Dinsdag 29/11/2022

Als Outlaws de wet stellen

Neen, de moord op hun 'broeder' hebben ze niet gepleegd. De drie leden van de Mechelse Outlaws ontkennen alle betrokkenheid. Akkoord, de leden van de beruchte motorbende doen soms wat stoer, maar eigenlijk zijn het best lieve jongens. Dat is althans het beeld dat ze deze week van zichzelf ophingen voor het Antwerpse assisenhof. Een reconstructie van de gebeurtenissen toont dat dat niet helemaal klopt.

Cathy Galle

Twee april 2000. Een oud vrouwtje dat haar hondje uitlaat in het Waals-Brabantse Incourt schrikt zich bijna te pletter. Aan de kant van de weg ziet ze een lichaam liggen. Dat van een blanke man van ongeveer 35 jaar met gladgeschoren schedel, snor en ros kinbaardje. Hij draagt zwarte kledij, zwarte laarzen en aan zijn vingers verschillende ringen. Zijn gezicht is met bloed besmeurd en voorzien van een aantal kogelgaten. Ongeveer gelijktijdig maar zes kilometer verder vindt een boer op een weggetje dat aan zijn veld grenst een met bloed en stukjes hersenen besmeurd deken, een slaapzak en wat plastic folie.

De politie komt ter plaatse en stelt meteen een aantal zaken vast. Op het lichaam zijn geen sporen te vinden van dauw, wat erop wijst dat het lijk er nog niet lang kan liggen. Uit de bloedvlekken op de weg leiden ze af dat het lichaam eerst op de weg is neergelegd en dan naar de berm werd versleept. Met andere woorden, de moord is duidelijk op een andere plaats gepleegd waarna het lichaam naar hier is overgebracht.

Op het lichaam worden geen identiteitspapieren gevonden. Het slachtoffer heeft enkel een garantiekaart van een Harley Davidson op zak. Aan de hand van het chassisnummer op de kaart kunnen de speurders achterhalen dat het om Jan Wouters gaat, bijgenaamd Jakke. Een man uit Heist-op-den-Berg die lid blijkt te zijn van de motorbende de Mechelse Outlaws. Via de vader van het slachtoffer komt de politie te weten dat Wouters hevige ruzie had met zijn schoonbroer Ambrosio Monteagudo Pagan (bijnaam 'Chico'), ook al lid van diezelfde Outlaws.

Een huiszoeking bij de hoofdverdachte levert interessant materiaal op. In zijn wasmachine worden kledingstukken met bloedsporen gevonden. In de slaapkamer ontdekken de speurders een patroonhuls van hetzelfde type en merk als die in het lichaam van het slachtoffer. En ook aan de laarzen van Monteagudo hangt bloed. Zowel het bloed aan de kledij als aan de laarzen blijkt na dna-analyse afkomstig te zijn van het slachtoffer.

De speurders zitten wel nog met een probleem. Jakke blijkt te zijn omgebracht met kogels afkomstig uit drie verschillende wapens. Het ziet er dus naar uit dat de hoofdverdachte niet alleen handelde. De speurders komen bij twee andere leden van de motorclub terecht, André 'Mad Max' Renard en Frank Coppens. Echte bewijzen tegen het tweetal heeft de politie niet, enkel sterke vermoedens. Zo blijken er nogal tegenstrijdigheden in hun verklaringen te zitten en ze hebben allebei geen alibi.

Bij een huiszoeking in het clubhuis vinden de speurders een hele rol plastic folie, dezelfde als teruggevonden werd op zes kilometer van het lichaam. In een hangar treffen ze ook een witte bestelwagen aan. Het valt de speurders op dat hij zo proper is. Té proper. Maar na een grondige controle door de technische recherche dan ook weer net niet proper genoeg. Onderaan op de binnenkant van een achterdeur zijn nog bloedspatten te zien. Bloed dat opnieuw afkomstig blijkt te zijn van het slachtoffer.

Blijft nog de vraag waar Jakke is doodgeschoten. Op het terrein van de Outlaws wellicht, want daar vinden de speurders niet minder dan vijftien kogelinslagen in een muur en een houten paneel. De auto van het slachtoffer staat ook op het terrein. Na het vinden van de overtuigende bewijzen wil de onderzoeksrechter hoofdverdachte Chico arresteren. Maar die is ondertussen verdwenen, net als Frank Coppens. Enkele maanden later worden ze opgepakt in Noorwegen. Het tweetal was er samen met een zekere Daryl R., een Amerikaanse Outlaw. De Amerikaan wordt niet aangehouden of ondervraagd. Bij zijn rol worden geen vragen gesteld.

Motorclubs zijn vaak onschuldige vriendenkransjes waar mannen met dure motoren en leren jekkers wat stoer komen doen. Dat was ook het idee dat de omgeving van de drie beschuldigden had. Over Chico en Mad Max is maar weinig geweten, alleen dat ze motoren als hun lust en hun leven beschouwen en leven voor de club. Beiden waren al vele jaren 'full member', mannen dus waar de anderen naar opkeken.

Advocaat Piet Van Eeckhaut benadrukt dat zijn cliënt, de 29-jarige Frank Coppens, eigenlijk een toffe en eenvoudige jongen is. Op het ogenblik van de moord was hij nog een 'hangaround', het eerste statuut dat je krijgt als je lid wilt worden van een motorbende. De andere Outlaws spreken hem aan met de troetelnaam 'Frankske'. "Wellicht omdat hij de zwaarst gehandicapte motard van het land is", stelt meester Van Eeckhaut. Op 17-jarige leeftijd werd Frank Coppens met zijn brommer van de weg gemaaid door een dronken autobestuurder. Hij was een tijdje klinisch dood en wanneer hij weer wakker wordt, hebben de dokters zijn rechterbeen geamputeerd.

Van Eeckhaut: "Door zijn ongeluk verloor hij zijn vrienden. Hij voelde zich ook verstoten en verloren. Tot hij in contact kwam met het wereldje van 'bikers'. Frank werd er aanvaard en opgenomen in de broederschap. Dat betekende erg veel voor hem."

Volgens de advocaat heeft zijn cliënt ook geen enkele misdaad gepleegd. Hij heeft niet geschoten, niets ondernomen en zelfs niets gezien. Toch houdt ook hij rekening met het feit dat de jongeman achteraf wel iets gehoord heeft en nu zwijgt om zijn broeders niet te verraden. "Maar zwijgen is geen misdaad. Zoals het geen bewijs van misdaad kan zijn dat hij als verminkte jongeman zijn baard liet groeien en een zwarte motorvest aantrok om er ook wat rebels uit te zien."

In het hele dossier valt echter wel iets vreemds op. Een paar maanden na de moord op Jakke mag Coppens plots volwaardig lid worden. Iets wat bij dergelijke motorbendes nogal uitzonderlijk is. Vanwege zijn leeftijd, hij was toen pas 24. En vanwege zijn ene been. Volgens het gerecht was de erkenning mogelijks een 'beloning voor bewezen diensten'.

Het is een publiek geheim dat bendes zoals de Outlaws door politiewaarnemers nauwlettend in het oog worden gehouden. Soms is het ook nuttig om enkele van hun rapporten te bekijken. Achter de façade van het stoerevriendenkransje schuilen bij dergelijke motorbendes namelijk vaak andere bezigheden. Zo zouden de Outlaws zich de voorbije jaren hebben gespecialiseerd in de smokkel van cocaïne, die verkocht wordt door een net van eigen prostituees, veelal exotische dames die om die reden naar hier gehaald worden.

Uit het gerechtelijk dossier blijkt dat de vrouw van Wouters, van Dominicaanse origine, oorspronkelijk ook door de bende was aangezocht om naar ons land te komen. De club dacht aan haar goed geld te verdienen. De vrouw was ook als echtgenote beloofd aan een ander lid van de motorbende. Jan Wouters leert haar kennen wanneer ze haar zus komt bezoeken, die getrouwd is met Monteagudo. Wouters wordt prompt verliefd en trekt even later op eigen houtje naar de Dominicaanse Republiek om met haar te trouwen. Hij brengt haar en haar tweelingzoontjes van twee jaar mee naar ons land en vindt ook werk voor haar in een salsacafé. De Outlaws vragen Wouters om haar salaris aan de club af te staan, maar die weigert.

Volgens de familie van Wouters wou hij ook kappen met de Outlaws. Tegen zijn ondervragers zegt vader Wouters dat de sfeer in de club volgens zijn zoon compleet verandert wanneer de club in 1999 officieel erkend wordt door de Amerikaanse moederclub. "Er moesten plots een aantal regeltjes gevolgd worden, zoals het betalen van een maandelijkse bijdrage door de club. Jan was allergisch voor regels en bazen die hem de les spelden. Daarom wou hij ook niet naar het leger. Nu merkte hij dat de Outlaws op hun manier een minilegertje waren. Hij wou ermee kappen, maar dat doe je blijkbaar niet ongestraft."

De familie wordt zelf ook geïntimideerd door 'Engelssprekende Outlaws'. Vader Wouters krijgt enkele maanden na de moord tijdens een klusje in de tuin van zijn zoon plots twee geweerlopen tegen het hoofd. De mannen dragen hem op niet meer met de politie te spreken over de motorclub, "anders vinden we je familie wel". De klacht zit in het gerechtelijk dossier maar er is voor de rest geen gevolg aan gegeven.

Dat er 'Engelssprekende Outlaws' in de zaak gemoeid zijn, is nochtans ook op andere plaatsen in het dossier terug te vinden. In de verslagen van de politiewaarnemers bijvoorbeeld. Zij stelden vast dat vlak voor de moord op Wouters de Belgische Outlaws bezoek kregen van vier Amerikaanse collega's. Het gerecht denkt dat de Amerikanen tijdens dat bezoek het licht op groen hebben gezet voor de moord op Wouters. In een strak hiërarchisch gestructureerde groepering als de Outlaws wordt niemand vermoord zonder de uitdrukkelijke toelating of het bevel van bovenaf. Een van de Amerikanen die hier enkele weken vertoefde, was Daryl R., de man die bij Coppens en Monteagudo was toen die werden opgepakt in Noorwegen.

Nog een eigenaardige vaststelling van de waarnemers. Enkele maanden na de moord trokken twee Mechelse Outlaws naar Amerika, waar ze een miljoenenbedrag overhandigd kregen. Sindsdien vertonen ze ook een merkwaardige uitbreidingsdrang. Ze gebruiken het geld blijkbaar om nieuwe clubs mee te financieren. Sindsdien kregen in ons land al zes clubs hun erkenning.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234