Zondag 23/02/2020

'Als je heel realistisch een zwaard wiltgebruiken, dan doet dat pijn'

interview acteur-regisseur takeshi kitano over 'zatoichi'

'Beat' Takeshi Kitano klaagde er in interviews al over dat het voor hem onmogelijk was geworden om in Japan nog rustig rond te lopen. Sinds het succes van zijn samoeraifilm Zatoichi, die in nauwelijks enkele maanden tijd twee miljoen toeschouwers wist te lokken, is het er alleen maar erger op geworden. Dat Kitano in zijn thuisland niet langer een tv-beroemdheid is, een reputatie die hij heeft te danken aan zijn wekelijkse komische tv-shows, maar een superster, wordt ook tijdens de ontmoeting in Parijs duidelijk, waar een cameraploeg van een betaalzender uit Fuji hem op de voet volgt.

Het personage van de legendarische en fictieve blinde zwaardvechter dat Kitano in Zatoichi vertolkt, is in Japan razend populair. "Beeld u in dat Sean Connery in elke James Bond-film mee zou hebben gespeeld en dat hij plots vervangen wordt en u hebt een idee van wat Kitano staat te wachten door de mantel over te nemen van de inmiddels overleden Shintaru Katsu, de acteur die tussen 1962 en 1989 Zatoichi speelde", aldus Time Asia-journalist Bryan Walsh. Of in Kitano's woorden: "Vergelijk het personage qua uitstraling met Amerikaanse helden als Superman en Zorro. In Japan heb je Ultraman en Zatoichi."

De vraag om het Zatoichi-personage te vertolken, kwam er op aandringen van Chiko Saito, een 76-jarige gewezen naaktdanseres en de eigenares van een in de Tokiose Asukasa-wijk gelegen stripclub. In diezelfde wijk debuteerde Kitano in het begin van de jaren zeventig als stand-up comedian. Saito is altijd een intieme vriendin van Shintaru Katsu geweest en leende hem zelfs regelmatig geld. Ze klopte bij Kitano aan met de vraag of hij geïnteresseerd was om een nieuwe Zatoichi-film te maken, enerzijds als hommage, anderzijds omdat Saito nog aanspraak op de auteursrechten had. Kitano was verrast, ook omdat hij er nog nooit aan had gedacht een samoeraifilm te draaien. Niet zozeer de angst om in de huid van een legendarisch personage te kruipen, maar dat hij nog nooit een jidai-geki (periodefilm) had gedraaid, schrikte hem af. Kitano voelde zich immers geremd door de verplichtingen die een periodefilm met zich kan brengen, zoals het werken met kostuums, pruiken en een minutieus te reconstrueren historisch kader. "Als je film vergelijkt met voetbal, dan had ik tot nu toe met handen en voeten mogen voetballen", zegt Kitano. "Deze keer mocht ik echter niet met mijn handen spelen. Paradoxaal genoeg heb ik het vrij interessant gevonden en heeft dat vrijheidsbeperkende kader mijn verbeelding gestimuleerd."

In het totaal zijn er 26 films in de Zatoichi-serie gedraaid, allemaal gesitueerd in de 19de-eeuwse Edo-periode. Het personage verscheen voor de eerste keer in een kortverhaal van een roman van Kan Shimozawa. Het was Shintaro Katsu die er met zijn langlopende filmserie een van de populairste Japanse filmhelden ooit van maakte.

Dat Kitano (Tokio, °1947) toehapte om een klassieke chambara of zwaardvechtfilm te draaien, heeft wellicht ook met zijn verleden als vaudevilleacteur te maken. Tijdens zijn shows in het Furansuza-cabaret, een stripclub, dreef hij namelijk regelmatig de spot met het Zatoichi-personage en leerde hij de knepen en de daarbij horende humor van de traditionele zwaardvechtkunst. Echt moeilijk om met een zwaard te werken, vond Kitano het bijgevolg niet. "Aangezien ik tijdens de gevechtsscènes mijn ogen dicht had, zag ik niet wat mijn tegenstander deed. Verscheidene keren heb ik me verwond, gelukkig niet erg."

De wereld van de samoerai en yakuza of gangsters, waarmee Kitano internationaal bekend werd, hebben veel met elkaar gemeen en in dat opzicht lijkt Zatoichi niet zo'n vreemde keuze. Bovendien schildert Kitano het geweld op dezelfde realistische manier als in zijn gangsterfilms, alleen geeft hij er een meer cartooneske uitstraling aan. Soms spat het bloed met vulkanische kracht uit de lichamen van de getroffen tegenstanders, maar dat het voor Kitano duidelijk een stilistisch stijlmiddel is in plaats van goedkope exploitatie bewijst hij in de scène over de wreedaardige moord op de familie van de geisha's. Daarin laat hij die grafische bloedexplosie achterwege. "Voor Zatoichi wilde ik deze keer geweld zoals je dat in video- of computerspelletjes terugvindt. Je ziet het bloed spatten, maar de echte pijn of wonden, het realistische geweld, wordt niet getoond. Nochtans doet het pijn als je zwaarden gebruikt en heel realistisch probeert te zijn. Maar ik heb niet de indruk dat ik louter gewelddadige films maak. Het klopt dat ik in de films die ik totnogtoe heb gedraaid en waarin geweld voorkomt het geweld telkens realistisch heb afgebeeld. Nu is het anders, overdreven."

In de films van Kitano komen regelmatig personages voor met een zintuiglijke handicap. In A Scene at the Sea (1991) is het centrale personage een dove surfer en ook in Dolls is er een doofstom personage, terwijl een ander zich een oog uitsteekt. Waarom heeft Kitano een voorkeur voor dergelijke personages? "Misschien omdat ik het normaal vind, omdat er veel mensen uit mijn kennissen- of vriendenkring een handicap hebben. Ik neem ten opzichte van hen helemaal geen medelijdende houding aan. Ik ga regelmatig met hen op restaurant. Gewoonlijk amuseren we ons vrij goed omdat we elkaar veel plagen en ik de spot met hen kan en mag drijven."

Meestal doet Kitano voor de filmmuziek een beroep op componist Jô Hishaichi. Deze keer heeft hij echter samengewerkt met Keiichi Suzuki, onder meer lid van de legendarische groep Moon Riders. "Hischaichi is veel duurder geworden", verklaart Kitano. "Omdat we in de film al enkele scènes met percussiemuziek hadden, was ik op zoek naar een componist die zich makkelijker aanpast aan dat soort thema's. Hishaichi is op dat gebied veel strenger." Die op hiphop geritmeerde percussiemuziek wordt door een aantal tapdansers in de finale gebracht. Plots waan je je ergens op Broadway of midden in een musical, want die ongewone finale staat totaal los van de film. Voor Kitano gaat het vooral om een herinterpretatie van het typische happy end van veel Japanse drama's. Bovendien is Kitano zelf een fan van Gregory Hines en het tapdansen. Kitano: "De tapdansgroep die je in die scène aan het werk ziet, zijn The Strikes, professionele Japanse tapdansers. Sinds mijn debuut als komediant heb ik tapdansles gevolgd en sinds een jaar of vier krijg ik regelmatig les van de stichter van The Strikes. De percussie die je in de film hoort, is trouwens nauw verbonden met de Japanse muziek en er is ook de traditie van de geta, een houten schoen waarmee zoals in de film tapdansachtig wordt gedanst."

Het serene, licht verzadigde kleurenpalet is een ander sterk en verrassend visueel pluspunt van Zatoichi. Voor Dolls bedacht Yohji Yamamoto de kostuums; deze keer stond de vermaarde modeontwerper in voor de coördinatie van de kleuren en de rekwisieten. De mooie kimono's werden evenwel ontworpen door Kazuko Kurosawa, de dochter van filmmeester Akira Kurosawa. In Zatoichi zit trouwens een scène die als een expliciete hommage aan de klassieke regenfinale van Kurosawa's magistrale epos The Seven Samurai (1954) gezien kan worden. "Ik wou een regenscène draaien bij mooi weer, zodat we de regendruppels zien blinken, een beetje zoals bij hagel. Zodra die scène gedraaid was, zei ik tegen Kazuko als grap dat het een hommage aan een film van haar vader was. Dat is niet het geval, antwoordde ze toen lachend. Ik zou graag films zoals Kurosawa maken, maar ik wil me niet tevreden stellen met hem te plagiëren. Je moet proberen om er iets anders aan toe te voegen of iets nieuw te brengen." Luc Joris

'Ik wilde geweld zoals je dat in video- of computerspelletjes terugvindt. Je ziet het bloed spatten, maar de echte pijn wordt niet getoond'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234