Zaterdag 27/02/2021

Archief

"Als je bekent, zeiden ze, laten we je gaan"

Op 26 augustus 2014 mocht Bernard Wesphael de gevangenis van Brugge verlaten. Sindsdien was hij, in afwachting van het proces dat vandaag ten einde kwam, vrij onder voorwaarden. Beeld BELGA
Op 26 augustus 2014 mocht Bernard Wesphael de gevangenis van Brugge verlaten. Sindsdien was hij, in afwachting van het proces dat vandaag ten einde kwam, vrij onder voorwaarden.Beeld BELGA

In de zomer van 2014 bezocht Douglas De Coninck Bernard Wesphael tweemaal in de gevangenis. Vandaag werd Wesphael vrijgesproken, maar aan het vonnis ging een jarenlange lijdensweg vooraf. Hier herleest u het relaas van die zomer, twee jaar geleden, net voordat de Waalse politicus na tien maanden onder voorwaarden vrijkwam.

Brugge, woensdag 15 juli 2014

Een gevangene bezoeken, dat is wachten.

Tot je pasje in orde is. Tot er 45 minuten zijn verstreken. Tot ook het blonde ukje is voorzien van een plastic pasje om haar hals, met daarop haar naam, haar nummer en haar mugshot. "Daar", wijzen de kleine vingertjes in de richting van de deur die tergend lang dicht blijft: "Dat is mijn papa!"

Ze zijn vandaag met twintig ongeveer, de gevangenen voor wie er bezoek is gekomen. Bernard Wesphael staat achteraan in wat bij de eerste oogopslag doet denken aan een stoet psychiatrische patiënten. Ze dragen allemaal een wit verplegersplunje met daaronder een gekleurd hemd. Zijn bewegingen zijn trager dan toen ik hem enkele jaren geleden interviewde. Toen hij misnoegd was, want net geen minister geworden voor Ecolo, de partij die hij mee stichtte. Toen wij hem kenden als dossiervreter en enige opponent van PS-godfather Michel Daerden die er echt toe deed. Hij, de Luikse arbeiderszoon, autodidact, politieke lefgozer. Nu zit hij hier.

De fatik, een gevangene die vanwege trouw gedrag voor een euro of wat per uur klusjes mag uitvoeren, komt langs met een dienblad vol koppen koffie. Hij neemt er twee.

"Ik hield zielsveel van haar", zegt hij. "Ze was de vrouw van mijn leven, ook al droeg ze een hoop ballast mee. Ze lag in de knoop met zichzelf, zat aan de antidepressiva. Ze had vaak van die buien. Ze is me die avond te lijf gegaan, ze heeft me gekrabd. Maar weet u, ik kon daarmee overweg. Het betekende niks."

Hij had Véronique Pirotton ooit leren kennen als journaliste voor de Luikse regionale tv. Nu werkte ze aan haar roman. Ze was naar Oostende gekomen om te schrijven, want 1 november viel op een vrijdag. Ze had een kamer geboekt in Hotel Mondo, vlak bij het strand. Ze waren anderhalf jaar samen. Zij had een zoon, de 15-jarige Victor, tijdens een Griekse vakantieromance verwekt door een filosoof. Hij had twee kinderen uit vorige relaties. Nu was het plan ontstaan voor hun kindje. Hij was 55, zij 42. Het kon nog.

"Ik ben haar achterna gereisd omdat ik me zorgen maakte. Een maand daarvoor is zij in het centrum van Luik met haar auto tegen een paal gereden. Voor mij was dat haar zesde poging. Ik kon haar nooit lang alleen laten. Ik was degene die met haar naar de spoed was gereden, om haar maag te laten leegpompen. Die met haar sprak achteraf. Die haar hielp met altijd weer uit het dal te klimmen."

"Nadat ik in dat hotel aankwam, hebben we gevreeën. En gepraat. Over ons kindje."

Hij fluistert en gebaart naar het tafeltje achter ons.

Daar zit een Noord-Afrikaanse jongen. Zijn ene hand wordt omklemd door een meisje, de andere door zijn broer. Haar hoofd rust op de tafel. Tranen.

"Dat is Abdelkader", zegt hij. "Hij heeft vanmorgen veertien jaar gevangenisstraf gekregen voor een overval die hij niet heeft gepleegd. Ik dacht als politicus altijd met de essentiële dingen bezig te zijn. Maar dit hier, weet ik nu, dit zijn de essentiëlere dingen. Je bent onschuldig, maar puur op basis van je uiterlijk, je taal, sturen ze je voor veertien jaar naar de gevangenis. Die jongen heeft niks gedaan."

We zoeken het later die avond op. Volgens hln.be is voor de rechtbank in Ieper gebleken dat de man op de camerabeelden tijdens de overval op een Applestore in Roeselare niet de Noord-Franse ex-bokskampioen Abdelkader Ladjali (29) kan zijn geweest. Hij wordt vrijgesproken voor de essentie van zijn aanklacht, maar schuldig bevonden aan 'bendevorming'. Veertien jaar cel.

"Dan word ik bang. Dat hele staatsapparaat dat opeens zijn brutale macht ontplooit en het individu verplettert. Het gebeurt met hem, Abdelkader. En ook met mij."

Het telefoontje kwam iets na drieën op de vaste lijn op de hotelkamer.

"Ik nam op. Ik herkende de stem niet, gaf de telefoon door aan Véronique, die zei: 'Geen goed moment'. Even later ging de telefoon opnieuw. Ik zei: 'Ik ben de man van Véronique'. De stem zei dat het een vergissing was. We zijn iets gaan drinken in het centrum van Oostende. Ik herinner me een Aziaat, waar we iets hebben gegeten, en die mooie zaak in art deco, Hotel du Parc. Haar stemming was omgeslagen. Ze dronk, het ene glas na het andere. De man aan de telefoon, zei ze opeens, dat was Oswald."

Oswald, psycholoog, was haar ex van twee jaar daarvoor. Oswald was eind 2012 al eens opnieuw opgedoken in de vorm van een verdwaalde liefdesbrief. Véronique had hem verzekerd dat het niet waar was, wat Oswald allemaal schreef, en het was erop geëindigd dat ze samen naar de politie waren gestapt met een klacht wegens stalking.

"Natuurlijk was ik kwaad toen ik begreep dat hij haar had zitten bellen. Ik heb iets gemeens ingesproken op zijn voicemail. Achteraf laat de politie je luisteren naar je eigen stem. Ja, en dan krijgen je woorden natuurlijk een heel andere context. Véronique bleef maar drinken. Ze was erg in de war. We zijn rond halfacht terug in het hotel aangekomen. Zij heeft nog een Amaretto besteld en ik een koffie en een cognacje. Het is het enige alcoholische wat ik die hele dag gedronken heb. Ze hebben ons op camerabeeld. Je ziet haar strompelen, tegen me aan leunen als we naar de lift stappen. Ze kust me."

"In de kamer krijgt ze een crisis. Het is niks bijzonders. Het is al zo vaak gebeurd. Ze stormt op me af, het duurt maar even. Dan gaat ze wenen, en zondert ze zich af in de badkamer. Ik ben op het bed in slaap gevallen. Iets voor elven ben ik wakker geschrokken. Ben gaan kijken."

"Ze lag in bad. Ik voelde aan haar pols, maar ik wist het al. Ik zag al die lege strippen."

Hij slurpt aan de tweede koffie.

"Ik kan geen moment benoemen waarop ik aanvoelde dat het de verkeerde kant opging, dat ik in de problemen zat. Er was maar een overheersende gedachte. Hoe zou ik dit moeten vertellen aan Victor? Ik kon aan niks anders denken. Ik heb de receptie gebeld, er is een urgentieteam gekomen. Daarna ook de politie. Een politieman vroeg me of ik alstublieft de kamer wou verlaten. Of ik kon meekomen voor een verklaring. Er is me achteraf gezegd dat ik me kenbaar had moeten maken als politicus. Dat ik mijn parlementaire onschendbaarheid had kunnen laten spelen. Geloof me, dat is niet waar je op zo'n moment aan denkt."

null Beeld BELGA
Beeld BELGA

"Ik vond de vragen die ze me stelden niet vriendelijk, maar dacht: deze mensen doen hun werk. Ik moet ook zeggen dat ik kan begrijpen dat de politie in eerste instantie heeft gedacht aan een misdrijf. Er waren sporen van een schermutseling, het is niet meer dan normaal dat men de feiten grondig onderzoekt. Ik moest mijn zakken leegmaken, spullen afgeven. Toen het me begon te dagen dat ik echt gearresteerd was, leek me dat een bijkomstigheid, een kwestie van te wachten tot het misverstand zou zijn opgehelderd. En eigenlijk is dat nu, acht maanden later, nog altijd zo."

"Er volgden verhoren, een wedersamenstelling, discussies waarbij mijn ondervragers zeiden: 'Pleit verzachtende omstandigheden. Beken, en we laten je gaan'. Ik heb de dingen ondergaan als een toeschouwer. Ze gebeurden en ik kon alleen maar denken aan haar, en aan Victor. Een week na mijn aanhouding zijn ze mijn spullen komen brengen. Ze hadden een huiszoeking gedaan in mijn woning. Ze brachten die kisten met administratie in mijn cel en vroegen me of ik kon verifiëren of er niks ontbrak."

Voor het eerst is er een lachje.

"Ik open de eerste kist en helemaal bovenaan zie ik mijn maçonnieke paspoort. Ik ben bij de loge. Ik ben al in geen jaren meer naar zo'n bijeenkomst geweest, en van dat paspoort had ik zelfs geen idee meer waar ik het ooit had gelaten. De speurders hadden het gevonden en daar zo gelegd, als een knipoog. Daar, op dat moment pas, ben ik beginnen denken: speelt hier iets politieks?"

"Op een gegeven moment zeggen ze: 'Het Britse koppel in de kamer naast u heeft rond tien uur geluiden gehoord die wijzen op een onstuimige vrijpartij'. Terwijl ik had gezegd dat ik op dat uur sliep. Dan redeneren zij: 'Als u daarover al liegt, hoe kunt u dan van ons verlangen dat wij geloven dat u over de rest de waarheid spreekt?' Eerlijk, ik weet het echt niet meer. Hoe laat hebben wij gevreeën? Hoe laat ben ik in slaap gevallen?"

"De speurders lieten me haar sms'jes aan hem lezen. Ze wezen me op de tijdstippen. De berichtjes waren verstuurd terwijl ik bij haar was, of even naar buiten was gegaan voor een sigaret. De realiteit is dat Oswald er op de een of andere manier altijd is geweest, dat die achttien maanden een langgerekte leugen zijn geweest. Dat is hard, als je na dat plotse besef weer naar je cel moet. Ze vroegen me of ik haar stem wou horen, op zijn voicemail. Nee, dat hoefde voor mij niet. Ik had voldoende aan een transcriptie."

"Dan zegt die politieman: u had wel een goed motief."

Brugge, dinsdag 19 augustus 2014

In de wachtzaal loopt een West-Vlaamse blonde in een transparant jurkje op onmogelijke hakken te sakkeren: "Zèh, 't is al kwart voor!"

Er verschijnt een wat molligere vrouwelijke cipier in een deuropening, die nodeloos luid roept: "Voor 't ongestoord bezoek is 't langst ier!"

Het leven zoals het is, Penitentiair Centrum Brugge.

Klokslag vier uur wordt ook het gestoorde bezoek toegelaten, en schuifelt hij opnieuw als laatste in de rij naar ons tafeltje.

Een week scheidt hem nu van wat uiteindelijk zijn laatste verschijning voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling in Gent zal zijn. Hopen doet hij nochtans niet.

"Hoop heeft mij de vorige keren niks opgeleverd. De tegenexpertise, door een team van de meest gerenommeerde toxicoloog en wetsdokters van het land, is wat ze is. Zelfdoding door een mix van alcohol en medicatie. De sporen van wurging, waar het Brugse parket de hele tijd mee schermde, zijn toegebracht tijdens pogingen tot reanimatie. Toen het idee rees voor die tegenexpertise - op mijn kosten - heb ik tegen mijn advocaten gezegd: 'Neem de duurste en de beste mensen, laat hen volledig onafhankelijk werken. Ik zal vrede nemen met de resultaten, wat die ook zijn.' Ja, als ze daarna nog blijven volhouden, waarom zou ik dan nu hopen?"

"Het zogenaamde moraliteitsonderzoek is voltooid. De speurders zijn op zoek gegaan naar mensen in mijn omgeving die bereid zijn om slechte dingen over mij te zeggen. Als in: 'Hij kon weleens opvliegend zijn'. Dat moet het 'm dan gaan doen bij de jury, op het proces. Zelfs Benoît Lütgen en Jean-Michel Javaux, niet direct mijn politieke medestanders, hebben verklaard dat ik geen agressief persoon ben. Echt, dat is wat de speurders vroegen: 'Als hij dan op het spreekgestoelte stond in het parlement, werd hij dan weleens agressief?' Ik vind dat ergens wel grappig."

Hij vertelt over de bijna dagelijkse bezoeken van de Jehova's getuigen, de pinkstergemeenschap en de evangelisten. Hij is een uitgesproken atheïst.

"Ik ben sociaal, ik sta voor iedereen open. Deze mensen komen je bezoeken in je cel. Ze willen met je praten over de schepping. Ze willen mij het creationisme bijbrengen. Ik ga met hen in discussie. Deze week vielen er twee evangelisten in mijn cel op hun knieën. Ze begonnen voor mij te bidden. Voor hen ben ik een verloren ziel."

Hij is vooral bankroet. De familie van Véronique Pirotton heeft via een beslagrechter zijn wedde doen afleiden naar een derdenrekening. Er is beslag gelegd op alles wat hij bezit. Zijn dochter Saphia studeert filosofie. Hij betaalde alles, 500 euro per maand.

"Op dit ogenblik heb ik geen idee hoe ik dit ooit opgelost krijg. Ik probeer er niet aan te denken. Ik bezit niks meer, enkel schulden. Ik heb nu ontdekt dat de speurders na mijn arrestatie met mijn iPhone hebben zitten bellen, voor 130 euro in november en voor 110 euro in december. Ze hebben ook met mijn Visarekening spelletjes zitten spelen. Ik ken het bedrag nog niet. Ik weet: dit gaat nog jarenlang al mijn energie wegzuigen. Meer nog dan die paar honderd euro, spookt die gedachte door mijn hoofd. Men fantaseert dat je een moordenaar bent en opeens is alles veroorloofd. Ben je helemaal niemand meer."

"Ik heb niet meer de leeftijd om nog met veel grote projecten tegelijk bezig te zijn, maar ik neem hier wel het goede van mee. Als dit ooit achter de rug is, ga ik me bezighouden met justitie en het gevangeniswezen. Wist u dat in België een op de drie gevangenen in voorarrest zit? Dat wij op dat vlak uniek zijn in de wereld?"

Ja, zo'n dingen weten wij, journalisten, toevallig.

"Dat is toch vreselijk? Als een op drie al wordt gestraft voor het proces, dan zit er toch onvermijdelijk een gigantische foutenmarge op onze rechtspraak? En dan ben ik waarschijnlijk slechts een van de heel velen."

De fatik graait naar het laatste stripje cellofaan van het speculaaskoekje op de tafel. Nog vijf minuten. Rondom ons klemmen mensen zich aan elkaar vast, gaan ze snikken en hysterisch doen. Wij staan recht, en hij pakt me vast.

"Bedankt."

Brussel, dinsdag 26 augustus 2014

De afspraak was: niks van dit alles publiceren zolang hij in de gevangenis zit.

Nu is hij vrij. Ik bel, ik sms, geraak niet verder dan Jean Thiel, de politiek secretaris van Ecolo die met hem via de E40 op weg is naar een café in Seraing. Een vat.

"Een van de voorwaarden voor zijn vrijlating is dat hij onder geen enkele voorwaarde nog contact mag hebben met journalisten."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234