Dinsdag 26/05/2020

Als muzikant heb ik dingen in mezelf ontdekt die ik niet kon vermoeden

Het Gentse muziektheater LOD wordt twintig en dat wordt zaterdagavond met het prettig gestoorde feest LODVERDOMME gevierd. Een van de feestvarkens is Kris Defoort, sinds 1996 ‘componist in residence’ van het huis en met de opera’s The Woman Who Walked into Doors en House of the Sleeping Beauties op zijn palmares een van de sterkhouders. De jazzpianist vond er zichzelf opnieuw uit als componist en (her)ontdekte er de wereld van de klassieke muziek en het theater.door sarah theerlynck

Kris Defoort stuurt zijn zoon Umi naar het muziekatelier achteraan in de tuin wanneer we bij hem thuis in Brussel aankomen. “Oefen maar een beetje op de piano. En je partituur lezen, hé.” Al snel weerklinken pianoklanken. Vader luistert eerst een minuut aandachtig, hoort dat het goed is en maakt zich dan op voor een trip down memory lane. “Ik werk al sinds 1996 samen met LOD. Directeur Hans Bruneel had me gebeld. Hij had mijn werk als jazzpianist gevolgd en voelde dat mijn muziek goed samen zou gaan met theater. Dat bleek ook te kloppen. Van bij het begin voelde het erg natuurlijk aan om mijn muziek met dans en theater te confronteren.”

Huiscomponist zijn van LOD, wat houdt dat precies in?

“Dat al mijn muziektheaterwerk bij LOD gemaakt wordt. Ze vertrekken er vanuit de componist. Dat is belangrijk, want er bestaan maar weinig theaterhuizen waar componisten terechtkunnen. Meestal worden ze erbij gevraagd als een project al in gang is gezet en krijgen ze een specifieke opdracht. Bij LOD vragen ze: ‘Wat wil jíj doen?’ Vervolgens creëren zij alle mogelijkheden om jouw idee te realiseren en gaan ze, als dat nodig is, op zoek naar de nodige partners om ervoor te zorgen dat alles logistiek en financieel in orde komt.“Mijn traject bij LOD is in stappen gegaan. In het begin werkte ik aan kleine projecten. Ik herinner me niet meer hoe het stuk heet, maar er was er een bij waar Jan Vromman regisseerde, ik componeerde en pianospeelde en de toen nog onbekende Wim Opbrouck acteerde (Dat was ‘De aftelling’, ST). En dat was het. Later heb ik met choreografe Fatou Traoré de dansvoorstelling Passages gemaakt. Die productie was al groter, maar vertrok wel nog altijd vanuit mijn jazzachtergrond. Daarna pas heb ik blijkbaar onmetelijke mogelijkheden in mezelf ontdekt. (lacht) Twintig jaar geleden had ik alvast niet gedacht dat ik ooit opera’s zou maken. Kijk, ik ben en blijf muzikant. Voor mij is de basis van muziektheater muziek. De muziek moet het vertellen. Zo kom je bijna automatisch uit bij opera.”

Het was dus niet het genre op zich dat je aantrok?

“Nee. Ik noch regisseur Guy Cassiers waren er bewust mee bezig dat The Woman Who Walked into Doors een opera zou worden. We hebben ons op een haast naïeve manier in dat project gestort. Mensen waarschuwden me: ‘Waar ben je nu aan begonnen?’. De jazzman in mij trok zich daar echter niets van aan. ‘Ik improviseer wel’, die mentaliteit. Evengoed heb ik mijn peren gezien(lacht). Maar zonder het vertrouwen van een huis als LOD was het nog moeilijker geweest. Door LOD heb ik als muzikant dingen in mezelf ontdekt waarvan ik niet wist dat ze er waren. Ook LOD is door The Woman Who Walked into Doors naar een hoger niveau getild. Opeens konden ze internationaler werken en samenwerken met grote huizen.”

Aanvaardde het jazzmilieu waaruit je kwam dat je opeens een andere weg insloeg?

“Ik denk dat veel van mijn jazzvrienden niet op de hoogte zijn van wat ik allemaal doe. Maar ik drink nog altijd pinten met hen in de Brusselse jazzclub Sounds en ik kruip er af en toe nog het podium op om te jammen. Het blijft een eeuwig dilemma. Als ik met een groot project zoals een opera bezig ben, verschuiven mijn jazzconcerten noodgedwongen naar de achtergrond. Toch blijft het voor mij noodzakelijk dat ik de twee doe. Ik moet ook zelf kunnen creëren, dat is een innerlijke noodzaak. Als ik een paar dagen niets op papier heb gezet of niet heb geïmproviseerd, voel ik me slecht. Het is een soort yoga voor mij.”

Ooit zei je: ‘Als muzikant ben ik een gespleten persoonlijkheid: aan de ene kant ben ik een zuivere improvisator, aan de andere een componist die heel uitgepuurd schrijft.’ Hoe verzoen je de twee?

“De twee voeden elkaar. Tijdens het componeren probeer ik constant dingen uit op de piano. Daardoor evolueer ik ook als improvisator, zij het meer op het vlak van de orkestratie. Ik zie de piano als het ware niet meer als een piano, maar als een heel orkest. Anderzijds leg ik als componist steeds meer alles vast. Het is een gigantisch werk om alle dingen die ik hoor in mijn hoofd op te schrijven, maar toch leg ik dat mezelf op. Via het componeren bereik ik namelijk een hoger niveau dan als ik het zou laten improviseren door een muzikant. In House of the Sleeping Beauties heb ik een paar kleine passages gelaten waar de muzikanten mochten improviseren, maar zelfs dan is het resultaat... Ach, soms moet je het kunnen loslaten. Sommige mensen zeiden me ook: ‘Nu is het echt geen jazz meer’. Dat vind ik niet. In de muziek van House of the Sleeping Beauties zit nog altijd de spirit van de jazz, alleen al door de manier waarop ik componeer. Ik wil communiceren, ik wil mensen raken. In zijn brieven schrijft Mozart dat hij de mensen wil doen huilen. Eigenlijk wil ik dat ook. Ik hoop dat de mensen op verschillende niveaus geraakt worden, niet alleen emotioneel maar ook esthetisch of intellectueel.”

Toch wordt je muziek vaak omschreven als ‘moeilijk’.

“Als er twee mensen geraakt worden, is dat al mooi. Ik wil het publiek niet onderschatten. Op tv en radio krijgen de mensen zo vaak dingen voorgeschoteld waar ze geen inspanning meer voor moeten doen. Ik wil geen voorgekauwde kost serveren. Vaak hoor ik van mensen dat, als ze mijn muziek een tweede of derde keer beluisteren, ze er dingen in ontdekken die veel simpeler zijn dan ze hadden vermoed. Vergelijk het met een schilderij van Mark Rothko. Op het eerste gezicht zie je één kleur, maar na lange tijd zie je de gradaties en de lagen.”

Wat zijn je volgende projecten?

“Voor LOD ben ik bezig aan een voorstelling met acteur Dirk Roofthooft rond de teksten van Joseph Brodsky. Die gaat in september 2010 in première. Ook zit ik met een nieuwe opera in mijn hoofd. Ik weet al met welk boek ik wil werken, maar dat wil ik nog eventjes voor mezelf houden. Daarnaast ga ik een nieuw trio beginnen met bassist Nic Thys en een jonge drummer die les volgt bij mij. Daarom verplicht ik mezelf nu om de twee dagen een nieuw nummer op te nemen. Verder staan er heel wat optredens op stapel. Ik laat de pianist in mij weer vrij, en dat voelt goed.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234