Vrijdag 19/07/2019

Als journalisten huilen

'Country of my skull':

Antjie Krog en de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie

Petra Quaedvlieg

Hoe kunnen jullie als Zuid-Afrikaanse journalisten verslag doen van de Waarheidscommissie als jullie voortdurend zitten te huilen? vroeg een Duitse journalist op een dag aan Antjie Krog. Journaliste, publiciste en dichteres Krog volgde twee jaar lang de Waarheidscommissie als politiek verslaggeefster van de Zuid-Afrikaanse radio-omroep. Het was kaalslag onder de Zuid-Afrikaanse verslaggevers van de Waarheidscommissie; na verloop van tijd haakte de een na de ander af - de psychische druk werd te groot. Krog hield vol. Pas onlangs stopte ze er ook zelf mee.

Krog was er bij vanaf de eerste zitting in East London, april 1996. Een historisch moment voor Zuid-Afrika: gewone zwarte mannen en vrouwen, op hun best gekleed, die plaatsnamen achter de tafel en begonnen te vertellen. "Ik maakte thee op het politiebureau. Ik hoorde een geluid, ik keek op. Daar viel hij. Iemand viel van de bovenste verdieping voorbij de ramen. Ik rende naar beneden. Het was mijn kind. Mijn kleinkind, ik voedde het op," vertelde een schoonmaakster. "Voordat hij opgeblazen werd, hakten ze zijn handen af zodat zijn vingerafdrukken niet genomen konden worden. Dus hoe zeg ik dit? Ik wil zijn handen terug," vertelde een ander.

Krog was een van de eersten die die dag verslag deed. De zojuist gehoorde gruwelijkheden moesten in een paar zinnen tot een nieuwsbericht worden gecomprimeerd. De nieuwslezers, leerde Krog, schrokken terug van de wrede verhalen. Een zin als "ze roosterden mijn kind op een vuur" werd niet gelezen. Desondanks verslikte menig blanke zich die dag in zijn koffie. Krog en haar team wisten dat het van historisch belang was dat deze verhalen tot in de kleinste dorpjes van Zuid-Afrika doordrongen. "We steken onze vuisten triomfantelijk in de lucht. We hebben het gedaan! De stem van een eenvoudige schoonmaakster is het hoofdnieuws van één uur," schrijft Krog in Country of my skull - 'land van mijn schedel' - het boek waarin ze haar ervaringen als verslaggeefster van de Waarheidscommissie verwerkte.

Land van mijn schedel: de titel geeft al aan dat hier niet een onafhankelijke waarnemer aan het woord is. Krog is een direct betrokkene: een blanke, Afrikaner vrouw die opgroeide in een nationalistische boerengemeenschap in de voormalige Oranje Vrijstaat. Haar moeder, Dot Serfontein, was vroeger zelf journaliste. In 1966 beweende zij in hoogdravende bewoordingen de moord op Hendrik Verwoerd, de architect van de apartheid. Die passage heeft Krog in haar boek opgenomen, als een voorbeeld van de Afrikaner psyche waarin ze opgroeide. Die psyche beheerst het hele boek, dat in feite één lange verantwoording is voor Krogs bestaan als lid van een 'schuldig volk'. Haar verslaggeving van de Waarheidscommissie moeten we beschouwen als een boetedoening: zij móet al de gruwelijke verhalen van de slachtoffers horen, zij móet de daders ontmoeten die op haar eigen broers, ooms en vrienden van vroeger lijken, zij moet de Afrikaner 'Leider' (De Klerk) spreken en wil van hem horen dat hij de verantwoordelijkheid neemt voor alles wat er gebeurd is: "Kan hij niet gewoon zeggen: 'Ik wist het niet, maar ik neem de verantwoordelijkheid. Ik neem de verantwoordelijkheid voor alle wreedheden die begaan zijn onder leiding van de Nationale Partij de afgelopen vijftig jaar'," schrijft Krog. Helaas voor schuldbewuste Afrikaners als Krog weigert de 'Leider' dat en moet iedere Afrikaner zelf maar zien dat hij met zijn/haar ziel in het reine komt. Country of my skull is Krogs eigen amnestieverzoek, haar eigen bede om vergiffenis - het boek is opgedragen aan "elk slachtoffer dat een Afrikaner achternaam op haar lippen had" en eindigt met een gedicht waarin Krog om vergeving vraagt. Met zo'n inzet kun je onmogelijk een uitgebalanceerd, journalistiek verslag over de Waarheidscommissie verwachten. Niet dat dat Krogs bedoeling was, maar het boek pretendeert wel het eerste te zijn dat de "complexiteit van de Waarheidscommissie" behandelt. Krog gaat in op de voorgeschiedenis van de commissie en op de juridische en politieke haken en ogen van amnestie, ze plaatst de commissie in een context van eerdere commissies (in Chili bijvoorbeeld), legt een verband met de verwerking van de Tweede Wereldoorlog, en doet een poging het verband tussen waarheid en verzoening te analyseren. Maar dat alles gebeurt fragmentarisch en binnen het raamwerk van haar persoonlijke worsteling.

Zo is Country of my skull van tweeën geen. Het is geen verhelderend journalistiek document over de Waarheidscommissie en het is geen gaaf egodocument van een betrokkene. Het wil graag allebei zijn en dat stoort, temeer daar Krog af en toe fictie toepast om haar persoonlijke gevecht kracht bij te zetten - een verzonnen buitenechtelijke relatie met een zwarte collega, verzonnen broers die op hun boerderijen in de Vrijstaat hun eigen gevecht leveren in het nieuwe Zuid-Afrika: die tegen de oprukkende misdaad op het platteland.

Dat alles wil niet zeggen dat Country of my skull oninteressant is. Een fors deel van het boek bestaat uit de letterlijke verhalen van slachtoffers tijdens zittingen van de Waarheidscommissie: fragmenten uit levens van mensen, waarbij reacties als 'verschrikkelijk' en 'afschuwelijk' slechts de onmacht van de luisteraar weergeven. Deze verhalen van gewone Zuid-Afrikanen zijn van onschatbare waarde en de totale collectie die de Waarheidscommissie nu in haar bezit heeft vormt een uniek historisch archief over het leven onder apartheid. Daarbij geeft Krogs queeste naar verlossing, naar het ideale 'land van haar schedel' (het land waar ze hoort, waar haar botten begraven zullen worden) waarin Afrikaan en Afrikaner vredig zullen samenleven, een aardig inzicht in het verwarde gemoedsleven van intellectuele, schuldvolle Afrikaners, al is het de vraag of Krog in haar emoties exemplarisch is.

De reacties in de Afrikaner pers waren opmerkelijk voorzichtig-positief, alsof men bang was Krogs gedurfde 'mea culpa' te bekritiseren. De Engelstalige pers in Zuid-Afrika kon nauwelijks genoeg krijgen van de heftigheid waarmee Krog in eigen vlees sneed. Niets dan lof viel haar ten deel: ze was een voorbeeld voor de Engelsen in Zuid-Afrika, die zelden de hand in eigen boezem steken terwijl ze toch even schuldig waren aan de apartheid, was de algemene teneur. Maar er waren een paar uitzonderingen. In het weekblad Mail&Guardian ergerde een Engelse recensente zich mateloos aan de 'creatieve' manier waarop Krog met de waarheid was omgesprongen. De gemakkelijke, 'postmoderne' mix van waarheid en fictie doet een boek over een historisch zo belangrijk initiatief als de Waarheidscommissie geen goed, was haar mening. De recensente ging zelfs zo ver om de capaciteiten van Krog als politiek verslaggeefster in twijfel te trekken.

Een andere, interessantere uitzondering was de bespreking van Frederik van Zyl Slabbert, een bekende liberale Afrikaner intellectueel en - als leider van een oppositiepartij tijdens de apartheid - voormalig 'dissident'. Van Zyl Slabbert, zelf vrij van schuldgevoelens, komt in opstand tegen Krogs "simplistische zwart-wit" schildering van Zuid-Afrika: de zelfzuchtigheid van blanken versus het 'ubuntu' ("samen delen") gevoel van zwarten, bisschop Tutu, die in de ogen van Krog tot een zwarte messias uitgroeit, versus de stereotypering van de Afrikaner. Krogs beschrijving van het optreden van Winnie Mandela voor de Waarheidscommissie en dan vooral Tutu's smeekbede aan Winnie om één keer 'sorry' te zeggen, doen de nuchtere Van Zyl Slabbert de haren te berge rijzen. "Wat voor Krog het hoogtepunt van het werk van de Waarheidscommissie was, was voor mij het absolute dieptepunt," schrijft hij. "Op dat moment verdwenen al die 'kleine' mensen die voor de Waarheidscommissie hun hart openden (ook degenen tegenover Winnie) voor mij in naamloze vergetelheid (...); de waarheid werd geweld aangedaan om politieke belangen te dienen."

Krog, vooral bekend als dichteres, zei in een interview met de Afrikaner krant Beeld dat het haar veel moeite had gekost om proza van langere adem te schrijven. "Ik vind proza een plat medium. Mijn wezen rebelleert ertegen," liet ze weten. Ook speet het haar dat het boek niet in het Afrikaans was verschenen. Krog had het aanvankelijk in het Afrikaans geschreven, maar om een groter publiek te bereiken vertaalde ze het later samen met haar redacteur in het Engels. Country of my skull verscheen onder haar dichtersnaam Antjie Krog, niet onder haar journalistennaam Antjie Samuel (onder welke naam ze ook de Waarheidscommissie versloeg). Het is typerend voor het hybride karakter van haar boek. Misschien moet ze bij een volgende publicatie toch maar kiezen. Twee stiels op één kussen: daar rust in dit geval de duivel tussen.

Antjie Krog, Country of my skull, Random House, Johannesburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden