Vrijdag 19/04/2019

Hoger onderwijs

Als je studies een leugen zijn: "Ik keek naar series tot mijn batterij plat was"

Elk jaar zien psychologen in het hoger onderwijs studenten die in hun eigen leugens verstrikt zijn geraakt. Terwijl de omgeving een verhaal van schone schijn te horen krijgt, vallen hun studies volledig stil. Maar de bom, die barst onvermijdelijk. “Mezelf graag zien lukt niet meer.”

Beeld Lévi Jacobs

Drie jaar lang was Joris* een modelstudent. Elke ochtend stapte hij thuis de auto in, ging naar de lessen, studeerde hard en slaagde voor alle vakken. Alleen: dat was wat hij zijn familie en vrienden deed geloven. 

“In werkelijkheid parkeerde ik mijn auto aan het station en bleef ik de hele voormiddag zitten. Ik keek naar series tot mijn laptopbatterij plat was, of las 
Knack en Humo uit. Allemaal lang genoeg om te kunnen zeggen dat ik naar de les of het examen was geweest.”

De mislukking van een eerste studie had Joris nog met het thuisfront gedeeld. Toen ook de tweede kans na een jaartje ‘verprutst’ leek, koos hij voor een naar eigen zeggen “schizofrene realiteit”: die van de ‘pretendstudent’. We lenen die term even van het Nederlandse studentenblad Univers, dat in 2009 al een verhaal over het fenomeen bracht.

In de grond zijn het namelijk studenten die doen alsof. Ze liegen hun volledige omgeving voor dat ze naar de lessen gaan, slagen voor examens waar ze niet eens aanwezig waren of verzinnen een fictieve stageplaats. “Op den duur was het een ingewikkeld web van leugens, maar ik werd er ook heel bedreven in. Ik had altijd wel een verhaal klaar”, zegt Joris. 

De 0 op de puntenkaart werd aangepast naar een verzonnen slaagcijfer, voor het geval iemand een bewijsstuk zou vragen. 'Kijk, weer vlotjes erdoor.'

Tot de student dus tegen de muur loopt: het leerkrediet is op, of – als de student niet meer ingeschreven raakt, maar blijft liegen – de kinderbijslag komt niet meer binnen. “Mijn moeder had een brief gekregen waaruit bleek dat ik mijn stageplek verzonnen had", zegt Joris. "Ik werd er dus eigenlijk toe gedwongen om alles te vertellen. Achteraf gezien was dat het beste wat mij kon overkomen. Zelf had ik die stap wellicht nooit gezet.”

Kleine aula vol

Een rondvraag bij alle centra voor studentenwelzijn van de Vlaamse universiteiten leert dat het een extreem, maar bekend fenomeen is. “Helaas zien we zulke studenten meestal pas als de bom barst”, zegt Sarah Vermeersch, studentenpsychologe aan de UGent. Hoe vaak het voorkomt, is moeilijk in te schatten, maar omdat de bom meestal in september barst, na de herexamens, kunnen de centra wel een inschatting maken.

“Ik vermoed dat er in deze korte periode wekelijks een vijftal verhalen opduiken van studenten die liegen, vaak twee à drie jaar lang”, zegt Vermeersch. 

Bij de VUB, KU Leuven en UHasselt wordt gewag gemaakt van “een aantal” dat jaarlijks de kop opsteekt. Enkel de UAntwerpen zegt dat het “slechts één keer in vijftien jaar is voorgekomen”. 

De kanttekening komt echter unisono. “Er zijn wellicht meerdere gevallen die hier nooit over de vloer komen”, zegt Katrien Gybels van het s
tudentengezondheidscentrum aan de KU Leuven.

Als we even een zeer onwetenschappelijke extrapolatie mogen uitvoeren, vallen volgens die redenering jaarlijks een paar tientallen Vlaamse studenten door de mand. En gezien de aard van het beestje (twee à drie jaar lang liegen) is de groep die op een gegeven moment in het web verzeild raakt, nog groter. Een kleine aula, zo u wil.

Die verhalen zijn eindig, maar ergens moeten ze ook beginnen. Philip Swerts, anderhalf jaar aan de slag als studentenpsycholoog bij de UHasselt, heeft weet van "een handvol" van die studenten, en ziet dat het zeker geen homogene groep is. "Niet bij elke student is het volledig geëscaleerd. De beweegredenen waarom en het moment waarop iemand begint te liegen, verschillen bovendien sterk van geval tot geval." Soms is het bijvoorbeeld druk vanuit de omgeving, maar evengoed is dat enkel perceptie in het hoofd van de student. Soms begint het snel, soms pas laat.

Zo begon Joris na ongeveer een jaar al te liegen over zijn studies: de blokvakken lukten niet "omdat ik in het middelbaar nooit had moeten studeren". 

Verwachtingspatroon

Het verhaal van Sofie* leest helemaal anders. Zij was drie jaar lang wél op het goede spoor, maar blokkeerde plotseling bij haar masterproef. "Aan het onderzoek dat ik moest uitvoeren hing een prijskaartje van 20.000 euro vast. Een peulschil wellicht voor dat bedrijf, maar voor mij leek dat enorm. Wat als dit mislukt?"

Op dat moment begon ze haar promotor te vermijden, en te liegen. "Je voelt jezelf het slechte pad opgaan, maar ik had nog nooit moeilijkheden gehad. 'He, ik zit vast', dat kreeg ik gewoon niet over mijn lippen", zegt Sofie over die beginnende spiraal. 

Dat is wellicht de grootste gemene deler die ook de studentenpsychologen aanvoelen bij de pretendstudent: "Het heeft te maken met een verwachtingspatroon dat heel sterk leeft bij de student, en waar hij of zij niet aan voldoet", zegt Gybels.

Ook die onderliggende verwachtingen zijn uiteenlopend: de 'slimmerik' in het middelbaar die moeilijk kan aarden in de middenmoot. Of een druk van thuis uit, die soms onbewust of met de beste bedoelingen gecreëerd wordt, zegt Gybels. "Een ouder die bijvoorbeeld altijd maar zegt: 'Geen zorgen, je gaat dat supergoed doen.' Als die zorgen er dan toch komen, willen sommige studenten dat positieve beeld angstvallig overeind houden. Ze kunnen die bubbel niet doorprikken."

Volgens Vermeersch gaat het vaak gepaard met een passieve vorm van faalangst. “Alles wat die persoon herinnert aan het studeren, wordt op een heel radicale manier vermeden." Lessen of examens skippen zijn de bekendste voorbeelden, maar ook iets banaals als 'de cursus gaan kopen' is een obstakel.

De enige uitweg

Het zijn onderliggende problemen waar veel studenten mee worstelen, maar die dus bij een kleine groep tot extreme situaties leiden. "Je ziet duidelijk hetzelfde patroon als bij uitstelgedrag", zegt Gybels. "Uitstellen of liegen: wie rationeel denkt, weet dat je zo niet tot de oplossing komt. Maar de bekrachtiging is soms zó sterk. Je bent weer heel eventjes verlost van de lastige gevoelens die telkens weer om de hoek loeren."

Toch: hoe lastig kan een leven zijn waarin je elke dag niets doet? "Ik sliep vaak tot 's middags, bleef de hele dag op kot of ging een tweetal uurtjes in de cafetaria van het ziekenhuis zitten als ik zogezegd een afspraak had", zegt Sofie, die na het liegen over haar dagelijkse bezigheden 's nachts zwaar ging feesten. "Een vorm van escapisme", noemt ze het. 

Joris beaamt dat zijn sociale leven verder liep, maar "zeer oppervlakkig" werd. Intieme contacten zijn moeilijk als je een hele realiteit te verbergen hebt.

"Studenten in die situatie worstelen vaak met heel zware gevoelens van schaamte", zegt studentenpsychologe Katrien Vanderstappen (VUB). Ze doelt vooral op de gedachte 'niet te voldoen'. 

Maar die wordt volgens de getuigen nog versterkt door andere schaamtegevoelens. "Dat niemand je nog echt kent", zegt Joris. En niet te vergeten: de dure investering van ouders (een kotstudent kost ongeveer 12.000 euro per jaar) en subsidies (ook circa 12.000 euro) die door de ruit worden gekieperd. "Soms dacht ik: wat zou het makkelijk zijn als ik nu word aangereden. Dan ontloop ik al die verantwoordelijkheden", zegt Sofie.

"Soms zit iemand zo vast in dat web van leugens, dat suïcide nog de enige uitweg lijkt", beaamt Katrien Gybels, die aangeeft dat er gevallen bestaan waarbij die gedachten ook tot een wanhoopsdaad hebben geleid.

Vals UGent-adres

In de meeste gevallen barst de bom gelukkig zonder slachtoffers. Studenten worden door externe omstandigheden verplicht om alles thuis op tafel te gooien, of soms kiezen ze dus voor de studentenpsycholoog als allereerste vertrouweling. "Ze geven vaak expliciet aan wat voor gigantische last er van hun schouders is gevallen", zegt Philip Swerts. "Meestal leeft er een idee dat zij de enigen zijn die zich zo extreem in de penarie hebben gewerkt."

Maar ook via de psycholoog leidt de weg van de waarheid onomstotelijk naar de ouders. "Ze tonen kwaadheid aan het oppervlak, maar daaronder broeit eveneens een schuldgevoel", zegt Vermeersch. 'Had ik dit moeten zien?' 'Heb ik iets verkeerd gedaan?' "In feite hebben ze al die jaren meegeleefd met de leugen, maar zelf kunnen ze er natuurlijk weinig aan doen.” 

Een ouder wantrouwt zijn eigen kind niet. En steken die controlegevoelens bij een ouder toch even de kop op, dan worden de grove middelen ingezet, merkte ook Vermeersch. “Er is een student geweest die via mailverkeer met de ombudsman aan zijn ouders bewees dat zijn niet-inschrijving een vergissing was." Alleen had hij een vals UGent-adres aangemaakt, en toonde hij dus mailverkeer met zichzelf.

"Ik voelde bij mijn familie en vrienden vooral dat ze het niet begrepen. En eerlijk, ik begrijp zelf nog steeds maar half hoe ik die persoon kon zijn. De psycholoog die ik daarna bezocht, vertelde me dat ik iets waardevols moest proberen te halen uit die periode. Tot op vandaag lukt me dat niet", zegt Joris.

Ook dat valt op: terwijl de studentenpsychologen verzachtende taal spreken, zijn zowel Joris als Sofie ongemeen hard voor zichzelf. Nochtans herpakte Joris zich met een master aan UGent, en kon Sofie op het nippertje haar studie heropnemen. 

"Ik werk nu, maar voel dat ik erg moet compenseren", zegt ze. "Elk klein leugentje, elke keer dat ik iets ga drinken in mijn oude studentenstad, doet me denken aan die periode, en tot wat ik in staat ben geweest. Mezelf graag zien, dat lukt me niet meer."

* De namen zijn verzonnen.

Is 'volmacht op studieresultaten' de oplossing?

Hoe kun je vermijden dat studenten zich opsluiten in een kluwen van leugens? "Geef ouders de mogelijkheid tot een soort volmacht", oppert een vader wiens zoon uit het leven stapte.

"De eerste keer dat het kindergeld niet meer kwam, zocht ik contact met de universiteit. Die kon me geen informatie geven, dus duwde ik door bij mijn zoon. Eerst volhardde hij in de leugen, maar toen kwam dat hele kluwen eruit gestort."

Na de moeilijke gesprekken die volgden, gaf Guido zijn zoon een nieuwe studiekans. "Ik dacht dat hij de zaken nu serieus zou nemen, gaf hem opnieuw vertrouwen, maar het spelletje begon blijkbaar opnieuw." De tweede keer dat het kindergeld wegbleef, rook Guido opnieuw onraad. Helaas rook zijn zoon dat ook. Die avond stapte hij uit het leven.

Het verhaal toont gelijkenissen met wat studentenpsychologen schetsen: een 'golden boy' die in het hoger onderwijs wellicht over een verwachtingspatroon struikelde, en een vader (en moeder) die nu worstelen met gevoelens van spijt, schuld en boosheid. "Maar het liefst wil ik voorkomen dat andere ouders in de toekomst voor zo'n voldongen feit komen te staan."

Guido trok daarop met een idee naar de universiteiten: waarom zouden studenten, op vrijwillige basis, geen volmacht kunnen geven, zodat een ouder bijvoorbeeld kan inloggen op het leerportaal? "De student kan kiezen wanneer hij in of uit dat systeem stapt. Voor een bankrekening kan dat perfect, het lijkt me logisch dat zoiets ook voor studieresultaten kan. Eerlijk, hoeveel studenten zijn er op hun 18de al helemaal volwassen? Hoeveel zijn er klaar om al die verantwoordelijkheden te dragen?" Volgens de ontwikkelingspsychologie: steeds minder.

Dat meerderjarige statuut, en de privacy die daarbij komt kijken, is onlosmakelijk verbonden met dit verhaal: studenten kúnnen hun volledige omgeving iets voorliegen, net omdat de universiteit alleen met de student communiceert. Moet er een controle op die communicatielijn komen?

Binnen de Vlaamse Universitaire Raad (VLIR) werd het voorstel besproken, maar Guido kreeg nul op het rekest. Ilse De Bourdeaudhuij, directeur onderwijs aan de UGent, legt uit dat "zo'n verregaande controle gewoon niet kadert binnen de manier waarop we omgaan met een meerderjarige student".

Zelfredzaamheid en autonomie zijn heilige competenties aan de unief. Bovendien zien studentenpsychologen een keerzijde: studenten die nu wél de weg vinden naar hun vertrouwensplek, om te praten over angsten of schaamte en hoe die te communiceren naar hun ouders, worden op snelheid gepakt. Lang niet alle 'eerste leugentjes' ontsporen.

De instellingen zetten wel sterk in op laagdrempelige acties om welzijn te bevorderen. Vroegdetectie bijvoorbeeld, zodat studenten die worstelen met resultaten een gesprek aanvatten voor de situatie escaleert. Ook mentorsystemen en groepstherapieën moeten studenten uit hun isolement trekken. Bij individuele therapie bestaat dan weer de mogelijkheid om ouders te betrekken bij de gesprekken.

"Bovendien proberen we ouders beter te informeren. Wanneer komen punten online? Hoe kunnen ouders samen met hun zoon/dochter de puntenlijst printen? Vaak kunnen ouders door een gebrek aan die kennis te makkelijk om de tuin geleid worden", zegt De Bourdeaudhuij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.