Maandag 21/06/2021

Getuigenissen

‘Als je dat kunt zonder te braken, ben je de man’: het verhaal van de ‘Waalse Sanda Dia’

Moeder Chantal Mahieu en vader Michel Leroy.  Beeld Marco Mertens
Moeder Chantal Mahieu en vader Michel Leroy.Beeld Marco Mertens

In de nacht van 30 op 31 oktober 2018 stierf Axel Leroy (21), student mechanica aan een hogeschool in Luik, tijdens een studentendoop. Hartstilstand, luidt de officiële doodsoorzaak. Een nette manier om te verwijzen naar verstikking in eigen braaksel, het gevolg van een helse kroegentocht. Eén maand later zou ook Sanda Dia sterven na een uit de hand gelopen studentendoop. Dit is het verhaal van de Waalse Sanda Dia.

Zelfs in lockdown lijkt Spa een beetje te bruisen. In het centrum van het kuuroord staat het oudste casino van Europa, geflankeerd door statige huizen die heimwee oproepen naar de vrolijkere dagen van de adel en de welgestelden. Hoog tegen de heuvels van de stad tref je, verscholen in het groen, een wijk met sociale woningen in elementaire baksteen. In de woningen zijn de militairen gehuisvest van het Twaalfde Linie Regiment, de kazerne van Spa. Het gezin Leroy woont er. Vader Michel Leroy was jarenlang wapensmid. Als de militairen op missie naar het buitenland trokken, waakte hij over de wapens en de munitie van de troepen. Moeder Chantal Mahieu is, sinds de dood van hun zoon Axel, met ziekteverlof. Als de vier honden van het gezin zich niet roeren, is het stil ten huize Leroy. Op de commode staan uitsluitend foto’s van Axel uitgestald: beelden van een kloeke jongen die het leven leek toe te lachen.

Chantal Mahieu: “Axel was een lachebek. Op elke foto heeft hij een glimlach om z’n lippen. Hij leefde graag, maar wij deden er ook alles aan opdat hij zich goed zou voelen. Hij heeft het niet makkelijk gehad: op jonge leeftijd is hij meermaals geopereerd. Op zijn 3de moest hij al meermaals onder het mes omdat hij scheel keek. Dat hebben we gelukkig kunnen herstellen. Maar niet veel later maakte hij een val met zijn fietsje en brak zijn sleutelbeen. Zo was hij wel: Axel hield van een beetje risico. Een waaghals. Als het niet spannend was, was het niet leuk.”

Michel Leroy: “Hij had een hoge pijngrens.”

Mahieu: “Hij zei pas dat hij een probleem had wanneer het bijna te laat was. Zo heeft hij lange tijd verzwegen dat hij gehoorproblemen had, tot hij op den duur niets meer hoorde: zijn trommelvlies was gesprongen. Hij was bijna doof.”

Axel was een rugbyspeler. Doorgaans zijn dat andere types dan voetballers.

Leroy: “Hij is wel met voetballen begonnen, maar dat lag hem niet. Hij zag mij elke week naar de rugbytraining vertrekken, en hij besloot mee te gaan. Op zijn 10de speelde hij rugby. Alleen, je hebt geen jeugdploegen in het rugby: veel meer dan trainen en af en toe een vriendenwedstrijd spelen tegen jongeren uit de streek zat er niet in. Maar hij leefde voor de sport. En hij had er ontegensprekelijk talent voor. Op zijn 14de werd hij gescout door een club uit Luik. Daar heeft hij drie jaar lang getraind.”

Hij zou zelfs dicht bij een buitenlands profcontract hebben gestaan.

Leroy: “Luik speelde geregeld een interclub in Frankrijk, waar rugby veel groter is. Franse teams hebben hem gepolst voor een stage. Maar ook in het rugby hebben blessures hem afgeremd. Daardoor heeft hij zich niet kunnen inschrijven voor de sportschool in Luik.”

Mahieu: “Axel had last van zijn schouder. Tijdens een wedstrijd of training schoot die soms uit de kom. Dan moest hij ’m er weer eigenhandig induwen. Dat kon natuurlijk niet blijven duren: hij is aan beide schouders geopereerd, waardoor hij niet naar de sportschool kon. Daar heeft hij wel een tik van gekregen.”

Leroy: “Toen is hij teruggekeerd naar onze club, Hautes Fagnes in Malmédy, waar we samenspeelden in het eerste elftal. Onze ploeggenoten noemden ons ‘Vader’ en ‘Zoon’, dat waren onze bijnamen.”

“Het was prachtig om Axel bezig te zien. Hij was een fonceur, ging recht op zijn doel af, angst was hem onbekend. Tussendoor lachte hij me uit: ‘Ouwe, als het niet meer lukt, ga je naar de kant, hein.’” (lacht)

Mahieu: “Hij was nog jong om het duel met oudere mannen aan te gaan, maar hij hield wel stand. Axel liep je niet onder de voet. Hij was een potige kerel: 1,75 meter groot, 100 kilogram zwaar – één en al spieren.”

“In de sport kon hij zijn grenzen verleggen. Dat maakte hem rustig. Want vergis u niet: zo rustig als hij er aan de buitenkant uitzag, zo onrustig was hij aan de binnenkant. In de fysieke inspanning kon hij zich helemaal laten gaan.”

Was zijn vader zijn grote voorbeeld?

Leroy: (blaast) “Hij hield ongelofelijk veel van mij, maar wij hielden minstens zoveel van hem.”

Mahieu: “Hij had het plan opgevat om ook naar het leger te gaan. Hij bewonderde zijn vader. Axel had Michel wel tien keer op missie zien vertrekken: Kosovo, Afghanistan, Mali. Dat wilde hij ook. Soms bleef Michel maandenlang weg van huis, maar als hij terugkwam, was het feest. Dan ging zijn onverdeelde aandacht naar Axel. Michel was ‘Daddy Cool’, ik was ‘Strenge Mama’. Dat was onze rolverdeling.” (lacht)

Leroy: “Het leger is, net als een rugbyclub, een hechte gemeenschap. Je leeft dicht bij elkaar, je leert elkaar goed kennen, zeker in het buitenland. Het doel van onze missies sprak Axel aan: peacekeeping in onrustige gebieden.”

Waarom is hij uiteindelijk niet in het leger gegaan?

Mahieu: “Hij heeft er jarenlang naar toegeleefd: als tiener rookte hij niet, ging hij niet uit. Maar op het medisch onderzoek kreeg hij te horen dat hij niet geschikt was voor de dienst: er scheelde iets aan zijn ruggengraat. Dat was weer een klap, de zoveelste.”

Kon u het makkelijk aanvaarden, meneer Leroy?

Leroy: “Tegenwoordig leid ik jonge militairen op. Als ik zie wie we nu allemaal toelaten, rijzen de haren mij te berge. Kerels die buiten adem zijn als ze tweehonderd meter lopen, die na vijf kilometer marcheren klagen over blaren op hun voeten. Dan vraag ik me af: waarom hebben ze mijn zoon in hemelsnaam geweigerd?”

Mahieu: “Axel is dan naar de handelshogeschool in Luik getrokken. Maar het eerste jaar was geen succes: na het eerste trimester hield hij ermee op. Hij was ook, één avond, naar een studentenclub gegaan. Maar dat was hem niet bevallen: kinderen van dokters en advocaten voerden er het hoge woord. Hij was snel weer weg.”

Leroy: “Hij vroeg of hij van zijn eerste jaar een sabbatjaar mocht maken. Ik zei: ‘Geen probleem, zolang je maar de handen uit de mouwen steekt.’ Ik wilde niet dat hij maandenlang geld zou verspillen.”

Mahieu: “Hij heeft een half jaar lang studentenjobs gedaan, de ene na de andere. Hij heeft ook als schoonmaker gewerkt op het formule 1-circuit van Francorchamps. Zo was hij wel: Axel was geen profiteur.”

Leroy: “En het jaar daarop is hij mechanica gaan studeren, aan een andere hogeschool in Luik.”

Mahieu: “Dat deed hij graag.”

Leroy: “Hij overwoog al om er na afloop van zijn studie nog één of twee jaar bij te doen, om een diploma als ingenieur in de elektromechanica te behalen.”

Hij sloot zich aan bij studentenclub Jonfosse, die de doop van schachten uit verschillende Luikse hogescholen organiseert. Waren jullie daar gelukkig mee?

Mahieu: “We hebben hem gezegd: ‘Wees voorzichtig, jongen.’ En dat hij niet meteen iedereen mocht vertrouwen. Maar dat deed Axel ook niet: als je hem niet beviel, liet hij je dat snel merken. Hij was nogal direct.”

Leroy: (zucht) “Het was zijn keuze.”

Mahieu: “Clubs maken deel uit van de folklore van het studentenleven, dat kan je verrijken als persoon: je ontdekt je grenzen, je ontwikkelt je persoonlijkheid, je verwerft mensenkennis. Maar eerlijk is eerlijk: het loopt zelden goed af. Achteraf hebben we vernomen dat één van zijn jeugdvrienden, Alexandre Sulon, daar zwaar met hem over heeft gediscussieerd.”

Leroy: “Alexandre, een student psychologie aan de universiteit van Luik, vond het maar niks, al die studentendopen met hun smeerlapperij. De la merde, noemde hij het. Axel keek daar toch enigszins anders naar. De club was een gelegenheid om mensen te leren kennen. Dat zou later deuren openen in zijn professionele leven.”

Mahieu: “Axel had geen netwerk in de hogere kringen. Dat besefte hij maar al te goed. Nadat hij was gedoopt, wilde hij ook toestanden binnen de club veranderen. Hij had dingen gezien die hem niet aanstonden. Proeven waarbij meisjes in ondergoed en jongens helemaal naakt in rijen naast elkaar moesten staan. ‘Dat moet eruit,’ zei hij.”

Moeder Chantal Mahieu: ‘Ik ging ervan uit dat wat de peters en meters van Axel ons vertelden de waarheid was. We waren geschokt toen agenten ons aanraadden om het daar niet bij te laten: ‘U moet zijn dood laten onderzoeken.’’ Beeld Marco Mertens
Moeder Chantal Mahieu: ‘Ik ging ervan uit dat wat de peters en meters van Axel ons vertelden de waarheid was. We waren geschokt toen agenten ons aanraadden om het daar niet bij te laten: ‘U moet zijn dood laten onderzoeken.’’Beeld Marco Mertens

SCHACHTENKONING

Alexandre Sulon wordt door emotie overmand als hij over zijn vriend Axel Leroy praat. De psycholoog in wording snapt nog altijd niet dat Axel door een deel van zijn vriendenkring werd aangemoedigd om lid te worden van een studentenclub.

Alexandre Sulon: “Om te feesten heb je zo’n club niet nodig, zou ik denken. Om vrienden te maken evenmin. Axel was vrank en vrij. Hij was goed in contact leggen en houden met anderen. Hij had niets te zoeken in zo’n club.”

“Het idee dat hij zich zou laten dopen, stond me niet aan: waarom zou hij zich laten vernederen? Maar hij wuifde al mijn bezwaren weg: ‘Het zal snel voorbij zijn.’ Ik hoefde me geen zorgen te maken.”

Alexandre is de pluszoon van Serge Marcy, advocaat met kantoor in het centrum van Spa. Hij staat de ouders Leroy bij op het proces rond de dood van hun zoon, waarvan al twee zittingen zijn gehouden.

Serge Marcy: “Ik heb Axel goed gekend toen hij naar het middelbaar ging. Hij zat bij Alexandre in de klas. We hebben Axel nog meegenomen op vakantie met het gezin naar Frankrijk. Ik herinner me dat we terugkeerden uit het zuiden van Frankrijk en een stop maakten in Bretagne, in een klein kustplaatsje waar we konden zeilen. Het was de eerste keer dat Axel het probeerde. Ik zie hem nog met zijn robuuste lichaam in een optimistje plaatsnemen. Dat bootje schommelde alsof het zich in een zware storm bevond.” (lacht)

“Axel was een uitzonderlijk vriendelijke jongen. Hij stelde geen eisen, hij was blij dat hij erbij was. En omgekeerd: hij hoorde er ook bij. Hij was één van ons. Je voelde wel dat hij behoefte had aan erkenning. Aan vriendschap. Aan menselijk contact. U moet weten: Spa is nog altijd een bourgeois stadje, waar de grenzen tussen sociale klassen zichtbaar blijven. Het is ook een garnizoensstad, met de militairen van het Twaalfde Linie Regiment. Axel woonde in de militaire cité, die toch wel afgesloten is van het gewone stadsleven. Zijn vader vertoefde vaak maandenlang in het buitenland. Hij bleef dan met zijn moeder achter – zijn oudere zus was vroeg het huis uitgegaan. Axel had het gevoel dat hij wat minder was. Alleen in de rugbyclub hoorde hij er helemaal bij.”

“Toen hij het atheneum in Spa verliet om in Luik te gaan studeren, wilde hij een warme omgeving rond zich creëren. Hij heeft er een meisje leren kennen, met wie hij een kot deelde. Maar hij wilde er ook vrienden maken, zijn wereld vergroten. En zo is hij bij de studentenclub uitgekomen, par désir de fraternité.

In de aanloop naar de doop bij Jonfosse moest Axel aan verscheidene proeven deelnemen. Daar deed hij zijn uiterste best voor, zegt meester Marcy: “In een kampioenschap pinten drinken, met voorrondes, halve finales en finales, had hij zich gekroond tot ‘Le Roi des Bleus’, schachtenkoning. Hij was erin geslaagd 28 pinten na elkaar ad fundum te drinken.”

Het geheim van Axel: hij had, als rugbyspeler, het gestel om sloten bier te zwelgen. En, niet onbelangrijk in een dergelijk concours: hij kon verbazingwekkend makkelijk de inhoud van zijn maag ledigen. Anders geformuleerd: tussen de pinten door maakte hij, brakend in de dichtstbijzijnde emmer, plaats voor nieuw bier.

Marcy: “Toen mijn zoon vernam dat Axel zich zou laten dopen, is hij onmiddellijk in zijn auto gestapt. Het is bijna in ruzie geëindigd omdat Alexandre absoluut niet wilde dat Axel het deed. Voor ons is een studentendoop niets minder dan een barbaars ritueel: wat voor zin heeft het iemand dronken te voeren tot hij in een plas van zijn eigen braaksel ligt?”

Sulon: “De doop was een ‘rally’ in de Luikse uitgaansbuurt Le Carré, een kroegentocht waar Axel in elke kroeg de specialiteit van het huis moest drinken. Sterkedrank, welteverstaan, geen bier. In heel korte tijd moest hij heel veel alcohol verzetten. Ik kende hem goed: ik wist dat hij die rally als een sportman zou benaderen. Hij zou tot het uiterste gaan. Dan heb je mensen nodig die je desnoods tegen jezelf beschermen.”

Over het aantal kroegen dat Jonfosse in de nacht van 30 op 31 oktober 2018 wilde aandoen, bestaat onduidelijkheid. De leden van de studentenvereniging hadden het in de rechtbank over een tiental, de moeder van Axel over vijftien.

Mahieu: “Dat was in elk geval het plan. Axel heeft me enkele uren voor de rally getelefoneerd: hij sprak over een lijst van vijftien cafés, dat weet ik zeker. Ik zei: ‘Wees toch maar voorzichtig, jongen.’ – ‘Maak je geen zorgen,’ zei hij. ‘Er zijn mensen bij me, peters en meters, die zullen voor me zorgen.’”

“Normaal is er bij de begeleiders altijd iemand die de beginselen van EHBO kent. Nu had die persoon op het laatste nippertje afgezegd. De rally had uitgesteld moeten worden. Ze hebben ook de regel geschonden die zegt dat peters en meters niet drinken op een rally. In de rechtbank hebben ze zelf toegegeven dat ze het glas van Axel leegdronken als hij het niet helemaal op kreeg.”

Leroy: “Axel was erop gebrand om de rally af te werken.”

Mahieu: “Het was competitie met één van de peters, Thomas G. (één van de vijf beklaagden, red.). Als Axel de rally beëindigde, zou hij niet alleen ‘Roi des Bleus’ zijn, maar ook ‘Roi des Rois’ – ‘Koning der koningen’. Dan zou hij in de hiërarchie van de club boven Thomas staan. Het was een stupide hanengevecht tussen die twee.”

“Het doel van de rally was: zo veel mogelijk sterkedrank naar binnen klokken zonder over te geven. Daarom kreeg Axel allerlei degoutante longdrinks voor zijn neus. Het was de bedoeling hem te laten braken.”

Marcy: “Op weg naar de cafés mocht hij wel braken, niet in de cafés.”

Maar daar ging het fout. Axel braakte pas laat in de nacht, toen de peters en meters hem uit voorzorg een glas met zoutwater hadden voorgezet. En dan nog lukte het met moeite. Axel, die anders zo vlotjes alcohol teruggaf, beklaagde zich erover dat er zo weinig kwam.

“Hallucinant”, zegt meester Marcy. Hij neemt het dossier erbij om de gebeurtenissen van die rampzalige nacht zo helder mogelijk te reconstrueren. Hij citeert uit de getuigenis van één van de vijf peters en meters voor de rechtbank. “In de Saloon dronk Axel een shot: geen idee wat het was. Daarna een ‘gaskamer’ in L’Embuscade. Dat is het volgende: je giet absint in een klein glaasje maar ook in een diep bord, dat je vervolgens in brand steekt, je vangt de dampen op, je dooft het vuur, waarna je de resterende inhoud opdrinkt en het gas inademt. In L’Orange Givrée kreeg hij weer een shot. Daarna ging het naar La Cour Saint-Jean voor wodka met look en een Cointreau flambé: je drinkt de alcohol maar je slikt ’m niet in, je houdt ’m in je mond, je maakt je lippen droog, je steekt de alcohol in brand in je mond, en pas daarna slik je ’m in. Het is alsof je warme alcohol naar binnen giet. Daarna Le Déluge: geen idee wat hij daar dronk. Dan Le Soleil: een longdrink, een mix van alcohol, met de bedoeling Axel te laten braken. Dat deed hij níét. De barman gaf hem nog een pintje en een Kasteelbier, ook met de bedoeling hem te laten overgeven, maar Axel hield alles binnen. Na een glas zoutwater gaf hij wel over. In zijn braaksel zagen we niets bijzonders: de resten van het souper (in de vooravond had het gezelschap raclette gegeten, red.). We lasten een pauze in van één à twee minuten. Daarna togen we naar L’Imprévu: één glas sterkedrank. De Far West: één shot. De Rock and Roses: een longdrink. Axel braakte níét. In de Smile stond een à fond plateau op het programma: Axel moest de restjes op het dienblad van de ober ad fundum drinken, kliekjes groene en blauwe alcohol die werden samengeklutst. Axel dronk het op. De traditie wil: wanneer je dat kunt zonder te braken, ben je de man. Als teken van onderwerping gingen we op onze knieën zitten, gueule à terre, het hoofd naar de grond, de handen in de lucht. Daarna kwamen we terug in L’Embuscade, waar Axel water kreeg. We zagen dat hij genoeg had gehad. We besloten terug te keren.”

De advocaat is niet zeker of alle cafés in de getuigenis worden vermeld. Volgens zijn informatie hebben ze pas in het dertiende, en niet in het elfde etablissement rechtsomkeert gemaakt. Maar, zegt hij, “het geeft een idee van wat die jongen heeft doorstaan in drie uur tijd”.

Advocaat Serge Marcy: ‘Je voelde wel dat Axel behoefte had aan erkenning. Hij had het gevoel dat hij wat minder was. Alleen in de rugbyclub hoorde hij er helemaal bij.’ Beeld Marco Mertens
Advocaat Serge Marcy: ‘Je voelde wel dat Axel behoefte had aan erkenning. Hij had het gevoel dat hij wat minder was. Alleen in de rugbyclub hoorde hij er helemaal bij.’Beeld Marco Mertens

PURE PANIEK

Carine Cavens-Maréchal, een jonge confrater van Serge Marcy, beweert dat de opsomming inderdaad onvolledig is: de terugkeer is volgens haar ingezet vanuit café La Guimbarde.

Carine Cavens-Maréchal: “Dat gebeurde na een telefoontje met Malika, de vriendin van Axel. Hij stond wankel op zijn benen, zeiden ze tegen haar. ‘Maak zijn bed maar klaar op het gelijkvloers.’ Dat telefoontje vond plaats om 2.30 uur.”

Om 2.36 uur vangt een camera aan de Boulevard de la Sauvenière een laatste beeld op van de levende Axel Leroy. Hij strompelt, ondersteund door twee jongelui, stomdronken naar huis. Een beetje later, wanneer hij de Boulevard d’Avroy oversteekt, valt hij op zijn knieën terwijl hij overgeeft. Hij raakt niet meer overeind. De peters en meters trekken hem in zeven haasten op de middenberm. Daar verwittigen ze om 2.41 uur de hulpdiensten. Die zijn om 2.48 uur ter plaatse. Enkele minuten later komt ook de mug aan: Axel Leroy wordt twintig minuten lang gereanimeerd. Om 3.27 uur komt de mug in het Saint-Joseph-ziekenhuis aan.

De vader van Axel krijgt één uur later telefoon. Malika vertelt hem dat Axel in het Luikse ziekenhuis in een coma ligt.

Leroy: “Ik schrok me een ongeluk. Maar onbewust probeerde ik mezelf gerust te stellen: ‘Hij heeft te veel gedronken. Het is een alcoholische coma: het komt wel goed.’ Maar toen ik hem in het ziekenhuis geïntubeerd op zijn buik zag liggen, verdween de rust op slag. De dokter vertelde me dat hij in die positie lag om het braaksel uit zijn luchtwegen te verdrijven.’”

“In de namiddag vertelde een andere dokter me dat Axel een hartstilstand had gehad. Dat wist ik niet. Zijn hersenen hadden twintig minuten lang geen zuurstof gekregen. Dan kan zelfs een mirakel niet meer helpen, hè.”

“’s Anderdaags zei de dokter dat het afgelopen was. ‘De kans is heel klein dat hij nog wakker wordt. En als hij het doet, zal het in vegetatieve toestand zijn.’ Op zo’n moment neem je, als ouder, de enige beslissing die je kunt nemen. Ik heb nog enkele vrienden afscheid laten nemen, daarna is de machine afgekoppeld.” (zwijgt)

“In het ziekenhuis waren wij maar om één ding bekommerd: de toestand van onze zoon. Ik ging ervan uit dat wat de peters en meters ons vertelden de waarheid was. Ik twijfelde niet aan hun versie van de feiten. ‘Hij is in elkaar gestort,’ zeiden ze. ‘En we hebben Malika en de ambulance gebeld.’ We waren geschokt toen agenten ons aanraadden om het daar niet bij te laten. Het is niet vanzelfsprekend, zeiden ze, dat een gezonde jonge kerel op straat sterft: ‘U moet het laten uitzoeken.’”

Mahieu: “Zonder de politie waren wij niet doorgegaan.”

Leroy: “En nu gaan we door tot we álles weten. Ook de procureur heeft getwijfeld, zo lijkt het: vervolgen of niet? Uiteindelijk is het er wel van gekomen, maar zonder onderzoeksrechter.”

Marcy: “Het parket voert het onderzoek rechtstreeks. Dat kan perfect zonder onderzoeksrechter: die is er om mensen van hun vrijheid te beroven, huiszoekingen te verrichten, het briefgeheim te verbreken. Dat is in deze zaak niet nodig.”

“De crux van de zaak is het tijdstip van overlijden. Axel is aan het overgeven wanneer hij valt bij het oversteken van de Boulevard d’Avroy, dat hebben de peters en meters zelf verklaard. Il tombait à quatre pattes, zeiden ze: hij valt dus voorover, en hij komt, omdat hij zo zwaar is, niet meer overeind. Volgens de beklaagden probeert hij in die houding over te geven, maar dat is moeilijk. En ze trekken hem van de weg op de middenberm. Op dat moment ligt Axel op zijn rug, neem ik aan. Ik zie niet in hoe je een zware man anders wegtrekt dan bij zijn armen of schouders. En zo gebeurt het. Het braaksel kan niet uit zijn mond uitsnappen. En hij stikt erin.”

“De wetsdokter heeft op de zitting verklaard dat Axel is gestorven door verstikking. Het braaksel was in zijn luchtwegen gekomen: hij kreeg geen zuurstof meer, en dat heeft een hartstilstand veroorzaakt. Als hersencellen drie minuten lang geen zuurstof krijgen, zei de wetsdokter, gaan ze daaronder lijden. Als ze vier minuten geen zuurstof krijgen, is het afgelopen. De ambulanciers waren pas na twaalf minuten ter plaatse.”

Twaalf?

Marcy: “De plek waar het laatste beeld van Axel is gemaakt, bevindt zich vlak bij de plek waar hij is gevallen. Dat beeld is om 2.36 uur gemaakt. Om 2.48 uur waren de ambulanciers ter plaatse. Dat is twaalf minuten. Intussen heeft Axel op zijn rug gelegen. ‘Als je in dergelijke toestand valt,’ zei de wetsdokter, ‘is het cruciaal dat je op je zij wordt gelegd, zodat je je braaksel niet inslikt.’ Maar we weten dat hij zijn braaksel wél heeft ingeslikt, dat was namelijk de doodsoorzaak. Dus: hij heeft op zijn rug gelegen. Mijn inschatting is dat Axel al hersendood was toen de ambulanciers aankwamen.”

De peters en meters hebben voor de rechtbank verklaard dat ze hem op zijn zij hebben gelegd.

Marcy: “Ze hebben verklaard dat ze hem op zijn zij hebben gelegd én dat Thomas G. twee vingers in Axels mond heeft gestoken, om hem niet te laten stikken in zijn braaksel. Die versie is er gekomen na overleg met hun legertje advocaten. Zal ik u de transcriptie voorlezen van het gesprek met de noodcentrale? U zult merken: dat was pure paniek. (leest de transcriptie in extenso voor) ‘We hebben geprobeerd hem op zijn zij te leggen,’ staat daarin. ‘Geprobeerd’, dat is iets anders dan: we hébben hem op zijn zij gelegd.”

De vijf betrokkenen wijzen naar de ambulanciers: hun optreden zou ‘onhandig en brutaal’ geweest zijn.

Marcy: “De verzekeraars hebben begrepen dat het in deze zaak om één vraag gaat: was Axel al hersendood toen de ambulanciers aankwamen? Het antwoord zal bepalen wie opdraait voor de kosten. Daarom zeggen de beschuldigden nu, gesouffleerd door hun advocaten en die van de verzekeraars: ‘Het is de schuld van de ambulanciers.’”

“Op basis van het dossier kan ik alleen besluiten dat de ambulanciers het uitstekend hebben gedaan. Zeven minuten na de noodoproep waren ze ter plaatse, il faut le faire. Die oproep is uitermate vakkundig verwerkt, dat heeft ook de wetsdokter verklaard. Door wat voor onhandig gedrag zouden de ambulanciers de dood van Axel veroorzaakt kunnen hebben?”

Door hem op zijn rug te leggen, beweren de beklaagden.

Marcy: “Stél dat het waar is: ambulanciers, die wéten dat zoiets het laatste is wat je mag doen, leggen Axel op zijn rug, waardoor hij in zijn eigen braaksel stikt. Dan nog is het gezien de timing heel onwaarschijnlijk. Bon, ik kijk uit naar de volgende zitting, eind juni, wanneer de dokter van de mug zal worden verhoord. (zucht) Die verklaringen over onhandige en brutale ambulanciers houden geen steek.”

‘Axel moest de restjes op het dienblad van de ober ad fundum drinken. De traditie wil: als je dat kunt zonder te braken, ben je de man.’ Beeld Marco Mertens
‘Axel moest de restjes op het dienblad van de ober ad fundum drinken. De traditie wil: als je dat kunt zonder te braken, ben je de man.’Beeld Marco Mertens

LAATSTE HOMMAGE

De ouders van Axel Leroy zijn geschrokken van wat ze in de rechtbank hebben gehoord.

Mahieu: “In het ziekenhuis heeft niemand van de peters of meters iets over de ambulanciers gezegd. Geen onvertogen woord heb ik opgevangen.”

Leroy: “Pas op het proces zijn ze over de ambulanciers begonnen.”

Mahieu: “Het zijn leugens.”

Leroy: “Wat ik nog het ergste vind: toen de voorzitter van de correctionele rechtbank aan het einde van de zitting vroeg of ze nog iets aan hun verklaringen toe te voegen hadden, heeft niemand spijt betuigd.”

Mahieu: “Ze noemden Axel bijna allemaal ‘meneer Leroy’, alsof ze hem niet kenden.”

Marcy: “Nee, dat was uitsluitend Thomas G., als ik het goed heb. Maar spijt had niemand. Eentje heeft vlakaf toegegeven dat hij niet veel later opnieuw een studentendoop heeft georganiseerd.”

Cavens-Maréchal: “Twee maanden na de dood van Axel postte Thomas G. op Facebook een foto van zichzelf in vol ornaat, met studentenpet en ketting.”

Onvrijwillige doodslag, zo heeft parket het misdrijf gekwalificeerd. Bent u het daarmee eens?

Marcy: “Helemaal. De dood van Axel is het gevolg van een overdosis drank, zonder dat iemand het heeft gewild. Al hadden de jongelui wel op problemen bedacht mogen zijn. Maar goed, ‘onvrijwillige doodslag’ of ‘onvrijwillige slagen en verwondingen’, voor de strafwet zal het weinig uitmaken. De vijf beklaagden staat geen zware veroordeling te wachten.”

“Je kunt hun onwetendheid aanwrijven. Een gebrek aan reflectie: als Axel na een glas zoutwater amper kan braken, zou het alarm moeten afgaan. Dáár hadden ze moeten stoppen. Ze hebben één à twee minuten gewacht, maar dat stelt niets voor, hè.”

Wat wilt u als straf?

Marcy: “Ik wil dat het gerecht een duidelijke grens trekt: het mag nóóit meer voorvallen dat een schacht zich dooddrinkt.”

Cavens-Maréchal: “En dat de vijf beklaagden schuld hebben aan de dood van Axel, zij het onvrijwillig.”

Marcy: “Ik heb ooit een jongen verdedigd die in benevelde toestand twee meisjes naar huis had gebracht. Onderweg had hij een ongeval gehad: één meisje stierf, één was zwaargewond. Het leven van die jongen was verwoest. Zijn studie in de rechten heeft hij nooit afgemaakt, terwijl hij helemaal niets verkeerds wilde doen, il ne voulait pas faire le con. Hetzelfde geldt voor deze vijf. Noem het: jeugdige onbezonnenheid.”

In het kleine huisje tegen de heuvel van Spa is de vergevingsgezindheid voor die jeugdige onbezonnenheid van de vijf beklaagden minder groot. De vader van Axel kan maar niet bevatten wat zich op die donkere oktobernacht heeft afgespeeld. Hij verkeert naar eigen zeggen nog altijd in een staat van ontkenning. “Het kan niet zijn dat mijn zoon voor de ogen van vijf jongeren is gestorven, houd ik mezelf voor. En toch wordt het me steeds duidelijker bij elke zitting van het proces: ze hebben heel slecht gereageerd.”

Michel Leroy heeft nog één jaar in het leger voor de boeg, daarna gaat hij met pensioen. Daar kijkt hij niet naar uit, zegt hij. Het leger is ongeveer de enige plek waar zijn zoon niet voortdurend door zijn gedachten spookt. ‘Hopelijk worden de coronamaatregelen spoedig opgeheven, zodat ik weer rugby kan spelen.’

De sport van uw zoon.

Leroy: “De sport van óns.”

Uw zoon is door een erehaag van rugbyspelers, die een yell slaakten, naar het crematorium gedragen.

Mahieu: “Dat was een grote verrassing. Er was een intieme ceremonie gepland.”

Leroy: “Het was mooi, zo’n laatste hommage van zijn vrienden. Axel leefde zelf ook voor zijn vrienden. Je vrienden, zei hij altijd, laat je niet in de steek.”

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234