Donderdag 23/09/2021
Telidja Klaï is ontwikkelingspsychologe en contentmanager bij Ketnet:

InterviewPsycholoog Telidja Klaï

‘Als je wakker ligt omdat je kinderen uitgaan, moet dat jouw probleem zijn, niet dat van hen’

Telidja Klaï is ontwikkelingspsychologe en contentmanager bij Ketnet: "Ik wil voor herkenbaarheid zorgen. En concrete verhalen."Beeld © Stefaan Temmerman

De een ontploft bij het minste, de ander komt zijn kamer niet uit. Samenleven met pubers is soms allesbehalve evident, weet psycholoog Telidja Klaï (50). In een nieuw boek reikt ze ouders handvatten aan. ‘Als je wakker ligt omdat je kinderen uitgaan, moet dat jouw probleem zijn, niet dat van hen.’

Je hebt ouders die de dag waarop hun zoon of dochter gaat puberen met lede ogen tegemoet zien, en je hebt ouders die ernaar uitkijken. Telidja Klaï hoort bij die laatste groep. Ze was heel benieuwd om te zien hoe haar eigen zonen vanaf hun tiende zouden tegenwerken, experimenteren en veranderen. “De kleutertijd vond ik ook zo’n boeiende periode. Omdat kinderen net zo eigenzinnig zijn.”

Maar ook voor een moeder met een doctoraat in de ontwikkelingspsychologie en job als contentmanager bij Ketnet is omgaan met die puberteit niet gemakkelijk, zegt Klaï. “Als het over je eigen kinderen gaat, valt toch veel wetenschappelijke kennis weg. Je stuurt een beetje met je hoofd maar toch vooral met je hart.” Of hoe de professional uiteindelijk met dezelfde vragen zat als veel andere ouders. “Waarom zijn pubers wie ze zijn en waarom doen ze wat ze doen?” Die letterlijke zin staat op de cover van Klaïs nieuwste boek Pubers!

Het is geen kant-en-klaar stappenplan. Elk kind, en dus elke puber, is anders, benadrukt de psychologe. “Het boek wil vooral op een brede en toegankelijke manier achtergrondinformatie aanreiken, een soort kader, opdat je als ouder weet wat er speelt bij je puber en bepaald gedrag kunt plaatsen. Ik wil voor herkenbaarheid zorgen. En concrete verhalen. Die gaan over hoe je een conflict kunt ontmijnen, maar evengoed over hoe je puberzweet en vet haar kunt bestrijden.”

Waarmee worstelen puberouders het meest?

“Het connecteren. Veel ouders vinden dat ze maar moeizaam met hun puber kunnen praten. Het zijn vaak gesloten boeken, je moet voortdurend trekken en sleuren om er een woord uit te krijgen. Soms lijkt het alsof je er helemaal geen vat op hebt. Dat is heel frustrerend als het gaat over mensen die diep in je hart zitten.

“Dat die communicatie spaak loopt, is logisch omdat je met twee verschillende perspectieven zit. Ouders willen koste wat het kost een aantal normen en waarden meegeven, zeker tijdens de puberteit, omdat ze denken dat het de laatste fase is waarin ze een rol van betekenis kunnen spelen. Uitgerekend op dat moment, wanneer de tijd enigszins dringt, beginnen die kinderen ‘moeilijk’ te doen. Ze zoeken naar identiteit en onafhankelijkheid en zitten in lijven die aangestuurd wordt door allerlei hormonen, waardoor ze zichzelf vaak niet eens begrijpen. Een bevriende therapeute vergelijkt die relatie vaak met zo’n vormenpuzzel: ouders willen dat hun kind een driehoek wordt terwijl dat kind zelf een vierkant is. Dan wordt er gewrikt en gewrongen, en dat zorgt voor spanning.”

Hoe gaan ze daar het best mee om?

“Door eerst te beseffen: de puberteit is helemaal niet de laatste fase. Ook als volwassene blijft het je kind en kun je normen en waarden meegeven. Een ander belangrijk inzicht is: aanvaard dat de relatie met je kind anders wordt en dat je niet meer boven hem of haar kunt blijven staan en eisen: nu sta je zo laat op en doe je je huiswerk dan. Sturen moet plaatsmaken voor onderhandelen. Je kunt natuurlijk een aantal basisregels opleggen, maar pick your battles. Kies wat je belangrijk vindt en ga daarvoor. In mijn geval was dat: vasthouden aan gezamenlijke momenten, zoals een maaltijd per dag om samen bij te praten. Niet om mijn zonen te controleren, maar uit oprechte interesse in waar ze mee bezig zijn.

“Die verbinding ten allen tijden behouden, is cruciaal. Ook op momenten waarop je puber zelf helemaal niet met jou wilt connecteren. In zo’n geval geef je best aan: ik respecteer je keuze om te zwijgen, maar ik ga er niet in mee, ik blijf praten. Doe je dat niet, dan laat je het gedrag van de puber de overhand nemen. Dat is niet de bedoeling. Als ouder moet je betrokken blijven.”

U heeft zelf twee puberzonen: wat vindt u zelf het meest uitdagend?

“Het loslaten. Dat gaat over alleen met de fiets naar school willen gaan toen ze nog veel jonger waren, op zes kilometer van ons huis, langs de vaart. Maar evengoed gaat het over uitgaan. Van dat laatste heb ik nachten wakker gelegen. Toch heb ik de jongens nooit een uur opgelegd, we overlegden daar samen over. Want ik was me heel goed bewust: als ik daar alleen over zou beslissen, dan zou ik kiezen in functie van mezelf. Ik zou hen zo vroeg mogelijk naar huis laten komen om de zorgelijke gedachten bij mezelf zo snel mogelijk te doen stoppen. Dat is niet eerlijk. Als je een hele nacht wakker ligt omdat je kinderen op stap gaan, moet dat vooral jouw probleem zijn, niet dat van hen. Ik probeer dat aan opvoeders mee te geven: dat ze zich bewust moeten zijn van hun eigen emoties en daar vervolgens het best afstand van proberen te nemen. Zo geef je pubers de kans en ruimte om te bewijzen dat ze zelf bepaalde verantwoordelijkheden kunnen opnemen. Zo geef je hen vertrouwen mee.”

Tegelijk houden pubers er soms de gekste ideeën op na. Dan is het toch logisch dat je bezorgd bent?

“Als je kinderen wil laten opgroeien tot zelfstandige jongvolwassenen, dan moet je hen voldoende zelfvertrouwen schenken. Je als ouder bewust worden van je eigen emoties is daar een belangrijk deel van. Waar ben ik bang van? Is die angst gerechtvaardigd? Wat is de kans dat het effectief misloopt? Het is niet evident om dat onderscheid te maken als ouder, maar het is wel nodig. Als je helder hebt waarom je pakweg liever niet hebt dat je zoon of dochter alleen op vakantie gaat met vrienden of die rit in het donker naar huis maakt, dan kan je zoiets bespreken met hem of haar en samen afspraken maken om aan het mogelijke gevaar tegemoet te komen. Spreek bijvoorbeeld af om ’s nachts niet alleen over straat te lopen of elkaar regelmatig even te bellen. Op die manier bereid je hen gaandeweg voor, en dat is nodig: pubers zijn geneigd zichzelf voortdurend te overschatten.”

Hoe komt dat?

“Dat heeft met het ontwikkelende puberbrein te maken, en vooral met de amygdala en basale ganglia. Dat eerste hersengebied regelt de emoties, terwijl het tweede een rol speelt bij alles wat met motiveren en belonen te maken heeft. In de puberteit reageren beide gebieden niet adequaat: het ene is amper actief, het andere net te veel. De combinatie zorgt ervoor dat pubers risicovolle situaties niet zo goed kunnen inschatten en snel overmoedig worden.”

Telidja Klaï: “Ik hamer erg op het respecteren van leeftijdsgrenzen. Alcohol mag pas vanaf zestien jaar.
Telidja Klaï: “Ik hamer erg op het respecteren van leeftijdsgrenzen. Alcohol mag pas vanaf zestien jaar."Beeld Photo News

Puber, dat woord heeft bij momenten iets van een scheldwoord, schrijft u. Vanwaar komt die negatieve lading?

“Noem een puber maar eens een puber en kijk wat er gebeurt. (lacht) Ze schieten instant tegen het plafond en dat vind ik begrijpelijk: we gebruiken dat woord heel vaak in een negatieve context. ‘Zeg, gij met uw puberstreken.’ Of: ‘Kijk, hij is weer aan het puberen.’ Ouders krijgen bij momenten kop noch staart aan hun gedrag. Vandaar dat het woord zo’n negatieve bijklank heeft gekregen. Het is iets dat breder speelt, in onze maatschappij zie je hoe snel jongeren met de vinger worden nagewezen, zeker tijdens corona. We focussen meteen op het negatieve. Ik vind dat ze het overwegend ongelooflijk goed hebben gedaan hebben. We hebben hen gevraagd om anderhalf jaar hun leven on hold te zetten. Natuurlijk waren die maatregelen noodzakelijk, maar jongeren hadden daardoor amper sociale contacten, eigen ruimte en vrije tijd.”

Hoe schadelijk is dat voor hun ontwikkeling?

“Natuurlijk is er een impact. De wachtlijsten voor kinderen en jongeren in de geestelijke gezondheidszorg liegen er niet om. We moeten nu echt wel gaan investeren in hen. Ik merk in mijn omgeving dat veel jongeren het lastig hebben om weer buiten te komen. Het grotsyndroom (een term die gebruikt wordt om aan te geven dat mensen moeite hebben om het gewone leven weer op te pikken, FVG) speelt zeker bij hen. Lokale overheden moeten daaraan tegemoetkomen door activiteiten te organiseren. En van de federale overheid verwacht ik dat ze eindelijk voor een sluitend hulpverleningsnet zorgen.”

Wat kun je als ouder het best doen?

“Pubers actief helpen om het leven te hervatten, zij het met gezond verstand en respect voor de maatregelen. Evident is dat niet. Er is een navelstreng die weer doorgeknipt moet worden. Ouders vinden loslaten sowieso moeilijk. Tijdens de crisis heb ik vooral gehamerd op: geef je kind een eigen plekje in huis. Nu komt het erop aan je kind weer uit dat huis te krijgen.”

Hoe ga je om met ontluikende seksualiteit?

“Bespreek seksualiteit niet vlak voor de puberteit, maar ga er van kleins af mee aan de slag. De wereld zit vol leermomenten. Van de vrouw die haar kind borstvoeding geeft in het openbaar tot het moment samen in de douche. Als je wacht met ‘het gesprek’ tot ze acht of negen zijn, mag je zeker zijn dat ze alles al hebben opgezocht.

“Seksualiteit is net als puberteit iets waarop je kinderen moet voorbereiden. Je moet hen ruimschoots op voorhand vertellen wat onder meer menstruatie en een zaadlozing omvat. Niet met z’n allen aan de keukentafel natuurlijk, maar liefst ongedwongen, op een moment dat een kind zich veilig en verbonden voelt. Bij ons thuis was dat als mijn moeder en ik met de hond gingen wandelen.

“Zaak is dan om niet alleen bij de droge feiten te blijven hangen. Veel belangrijker zijn de gevoelens die bij puberale veranderingen komen kijken. Neem een meisje dat borsten krijgt. Het moeilijke is niet die groei an sich, maar wat dat teweegbrengt bij haar en anderen: bijvoorbeeld is ze de eerste of laatste in de klas, en welke reacties vreest ze?”

Genot en masturbatie blijven in gezinnen echte taboes, schreef u vijftien jaar geleden in uw doctoraat. Is dat veranderd?

“Nee, de meest intieme dingen bespreken ouders nog altijd niet graag met hun kinderen. En ik denk eerlijk gezegd niet dat ze per se besproken moeten worden. Het is in de eerste plaats onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat kinderen, als ze vragen hebben, weten waar ze terechtkunnen. Dat hoeft niet per se bij mama of papa te zijn, dat kan evengoed bij een huisarts. Het gaat ’m vooral over het juiste klimaat creëren, en niet over het delen van de details van je eigen seksuele leven. Dat is een brug te ver. Dan druist in tegen de waarde dat seks een intiem gegeven is.”

Pubers houden van experimenteren. Hoe ver laat je dat als ouder gaan, bijvoorbeeld met alcohol?

“Alcohol vind ik zelf helemaal niet zo onschuldig. Het mag dan maatschappelijk erg aanvaard zijn, mijn regel is: hoe langer je dat kunt uitstellen, hoe beter. Wie vroeg met bier en wijn in aanraking komt, gaat mogelijk sneller buitensporig gebruiken. Van die gevolgen moet je je kind bewust maken. Ze moeten weten welke zorgen je hebt.

“Ik hamer erg op het respecteren van leeftijdsgrenzen. Alcohol mag pas vanaf zestien jaar. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die zeggen: als mijn kind op vijftien een glaasje drinkt, moet dat kunnen. An sich is dat ene glas niet problematisch, dat klopt. Maar het probleem is wel dat je je kind leert dat het zich boven de wet mag stellen. Dat is een heel vreemd signaal.”

Om praktisch af te sluiten: hebt u nog tips voor een geslaagde zomervakantie met pubers?

“Doe leuke dingen samen. En geef vooral ruimte om hen, weliswaar met gezond verstand, zelf dingen te laten ondernemen. Jongeren hebben dat meer dan ooit nodig. Ze moeten, na anderhalf jaar crisis, opnieuw kunnen ademen en genieten. En ouders eigenlijk ook.”

null Beeld rv
Beeld rv

Pubers!’ is verschenen bij Borgerhoff & Lamberigts en kost 22,99 euro.

Wie is Telidja Klaï ?

- woont in het Vlaams-Brabantse Schiplaken

- heeft twee zonen Luka (19) en Renno (16)

- studeerde ontwikkelingspsychologie en doctoreerde op de thema’s seksualiteit en relaties

- doceerde seksuologie aan de VUB en werkte bij Sensoa, het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid

- werkt nu twaalf jaar als contentmanager bij Ketnet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234