Zondag 27/11/2022

Als Turkije beeft, trilt Sint-Joost mee

Le Jardin de Babylon is een wat duistere, sobere kroeg. Dat kan ooit anders geweest zijn, maar in de nacht van 21 op 22 oktober 2007 kwam een legertje Turkse jongeren de inboedel aan diggelen slaan. De meeste klanten vluchtten de toiletten in. De toenmalige eigenaar, Peter Petrossian, werd afgeranseld. Een kwartier later kwam de politie het café ontzetten.

In Turkije waren bij gevechten tussen Koerden en het leger Turkse slachtoffers gevallen. Er was sprake van een hinderlaag, vergeldingsacties. Alles samen sneuvelden meer Koerden dan Turken, maar de jongeren waren opgehitst. Dat ze een Armeens café in Sint-Joost aanpakten en geen Koerdisch doelwit kozen, wat nochtans vaker gebeurde, had te maken met de Armeense kwestie die toen speelde. Het Amerikaans parlement had begin oktober 2007 een stap richting erkenning van de Armeense genocide gezet, en dus werd eerst de VS-ambassade belaagd. Toen dat te moeilijk bleek, kozen de betogers het café van Petrossian.

Er ontspint zich in Sint-Joost een soort masochistisch proces, waarbij vroegere bewoners van het Ottomaanse Rijk in dezelfde piepkleine gemeente belanden. Daarbij organiseren de dominante bewoners van het Rijk, de Turken, om de zoveel tijd, al naargelang de situatie in Turkije, strafexpedities tegen minderheden. Je zou denken: waarom komen die minderheden ook hier in de buurt van Turken wonen? Waarom vechten Belgo-Turken conflicten uit die zich duizenden kilometers van hun deur afspelen? En waarom worden de minderheden niet beter beschermd?

Petrossian vermoedt dat de overheid in een soort complot zit met de Turkse verenigingen, of zelfs de Turkse overheid. “Toen ik bij de burgemeester werd uitgenodigd, waren er twee Turkse zakenmannen aanwezig die me schadeloos wilden stellen. Ze deden alsof ze daar thuis waren.” Petrossian kreeg ruim 5.000 euro schadevergoeding van de gemeente, net voldoende om zijn schulden te betalen voor het faillissement werd uitgesproken. “Na jaren hard werken blijft er niks over”, zegt hij.

Petrossian verhuisde in 2001 van Aleppo in Syrië naar België, om de moeilijkheden in het Midden-Oosten te ontvluchten. Maar het Oosten wist hem blijkbaar te achtervolgen. “Ik hou van het Westen, van de regels en de wet. Ik dweep met Europa, dat is een van de redenen waarom ik naar België kwam. Maar behoud alsjeblieft jullie regels en rechtsstaat. Laat dit geen land worden waar dreigementen en rechteloosheid zegevieren.”

Ferho Derwich, voorzitter van het Koerdisch Instituut in Sint-Joost, heeft veel ervaring met Turkse agressie. Hij kan perfect opsommen wanneer er acties waren, en waarom. Zo werd zijn instituut in 1998 in brand gestoken toen Italië weigerde een PKK-leider uit te leveren. De Turkse premier had zich toen openlijk afgevraagd wat Turken in Europa ondernamen. Na de brand werd niemand veroordeeld. “Er waren wel foto’s van een jongen met een molotovcocktail in de hand, maar volgens de rechter was het niet bewezen dat die de brand had veroorzaakt.”

Naargelang het incident worden ook wel eens Koerdische winkels, privépersonen of scholieren lastiggevallen. “Men vergeet dat er in Turkije veel meer Koerdische slachtoffers zijn dan Turkse.”

Waarom al die belaagde mensen in Sint-Joost blijven wonen? Tussen de incidenten door is het een rustig, multicultureel dorp. De minderheden die hier vanuit Turkije zijn samengestroomd, kennen elkaars cultuur, godsdiensten en talen. Ze hebben, aldus Ferho, een soortgelijke mentaliteit die verschilt van die van de Turken en de Arabieren. Turken en Arabieren hebben volgens hem de neiging dominant te zijn, terwijl de kleinere groepen eerder op uitwisseling gericht zijn: samen eten, samen praten, los van religieus en etnisch onderscheid.

De herrieschoppers van Sint-Joost beantwoorden deels aan het Molenbeekse profiel. Het zijn jongeren die niet op school gedijen, die werkloos en gefrustreerd zijn. Ze wentelen zich in de symboliek van de extreem rechtse Grijze Wolven. Waarom de jongeren op signalen uit Turkije reageren? Een Belgo-Turkse vrouw legt uit hoe emotioneel het Turks nationalisme is. Een Turks hart loopt gauw over. Een Turk vindt dat hij het onrecht aan het vaderland of de gekrenkte eer persoonlijk moet vergelden. Dat is een soort dwang. Als je het niet doet, ben je maar een halve man. Turken die tegen die tendens ingaan, worden als verraders beschouwd. De emotie neemt wel af, denkt ze. Ze vermoedt dat het aantal incidenten geleidelijk zal afnemen en over twintig jaar misschien helemaal verdwenen zal zijn. Intussen zou men de Turken tot legale protesten moeten proberen te bewegen, zegt ze, een kunst die de Koerden al langer beoefenen.

Turken zijn het vaak niet eens met de eenrichtingsinterpretatie van hun agressie. Koerden doen vreselijke dingen, zeggen ze dan. Misschien niet in Sint-Joost, maar zeker elders. Of: ze komen in Turkije niets meer tekort en toch blijven ze er geweld plegen. Er zijn soms ook dreigementen van Koerden aan het adres van Turken, zoals onlangs tegen de staatssecretaris van het Brussels Gewest, Emir Kir. De Koerden betwijfelen dan weer of die dreigementen echt zijn, en niet eerder een publiciteitsstunt.

Ugur Caliskan van de Turkse EYAD-organisatie ziet in elk geval een probleem. “Vraag aan om het even welke Belgo-Turk wie de premier van Turkije is en hij weet het antwoord. Vraag wie de premier van België is en de meesten zullen twijfelen.” Hij geeft nog een pijnlijker voorbeeld. Zijn vader is vorig jaar overleden. Op het einde van zijn leven moest hij vaststellen dat hij, na dertig jaar in dit land, geen enkele Belgische vriend had. “De Turkse gemeenschap heeft zich economisch sterk uitgebouwd. Turken bezitten drie keer vaker een huis dan Marokkanen. Ze runnen bedrijven. Maar de sociale integratie is achterwege gebleven.”

Caliskan ziet het de verkeerde richting uitgaan. “Vroeger heerste er een soort naïviteit en frisheid rond integratie. De scholen waren gemengd, er was volledige tewerkstelling. Ik had destijds Marokkaanse vrienden, maar tegenwoordig hoor je de Turken en Marokkanen elkaar uitschelden. Er is wat meer wantrouwen. We moeten de integratie voltooien en beseffen dat onze toekomst hier ligt. We moeten participeren, lid worden van de scouts en de vakbond. Zo niet zijn we maar ten dele burgers.”

Emir Kir is de gedoodverfde volgende burgemeester van Sint-Joost. Niet iedereen gunt hem dat. Hij heeft het bij de Armeniërs verkorven, omdat hij weigert hun genocide te erkennen. Het zal hem niet beletten carrière te maken.

“Ik voel geen wantrouwen”, zegt hij. “Ik heb een goede verstandhouding met Koerden en Armeniërs. Die had ik al voor ik in de politiek stapte.” Gelooft hij in een reële Koerdische dreiging tegen hem? “De politie leek de dreiging ernstig te nemen. Ik heb enkele slechte dagen doorgemaakt. Mijn familie ook.”

Hoe je kunt vermijden dat problemen uit Turkije in Sint-Joost worden geïmporteerd? “Dat kun je niet. De problemen zouden beter daar blijven, maar dat lukt niet. Je hebt het internet, de schotelantennes. Gelukkig is er in Turkije een democratisering aan de gang. Als de spanning daar daalt, laat zich dat ook hier gevoelen.”

Tegenover de jongeren die keet schoppen, moeten we streng zijn, zegt hij. “Je moet ze veroordelen, zelfs als ze uit jouw gemeenschap komen. Niets kan geweld goedpraten. We moeten met de jongeren discussiëren. Ik heb dat gedaan en dat heeft me politiek niet geholpen. Ik vind dat de overheid moet optreden en dat ouders hun kinderen in toom moeten houden.”

Op vele vlakken gaat het goed in Sint-Joost, zegt hij, maar in één opzicht gaat het beduidend slechter dan in zijn jeugd. “Vroeger verliep alles in de officiële landstaal. Maar in de jaren negentig is met de introductie van schotelantennes een kentering opgetreden. Men keerde zich weer meer naar het land van oorsprong. Ook de eigen taal werd prominenter.”

Maar zo afgescheiden leeft de Turkse gemeenschap volgens hem niet. Hij is getrouwd met een Italiaanse, een van zijn broers met een Vlaamse. “Niet dat het altijd makkelijk is, maar je houdt de liefde niet tegen.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234