Vrijdag 13/12/2019

straatblog

Als platgereden egels liggen sjaals, wanten en mutsen op het wegdek in Antwerpen

Beeld Koen Broos

Maarten Inghels is dichter en schrijver. In oktober 2013 verscheen het reportageboek 'De eenzame uitvaart, 40 verhalen en gedichten bij vergeten levens' over zijn werkzaamheden als coördinator van 'De eenzame uitvaart' in Antwerpen.

Het eerste wat ik elke dag opnieuw achter de autoruit zag, waren de handschoenen. Bruine lederen handschoenen, die een beetje kraakten als hij zijn hand om het stuur sloot. Maar als de motor stil lag, hielden de handschoenen een krant vast, die tegen het stuurwiel rustte. Daarbovenuit piepte zijn pet, waarvan de klep deels tegen het bovenstuk was genaaid.

Er was niemand anders die met zulke toewijding kinderen kon ophalen. Een half uur te vroeg op post, met de snuit van de wagen naar de schoolpoort gericht, de krant lezend. Een uniform van handschoenen, pet en jas. Het klokje dat voor hem de uren telde. Op het dashboard lag een plastic beeldje van een snorkelaar met zwemvliezen, waarvan één been ontbrak, en in de bochten heen en weer rolde.

Ik zag geen enkele andere grootvader die met handschoenen aan met de wagen reed. Die gewoonte kende ik van films waarin gevechtspiloten hun gehandschoende handen rond stuurknuppels van dubbeldekkers klemden, of gezonnebrilde heertjes die in dure cabriobolides cruisden. Van de tijd toen de autobouwer het handschoenenkastje en de hoedenplank bedacht. Waarom moest je handschoenen dragen om een kikkergroene Opel Corsa van elf jaar oud te besturen?

Na zijn vrijwillige dienst rolde hij de pet tot een worst op en stak hem in zijn binnenzak. De autosleutel moest in het daartoe voorziene zakje met ritssluiting, dan in zijn broekzak. De handschoenen gingen niet in het handschoenenkastje, maar in de opbollende zijvakken van zijn jas. Toen we hem dood op bed vonden, zaten de pet en de handschoenen als asielzoekers in de donkere regenjas.

Deze zomer verschenen de handschoenen uit een bedompte lade. Nooit eerder had ik ze in mijn handen gehad, het gladde leer bevoeld, met mijn vingers in de voering van bont gekroeld. In drie vingers van de rechterhand zaten gaatjes, in de linkerhand vond ik er nog eentje met een gerafelde rand. Ik keek naar de koude winter uit, opdat ik de oude handschoenen kon dragen. Alleen een pet en een auto ontbraken nog.

Antwerpen is deze dagen bestrooid met roze wanten, picknickdekens die als sjaals worden gebruikt in deze nieuwe wintermode, geblokte mutsen, laatst vond ik nog een fleurig kinderschoentje - als platgereden egels liggen ze op het wegdek, vochtig en uitgesmeerd, roadkill voor de pechstrook. Ze worden achtergelaten op bussen, op barkrukken in cafés, in kille wachtkamers. Hier en daar door een voorbijganger op een vensterbank gedrapeerd, voor de verliezer die op zijn stappen terugkeert op zoek naar zijn vacht voor de kou.

En nu, vermoed ik, ligt mijn paar handschoenen ook ergens in een vuile plas te verzuipen, zich van de nestgeur van het baasje te ontdoen. Uit mijn zakken gesprongen, mijn tas verlaten in het koudste en donkerste moment. Mijn schuldgevoel is enorm. Dat ik, van alle wanten die ik in mijn leven versleten heb, juist deze moet verliezen. Dat die spaarzame keren dat ik de lederen handschoenen al dragen kon, waarbij de snijdende wind langs de gaatjes mijn vingertoppen geselde, ik precies het onrustige en toegewijde gevoel had naar iemand onderweg te zijn, om op te halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234