Zondag 07/03/2021

Als vrijgezel, zonder vrouw of kinderen, had ik dit nooit aangekund

Stéphane Delfosse:

'Geluk. Gezien de omstandigheden heb ik ongelooflijk veel geluk gehad. Geluk in mijn rampspoed. Het liefst van al had ik dit helemaal niet meegemaakt, maar als je de situatie analyseert, is het onmogelijk dat ik hier nog ben. Uitgesloten. Ik stond op 25 meter van de explosie. Een collega heeft me samen met de anderen de lucht zien invliegen. Hij was ervan overtuigd dat ik het niet overleefd had. Iedereen die naast mij stond, is dood.

"Ik was die dag van wacht en ben met twee collega's om 8.35 uur ter plaatse gesneld. De politieploeg die normaal moest uitrukken, was elders al aan de slag. We kwamen kijken of de brandweer ons nodig had. Of er geëvacueerd moest worden. Twintig minuten later is de boel ontploft. Twee explosies kort na elkaar. De eerste was de druk die de leiding deed springen, daarna ontbrandde het gas. Ik heb gerend, gerend.

"Wie het was weet ik niet, maar een automobilist met een groene wagen heeft zich meteen over mij ontfermd. Een ambulancier die kwam aangesneld, herkende me en heeft me naar het ziekenhuis van Ath gebracht. Ik moet mijn naam en mijn geboortedatum nog gepreveld hebben. Een lokale arts heeft de komst van de helikopters niet afgewacht, hij heeft mijn ambulance meteen doorgestuurd naar Neder-over-Heembeek. Ik was het eerste slachtoffer dat er aankwam."

Stéphane Delfosse bleef ook als laatste. Vier maanden coma, elf maanden hospitalisatie, dertig operaties, een revalidatie waar geen eind aan lijkt te komen. Zijn lichaam raakte voor 60 tot 70 procent verbrand, hij verloor een oor en een hand. Hij was een van de ergst getroffen slachtoffers.

"'Gellingen, weet je 't nog?' Dat waren de eerste woorden die ik hoorde toen ik na vier maanden ontwaakte. Beetje bij beetje heeft mijn vrouw me de omvang van de ramp durven te schetsen. Dat mijn collega, de brandweerlui en de rest allemaal dood waren. Dat ik de enige van ons groepje was die het overleefd had.

"De plek is nu onherkenbaar. Het enige overblijfsel is een monument met vierentwintig namen. Ik ben voor het eerst naar Gellingen teruggekeerd vlak voor de eerste herdenking. Om voorbereid te zijn. Ik wilde mijn emoties niet in publiek tonen. Het blijft toch de plek waar ik een collega en vrienden heb verloren, waar ik een stuk van mijn leven heb achtergelaten. En meer.

"Essentieel was die terugkeer niet voor mij. Ik harnas mezelf met humor. Ik steek liever de draak met mijn situatie dan dat ik erom huil. Maar ik lach nooit met het verdriet van anderen, daar waak ik over. Alleen met mijn eigen situatie. Ik hou ervan woordspelletjes te gebruiken. 'Je mets ma main en feu' zeggen als iemand me niet wil geloven. Of 'Je suis un peu dans le gaz' als ik moe ben. Je denkt misschien: welke gehandicapte lacht nu met zijn brandwonden en zijn miserie? Noem mij een rare, maar het is mijn manier om te vermijden dat Gellingen een dagelijkse obsessie wordt.

"Ik heb een vrouw, ik heb kinderen. Dan kun je toch niet elke dag je hoofd laten hangen? Ik laat me ook niet doen, dat heb ik nooit gedaan. Niet door de pijn, niet door de moeilijkheden van het leven. Die hebben we genoeg gekend de voorbije vier jaar. Maar het heeft geen zin te blijven klagen. Je moet vooruit in het leven, niet achteruit.

"Ik leef niet met rancune, dat lost niets op. Met voortdurende wraakgevoelens kun je niet leven. Ik ga niemands proces maken, dat is niet mijn taak. Maar ik zou het niet verdragen als de schuldigen hun verantwoordelijkheid afwijzen. Of als er onvoldoende lessen worden getrokken uit wat er gebeurd is in Gellingen. Voor mij is het te laat, voor de vierentwintig doden ook. Maar we kunnen wel vermijden dat dit nog gebeurt.

"Ik weet niet waar ik mijn kracht uit put. Vroeger kon ik me ook niet voorstellen dat iemand zo'n beproeving zou kunnen doorstaan. Blijkbaar kan het, blijkbaar kan ik het. Ik heb wel karakter en ik heb me nooit laten doen. Misschien heeft mijn job als politie-inspecteur me gehard. Drugs zijn niet het gemakkelijkste terrein. De rijkswacht en de politie zijn ook een levensschool. Je leert je wapenen tegen beproevingen, tegen pijn en tristesse. Als flik zie je zelden aangename dingen. (grijnst) En je krijgt nog bakken kritiek over je heen ook. Dat scherpt het karakter."

Stéphanes herstel duurt tergend lang. Eind deze maand staat nog een operatie gepland, de eenendertigste ingreep en zeker niet de laatste. Zijn vrouw Anne hield haar hart vast. "Ik was bang voor zijn reactie als de volle omvang van het ongeval tot hem zou doordringen. Hij heeft mondjesmaat vernomen hoe hij eraan toe was. De brandwonden, zijn gezicht, zijn hand, zijn mobiliteit. Die eerste weken konden de artsen zelfs niet zeggen of hij het wel zou halen. Hoe meer de gevolgen tot mij doordrongen, hoe meer ik vreesde dat hij het niet zou aankunnen.

"Stéphane was altijd zeer energiek en sportief. Zijn uiterlijk was belangrijk. Er mocht geen spiegel in een lift hangen of hij inspecteerde wel even of zijn haar goed lag. Het was ontzettend zwaar, maar hij wilde proberen te leven zoals vroeger. Hij heeft dat voor ons gedaan, denk ik, maar ook voor zichzelf."

Iets drinken? Stéphane heeft de vraag amper gesteld of het gevulde glas staat al klaar. Het lijkt misschien de normaalste zaak van de wereld, maar dat is het niet, beseffen we een halfuur te laat. "Ik kan u een glas inschenken zonder problemen, ik weet me te redden. U hebt het misschien niet gezien, maar voor mij is dat een hele prestatie. Het heeft me twee jaar kine-oefeningen gekost.

"Gisteren zag ik in een tv-reportage beelden van mezelf van drie jaar geleden terug. Ik was een zombie. Een pasgeboren baby lijkt misschien hulpeloos, maar het is verbazend wat die al kan: ademen, eten, huilen. Ik kon niets meer. Ik had hulp nodig om te ademen, te drinken, te eten, te bewegen. Ik moest alles opnieuw leren. Een plant kon meer dan ik. Een plant kan zuurstof capteren. Zelfs daar had ik een toestel voor nodig.

"Zonder Anne, mijn vrouw, had ik het nooit gered. Ze is al die tijd voltijds blijven werken, stond elke avond in Brussel aan mijn bed en zorgde intussen ook nog eens voor ons dochtertje van vijf maanden. Ook nu nog ontfermt ze zich vaak alleen over haar. Ik kan zelfs niet aan het klassieke rollenpatroon - de vrouw het huishouden, de man de klusjes buiten - beantwoorden als ik zou willen. Ik kan het gras niet afrijden. Ik kan geen boodschappen doen, ik ben niet meer in staat om de prijzen te lezen."

Plots schalt een stemmetje door het huis, begeleid door trippelende voetstappen. "Krijgt papa geen kusje?", glimt Stéphane van trots als Lena (4,5) stralend binnenstapt. "Ah, le vrai professionel!", kan hij het niet laten als de fotograaf net op dat ogenblik afdrukt. "Anderen staan niet stil bij wat ik allemaal niet meer kan. Ik kan ons kleintje niet aan school oppikken met de auto. Ik kan haar niet eens leren schrijven. Frustrerend hoor, voor een papa. In het begin kon ik haar zelfs niet in mijn armen nemen omdat het te veel pijn deed.

"Anne vond het zinloos om mijn handicaps voor haar te verbergen. We hebben het haar stapje voor stapje uitgelegd. Voor haar ben ik gewoon haar papa. Punt. Ze was vijf maanden oud toen het gebeurde. Als niemand me had gezegd dat dat mijn dochtertje was toen ik haar zes maanden later weerzag, had ik haar niet eens herkend. Nu is ze oud genoeg om het te begrijpen, de rollen zijn zelfs omgekeerd: zij helpt mij met mijn schoenen.

"Kinderen vragen het je op de man af: 'Waarom hebt u geen oor? Waarom ziet u er zo gek uit?' Maar geef mij maar de directheid van kinderen in plaats van de hypocrisie van huichelaars. Ik was bang voor de reactie van Lena, maar het was schitterend. Bij mijn oudste dochtertje is het moeilijker. (zoekt zijn woorden, vindt ze niet) Er is onbegrip voor de situatie. Ik kan het niet anders uitleggen. Waarom weet ik niet. Ik weet alleen dat ik haar veel minder zie. Dat is zwaar, heel zwaar. Ik zie haar nog één keer per week, vroeger was ze één week op de twee bij mij. Ze wilde niet meer. Et bon. Voilà.

"Ik heb enkele mensen verloren, maar dat zijn de uitzonderingen. Dat waren dan ook waarschijnlijk geen echte vrienden. Ik heb meer gewonnen dan verloren. Ik heb ontzettend veel gehad aan familie, vrienden en collega's, ook nu nog kan ik op hen rekenen. Ik had niet verwacht dat mensen zo lief zouden zijn voor mij. Toen ik er nog erg slecht aan toe was, hebben kennissen mij uitgenodigd in hun huis in Frankrijk. 'Kom, jij gaat met ons op vakantie', tegenpruttelen had geen zin. Terwijl ze er zelf niets bij te winnen hebben.

"Als iemand moeite heeft met mijn uiterlijk, dan is dat zo. Dat is meer hun probleem dan het mijne. Ik wil het niet aan mijn hart laten komen, dan sukkel ik in een depressie en dat wil ik niet. Als ik me echt zo zou schamen over mijn situatie, dan had ik u ook nooit een drankje aangeboden. Het enige wat ik niet aanvaard, is dat ze er mijn gezin mee lastigvallen. Ik zou het niet verdragen als iemand mijn dochtertje zou treiteren met hoe haar papa eruitziet. Dat is nog niet gebeurd, maar wat als ze ouder wordt? Kinderen onder elkaar kunnen erg wreed zijn. Gelukkig is ze niet op haar mondje gevallen, ze heeft mijn karakter.

"Als Lena's vriendinnetjes me zien, komen ze me allemaal groeten. Ik heb er bewust voor gekozen mee op schoolreis te gaan, zodat iedereen me zou zien zoals ik nu ben. Ik heb mezelf daartoe moeten dwingen. In het begin wilde ik mezelf aan niemand tonen. Het ergste is de spiegel. In het ziekenhuis hielden ze die lang voor me verborgen. Op een dag heb ik het doek weggetrokken. Die eerste blik is incasseren. Zwaar incasseren. Nu ziet u nog niets. Alles was verbrand, mijn hoofd, de achterkant van mijn lichaam, de volledige linkerkant. Ze hebben mooi werk geleverd, maar ik ben niet meer zoals vroeger, nee. Maar gelukkig ben ik getrouwd. Ik hoef niemand meer te verleiden.

'Had ik dit in mijn eentje moeten klaren, dan was ik nu dood geweest. Als vrijgezel, zonder vrouw of kinderen, was ik hier nooit bovenop gekomen. Alleen lukt dat niet. Onmogelijk. Mijn vrouw aanvaardt me zoals ik ben, ook al ben ik enorm veranderd. Dat betekent zoveel. Alles. Er zijn veel relaties die hierdoor op de klippen zouden lopen."

Anne glimlacht. "Ik had en heb het veel moeilijker met de blikken van anderen. Als iemand 'anders' is, kijken mensen, dat is de aard van het beestje. Je kunt dat niet vermijden. Maar ze moeten hem niet beginnen aan te staren, dat stoort me mateloos.

"Zelfs al is hij uiterlijk zo veranderd, ik heb dezelfde Stéphane van vroeger teruggevonden. Hij is hier nog altijd bij mij. We waren ook al lang samen. In een duurzame relatie telt niet alleen het fysieke. Als hij had beslist: ik sluit me op, ik kom niet meer uit mijn zetel, dan had onze relatie veel meer onder druk gestaan. Ik heb me nooit afgevraagd: kan ik dit wel aan? Ik heb me zo weinig mogelijk vragen gesteld. Ik bekeek het van dag tot dag. Ik kon niet anders."

Stéphane heeft het zwijgend gevolgd, kijkt op. "Anne is absoluut geweldig. Eerlijk? Ik weet niet of ik in haar plaats hetzelfde had gekund."

Ik harnas mezelf met humor. Ik steek liever de draak met mijn situatie dan dat ik erom huil. Maar ik lach nooit met het verdriet van anderen, daar waak ik over

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234