarenquête en schreef je een boek over schaamhaar. Seks genereert aandacht, dat weet jij al lang.

Bollen: “Ik had al snel het belang van seksualiteit door. Als psycholoog heb ik stage gelopen in een jeugdgevangenis. Daar sloten ze me op met een groep jongens in een kamertje, met in het midden een rode alarmknop. ‘Meiske,’ zeiden de bewakers, ‘maak jezelf niks wijs: als je het echt nodig hebt, raak je toch niet op tijd bij die knop.’ Dan slik je wel even. Veel van die jongens zaten daar voor verkrachting. Ik wist totaal niet hoe ik die gasten moest helpen, want in mijn hele opleiding had ik geen enkel verplicht vak gehad over seks. Na die stage wist ik: als ik een betere psycholoog wil worden, moet ik me meer gaan verdiepen in seksualiteit. Het is een belangrijke drijfveer en bepaalt voor een groot stuk onze levenskwaliteit. Dáárom ben ik seksuologie gaan studeren. Niet omdat ik zo’n seksueel wezen ben, zoals de Psychologencommissie nu lijkt te denken.”

null Beeld Geert Van de Velde
Beeld Geert Van de Velde

Freya, jij gebruikte in je allereerste verkiezings­campagne een zwart-witfoto waarop je je rokje zo hoog optilde dat je zwarte slip net te zien was. Ook toen werd geroepen: ‘Die wil aandacht!’

Van den Bossche: “Ik was nog heel jong en had een superklein campagnebudget. En dus gebruikte ik die speelse foto met het onderschrift: ‘Waarom? Niet daarom.’ Met andere woorden: stem niet op mij voor mijn blote benen, maar wel voor mijn ­politieke standpunten. Het was een manier om op te vallen en het werkte: ik kreeg aandacht in de regionale pers en had opeens een forum om mijn standpunten uit de doeken te doen. Ik heb het nadien nooit meer gedaan. Al was er niets verwerpelijks aan, vond ik.

“Kijk, mensen mochten aanstoot nemen aan mijn blote benen, maar dat betekende nog niet dat ze op basis daarvan mochten oordelen dat ik niet in staat was mijn beroep uit te oefenen. Dat is totaal iets anders.”

Somers: “Als ik morgen in de politiek ga en op de foto sta met blote benen, wat is daar dan mis mee? Daarmee speel ik mijn lichaam niet uit: dat bén ik gewoon. Waarom zou ik dat deel van mezelf moeten verbergen?

“Vorig jaar werd ik gevraagd een veiling te presenteren voor het goede doel. Nadien kwam een ­confrater op me afgestapt. Hij begon me vragen te stellen over mijn kantoor en met welke niche van de rechtspraak ik me bezighoud. ‘Als je daarin wilt doorstoten,’ zei hij, ‘dan zul je toch moeten ophouden met deze Micha Marah-achtige praktijken.’ Kijk, dat ben ik zo beu. Laat me toch gewoon zijn wie ik ben. Waarom zei hij niet hetzelfde tegen de manne­lijke confrater die naast me had staan presenteren op het podium? Ik heb het hele voorval diezelfde avond nog op mijn Instagram gezwierd. Het mag nu wel stilaan stoppen. Time’s up.

Sinds #MeToo zijn we de zaken wel anders gaan bekijken. Yves Leterme deed jou destijds een bon voor de sauna cadeau, Freya, toen hij je post als minister van Begroting overnam. Zoiets zou een mannelijke politicus vandaag niet meer durven.

Van den Bossche: “Ik zou vandaag nog even blij zijn met een bon voor de sauna als destijds. Ik vond het zeker geen be­­lediging. Ik heb nog een leven naast de politiek. Dat mogen anderen gerust erkennen.”

Somers: “Het was toch geen bon voor twee?”

Van den Bossche: “(lacht) Dan was zijn cadeau misschien anders gevallen.

“Ik neem niet zo gauw aanstoot aan dingen. Dat stoorde me ook zo aan de hele discussie rond Kaat: waarom moeten we zo snel oordelen over anderen? Op sociale media heeft iedereen z’n snelle, harde oordeel al klaar, nog vóór je uitgesproken bent. Aan de jonge mensen die ik zie als psycholoog, merk ik hoe hard ze daardoor aan zichzelf gaan twijfelen. Ze moeten voldoen aan allerlei vage normen om toch maar niet beschimpt te worden. Ik maak me daar zorgen over. Niet iedereen bijt zo hard van zich af als Kaat, en zegt: ‘Hup, hier heb je mijn titel terug.’”

Bollen: “De jeugd heeft het tegenwoordig zo moeilijk met het ideaalbeeld. Dat zie ik ook bij mijn studenten op de hogeschool. Eén van mijn Instagram-foto’s waarover de ­Commissie viel, haal ik zelf aan in mijn lessen over body ­positivity. Ik sta er naakt op, met mijn intieme delen bedekt, maar met een paar ­zichtbare vetrolletjes. Daarmee vertel ik mijn studenten hoe belangrijk het is dat er op sociale media ook normale vrouwenlichamen te zien zijn, hoe eng ik het ook vind om zo’n foto van mezelf op het internet te posten. En net daar heeft die ­Commissie dan kritiek op. Dan hebben ze het volgens mij echt niet begrepen.”

Somers: “We hebben nog een lange weg te gaan, maar er is wel beterschap op komst. Sinds een paar jaar krijgen advocaat-stagiairs het vak ‘de vrouw in de advocatuur’. Zo’n les mogen ze voor mijn part in nog wat meer vakgebieden geven.”

Van den Bossche: “Ook mijn kinderen kijken met ­ongeloof naar wat er is gebeurd. Er was net nog grote consternatie aan de eettafel, omdat ze de provocerende foto hadden gezien die één van de leden van de tuchtraad van zichzelf had gepost – ze stond erop als een schaars geklede non met handboeien. Ik vond het van weinig smaak getuigen. Mijn kinderen vroegen wat daar de bedoeling van was, maar daar heb ik zelf geen antwoord op. Misschien wilde ze zeggen: ‘I stand with Kaat’?”

Bollen: “Die hashtag was ze alleen toevallig vergeten. (lacht)

“Ik had het moeilijk met die foto, maar vooral ook met de tekst die ze erbij had geschreven. Daarmee leek ze te insinueren dat ik nu de foute discussie aan het voeren ben, dat het helemaal niet ging over dat sensuele, maar enkel over het tweede luik van de klacht: mijn commerciële activiteiten. Nu, daartegen had ik géén beroep aangetekend: ik had mijn titel van psycholoog al geschrapt op mijn website met seksspeeltjes.”

Van den Bossche: “Ik vraag me af: als je een webshop met babykledij had geopend, was er dan evenveel ophef ontstaan? Wellicht niet. Die seksspeeltjes zijn in het verkeerde keelgat geschoten, dat kan niet anders.”

Bollen: “Seksspeeltjes verkopen moet kunnen, vind ik. Net zoals veel psycho­logen boeken verkopen. Ik zie geen verschil. Integendeel: een seksspeeltje doet soms meer voor je levenskwaliteit dan een boek. Maar dat is niet waarvoor ik nu wil strijden. Ik ben mijn beroep niet onwaardig omdat ik met ­seksualiteit bezig ben, dát is mijn strijd. Dat allemaal gaan ontkennen door zelf een pikante foto te ­posten, voelt aan als een karaktermoord. Maar ik snap wel dat de ­Commissie zich in het nauw gedreven voelt. En een kat in het nauw maakt rare ­sprongen.”

© Humo 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234