Dinsdag 19/10/2021

'Als je je op je gemak voelt, wordt het gevaarlijk'

Eén seconde aarzelde de Amerikaanse fotojournaliste Nichole Sobecki op 13 september 2013. Toen stapte ze Westgate Shopping Mall in het Keniaanse Nairobi binnen. Haar videobeelden schokten de wereld: zo veel bloed, zo veel doden. 'Ik toon wat mensen anders niet zouden zien.'

Sobekki, zo spreekt je het uit, zegt ze. "Komt eigenlijk van Sobieski, maar toen mijn overgrootvader uit Polen op Ellis Island voor New York aankwam, hebben ze daar Sobecki van gemaakt. Pools dus, maar er zit in mij ook Frans, Kroatisch en Iers bloed. Ik ben Amerikaans. Zoals wij allemaal. Daarom word ik zo kwaad van die antimigratieretoriek van Donald Trump. Het is vreselijk en angstaanjagend dat die man tot hier is geraakt."

Nichole Sobecki is 29, wandelt hooggehakt over de Champs Elysées op weg naar bistrot La Gazette waar we gaan eten, het is haar laatste dag na drie weken Parijs. Ze was hier voor een project in de rand van de klimaatconferentie. Morgen vliegt ze terug naar huis in Nairobi. Daar woont ze al vier jaar. Daarvoor werkte ze een paar jaar in het Turkse Istanbul. Volgende week vliegt ze naar Somalië. De wereld is haar land.

Wat Donald Trump de voorbije weken heeft uitgekraamd, laat de fotografe niet koud. "Ik ben altijd trots geweest dat New York, de stad waar ik vandaan kom, nog altijd de meest diverse stad in de wereld is. En daar is heel Amerika op gebouwd. Dat moslims en migranten en vluchtelingen zo geschoffeerd worden, kan ik alleen aan de angst wijten. En net dát mogen we niet toelaten."

Over angst hebben we het zeker. Over engagement ook. En over hoe haar leven als fotograaf die twee verenigt: het harde leven tonend, net tégen de angst in.

Maar we beginnen op 21 september 2013. Op dat moment is Tyler Hicks, fotograaf van The New York Times, nog haar partner. Ze wonen, net als de andere nieuwsfotografen Dominic Nahr en Goran Tomasevic, in de Keniase hoofdstad Nairobi. Het is de beste uitvalsbasis voor Afrika en Azië. Een jonge stad, zegt ze, waar veel gebeurt. Er is groen, ze gaat er graag met haar honden lopen. Hicks en Sobecki zijn geen koppel meer, maar wonen er nog altijd, de honden onder co-ouderschap.

Toen op die zondagmiddag terroristen van Al Shabaab de Westgate Shopping Mall binnenvielen, waren zij er als eerste. Hicks was toevallig in de buurt. Sobecki belde hem. Toen belde ze het kantoor van Agence France Presse. Of ze eens wilde gaan kijken? Misschien was het gewoon een overval. Ze bracht Hicks' veiligheidshelm en camera en toen beslisten ze samen. "Eén seconde twijfelde ik. Je zag alleen maar ambulances aanrijden, maar we wisten niets. Hoeveel terroristen zaten binnen? Welke wapens hadden ze bij zich? Hadden ze een bom? Waren er gijzelaars? Maar die stad was onze thuis geworden. Het was dus wel belangrijk om te weten wat er gebeurde."

Hicks zou later met één foto van die dag gelauwerd worden door World Press Photo. Haar videobeelden tonen dezelfde scènes. Maar bij haar zie je nog iemand ademen. Bloed dat op zijn foto gestold lijkt, stroomt bij haar. Dichter bij de gruwel kun je als fotograaf niet komen. Dichter bij de eigen dood evenmin. "Maar zelfs in de job die wij doen, zijn momenten met deze intensiteit bijzonder zeldzaam", zegt ze. "Discipline is dan zeer belangrijk. Alert blijven. Focussen. Alles in het oog houden. En ik denk dat er gevaarlijker momenten zijn."

Ze geeft een voorbeeld. "In een land als Zuid-Soedan zijn er op dit moment geen actieve gevechten. Maar dat land is zeer onvoorspelbaar. Zeer volatiel. Je krijgt een vals gevoel van veiligheid en gaat vrij zorgeloos op straat wandelen. Dát is gevaarlijk. Als je je op je gemak voelt, verlies je een aantal dingen uit het oog."

Haar website kun je bijna lezen als een gids door recente conflicten. Je ziet Libanon. Libië. Afghanistan. Congo. Zuid-Sudan. Westgate dus. Pakistan. Nepal ook. Daar werkte Nichole Sobecki allemaal, als fotograaf en als schrijvend journaliste.

Hoe doe je dat, 's avonds al dat bloed en die miserie onder de douche uit je hoofd wassen en zacht gaan slapen? "Ik heb zeker meer gezien dan de gemiddelde New Yorker of de gemiddelde Parijzenaar. Maar zo veel minder dan mensen die in Bagdad, Damascus of Aleppo wonen. Ik heb dus niet het recht om te zeggen: wat is dit erg. Natuurlijk ben ik nog elke keer gechoqueerd, en ik hoop dat ik het altijd zal blijven. Anders heeft de werkelijkheid geen zin meer. Maar belangrijker dan de impact die die gebeurtenissen hebben op journalisten of hulpverleners is de impact op de mensen die elke dag met die angst leven. Wij kunnen 's avonds op hotel of naar huis. Zij niet. Dat debat verdient beter gevoerd te worden."

Dat is terecht, maar toch: hoe slaap je de nacht na die gebeurtenissen in Westgate in? Heb je dan rituelen nodig? Een liedje afspelen, een whisky drinken?

"Westgate was nogal ongewoon, omdat ik de dag erna voor een opdracht naar Israël trok. Dat was best surrealistisch, maar ik vertrok gewoon. Mijn enige ritueel is dat ik wat lees in een roman. Ik stop zelf zo veel tijd in het brengen van verhalen van andere mensen, dat ik woorden van anderen nodig heb om zelf gevoed te worden."

Dat merk je aan haar mails. Die worden standaard afgesloten met een citaat van Henry Miller: "The aim of life is to live, and to live means to be aware, joyously, drunkenly, serenely, divinely aware."

"We spenderen allemaal veel tijd op het internet", zegt ze daarover. "Het probleem is dat we daarmee wat echt rondom ons gebeurt, lijken te vergeten. Ik wil blijven zien wat er echt gebeurt. Zoals in Zuid-Soedan, waar ik een tijdje in een ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen rondliep. De foto's die ik daar maakte van hoe een gezin een kind verloor en daar afscheid nam, zijn momenten die ik blijf meedragen. Die ik wil blijven meedragen. Die mensen lieten me toe omdat ik al een paar dagen bij hen was en met hen gepraat had. Ze waren alles kwijt en hadden niets, maar toch vonden ze het belangrijk dat hun kind een waardige begrafenis kreeg."

Dat kind, Hassan Mahmour, was negen maanden en overleed door ondervoeding. Nichole Sobecki fotografeerde toen Hassan gewassen werd. Later rolde de familie het lijkje in een blauw pakketje.

Sobecki groeide op in Pleasantville, een voorstadje, dorpje eigenlijk, 40 minuten rijden ten noorden van Manhattan. Tina Turner woonde er. Sydney Poitier. En Chips, de meest gedecoreerde hond van de Tweede Wereldoorlog. Dat weet ze allemaal niet. Wat ze wel weet: "Het was een gezellig dorpje, maar er viel niet veel te doen. Zeker als je tiener was. Je wilt op ontdekkingstocht. En daarvoor moet je dus weg."

"Ik was veertien toen ik in een boekwinkel op het boek Inferno van de Amerikaanse fotojournalist James Nachtwey stootte. Plotseling kwam alles samen. Geschiedenis interesseerde me, oorlogen en conflicten, maar net zogoed kunst. Dat boek van Nachtwey was een eyeopener. Dát kon je dus ook gaan doen. Later heb ik een stage bij hem gedaan. Wat vooral opvalt, is hoe hij in alles gedecideerd is. Zowel in het leven als in zijn werk. Als een missie. Niets laat hij aan het toeval over. En daarom is hij zo goed."

Je gebruikt het woord 'missie'. Fotografe Lynsey Addario zei ooit: 'We zijn niet verslaafd aan adrenaline, het is gewoon een roeping.' Zou je, met andere woorden, ook als arts in Afrika gewerkt hebben? Zet je je talent als fotografe dus in als jouw vorm van engagement? Je had bijvoorbeeld veilig huwelijken kunnen fotograferen.

"Ik denk dat het antwoord complexer is dan dat. Ik geloof in dit werk en ik probeer mensen te laten zien wat er gebeurt in de wereld en wat ze anders nooit zouden zien. In dat opzicht is het een missie, ja. Misschien dat ik met een ander talent inderdaad hetzelfde zou doen.

"Maar anderzijds zit in dit werk ook een vorm van egoïsme en wil ik het zeker niet al te altruïstisch voorstellen. Ik hou veel van deze job, die me de kans geeft mensen te ontmoeten of bij gebeurtenissen te komen. Als ik eerlijk ben, denk ik zelfs dat ik aan het einde van de rit meer gekregen dan gegeven zal hebben. "Mijn moeder is verpleegster op een afdeling oncologie en mijn zus volgt in haar voetsporen. Daar praat nooit iemand over, maar eigenlijk doen zij meer dan ik."

Jouw talent is kijken en op het juiste moment afdrukken.

"Daar twijfel ik wel nog elke dag aan, hoor(lacht).Gelukkig maak ik deel uit van die ongelooflijke gemeenschap van fotografen in deze branche. Het is gek. Natuurlijk bestaat er competitie, maar tegelijk kijken collega's als Stephanie Sinclair en Lynsey Addario naar mijn werk en geven ze daar commentaar op. Net als ik zijn dat vrouwen die hard proberen (lacht). Ik beschouw hen als mijn grote zussen."

Kijken vrouwen anders? Of beter: zie jij aan een foto uit een conflictgebied of die door een vrouw gemaakt is?

"Neen. Fotografie vergelijk ik altijd met een vingerafdruk. Het zal de weergave zijn van een wereldbeeld en van mijn reflectie daarop, en vrouw zijn is daar één aspect van. Maar ook niet meer dan dat. Net zogoed word ik bepaald door het feit dat ik blank ben en Amerikaanse."

Ik kan me wel voorstellen dat het als vrouw geen vanzelfsprekende job is. Als vrouwelijke fotografe in een strenge moslimgemeenschap rondlopen, lijkt me net zo moeilijk als 'embedded' optrekken met Amerikaanse militairen die al maanden van huis weg zijn.

"Dat klopt, maar vrouw zijn is soms ook een voordeel. Pas op: in een vol stadion in Kaboel als vrouw rondlopen, is geen pretje. Dat was zeer agressief, ze tastten waar ze wilden. Dat is niet plezant. Maar als vrouw word je weleens onderschat en dat kan een voordeel zijn. Bovendien kun je als westerse vrouw in de moslimwereld op plaatsen terecht waar mannen niet welkom zijn: bij de moslimvrouwen dus. En je kunt ook bij de mannen terecht, want die beschouwen je als ongelovige toch niet als een moslimvrouw.

"Bij de Amerikanen merk je dat onderschatten al helemaal. Toen ik het Helicopter Medevac Team volgde in Afghanistan, had ik bovendien het voordeel dat de twee piloten vrouwen waren. Bij die mannen is het vooral van belang dat je vooraf heel goed uitlegt wie je bent, wat je doet en waarom je hen volgt. Als er iets gebeurt, is die discussie dan al van de baan (lacht). Neen, ik heb nog nooit gedacht dat ik een man wilde zijn."

Toch was ze als kind een halve jongen, het dapperste meisje van de klas dat in bomen klom en over muren sprong. "Ik was het enige meisje in een baseballteam vol jongens."

Of in die dapperheid haar kracht zit? Eventueel haar hardheid. De voorbije jaren verloren nogal wat fotografen in conflictgebieden het leven. We kennen James Foley, die door IS onthoofd werd. We kennen Tim Hetherington en Chris Hondros, die bijna zij aan zij in Libië sneuvelden. De Fransman Rémi Ochlik stierf met Marie Colvin en Baba Amr in het Syrische Homs.

Zij kende ze allemaal. "Niet allemaal even goed", zegt ze. "James werkte net als ik voor de Global Post, maar ik heb nooit persoonlijk contact gehad met hem. Rémi heb ik wel ontmoet en ik bewonderde het grote talent van Hetherington. Maar het best kende ik Chris. Hij was een vriend, en zijn dood liet echt sporen na. Maar aan stoppen heb ik nooit gedacht. Ik ken collega's die die keuze wel maakten en ik heb daar respect voor. Alleen ben ik zelf nog niet zover. En ik wil niet dat angst mijn werk en onze wereld beheerst."

Daarmee zitten we weer in Parijs, de stad waar ze begin december aankwam. Op Instagram postte ze net voor de vlucht ernaartoe deze bedenking:"Vraag me af hoe ik de lichtstad zal aantreffen na de recente duisternis."Ze is een Amerikaanse die in Afrika woont en die verschrikkelijke dingen zag in vele landen. Toch leek ook zij gechoqueerd door de aanslagen op de Bataclan.

Hoe legt ze zelf die schok uit, die anders is dan als mensen in Bamako of Beiroet overlijden na terreuraanslagen? "Geen enkele plaats of geen enkele dode is belangrijker dan een andere", zegt ze. "Ik was dus zeker niet meer gechoqueerd. Maar voor veel mensen is Parijs de stad waar ze weleens op vakantie gaan. Maar ik zie hier wel een verschil. Op 9/11 was ik in New York omdat ik er woonde. Ik herinner me de eerste uren van schrik omdat mijn vader die dag eigenlijk een vergadering had in de tweede WTC-toren. Dat hij te laat aankwam, redde zijn leven. Maar urenlang wisten we dat niet. En de dagen erna herinner ik me mijn ontzetting toen het tankstation van de vader van een vriendin van me werd aangevallen. Dat is een moslimfamilie en zij moesten boeten voor de aanslagen. Dat heeft grote indruk gemaakt.

"De xenofobie en de angst die die terroristen willen installeren, mogen we niet toelaten. Maar ik heb het gevoel dat Parijs sneller dan New York de rug recht en inderdaad weigert aan die angst toe te geven."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234