Zaterdag 24/08/2019

Als IS onthoofdt, krijgen Syriërs klappen

Beeld UNKNOWN

Sinds IS kortstondig een grensplaats innam, zijn Syrische vluchtelingen in Libanon hun leven niet meer zeker.

Toen groepen woedende Libanese jongeren onlangs de buurt afstroopten op zoek naar Syriërs, hield Sabiha al-Okdi de deur gesloten en haar vier zoons binnen. Haar onderlip begint te trillen. 'We waren zo bang', huilt ze. 'Ik heb de hele dag gebeden dat niemand op onze deur zou kloppen.'

Sinds strijders van Islamitische Staat uit Syrië in augustus kortstondig de Libanese grensplaats Arsal overnamen, zijn Syriërs in Libanon hun leven al niet zeker. Maar de woede kwam pas echt tot een uitbarsting toen IS-militanten twee weken geleden twee gevangengenomen Libanese militairen onthoofdden. Dat het Syrische al-Nusra Front vrijdag een video uitbracht waarin een Libanese soldaat voor de ogen van een andere Libanese gevangene werd doodgeschoten, maakt het nog erger.

Op de muren van Bourj Hammoud, de volkswijk in Beiroet waar Sabiha met tienduizenden andere Syrische vluchtelingen woont, verschenen afgelopen weken affiches: Syriërs moeten subiet de wijk verlaten, of de consequenties aanvaarden. Ook op WhatsApp en Facebook zoemden de dreigende woorden rond. Op wraak beluste Libanezen trokken ook elders door buurten met veel Syrische vluchtelingen. Er waren vechtpartijen en bedreigingen. In de Bekaavallei stak iemand een Syriër in zijn nek, elders tuigden Libanezen Syrische voorbijgangers af.

'Als je een Syriër bent, hoor je bij IS', zegt dagloner Walid Hamed (32) uit Aleppo, die zelf ook al eens in elkaar is geslagen door Libanese jongeren. 'Ik heb niks met die lui te maken! Maar sinds Arsal is het ongelofelijk. Voor mensen hier zijn we nu allemaal hetzelfde: als je soenniet bent, ben je met de militanten.'

Het geweld in Bourj Hammoud weerspiegelt de toenemende agressie jegens Syrische vluchtelingen in Libanon, dat ruim een miljoen van hen herbergt. Libanon - bevolking 4,5 miljoen - heeft geen kampen, uit angst dat het daarmee vluchtelingen een permanenter status geeft. De Syriërs wonen in garages, Spartaanse huurkamers en geïmproviseerde tentenkampen, tussen de lokale gemeenschap.

Libanezen klagen dat Syriërs hun banen inpikken, de toch al krakkemikkige water- en stroomvoorzieningen onder druk zetten, stelen, naar hun vrouwen loeren. Verschillende dorpjes hebben al een avondklok aan Syriërs opgelegd, of ze gesommeerd te vertrekken. De agressie neemt soms sektarische vormen aan. De meeste Syriërs zijn soennitisch moslim, en zo ook de meeste rebellen en vluchtelingen. In Libanon is de sjiitische beweging Hezbollah oppermachtig. Zij strijden in Syrië aan de zijde van het regime van Assad. In het zuiden van Libanon, het domein van Hezbollah, zijn verschillende Syrische kampjes afgebroken. Ook Bourj Hammoud wordt gedomineerd door pro-Assadpartijen.

'Ze drijven ons tot wanhoop op deze manier', zegt Walid, de dagloner uit Aleppo, terwijl zijn zoontje tegen een zwaar beschimmelde muur in hun huurwoning leunt.'Net zo lang totdat ik echt een keer wat stoms doe. Ze drijven ons in de armen van IS met dit gedrag.'

Daar weet Petro wel wat op. 'We slaan ze', zegt hij. De potige veertiger, gekleed in Adidas-trainingsbroek en T-shirt, is een van de 'jongens van de buurt' die zich bezighouden met de veiligheid in Bourj Hammoud. Nadat Arsal werd ingenomen door de IS-milities uit Syrië, besloot Petro te voorkomen dat Syriërs in zijn hoofdstedelijke wijk - ruim honderden kilometer verderop - te veel praatjes zouden krijgen.

Er zijn goede en slechte Syriërs, zegt hij en de goede laat hij natuurlijk met rust. Maar wie er in zijn ogen verdacht uitziet, vraagt hij met zijn kompanen om legitimatie. Als ze dat niet kunnen tonen, of als ze bijvoorbeeld een mes bij zich hebben, rammen Petro en zijn vrienden de Syriërs in elkaar en leveren ze af bij de politie. 'Wij proberen onszelf te beschermen', zegt Petro. 'Het is onze buurt.'

Het geweld is nu wat geluwd. Maar vechtersbaas Petro, noch vluchtelingen als Walid en Sabiha denken dat het de laatste keer is geweest. Straks onthoofden IS-militanten in Syrië weer een Libanese militair. Of er komt een andere aanleiding voor agressie jegens Syriërs: het zijn er teveel, in te dichtbevolkte gebieden, met te veel druk op de Libanese gemeenschap.

'Maar waar moeten we anders heen?', zegt Sabiha. 'We hebben thuis niets meer over. Ik wil alleen mijn kinderen beschermen.' Ooit was ze een vrolijke, goedlachse vrouw. Je ziet het aan de kraaienpootjes naast haar ogen, en de mondhoeken die speels omhoog gaan als ze een mooie herinnering ophaalt. Zoals aan hun leven in Aleppo, in een buurt die inmiddels met de grond gelijk gemaakt is. 'We hadden een huis en een groentewinkel,' zegt Sabiha. 'Och, wat zou ik daar toch graag naar terug willen.'

Maar huis en groentewinkel zijn niet meer. Gevlucht voor de bommen van Assad en de rebellen, moet ze nu ook in buurland Libanon vrezen voor de veiligheid van haar kinderen. 'Toen we hier net aankwamen waren we zo gelukkig, iedereen hielp ons', zegt Sabiha. 'Maar de Syriërs hebben hun problemen naar Libanon gebracht, het is waar. En nu haten de Libanezen ons.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden