Maandag 21/10/2019

Als ik zoek naar een stem praat ik tegen mezelf

Acteur Daniel Day-Lewis draait weinig films. Nauwelijks acht sinds hij een Oscar kreeg voor zijn vertolking in My Left Foot van regisseur Jim Sheridan uit 1989. Nadien volgden er nog Oscarnominaties voor het IRA-drama In the Name of the Father van Jim Sheridan en voor Gangs of New York van Martin Scorsese. En als er in Hollywood zoiets als rechtvaardigheid bestaat, dan moet hij binnenkort een nominatie krijgen voor zijn uitmuntende vertolking in There Will Be Blood. Door Jan Temmerman

In die film van de Amerikaanse scenarist-regisseur Paul Thomas Anderson, bekend van Boogie Nights, Magnolia en Punch-Drunk Love, speelt Daniel Day-Lewis op grandioze wijze de rol van Daniel Plainview, een geobsedeerde en onverbiddelijke petroleumpionier van rond de vorige eeuwwisseling, toen de ontginning van olie nog een zegen voor de mensheid leek. Voor zijn scenario liet Anderson zich inspireren door de beroemde en controversiële roman Oil! uit 1927 van de politiek en sociaal sterk geëngageerde schrijver Upton Sinclair. There Will Be Blood mag dan wel als de titel van een banale horrorfilm klinken, maar het resultaat is wel degelijk een even epische als persoonlijke film over olie en hebzucht, maar ook over brute macht, religie en familiebanden.

Enigmatisch, intens, controversieel, obsessief: het zijn adjectieven die telkens weer opduiken wanneer men het over Daniel Day-Lewis heeft, de fenomenale Ierse acteur die in 1957 in Londen geboren werd. Wat die omschrijvingen zo opmerkelijk maakt, is dat ze niet alleen gebruikt worden voor de acteur en zijn vertolkingen, maar ook voor de privépersoon en zijn hebbelijkheden. Of toch minstens voor de perceptie die daarover bestaat.

Er zijn natuurlijk zaken die hem altijd, als acteur en als privépersoon, zullen blijven achtervolgen. Zoals de fax waarmee hij in 1995 een einde maakte aan zijn relatie met de toen zwangere Isabelle Adjani. Of de manier waarop hij in 1989, na maandenlang in het theater de hoofdrol te hebben gespeeld in Hamlet, tijdens een van de laatste voorstellingen midden in de opvoering van het podium stapte. En nooit meer terugkeerde. Neurasthenie werd toen als medische diagnose gegeven. Maar het hielp natuurlijk niet dat Daniel Day-Lewis zich later liet ontvallen dat hij was weggestapt omdat hij het gevoel had gekregen dat hij als Hamlet tegen de geest van zijn eigen vader stond te praten! Zijn vader was de Ierse dichter Sir Cecil Day-Lewis, die een tijdlang Poet Laureate van Engeland is geweest. Zijn moeder was de actrice Jill Balcon.

"Er bestaan zoveel misverstanden over mij", zucht hij af en toe in interviews. Maar de manier waarop hij zijn privacy afschermt, grenst dan ook soms aan het maniakale. Tijdens een persconferentie in 1996, naar aanleiding van de film The Crucible, waarvoor de beroemde Amerikaanse toneelschrijver Arthur Miller de scenarioadaptatie van zijn eigen theaterstuk had geschreven, vroeg iemand Daniel Day-Lewis wie hij nu eigenlijk het eerst ontmoet had: Arthur Miller of zijn dochter Rebecca. Toegegeven, het was een eerder doorzichtige poging om bevestigd te krijgen dat Daniel en Rebecca inderdaad een item waren. Maar de acteur weigerde te antwoorden en reageerde bijzonder geïrriteerd: "Nog goed dat je mij die vraag nu op het einde stelt, want anders was ik meteen opgestapt." Enkele dagen later trouwden Daniel Day-Lewis en Rebecca Miller, uiteraard in het grootste geheim. Ze hebben inmiddels twee kinderen.

Dat huwelijk kwam er na (echte of vermeende) liaisons met Julia Roberts, zangeres Sinead O'Connor, Juliette Binoche, Madonna, Tilda Swinton, Greta Scacchi, Winona Ryder en Isabelle Adjani, die aan die romance in ieder geval haar zoon Gabriel-Kane overhield.

Toch zijn het vooral de verhalen over de manier waarop Daniel Day-Lewis zijn rollen voorbereidt en dan ook speelt, die zijn obsessieve reputatie lanceerden en bleven voeden. In My Left Foot speelde hij de rol van de Ierse kunstenaar Christy Brown, de zwaar verlamde man die er toch in slaagde te schrijven en te schilderen met het enige lichaamsdeel dat hij kon bewegen en controleren, namelijk de linkervoet uit de titel. Tijdens de opnamen van die film wou Daniel Day-Lewis nauwelijks zijn rolstoel verlaten, ook wanneer er niet gefilmd werd. Zelfs als er gegeten moest worden, gebeurde dat in een rolstoel. En op de set moest men Daniel én zijn rolstoel over de kabels heen tillen.

Voor The Last of the Mohicans van regisseur Michael Mann, waarin hij Hawkeye speelde, werd hij een soort survivalist en ging dus maanden in de bossen van North Carolina wonen. Hij leerde er jagen, dieren villen, kano's bouwen, met een tomahawk gooien en met een zwaar, ouderwets vuursteengeweer schieten. Omdat zo'n indiaanse krijger zijn wapen altijd bij zich gehouden zou hebben, deed Daniel Day-Lewis dat dus ook. Zelfs bij een kerstdiner.

Voor In the Name of the Father, het verhaal van de Guilford Four en de blunderende Britse justitie, probeerde hij zich in te leven in de gevangenschap van de ten onrechte veroordeelde IRA-verdachte Gerry Conlon door zich zelf te laten opsluiten door brutale 'bewakers', die hem uitscholden en water over hem heen goten wanneer hij in slaap viel. Voor zijn rol van Bill 'The Butcher' Cutting in Gangs of New York ging hij natuurlijk in de leer bij echte slagers.

Toen bekende raakte dat Daniel Day-Lewis in There Will Be Blood de hoofdrol zou spelen van Daniel Plainview, de oliepionier die in het begin van de twintigste eeuw in Californië op zoek ging naar het zwarte goud, grapte een Britse krant dat de acteur wellicht met een boortoren in zijn achtertuin in het Ierse Wicklow in de weer was geweest.

"Ik heb dat ook gelezen", lachte de acteur eerder deze week op een persconferentie in Londen, waar hij over zijn nieuwe film kwam praten. "En ik dacht toen: 'Hé, wat een fantastisch idee! Dat had ik misschien wel moeten uitproberen!' Maar dat heb ik dus niet gedaan. En nee, ik ben ook niet in een of ander olieveld gaan werken."

In essentie zullen veel van die, al dan niet opgeklopte en uitvergrote verhalen over intensieve voorbereiding en daaropvolgende onderdompeling in zijn filmpersonages dus wel kloppen, maar zelf praat Daniel Day-Lewis daar niet graag over. Omdat men zich volgens hem te veel blind staart op de sensationele details en daarbij de indruk creëert dat het om een soort ziekelijke hobby of masochistische tijdbesteding zou gaan. "Er is al zoveel onzin verteld en geschreven over mijn werkwijze en ik heb al zo vaak geprobeerd dat recht te zetten dat ik soms weinig zin heb om er nog veel over te praten.

"Er wordt veel te veel gefocust op allerlei praktische details. Voor mij is dat weliswaar een vitaal onderdeel van het hele werk, maar dat heeft vooral te maken met mijn fascinatie voor en mijn nieuwsgierigheid naar het personage dat ik zal vertolken. Maar het belangrijkste werk gebeurt toch altijd in de verbeelding. Als het enigszins kan gebeuren, dan moet het daar gebeuren. En natuurlijk werkt de verbeelding altijd nauw samen met het onbewuste. Als het werk van een acteur verloopt zoals het zou moeten, dan kan men het niet helemaal onder controle houden. En toch moet een deel van het verstand, van de rede aanwezig blijven om te vermijden dat het allemaal een grote chaos wordt, want in dat geval ben je niet meer in staat om het verhaal te vertellen.

"Wat mij nog het meest irriteert aan al die verhalen, is dat men lijkt te vergeten dat acteren, ook al exploreert men daarbij gebieden van de menselijke ervaring die behoorlijk verwarrend en schokkend kunnen zijn, toch altijd een heerlijk iets blijft. Het is geen masochistische onderneming, maar een vreugdevol iets. We maken gewoon onze eigen speeltuin. We proberen een wereld te verzinnen en we proberen die dan tot leven te brengen. In mijn geval probeer ik vat te krijgen op die wereld door de ogen van een andere man, met andere ervaringen, een ander metabolisme, een andere manier van denken en voelen en handelen. Hoe bizar dat acteerwerk ook is - en het blijft natuurlijk een vreemde manier om je dagen door te brengen -, toch is het meest bevreemdende aspect dat iemand, in casu de regisseur, op een bepaald moment zegt: 'That's it! We zijn klaar.' Op dat moment voel ik een soort weigering om alles zomaar achter te laten. Ik vind het jammer dat ik weg moet uit de speeltuin."

Over zijn voorbereiding voor There Will Be Blood wil de acteur wel kwijt dat hij uiteraard het boek van Upton Sinclair gelezen heeft - "Zeer veel details over het leven en het werk in die olievelden" - en dat hij ook informatie heeft opgezocht over de Amerikaanse oliemagnaat Edward L. Doheny, een van de inspiratiebronnen van schrijver Sinclair voor het hoofdpersonage in zijn roman Oil!. "De eindscènes van de film hebben we trouwens gedraaid in zijn huis, de Doheny Mansion in Los Angeles. Onwaarschijnlijk! Het deed mij denken aan zo'n piramide die een farao voor zichzelf liet bouwen. Maar mijn personage is dus zeker niet naar die Doheny gemodelleerd."

Ook voor de stem van zijn personage heeft hij uitgebreid onderzoek gedaan. "Hier en daar is al gesuggereerd dat het zo'n beetje als John Huston klinkt", geeft Day-Lewis schoorvoetend toe. "Maar dat was slechts een van de vele stemmen die ik beluisterd heb. Er bestaan geen opnamen uit de specifieke periode waarin de film zich situeert. Gelukkig maar, want dat gaf mij een zekere vrijheid, aangezien niemand dus kon beweren dat er toen niet zo gesproken werd. Maar ik heb wel veel historische bandopnamen beluisterd, zoals de Dustbowl Recordings uit Oklahoma.

"Telkens wanneer ik op zoek ben naar een stem, praat ik veel tegen mezelf. Ik gebruik daarvoor zo'n prehistorisch recordertje met kleine cassettes, dat zowat incompatibel moet zijn met alle moderne audiosystemen. Ik praat daarin en probeer zo een klank te vinden die iets te betekenen heeft. Maar uiteindelijk komt het meestal hierop neer dat ik in mezelf een stem hoor en dat ik dan probeer die bepaalde stem te laten horen. Maar ik weet niet of wat ik hier allemaal vertel wel steek houdt."

There Will be Blood wordt in februari 2008 in de Belgische bioscopen verwacht.

Daniel Day-Lewis:

Ook al exploreer je verwarrende of schokkende ervaringen, toch blijft acteren altijd een heerlijk ietsAan het einde van de opnamen voel ik een soort weigering om alles zomaar achter te laten. Ik vind het jammer dat ik weg moet uit de speeltuin

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234