Dinsdag 21/05/2019

De Ronde van Spanje

"Als je vader sterft, begin je een nieuw leven"

Sven Tuytens met dochters Alba en Inés in Madrid. Beeld Franky Verdickt

We waren acht en de radio zei dat dictator Franco dood was. 41 jaar later vertelt Sven Tuytens (°1967) voor de VRT vanuit Madrid verhalen over dit land. Van Podemos, stierenvechten en nog altijd Franco. Ook van zijn dochters Alba en Inés. 'De mensen zijn de politiek hier beu.'

De hoofdredactie hield er geen rekening mee en de organisatoren van de Ronde van Spanje vroegen De Morgen niks. Het is allemaal toeval. Net nu vandaag de Vuelta a España begint, eindigt deze Ronde. In Madrid, het kan bijna niet anders. De renners komen daar over drie weken aan.

Het was nochtans niet zo gepland. "Het lijkt me wel leuk een keer een interview te doen dat niet over voetbal gaat", had Rode Duivel Thomas Vermaelen gemaild en bijna lag dit einde dus in Barcelona. Tot AS Roma kwam. Op Iberia-vlucht 3207 naar Madrid zingt Raymond van het Groenewoud op woensdagochtend dat het geen verschil maakt waar de meet is, 'hier of ginder', dat 'het gaat om bewaken en bewaren'. Maar bewaken is het juiste woord. Alvast deze Spaanse wegen kunnen niet naar Rome leiden.

Raymond zingt nog in het hoofd als de taxi van de luchthaven naar de Puerta del Sol rijdt. 'Ik zal zo blij zijn aan de meet', die laatste zin zorgt voor weemoed, als die prachtige Spaanse gevels langs het venstertje passeren. Sven Tuytens woont hier sinds 2010. "Jacques Brel zei dat als je wilt emigreren en iemand van dáár wilt worden, dat je dan voor je twintigste moet vertrekken. Dat kan dus niet meer. Maar ik hoop ook dat ik nooit een echte Spanjaard word. Zo kan ik als buitenstaander naar dit prachtige land blijven kijken. De afstand zorgt voor verwondering."

Ben ik dus blij dat deze reis van acht weken erop zit en dat we aan de meet zijn? Neen en nog één keer schrijven we 'no te preocupes'. Spanje ligt in ons weemoedige hart.

Het was op die Puerta del Sol dat in 2011 El Movimiento 15-M ontstond, bij ons vooral bekend als de Indignados, en als correspondent voor VRT en NOS was Sven Tuytens nét op tijd in Madrid. Maandenlang haalden de verontwaardigde Spanjaarden zijn nieuws en hun vuur sloeg over op Occupy Wall Street. Dat Manuela Carmena nu burgemeester van Madrid is en Ada Colau van Barcelona, is daaraan te danken. Indignados, Ahora en Podemos: links zwalpt niet in het land van Rey Felipe.

Sven Tuytens met zijn dochters in een Madrileens café waar koppen hangen van stieren die in de corrida's hebben gevochten. Beeld Franky Verdickt

"Maar we zitten wel al sinds december zonder regering", glimlacht Sven op het terras van de Cervecería Santa Ana. "Dit land is versplinterd. Vroeger waren er maar twee spelers: de rechtse Partido Popular (PP) en de linkse PSOE. Plots kwamen daar Podemos en Ciudadanos bij. Vier partijen zonder absolute meerderheid en zelfs de combinatie van twee linkse of twee rechtse volstaat niet. PP en Ciudadanos kunnen een coalitie vormen, maar de PSOE wil geen akkoord geven voor deze minderheidsregering. Dus de kans bestaat dat Spanje op een derde verkiezing in één jaar afstevent. Mensen worden de politiek beu."

Eerste indrukken. De cortado wordt in Madrid zorgzaam geserveerd. Een man in zwarte pij rammelt met een bekertje voor centen. Aan de Puerta del Sol kun je met Mickey op de foto. Zwarte letters op gele borden roepen Compro Oro. Op de kaart glijdt je vinger over Madrileense straatnamen: Calle de Jesús y María, Calle Atocha, Calle Caballero de Gracia. Vlak bij Plaza Mayor kun je een foto van Lionel Messi kopen. Een mevrouw heeft regenboogkleurige haren.

"Madrilenen zijn erg vriendelijk. Bestel in Parijs een koffie en doe dat hier. Het verschil is groot. Dat komt omdat veel Madrilenen oorspronkelijk van het platteland komen. Uit boerendorpen hierheen gekomen om te werken en ze brachten de gemoedelijkheid mee."

Hij kwam uit Sint-Agatha-Berchem, maar zijn moeder gaf les in Mechelen en zette hem daar op school. "Ik voelde me daar een vreemdeling. De eerste dag op school vroegen ze voor welke voetbalploeg ik supporterde. Ik zei RWDM en kreeg een vuistslag in de maag. (lacht) Ik wist meteen dat ik Racing Mechelen had moeten antwoorden. Ze vonden me vreemd met mijn Franse r en mijn Brussels accent.

Maar ik ben van een generatie die in Brussel nog leerde Frans spreken op straat. Vandaag spelen alleen kinderen van vreemde origine daar nog op straat."

Leven in een politiestaat

Zijn vrouw bracht hem in Spanje. "Twintig jaar geleden werkte ik voor TV Brussel en Susana deed stage voor de Europese Commissie. Susana's papa is een Palestijn, haar mama een Spaanse. Haar stage zat er net op toen we elkaar leerden kennen, ze stond op het punt om terug naar hier te keren. Maar toen vond ze een job op de Spaanse ambassade in Marokko. We kenden elkaar twee maanden en ik zegde alles op. Mijn werk, mijn appartement.

"Starten op een terrein dat voor ons allebei neutraal was, was goed voor onze relatie. Maar Marokko was heel confronterend. Susana ziet er Arabisch uit en omdat we Frans spraken en ik er helemáál niet zuiders uitzie, dachten ze in Rabat dat zij zo'n meisje was dat mij uitgekozen had voor het geld. (glimlacht) Terwijl zij met haar job in de diplomatie de best verdienende was. Maar onze lichaamstaal was niet juist en in de zomer droeg ze een short en liep met blote armen rond. In Spanje kan dat, maar in Rabat werd ze daar op straat op aangesproken."

Ze bleven maar een jaar. Keerden terug naar België en naar TV Brussel. Tot Susana in 2000 een job vond in Tunesië. Dag TV Brussel. "Op 9/11 zag ik er de aanslagen op de Twin Towers in New York en ik herinner me dat iemand zei: 'Wij moslims gaan de prijs daarvoor betalen'. Ze wisten dat cruiseschepen niet meer zouden aanmeren en dat het toerisme in elkaar zou zakken. En dat gebeurde.

"We woonden in Sidi Bou Said, boven Tunis, met een belangrijke soefimoskee. Toen al, in 2001, kregen ze er jihadisten die terugkeerden uit de oorlog in Afghanistan. Dictator Ben Ali maakte jacht op die extremistische moslims. Iemand uit onze buurt met een baard werd op het politiekantoor ontboden. Hij werd gevraagd zich te scheren. De extremisten waren vijand nummer 1 voor Ben Ali.

Beeld Franky Verdickt

"Maar voor ons was het er fijner dan in Marokko. Tunesië was een politiestaat, het zomerpaleis van Ben Ali stond in Sidi Bou Said en er was immense controle. Maar het toerisme werd beschermd. Zelf kon ik er als journalist niet werken, omdat Susana een diplomatiek statuut had. In Marokko kon ik dat wel, maar daar moest ik me tijdens de heerschappij van Hassan II wel elke twee maanden melden bij het ministerie van Informatie. Ze zeiden vlakaf dat ze mijn telefoon afluisterden."

Uitgerekend in Tunesië brak in januari 2011 de Arabische Revolutie uit. De Jasmijnrevolutie, noemen we die. Met de verdrijving van Ben Ali. Met veel doden. "Vorig jaar was ik er terug. De mensen klagen. De islam die na de Arabische Lente kwam, is hun islam niet. 'Dat is Afghaanse islam', zeggen ze. Dit is niet wat ze wilden. Voor Ben Ali had president Bourguiba veel gedaan voor de vrouwenrechten. Ze wilden naar díé democratie terug, weg van de dictatuur. Het is anders gelopen."

Wat moet je met zo'n drama, zeker als je Susana El-Kum heet? Dochter van die Palestijnse man die in de jaren 60 naar Spanje was gekomen en kon vertellen dat zijn nichtjes in Palestina toen in minirok rondliepen. "Vandaag zijn die allemaal gesluierd."

Zelf had hij er pintjes gedronken en in Spanje at hij jamon van het Iberico-varken. Uitgesloten nu in het land waar hij van komt. "Susana lijdt eronder. Gisteren moesten we naar het politiekantoor om haar paspoort te vernieuwen. Buiten stond een agent en toen die haar zag, moest ze haar familienaam zeggen. "El-Kum." Hij keek haar recht in de ogen en dan moest ze haar naam herhalen. Nadien vertelde een andere agent dat dit de nieuwe richtlijnen zijn. Ze moeten mensen met Arabische namen in het oog houden. Als zo iemand een rugzak bij zich heeft, moet die eerst geopend worden."

El-Kum, voor haar altijd een exotische naam die ze met trots draagt, is in 2016 een probleem. "Haar ouders lieten haar bewust geen godsdienstlessen volgen. Ze is Madrileense. Haar manier van praten is heel Spaans. En dán wordt ze erop aangesproken dat ze niet 100 procent Spaans is. Voor Susana is dat terug naar af.

Nooit spreekt iemand je op je uiterlijk aan in Spanje omdat je blonde Spanjaarden hebt en mensen die er Arabisch uitzien. Pas in haar jaren in Brussel werd ze zich bewust van haar Arabisch uiterlijk. Daarvoor nooit."

In 2004, terug in Brussel na twee Tunesische jaren, werd Alba geboren. Twee jaar later Inés. Voluit zouden ze Alba en Inés Tuytens-El-Kum kunnen heten, in Spanje telt de familienaam van moeder nog mee. Maar dit zijn twee Belgische meisjes, weliswaar nu wonend in Villanueva de la Cañada, aan de rand van Madrid. Thuis wordt Spaans, Nederlands, vooral Frans gesproken: "Het is de taal die Susana en ik met elkaar begonnen te spreken, Spaans kende ik niet. Ze zitten in het Frans lyceum waar Frans de voertaal is.

"Maar ze zijn wél trots op België. Ik mag er geen slecht woord over spreken en als we naar mijn moeder in België gaan, dan willen ze warme chocomelk drinken in het Atomium, en muizenstrontjes eten, kramiek, omelet met spekblokjes die zij Vlaamse tortilla's noemen én vogels zonder kop. Alba zegt dat ze in België gaat studeren en een Vlaams lief wil. (glimlacht) Ze zit in de leeftijd waarin ze nog naar haar papa opkijkt. Ik weet dat dat over gaat."

Zwijgen over Franco

De stad zweet onder 30 graden en wij ook, stappend door de wijk die La Latina heet, de kern van 'Al-Majrit' waarop het Madrid van vandaag gebouwd werd. We zijn onderweg naar de Plaza de Puerta de Moros, naar Juana la Loca, een waanzinnig restaurantje. Hij bestelt een glas tinto de verano con casera: echt waar, rode wijn met limonade. "Die vind je pas vanaf Madrid en zo tot in het zuiden. De casera limonade is minder gesuikerd, het voordeel is dat je meer kunt drinken." De witte wijn is ook erg lekker.

"Ik begin dit land beter en beter te kennen", zegt hij. "Toen Susana in 2010 zin had om naar Spanje terug te keren, ook om Alba en Inés haar cultuur te leren kennen, twijfelde ik. Mijn werk voor TV Brussel deed ik graag, Spanje kwam uit de crisis van 2008. Zij kon als freelance experte ontwikkelingssamenwerking voor de Europese Commissie de wereld rondreizen. Maar ik?"

Een typische, druk beschilderde Madrileense gevel. Tuytens: 'Mijn dochters zijn trots op België. Alba zegt dat ze in België gaat studeren en een Vlaams lief wil.' Beeld Franky Verdickt

De VRT was er wel. Die hadden geen correspondent in Spanje en hij had dat geluk van die Indignados. Maar dat wist hij niet in 2010. "Ik heb de knoop toch doorgehakt. Vooral voor de radio kan ik voor De ochtend stukjes maken en ook voor Nieuwsuur, bij de NOS. Maar het is best lastig. Het migratieverhaal zit in Griekenland, het terrorisme zit niet in Spanje en het verhaal van de crisis lijkt verteld: men heeft beslist dat het economisch weer goed gaat in Spanje. Wat niet zo is."

Hij moet dus verhalen zoeken. Er is natuurlijk de opmerkelijke opkomst van Podemos geweest. In Catalonië en Baskenland veert het nationalisme op. Desnoods zijn er de stierengevechten. "In Catalonië zijn de corrida's afgeschaft, maar dat heeft niks met dierenrechten te maken. Stierenvechten vinden ze Spaans: dáárom verbieden ze het. Aan de correbous, waarbij ze de hoorns van de stieren in brand steken en wat net zoveel pijn doet, raken ze niet."

Er is nog iets. In 1936 brak de Spaanse Burgeroorlog uit en dat is tachtig jaar geleden. En in al die voorbije Spaanse verhalen viel dit wel op: 'Over Franco kun je beter niet spreken'. Spanje zwijgt over de dictatuur en over wie rechts of links was.

"Gek is dat het eerste nieuwsfeit dat ik me herinner, de aankondiging van Franco's dood was. Dat was in 1975. Ik weet nog dat ik het aan de buren vertelde. 'Franco is dood.' Vreemd, want voor mij was Spanje tot dan Fabiola. Haar portret hing vooraan in de klas en die Spaanse koningin vond ik chique en exotisch. Boudewijn, ernaast, vond ik maar sullig met zijn uniform."

Tachtig jaar is niks in een land dat onder meer met Johanna de Waanzinnige, Juana la Loca dus - naar wie we hier een 'ensalada Juana la Loca' eten - een periode van grote geschiedenis kende. Zij kwam met 130 schepen naar Vlaanderen, in Lier kreeg ze haar uitgekozen toekomstige Filips de Schone al in bed voor ze trouwden, later was Karel V hun zoon. Spanje was een wereldrijk en in de jaren 30 van de 20ste eeuw werd Spanje een voorbeeld. "Wat voor zionisten Israël was, was Spanje voor de communisten: er was een linkse regering, het leek te kunnen."

Op 17 juli 1936 begon een groep rechtse generaals de strijd tegen de regering van de Tweede Spaanse Republiek en al snel kwam Francisco Franco naar voren. De oorlog duurde tot 1939. De oorlog duurt tot nu.

"De Spaanse burgeroorlog is een van de onderwerpen die tot vandaag politiek en samenleving beïnvloeden. Zoals ze in Syrië over tachtig jaar nog altijd de prijs zullen betalen voor vandaag. Nog altijd liggen 130.000 mensen in massagraven in Spanje. Podemos wil dat verleden naar boven halen, maar de PP wilde daar nooit over praten. Het stond ook in het akkoord van de transitie in 1975: we laten het rusten.

"Niet toevallig zijn alle grote hispanisten Britten. Paul Preston (Brits historicus, RVP) weet veel meer over die periode dan de Spanjaarden zelf. De franquisten hoopten dat als iedereen dood was, alles zou vergeten zijn. Maar hun kleinkinderen hebben er nu baat bij om te weten wat er gebeurd is. Alleen al om aanspraak te maken op huizen, gronden en kunstcollecties die aangeslagen werden door Franco's troepen nadat de eigenaars gefusilleerd werden."

Na de Tweede Wereldoorlog in België waren er rechtszaken. Mensen verloren hun burgerrechten. Er werd recht gesproken. In Spanje werd na 1939 nooit iemand veroordeeld. "Rechter Baltasar Garzón heeft het geprobeerd en is door zijn eigen collega's weggezet. Dat was een duidelijk signaal: doe dit niet. Maar zo blijft die oorlog doorwerken. Dat níét bespreken, is een historische fout."

Belgische mama's

Ontinyent. 400 kilometer zouden we langs heuvels, droogte, landschappen die vanuit de lucht op wafels lijken en door de hitte lam geslagen stadjes moeten rijden om het vanuit Madrid vanavond nog te halen. Niet zo ver van Valencia. Maar we doen het pratend. Zo kunnen we ondertussen een 'sable chocolate' delen.

"In mei 1937 kwamen 21 Belgische vrouwen naar Ontinyent. Uit Brussel en Antwerpen, allemaal joodse vrouwen, dochters van joodse migranten die uit Polen en Roemenië naar België waren gekomen. Die 21 wilden met de milities meevechten, maar ze belandden in Ontinyent, waar een hospitaal was opgericht met duizend bedden en vier operatiekamers. Met geld van de Belgische socialistische vakbonden en het Internationaal Solidariteitsfonds."

Les mamàs belgues is de titel van de documentaire die Sven Tuytens over die 21 vrouwen maakte. Een film van 26 minuten met wel heel bijzonder archiefmateriaal. "De Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson heeft er ooit gefilmd. Achteraf vermeldde hij dat werk nooit meer, maar in mijn film zitten zes minuten Cartier-Bresson."

Waarom kwamen die vrouwen daar? "In België had het communisme die joden de kans gegeven zich te integreren in de maatschappij. Het was hun manier om vrij te zijn. Die vrouwen, kinderen van een generatie die door de pogroms verdreven waren, wisten dat Duitsland al kampen bouwde en dat communisten en joden vervolgd werden. Ze zagen in de burgeroorlog de kans om het fascisme te stoppen."

Beeld Franky Verdickt

In Ontinyent verzorgden ze soldaten. Burgers. Kinderen. Slachtoffers van Franco. "Aan het einde van de oorlog moesten ze terug naar België, waar net de Tweede Wereldoorlog begon en waar zij als joden en bestrijders van het fascisme op een zwarte lijst terechtkwamen. Ze moesten ondergronds. Soms in het verzet. Vier van de 21 zijn in een Duits concentratiekamp gestorven. Na de oorlog werden de 21 vergeten."

Alleen de Gentse historicus Rudi Van Doorslaer verdiepte zich er later in en interviewde in 1986 de nog levende strijdsters. Zoals Vera Luftig, de vrouw van Spanjestrijder Emiel Akkerman die er in november 1936 was gesneuveld. Net als zijn broer Piet. Samen met Van Doorslaer schreef Tuytens een boek over die Piet Akkerman: Van Antwerpse vakbondsleider tot Spanjestrijder. Luftig spioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog nog voor de Russen. Ze overleed in 1950.

"Vandaag zitten in het klooster van Ontinyent bejaarde paters van wie de meesten nog altijd franquisten zijn. In hun bibliotheek zit Mein Kampf nog en een onderzoeker met wie ik werkte, geraakt er niet binnen omdat die paters nog wéten dat zijn moeder in 1936 lid van de plaatselijke volksmilitie was. Voor hen is die man nogal altijd een rode hond."

Afscheid

Daarnet begon hij even over Syrië en die vergelijking is opvallend. Andere redenen hoor. Toen trokken Belgische jongens (en dus ook vrouwen) naar Spanje om te vechten tegen het fascisme. Vandaag trekken ze naar Syrië voor een andere oorlog. "Onlangs zag ik cijfers en het viel op: in 1936 waren België en Frankrijk de grootste leveranciers van strijders in Spanje, net als vandaag in Syrië. Binnen België zag je tachtig jaar geleden exact dezelfde as: Antwerpen, Vilvoorde, Brussel. De Syriëstrijders zijn migrantenkinderen, de Spanjestrijders waren dat ook.

"De verklaring? Marginaliteit. In Anderlecht heb ik jongens gekend die nu in Syrië en Irak vechten. Die waren niet gelovig, maar ginder werden ze oorlogschefs. Ze werden iemand. In de Spaanse Burgeroorlog zag je hetzelfde. Meer dan één strijder had een strafblad, zoals die jongens nu. Vertrekken is beter dan blijven. De oorlog is een manier om een nieuw leven te beginnen."

En dan, als we teruggekeerd zijn naar de Plaza Santa Ana, waar Federico García Lorca een duif voedert, vertelt hij hoe zo'n oorlog zelfs het leven van Sven Tuytens bepaalde. Zijn grootvader was notaris, oorlogsheld tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar maakte tijdens WO II als Vlaams-nationalist de verkeerde keuze en was dus zwart. De familie vluchtte naar Zuid-Afrika, zijn vader groeide op in Kaapstad. "Maar hij vond de Zuid-Afrikaanse samenleving verschrikkelijk en wilde zo snel mogelijk vertrekken. Toen dat kon, was het eerste schip dat in de haven zou wegvaren, een Noors schip."

Dat Sven Sven heet en zijn broer Axel is niet toevallig. Vader voer op Noorwegen, maar later ook naar Argentinië, naar Congo. Avonturier, autoritair ook wel, man van het laatste woord. Man die zelf besliste. Toen hij 70 was, stierf hij aan pancreaskanker. En na euthanasie. "De dokters hadden hem nog negen maanden gegeven, zeven maanden gingen relatief goed, op het einde ging het snel. Chemo of operatie wilde hij niet, de dokters hadden hem verzekerd dat dat maar uitstel was. Zijn huisarts was protestants, die begeleidde hem, maar dat spuitje zou ze om haar geloof niet kunnen geven. Geen probleem, er moet toch altijd een tweede dokter bij zijn. Maar uiteindelijk, die dag om 3 uur in de namiddag, deed ze het toch. 'Ik heb nu zo'n relatie met je opgebouwd, ik doe het voor jou', zei ze.

Op stap in de wijk La Latina, de kern van 'Al-Majrit' waarop het Madrid van vandaag gebouwd werd. Beeld Franky Verdickt

"Het was verschrikkelijk", zegt hij dan, maar laten we hoe de familie afscheid nam van hun zieke vader bij de familie laten. "Ik heb hem maar één keer zien wenen. 'Ik vind het erg dat ik de kleinkinderen niet zal zien opgroeien', zei hij."

Is er iets veranderd, sindsdien? "Als je vader sterft, begint voor een man een nieuw leven.

"Na die dagen kreeg ik een grote nood aan spiritualiteit. Ik besefte hoe slecht we voorbereid zijn op wat natuurlijk is, de dood. En dat het voor gelovigen misschien wat makkelijker is. Zij hebben rituelen. Wij worden niet geleerd om te gaan met de dood. De mediterrane cultuur staat daar veel dichter bij. Dat zag ik in Tunesië en Marokko. In Mexico bestaan er zelfs dodenfeesten. Maar wij? Wij zijn veel te veel bezig met nadenken en veel te weinig met onze gevoelens.

"Dat probeer ik nu wel met Alba en Inés. Als we in een kerk komen, branden we kaarsjes voor wie gestorven is. Voor opa of voor een dier dat overleden is. Ik wil met hen de dood een plaats in het leven geven."

Dat klinkt als afscheid. Een hand, de taxi, naar de luchthaven. Deze Ronde van Spanje is over en beter dan met een allerlaaste citaat van Cees Nooteboom kan die niet eindigen. De laatste twee zinnen uit De omweg naar Santiago: 'Er is een eind aan zijn omweg gekomen. Zijn Spaanse reis is voorbij.'

Met dank aan Roos Van Acker

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.