Zaterdag 28/03/2020

‘Als je met iets nieuws komt, doen mensen dat graag af als onkunde’

Ze kwamen het afgelopen jaar allebei uitgebreid in het nieuws: Roger Raveel met zijn overzichtstentoonstelling De wereld van Raveel in het Vlaams Parlement, Kamagurka met zijn Kamalmanak, het lijvige resultaat van 366 dagen schilderen in opdracht van Omega Pharmabaas Marc Coucke.

In de Kamalmanak staat op 28 april 2008 De hand van de meester. Een portret van Roger Raveel waarop hij zelf de citroengele achtergrond met het mes aanbracht. Hoelang kent u ‘de meester’ al, Kama?

Kamagurka: “Ik ken het werk van mijnheer Raveel al jaren.”Raveel: “Komaan Kama, het is Roger, hé.”Kamagurka: “Op de academie kwam ik voor het eerst op een serieuze manier in contact met de schilderkunst. Het werk van Roger Raveel was op dat moment al erg bepalend in Vlaanderen. Maar het persoonlijke contact is pas veel later gekomen. Eerst dankzij Willy Van den Bussche (toenmalig conservator van het PMMK in Oostende, nu MuZee, nvdr): hij heeft me op een middag uitgenodigd om mee te komen naar het atelier van Roger. En later door Marc Coucke, een groot bewonderaar en verzamelaar van Raveel. Dat was een inspirerende ontmoeting. Daarom heb ik in het jaar van de Kamalmanak aan Roger voorgesteld om een portret te maken van hem in zijn atelier. Zulma leefde toen nog. Zij zat daar in de zetel, terwijl wij aan de andere kant stonden te schilderen. Dat was een hele eer.”Raveel: “Ik wil hem ook een vraag stellen, als ik mag. Kama, wanneer bent u zich bewust geworden van mijn Nieuwe Visie en de ontstaansgeschiedenis daarvan?”Kamagurka: “Euhm, ik kan daar geen datum op plakken, maar die Nieuwe Visie wordt al zo lang als ik mij kan herinneren in één adem met jouw naam genoemd.”Raveel: “Laat mij het nog eens uitleggen. De mens is zeer sterk beïnvloed door technische realisaties en wetenschappelijke ontdekkingen. Hij is er totaal anders door beginnen te kijken, denken en voelen. Dat heeft mij altijd beziggehouden. Ik keek in mijn jeugdjaren gefascineerd naar de mensen die niet mee waren met die ontwikkelingen. Wij hadden thuis een radio. Op een dag vroeg ik mijn vader om dat toestel eens vast te nemen en plots speelde de radio veel luider. Mijn vader schrok en zei: ‘Verdomme, er gaan golven door mijn lijf!’ Nu kijkt niemand daar nog van op, maar toen was dat nog niet doorgedrongen tot de mensheid. Op dat moment besefte hij hoe weinig hij afwist van die dingen en hij wilde dat onderzoeken. Vader was een zoeker en ook een beetje een createur. De intensiteit van die ervaring is cruciaal geweest voor het ontwikkelen van mijn vernieuwende schildertaal. Het zou nog jaren duren voor Roland Jooris daar de term ‘Nieuwe Visie’ voor bedacht.” Kamagurka: “Dat is eigenlijk wat jij schildert. Jij maakt het onzichtbare van die golven duidelijk. Jij hebt beelden gecreëerd die op mijn netvlies gebrand staan. Je hebt het witte vierkant geïntroduceerd in de schilderkunst, het blanco doek, de uitsparingen en de silhouetten. Dat zijn toch bijna iconen geworden in de Lage Landen. Ik ken geen enkele andere schilder die binnen één werk banale objecten als koffiekannen, tafelpoten en weidepalen zo moeiteloos doet rijmen met het mystieke onbekende.”Raveel: “Voilà! Soms schilder ik de objecten niet eens, maar stop ik ze er gewoon in. In Herinnering aan het doodsbed van mijn moeder heb ik de echte bedstijl geïntegreerd. (Bladert in een boek en wijst naar een schilderij waarop Ensor figureert) En kijk hier, die heb ik nog ontmoet. Ik was een jaar of vierentwintig. Ensor had graag bezoek van jonge artiesten.”

Mijnheer Raveel, al op jonge leeftijd zei u: ‘Ik heb alle twijfel uit mijn vocabularium geschrapt.’ U wist snel dat u op schildertechnisch vlak alles kon.

Raveel: “Dat ik kon tekenen, wist ik van kindsbeen af. Daar staat bijvoorbeeld een zelfportret van toen ik twaalf jaar was (wijst naar een aantal weggedraaide doeken en kaders). Ik maakte toen zeer veel portretten. Er hangen er zelfs twee uit die periode in Amerika. Men zei toen: ‘Niemand kan tekenen zoals Raveel.’ Aan dat soort erkenning geen gebrek. Ik wilde niet meer twijfelen aan de noodzaak om anders te gaan schilderen. Je moet traditionele methodes soms brutaal liquideren om een geleidelijke evolutie op gang te brengen. Anderen hebben mij dat trouwens voorgedaan. De nieuwe inzichten van de wetenschappen hebben ook veel invloed gehad op een groot kunstenaar als Van Eyck. Hij heeft de mensen getoond zoals ze echt zijn, wars van de toen gangbare stereotypen en katholieke symboliek. Dat geldt evenzeer voor Rubens: hij heeft de sensualiteit en de spontane toets toegevoegd. En ook Frans Hals en later Van Gogh en Gauguin waren stuk voor stuk vernieuwers die mij erg bezighielden. Mijn studiegenoten lagen daar niet wakker van, ik wel. Ik sneed in de jaren veertig al hoeken van schilderijen, niet letterlijk natuurlijk, maar optisch. Toen vond men dat absurd.”

Kamagurka, u zei: ‘Kunst kun je niet studeren. Je kunt maar beter op tijd de academies ontvluchten.’

Kamagurka: “De dingen die je uit jezelf leert, zijn veel krachtiger en belangrijker dan wat iemand anders je aanleert. Daar ligt het geheim van de grote schilder. Een goed kunstenaar onderscheidt zich door de ervaring die hij zelf opdoet, zonder inmenging van buitenaf. Als je met iets nieuws komt, doen mensen dat graag af als onkunde.”Raveel: “Dat is waar, behalve de broeders in de kunst. Terwijl iedereen riep dat mijn witte vierkanten niet deugden, vond Hugo Claus mij net geweldig.”Kamagurka: “En als je maar genoeg appreciatie krijgt van de juiste mensen wordt die zogenaamde onkunde plots de norm. En op den duur onderwijzen ze het op de academie. Net zoals wij in de jaren zeventig naar Raveel moesten kijken, mag je er zeker van zijn dat gasten op de academie mij nu al als voorbeeld geserveerd krijgen. Terwijl ik na één jaar ben weggegaan van de academie omdat ik het technische gezever niet meer aankon.”

Kamagurka, u leert al doende. U hebt in 2008 elke dag geschilderd. Is de technische vooruitgang bevredigend?

Kamagurka: “Ik heb meer vooruitgang geboekt dan ik durfde te dromen. Dat wil ik nu vasthouden. Ik wil bouwen aan een toekomst in de schilderkunst. Als je de techniek even verwaarloost, raak je ze ook weer kwijt. Je bent eigenlijk verplicht om ononderbroken door te werken.”Raveel: “Talent blijft de essentie, maar een kunstenaar moet veel schilderen. Neem bijvoorbeeld het werk... (zoekt tussen zijn boeken) Ik vind het niet meteen. Ik heb natuurlijk al een gezegende leeftijd. Hoewel, ik heb de pretentie te denken dat ik een vrij goed geheugen heb, maar het is natuurlijk moeten afzwakken, anders was ik allang dood. Dat verhaal ken je wel zeker? Een hersenonderzoek toonde aan dat mijn verstand nooit stilstond. De dokter zei: ‘Dit is onvoorstelbaar, het is abnormaal dat u dit volhoudt!’ Hij schreef me medicijnen voor om mijn brein te kalmeren, maar daar werd mijn zicht wazig van. Ik kon zelfs geen krant meer lezen.”Kamagurka: “Je had blind kunnen worden door die pillen.”Raveel: “Ik ben gered door een dokter in Brussel, een homeopaat. Hij geloofde dat mijn spijsvertering een invloed had op mijn geest en hij zette mij op dieet. Ik mocht geen extra prikkels meer krijgen, ik had er al te veel.”Kamagurka: “Die overgevoeligheid herken ik. Als je met iets artistieks als schilderkunst bezig bent, sta je veel meer open voor dingen. Ik heb in 2001 iets heel vreemds meegemaakt. Ik was aan het schilderen en ik raakte in een soort trance. Dat gebeurt wel vaker als ik op dreef ben. Op het doek staat een chaotische massa, overal mensen en koppen. Daar wilde ik per se twee vliegtuigen door laten vliegen. Ik had al één vliegtuig op de voorgrond geschilderd, met een piloot die door de menigte vliegt. In de verte schilderde ik er nog een tweede vliegtuig bij. Afijn, ik was heel tevreden over dat doek. Ik werkte het verder af en zette het weg. “Een paar maanden later zie ik de beelden van 9/11. Ik was dat schilderij ondertussen vergeten. Toen het later in het Stedelijk Museum van Amsterdam hing, vroeg een Amerikaan me wat ik wilde vertellen met dat werk. Pas terwijl ik die man uitleg gaf, besefte ik dat ik 9/11 geschilderd had, maanden voor die ramp gebeurd was. Ik weet zelf niet wat ik daarvan moet denken. Ik herinner mij dat Bin Laden met zijn manschappen in een of andere grot zat en zei: ‘We moeten stoppen met dromen over ons project, want ze zullen het opvangen.’ Zou het kunnen dat je je als schilder zodanig openstelt? Net zoals jij vertelt, Roger. Wanneer jouw vader daar staat met die antenne in zijn hand en er golven door hem heen gaan, zo is een schilder ook een soort radio, een transmissiecentrum. Ik ben er erg van geschrokken dat mij dat overkwam. Ik ben tenslotte Madame Soleil niet. Wij zijn daar als mens niet voor gemaakt. Ik kan mij dus inbeelden dat Roger ook allerlei dingen binnenkrijgt waar hij niet tegen opgewassen is.”

Kamagurka, u hebt het accidentalisme bedacht. U schildert een fictief portret waar mensen zich later in blijken te herkennen. Heeft die portrettenreeks ook iets met die profetische gave te maken?

Kamagurka: “Nee, ik hoop dat die onbewuste voorspelling strikt toevallig was en dat ik dat verder nooit meer moet meemaken. Het accidentalisme is van een heel andere orde. Ik zie dat als een extreem antwoord van de schilderkunst op de fotografie. Je kunt niemand fotograferen die nog niet voor je staat of zelfs niet bestaat. Ik kan dat wel als schilder. In die zin hebben wij een streepje voor op de fotografen. Weet je dat er minstens veertig mensen zijn die zeggen dat ze op een portret van mij lijken? Iedereen heeft het recht om te zeggen dat hij op zo’n accidentalistisch portret lijkt, daar is verder niks profetisch aan.”

Hoe verschrikkelijk mooi was het leven in 2009?

Raveel: “Het verschrikkelijke mooie leven? Dat was niet in 2009, dat werk schilderde ik al in 1965.”Kamagurka: “Ik vond het een verschrikkelijk enerverend jaar. Ik heb in 2008 366 schilderijen gemaakt en ik dacht op 31 december klaar te zijn met het Kamalmanakproject. In 2009 zou ik rustig aan mijn nieuwe theatershow schrijven. Niet dus, ik heb nogal wat schilderijen moeten aanpassen. Zo was er een werk dat vooraf besteld was: het formaat klopte, maar we hadden de afmetingen verwisseld. Dat moest een staand werk zijn in plaats van een liggend. Die mens kon dat zo niet ophangen. En dan moest het boek nog gemaakt worden. Eerst dacht ik al het materiaal simpelweg bij een vormgever te droppen, tot ik daarover begon na te denken. Het boek moest die 366 werken een bestaansreden geven. Bij elk beeld hoorde een tekst, vond ik, en ik moest die zelf met de hand schrijven. Ik ben daar zes maanden mee bezig geweest.”

Hebben uw schilderijen dan zoveel uitleg nodig?

Kamagurka: “Ja, ik heb dat vroeger nooit zo concreet aangevoeld. Nu kwamen er kopers in mijn atelier die hun appreciatie of misprijzen niet onder stoelen of banken staken. Je merkt dan dat mensen argeloos voorbijgaan aan al de dingen die je er hebt ingelegd. Met dat boek zag ik een kans om mijn eigen werk uit te leggen. Zo toon je als maker dat tenminste één iemand het werk heeft begrepen. (lacht) Ondertussen zijn alle schilderijen de deur uit, ook de nieuwe van 2009. En het boek is uitverkocht (glimlacht met een zucht).”

Mijnheer Raveel, nog niet zo lang geleden vertelde u aan wie het horen wilde dat u zich de miskendste schilder ter wereld voelde. Hebben de exposities en de media-aandacht in 2009 iets goed gemaakt op dat vlak?

Raveel: “Ja, en ik heb toch ook al tien jaar een mooi museum, hé. Bekendheid houdt mij nu meer bezig dan vroeger. Zoals u weet was ik zeer goed bevriend met Claus. Hugo vond dat ik mee moest naar Amerika. Hij zei: ‘Gij moogt nog honderd keer de grootste zijn, als ge hier blijft gaat niemand dat ooit weten.’ Ik antwoordde: ‘Wij moeten toch allemaal dood.’ Het besef van de vergankelijkheid hield mij vroeger meer bezig dan het streven naar tijdelijke roem. Met het ouder worden is dat wel wat veranderd. Ik heb meer interesse gekregen in wat er met mijn werk zal gebeuren als ik er niet meer ben.”Kamagurka: “Is dat zo? Ik zou denken dat je daar met het ouder worden minder interesse in krijgt.”Raveel: “Ik ben meer gaan geloven in de schoonheid die de kunst teweeg kan brengen. De liefde en de kunst zijn het mooiste dat er bestaat. Ik heb er nu meer plezier in dat ik de mensen gelukkig kan maken met mijn kunst. En dat gaat natuurlijk ook over liefde voor de vrouw, hé.”

Kamagurka, uw internationale doorbraak is door Marc Coucke op schema gezet. Over vijf jaar moeten uw schilderijen in New York hangen. Is dat zo belangrijk?

Kamagurka: “Ik vind van wel. Mijn tekeningen hebben zowat de hele wereld afgereisd, maar mijn optredens, bijvoorbeeld, gaan niet verder dan het Nederlandse taalgebied. Met schilderijen kun je een veel groter publiek aanspreken. Het accidentalisme reist momenteel naar Boedapest, Londen, Berlijn, Amstelveen. De mogelijkheden van een universele taal maken mij nieuwsgierig. Ik ben trouwens nu al bezig met het verruimen van die taal. Ik werk aan sculpturen en installaties en ik heb nog andere plannen.”

Een serieuze schilderscarrière vereist overgave en vraagt offers.

Kamagurka: “In 2009 heb ik bijna alleen de stress van het succes ervaren. Ik had er niet op gerekend dat de belangstelling zo overrompelend zou zijn. Ik heb met mijn medewerkers duidelijke afspraken gemaakt. Volgend jaar ga ik, meer op zijn Raveels, tijd in mijn atelier doorbrengen.”

Zou u kunnen stoppen met cartoons of blijven die de noodzakelijke bron van ideeën voor een schilderij?

Kamagurka: “Schilderen is steeds meer een absolute prioriteit. Bij cartoons word je altijd afgerekend op de geestigheid. Ik ben in een nieuwe fase gekomen. Ik heb minder de behoefte om grappen te maken op zichzelf. Met de schilderkunst kun je zeggen: kijk, dit is gewoon een schoon schilderij en dat is niet om te lachen. Je moet als artiest niet krampachtig vasthouden aan het beeld dat mensen van je hebben. Je moet bewuste en radicale keuzes durven te maken, zelfs als ze niet vanzelfsprekend zijn. Dat ben ik nu ook echt aan het doen. Zo verdien je een nieuw publiek.”

Voor de kunstenaar Raveel is zijn geliefde en de stabiliteit van hun leven samen cruciaal. Hebt u ook dat soort stabiliteit nodig?

Kamagurka: “Ik zit op dat vlak anders in elkaar dan Roger. Ik ben niet de schilder die vanuit gezinsisolement werkt. Ik sta heel sociaal in het leven en heb veel mensen rondom mij, niet alleen een lief of een vrouw. Soms sta ik zot van een vrouw, soms weet ik niet waar te kruipen in een relatie, uit beide situaties kan op artistiek vlak iets boeiends voortkomen. Ik kan zelfs goed creëren vanuit onrust. Het gaat over concentratie. Ik vind stabiliteit in mezelf. Ik werk vanuit het onderbewuste en negeer alle ratio. Alles moet eerst door een filter.”

Mijnheer Raveel, u beleefde dit jaar een heftig dieptepunt. Hoe is het om te schilderen zonder Zulma?

Raveel: “Zulma was een uitzonderlijke vrouw. Ik heb sinds haar overlijden tien gekleurde tekeningen gemaakt voor Een nieuw requiem, een voorstelling van Jeroen Brouwers en Josse De Pauw. Nu ben ik bezig met zeefdrukken van de kat. Zes zeefdrukken, vijf zijn al gesigneerd, aan nummer zes heb ik vanochtend gewerkt. Dat vind ik ook wel, al zeg ik het zelf, belangrijk werk. (stilte)”

Ziet u die zeefdrukken als een ode aan Zulma?

Raveel: “Het is misschien wel zo begonnen, want zij hield van katten. (lange stilte) Nadat Zulma gevallen is, heb ik door haar op te tillen een maagscheur gekregen. Wij zijn samen naar het ziekenhuis gevoerd. Ik ben daar maar acht dagen moeten blijven, voor Zulma is het verkeerd afgelopen. Tot een jaar voor haar val had zij nog zoveel plannen en ideeën. Ze zat hier in huis altijd bij dat schilderijtje van mijn vader. Ze vond dat een buitengewoon meesterwerk. Voor haar dementie zat ze graag in mijn atelier, terwijl ik schilderde. Zulma was zeer overtuigd van mijn talent. Eigenaardig, maar zij vond mij ‘De Grote Meester Raveel’. Ze is zeer belangrijk geweest, niet alleen voor mij. Claus droeg boeken aan haar op. En ze had Marleen (de nieuwe liefde van Raveel, nvdr) ook zeer graag. Marleen houdt enorm van kunst en had grote bewondering voor mij. Zulma was niet jaloers. Ze leefde helemaal op als Marleen haar met de rolstoel door de ziekenhuisgangen reed. (stilte) Zelfs tot in de kapel. Dat deed mij natuurlijk ook veel plezier.” Kamagurka: “Ga je nog een schilderij maken van Marleen?”Raveel: “Ik heb een paar ideeën die ik nog denk te realiseren. Voor de rest heb ik het gevoel dat mijn werk ongeveer klaar is. “(Vurig) Die Nieuwe Visie, die opent toch iets voor de mensheid? Dat is mijn definitieve voorzet naar jonge schilders. Via mijn werk moeten ze verder durven te denken. En wat er dan nog moet gebeuren? Een portret van Marleen wil ik nog doen. Ja, ik zal haar laten poseren.”

Kamagurka: uitvinder van het accidentalisme

Kamagurka, pseudoniem van Luc Zeebroek, werd in 1956 in Nieuwpoort geboren. Hij studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent maar stopte voor zijn eindexamen.Kamagurka staat bekend voor zijn absurde cartoons en tv-shows. Bekende stripfiguren zijn Bert en Bobje. Hij schrijft ook de scenario’s voor Cowboy Henk, de strip van Herr Seele. Kamagurka is al sinds 1975 als tekenaar verbonden aan het weekblad Humo. Voor zijn absurde en choquerende strips en cartoons waren Robert Crumb, Roland Topor en het controversiële Franse blad Hara Kiri de oorspronkelijke inspiratiebronnen. Sinds de jaren tachtig maakte hij ook met Herr Seele verschillende radioprogramma’s zoals Studio Kafka en Kamagurkistan (op StuBru) en televisieshows zoals Lava en Johnnywood.Kamagurka schildert ook en maakt theatervoorstellingen, onder meer met het typetje Kamiel Kafka. Hij levert ook bijdragen aan De laatste show en verzorgde voor Man bijt hond de rubriek De grens, waarin hij de grenzen van België verkende.In het schrikkeljaar 2008 schilderde hij voor zijn Kamalmanakelke dag een schilderij, een project dat gesponsord werd door zakenman Marc Coucke van Omega Pharma. De bedoeling is om Kamagurka internationaal te laten doorbreken.

Raveel: roerganger van de Nieuwe Visie

Roger Raveel werd in 1921 in Machelen-aan-de-Leie geboren, een dorp nabij Gent waar hij tot op heden woont en werkt. In Machelen is ook het Raveelmuseum gevestigd.Raveel studeerde aan de Stedelijke Academie van Deinze en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent. Via zijn vriend Hugo Claus leerde hij in het begin van de jaren vijftig schilders van de Cobragroep kennen. Hij wilde echter andere wegen uit met zijn schilderkunst. Eerst evolueerde hij naar een soort abstracte kunst, omstreeks 1962 schilderde hij een drieluik Neerhof met in het midden een kooi met levende duif. De voedingsbodem van Raveels kunst is zijn onmiddellijke omgeving. De dingen rondom hem krijgen in zijn schilderijen, tekeningen, objecten en installaties een universele betekenis: de man, de vrouw, de planten, de fietskar. In heldere, kleurrijke schilderijen met duidelijk omlijnde figuren en waarbij de schaduw ook wit kan zijn, bracht Raveel zijn Nieuwe Visie tot uitdrukking. Raveelkenner Roland Jooris spreekt van “de blijde sfeer, een verhelderende beeldvorming, het spelelement, de humor, de kleur als voornaamste uitdrukkingswapen, de wil om het schilderij te doen uitvloeien in de werkelijkheid.” Raveel wordt beschouwd als een van Belgiës belangrijkste levende schilders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234