Maandag 21/10/2019

'Als ik zelf kan blijven lachen, is het goed'

Terwijl de wereld brandde, was Jan Eelen bezig met het afdrukken van drie penissen in plaaster. Dat leverde Callboys op, een nieuwe fictieserie, vanaf september op VIER. 'Het is kolder', zegt hij. 'Maar naast onzin is er niet zo veel wat ik kan.'

Opvallend hard klopt hij op zijn toetsenbord, gedecideerd, maar Jan Eelen wil iets laten lezen. En iets tonen. Eerst een mail van iemand, die hij - naar gewoonte - een aflevering van Callboys liet zien. "Ik heb me niet afgevraagd hoe de goegemeente zal reageren. Fuck them."

Dan een mail van Youri Boone, met wie hij de serie maakt en die hem op 6 januari nog eens herinnerde aan waarover ze bezig zijn: 'Liefde in tijden van marketing', schrijft de man die door Eelen steevast 'Boontjes' wordt genoemd. En dan tikt Jan 'Vlooybergtoren' op Google in. U moet dat eens doen.

Wat je ziet is dit: "Het is een kunstwerk, een trap eigenlijk, die op de buiten staat in Tielt-Winge. Ik kende die al langer. Boven is er een soort platform en als de callboys een belangrijke beslissing nemen, gaan ze op die Vlooybergtoren staan. Waarom? Omdat ze denken dat dat zo hoort.

"En dat zie je vaak. Bij hen: als ze in de eerste aflevering vergaderen, dan spélen ze eigenlijk vergadering. Dat is van deze tijd, vergaderingske spelen, hoe vaak doen we dat niet allemaal? Volgens mij komt dat omdat we zo veel beelden zien die zeggen hoe we moeten leven. Onlangs was ik met mijn gezin in Barcelona en de gast die het terras moest bewaken, deed dat helemaal zoals Al Pacino het zou kunnen doen. We leven naar beelden."

Hij schenkt een glas water in en nergens beter dan hier thuis, in zijn bureau in Berchem, kun je zien hoe werkelijkheid en fantasie zij aan zij staan in jan Eelens leven. Boven rijen dvd's staat op de hoogte plank een zwart-witfoto van zijn opa, met sigaar, hij was architect en hier woonde hij ooit zelf. Ernaast staan drie kleurige dozen met daarop 'Devon', 'Wesley' en 'Jay' en daarin zouden dan de dildo's zitten: gemaakt naar vorm en grootte van hun penissen. Opa kijkt de andere kant op.

Dat acteurs Matteo Simoni, Rik Verheye, Stef Aerts en Bart Hollanders drie gigolo's en hun assistent zouden spelen, was niet het eerste idee. Het uitgangspunt van Jan Eelen was meer dat hij iets met die vier gasten wilde doen, hij had ze in 2009 al op het Conservatorium gezien en in 2010 in het Zuidpooltheater in De thuiskomst van Harold Pinter. Eerst de acteurs, dan een idee, uiteindelijk de Callboys.

Knipselmappen helpen om op ideeën te komen, ergens vond Jan Eelen daarin een krantenberichtje over een Duits hoerenkot voor vrouwen dat zo goed als meteen failliet was gegaan. "Die man dacht: seksualiteit verandert, waarom niet dus? Waar hij niet aan had gedacht, is dat mannen anders reageren als ze erachter komen dat hun vrouw naar de hoeren is gegaan. Eén man was ernaartoe gereden en daar was een schietpartij van gekomen."

Even was dat een plan. Maar de Callboys zijn dus vier mannen in een escortbureau. "Het is een wereld die niet bestaat. Je vindt op het internet veel gasten die van alles doen voor 10 of 20 euro, maar eigenlijk heb je in België maar vijf, misschien zes, goeie gasten. Die onafhankelijk werken. We hebben met twee afgesproken. Een keer in een hotel in Antwerpen, een andere keer in de Volta in Gent. We hadden een hele lijst van vragen, maar belangrijk was: eerst betalen. Boontjes had hun envelopje mee.

"Je kunt die mannen huren zoals een clown op een kinderfeest. Seks staat niet in het contract, maar het kàn er wel van komen. Het zijn hele normale mensen die een dienst aanbieden en die ook met psychiaters samenwerken om hulp te bieden aan slachtoffers van verkrachtingen. Soms is dat tristesse, soms komen ze bij gehandicapten, soms ook bij bevrijde vrouwen die denken: 'Als ik seks wil, wil ik goeie seks en ik heb geen zin om eerst drie uur op café te gaan met een of andere zager'. Maar die realiteit van wat die echte callboys doen, is niet zo interessant. Onze callboys zijn echt slecht, je zou ze geen vijf frank geven, het zijn figuren uit de jaren 80, het soort van mannen dat hopelijk niet te veel meer bestaat."

We tikten even www.callboys.be in en als u dat ook doet, dan ziet u een bijzonder universum. Het is voor alle duidelijkheid niét de site van Eelens fictieserie, maar er is veel mogelijk in de wereld van de Misha's en de Rocco's - al dan niet geschoren en met of zonder condoom.

Callboys is anders, je zou zelfs kunnen zeggen: wàt ze doen (betaalde seks dus) is minder belangrijk dan hoe ze met elkaar omgaan. Met - allicht - andere namen hadden Jay, Devon, Wesley en Randi net zo goed lid van een kaartclub kunnen zijn. "Maar dit is een goed milieu om te laten gebeuren wat er gebeurt", zegt Eelen. "Zo regelen ze al snel een meeting om dildo's te bestellen, afdrukken van hun eigen pik. Ze dénken dat dat geweldig succesvol zal zijn en dan kom je in een soort Elsschot-verhaal. En daar gaat het over, in wat Youri schreef: steeds meer mensen gaan van zichzelf een product maken."

'Liefde in tijden van marketing', zo schreef hij dat, zoals mensen vandaag via sociale media zichzelf een identiteit geven. 'Mensen herleiden zichzelf naar de wereld toe tot een aantal zorgvuldig geselecteerde foto's, idealen waar ze zich achter scharen, citaten van bekende mensen waarin ze zich kunnen vinden', schrijft Boone.

"Misschien is het altijd zo geweest", denkt Jan. "Maar, met alleen maar respect voor de goeie bedoelingen, meteen na de aanslagen van 22 maart zag je dat ook op het Beursplein. Rik (Verheye, RVP) wandelde daar even later langs en hij zei dat je bijna het gevoel kreeg in een tv-studio te belanden. Het stond vol cameraploegen, er was catering en dan daarbinnen die ruimte waar mensen boodschappen tekenden of bloemen neerzetten. Maar ze wachtten daarbij vaak op instructies of tot ze in beeld waren. Iedereen neemt daar ook een foto van zichzelf. (met een glimlach) Misschien zijn wij echt wel de generatie die met recht en reden kan zeggen dat het vroeger beter was."

Er wordt fantastisch geacteerd in Callboys. Je vergeet zelfs dat het acteren is. Niet alleen die vier opvallend gefitnesste acteurs ("ze hebben er allemaal hard aan gewerkt, maar Matteo heeft écht het ideale lijf om op korte termijn zulke resultaten hebben en die heeft ook nog eens zes maanden geen pasta gegeten, zélfs niet op vakantie in Italië"), ook Peter De Graef en Bien De Moor zijn wie ze spelen: een koppel dat een gigolo inhuurt voor haar. En hoe zij daar dan kleinmenselijk mee omgaan. "In Ben X speelde Peter een psychiater en ik dacht echt dat hij in het echte leven een psychiater was."

Maar hoe speel je échte mensen, zelfs als ze in het écht niet bestaan? "Frankie Loosveld (rol van Wim Opbrouck in 'Het eiland', RVP) bestaat ook niet in het echt. Maar ik moet altijd denken aan One Flew Over the Cuckoo's Nest en daarin een scène met Jack Nicholson en de directeur van het hospitaal. Dat was zo goed en zo écht en achteraf bleek die gast ook écht de directeur van een zothuis te zijn. Miloš Forman (de regisseur, RVP) liep op de set blijkbaar voortdurend te roepen: 'It must be real! It must be real!' Dat is de kern."

Wat je ook vergeet, is dat alles wat je ziet ooit eerst geschreven is. In een rush, in notitieboekjes, met ingevingen ingesproken op de iPhone. De regisseur zou nooit schrijver willen zijn, zegt hij: "Het is wat ik het minst graag doe. Schrijven is heel eenzaam. Toen we begonnen te draaien, had ik nog geen einde en als je dan op restaurant gaat met je vrouw, ben je toch bezig met dat op te lossen. In je hoofd zitten constant een paar splitsingen. Schrijven vind ik frustrerend en ik geniet er niet van. Het wordt pas plezant als ik het nadien kan uitwerken."

Dan kan hij de zonnebloemen, die achter de tuin van zijn ouderlijk huis in Linden ("daar heb ik me vaak teruggetrokken om te schrijven, er is geen internet") groeien naast de al bruin geworden maïs, mee in Callboys verwerken. Of die Vlooybergtoren dus: Tielt-Winge is niet zo ver van Linden. Je schrijft iets dat zich op een afgesloten autosnelweg afspeelt, en een paar maanden later film je die scène. "Eén zinnetje was dat en plots sta je daar en zie je hoeveel mensen in de weer zijn om die snelweg verkeersvrij te houden."

Vraag is hoezeer je nog twijfelt als op je rek - je ziet ze hier staan - de dvd-boxen van De Ronde en In de gloria staan en aan de muur de affiche van God van de slachting hangt. Dat regisseerde Eelen voor NTG. "Die twijfel is er altijd. Maar nog erger zou zijn als ik me niet meer amuseerde. Heel belangrijk, zowel tijdens schrijven, draaien en monteren, is dat ik mezelf nog kan verbazen en mezelf kan laten lachen. Nu, tijdens het monteren van dingen die ik al honderd keer gezien heb, kan ik nog lachen. Dat is goed. Al zit er geen enkele mop over seks in. Daar hou ik niet van."

Was er een rem op dat schrijven? Callboys is humor, maar Matteo Simoni wordt er plots wel een sekssymbool in.

"Ik heb pas gemerkt hoe populair hij bij jonge meisjes was, toen we aan het draaien waren in Ieper en hele horden meisjes met hem een selfie wilden maken. Maar tijdens het schrijven heb ik er geen seconde rekening mee gehouden dat hij als Smos in Safety First veel fans van 13 jaar heeft en dat die zullen verschieten. Het zou zonde zijn, zowel voor hem als voor mij, om je te laten beperken door die doelgroep."

Maar er is best wel wat seks te zien. Vrees je geen reacties in dit conservatief geworden Vlaanderen?

"Tja, denk je dat Vlaanderen zo ethisch rechts is dat vandaag de abortuswet of het homohuwelijk niet meer goedgekeurd zouden worden?"

Misschien.

(denkt na) "Ik denk dat dat toch wat weg is. (aarzelt) Alhoewel. Ik weet het niet. Misschien wel. In ieder geval heb ik me van geen enkele norm iets aangetrokken en me afgevraagd of het kon. En niemand kan zeggen: 'en dat met ons belastinggeld!', want we zitten op VIER. (lacht) En ik ga er niet van uit dat Callboys in scholen zal getoond worden, zoals Het eiland wel getoond werd in lessen over pestgedrag."

Vijf jaar liggen er tussen De Ronde en Callboys. Tussenin startte VIER op, werkte hij mee aan De ideale wereld en was er dus dat NTG-avontuur. Hij bewonderde Bevergem. En tussenin veranderde de wereld, hij verwees er zelf al naar. Waarom dan toch weer humor en niet, met al zijn gevoeligheid, talent en ongetwijfeld ook engagement, iets doen met de realiteit. A la Ken Loach, bijvoorbeeld?

"Met fictie heb ik daar al zeker geen behoefte aan. (glimlacht) Er is niet zo veel dat ik kan, naast onzin. Toen in De Ronde het euthanasieverhaal met Paul Wuyts zat, zei men: 'Dat is maatschappelijk toch belangrijk'. Dat zal wel en het is erin geslopen, maar voor mij was dat in de eerste plaats toch een goed dramatisch element."

Hij gaat daar even op door. "Met Wim Helsen had ik het onlangs over Donald Trump. Het is ongelooflijk fascinerend wat er aan het gebeuren is en het is straf hoe in deze tijden, met alle bronnen die er zijn, iemand zo vlakaf durft, kan en mag liegen. Ook al spreken de feiten hem tegen. Het is goedkoop om hem met Hitler te vergelijken, maar de methoden die hij gebruikt doen wel aan het fascisme denken. Alleen konden de Duitsers die toen pas drie dagen na de feiten de Hamburger Courant lazen nog zeggen: 'Wir haben es nicht gewusst'. Dat kan geen Amerikaan vandaag zeggen.

"In het middelbaar had ik een leraar die zei dat er vandaag zo veel informatie zou zijn, maar dat de grote moeilijkheid was te voorspellen hoe we daarmee zouden omgaan. Dat klopt. Voor elke factchecker is er een ander. Kijk naar de politieke debatten. De ene komt met een studie af en de andere bestrijdt ze met een andere studie. Toch jammer. Zoals ik het jammer vind dat België, in het centrum van Europa, niet de rol van gidsland speelt. Dat zouden we kunnen, net door onze tweetaligheid, maar we doen het niet."

Vind je het beangstigende tijden?

"Ik heb op Canvas ooit een documentaire ingeleid over de Rode Khmer en hoe intellectuelen, schrijvers en schilders naar het platteland werden verbannen. Gasten met het verstand van een kind van 6 zeiden hen wat ze moesten doen. Ik herkende daarin al de strijd op school tussen mensen die gevoelig zijn, mededogen hebben en zich kunnen verplaatsen in de ander en aan de andere kant de roepers.

"Poetin is daar ook zo'n voorbeeld van: hij doodt journalisten, schiet een vliegtuig uit de lucht en pompt gasbij een gijzeling in de opera in Moskou. Maar dat het ook in onze westerse wereld nog kans maakt, vind ik wel raar. Wie sociaal bewogen is en mededogen betoont, wint nog heel moeilijk. Terwijl nuance meer dan ooit nodig is."

En dus zijn de roepers aan het winnen.

"Ik ben bang van wel. Alleen is dat misschien het verhaal van de hele geschiedenis wel en je kunt er weinig aan doen. Narcisme lijkt me eerder een ziektebeeld, maar Trump wint er op grote schaal stemmen mee. En de mannen van IS zitten er gewoon op te wachten. Verkiezingen in november? Je kunt er bijna zeker van zijn dat ze in september een grote aanslag plegen in Amerika en dan zijn we vertrokken.

"Soms denk ik dat er in Amerika, en bij uitbreiding het westen, een soort suïcidale wens zit. Mensen die denken: 'Ik zit hier met mijn 150 kilo, ik fret nog wat, laat Trump maar komen en laat de boel maar ontploffen. We volgen het wel op tv.' Evan Dando van The Lemonheads vertelde ooit over hoe hij in een depressie zat, net voor 9/11 en hoe die aanslagen hem wakker hadden geschud. Hoe pervers het ook was: er gebeurde nog eens iets in Amerika. Dezelfde leraar Nederlands uit het middelbaar liet ons Wij amuseren ons kapot van Neil Postman lezen en dat was eigenlijk visionair. Want het is exact wat er nu aan het gebeuren is."

Dat zijn veel gedachten over de wereld, maar toch zei hij dus dat hij met fictie geen behoefte had om ooit zulke thema's in zijn werk te stoppen. In een parcours van Vaneigens, via In de gloria, Het eiland en De Ronde naar Callboys ga je dan op zoek naar een rode draad. De vraag ligt op tafel.

Hij stapt voor de derde keer op het balkonnetje aan zijn bureau. Voor een derde sigaret. "Zie jij er een?", vraagt hij. Het antwoord moet van hem komen. "Zo goed mogelijk met mijn vak bezig zijn, dat zeker. Als ik een stoelenmaker was, dan zou ik proberen de beste stoelen te maken.

"Eens je met een verhaal bezig bent, komt daarin alles terug dat op dat moment in je leven speelt. De tweede reeks van Het eiland draaiden we ten tijde van de herverkiezing van George Bush. Dat begreep ik totaal niet, ik had een geweldig gevoel van onmacht, en dat zit helemaal in de figuur van Bucky Laplasse.

"Callboys is geschreven terwijl Woestijnvis uit elkaar aan het vallen was, er ontstonden binnen dit bedrijf andere dynamieken en dat is er toch ook redelijk ingeslopen. Die callboys nemen een commerciële beslissing waarvan ze dénken dat het succes zal hebben en dan wordt het pas interessant. De vraag is immers hoe zowel leidinggevenden, collega's als vrienden daarmee omgaan."

Hoe deed jij dat toen mensen bij Woestijnvis begonne op te stappen?

"Soms is het hard geweest, maar ik heb er geen enkele rancune over. Alleen lees je in de pers soms dingen waarvan je wéét, omdat je erbij was, dat het niet correct is. Toen Bart De Pauw vertrok, zat ik er echt tussen, maar hij heeft dikke ballen aan zijn lijf en wond er geen doekjes om. Maar zowel bij de blijvers als bij de gasten die later vertrokken zag ik vaak onnozele machtsspelletjes. Soms was het precies 'Machiavelli van den Aldi', zo slecht."

Moeten we daar blijven over praten? Over VIER en over Woestijnvis en over dat het vandaag allemaal anders is? Neen. Vriendschappen overleven overigens carrièrewissels. Toen we net voor Winteruur Wim Helsen zouden interviewen, belden we Jan. Die zei: "Wim, dat is voor het leven".

Jan was zelf gast in Winteruur en koos voor een fragment uit 'Geestigh-Liedt' van Gerbrand Adriaenszoon Bredero. Maar niet 'dat het kan verkeren'. Wel een stukje waarin dit staat: 'Hoe strengh breeckt my dit op: Myn kruijfde krulde kop / Die brenght mijn voor de jaren, In mijn tijds/ Lenten voort, Op 't swart en 't swetigh swoort/ Veel grijse graeuwe hayren.

"Opnieuw zit ik daarmee in het vijfde middelbaar, de economische richting, bij diezelfde leraar Nederlands. Walter Van Dijck kwam plots met dit stuk van Bredero af. Hij beschrijft daarin het nachtleven en zegt eigenlijk: 'Ik heb het voor u uitgetest, als ik u was zou ik het niet doen'. Dat raakte me onmiddellijk, ook omdat het ritmisch zo goed in elkaar zit. En ik vond het straf dat iemand dit in de 17de eeuw schreef.

"Weet je waar ik gelukkig van word? Onlangs was Joke Emmers (actrice, ze speelt ook mee in 'Callboys', RVP) hier en toen gaf ik haar de dvd van Broadway Danny Rose van Woody Allen mee. Twee dagen geleden mailde ze me hoe fantastisch en inspirerend ze het vond en dus heb ik hem zelf nog eens bekeken. Wel, dat is de beste film over een impresario die er ooit gemaakt is en dan wéét je dat je dat niet meer moet proberen. Ook toen ik boeken las als The Catcher in the Rye of het werk van schrijvers als Shakespeare of Bukowski overviel me een groot gevoel van nederigheid. Dat kun je nooit beter.

De telefoon meldt dat Youri Boone wil face- timen. Samen maakten ze De Ronde, samen maakten ze Callboys.

Op het schermpje zien we Youri ergens in een ziekenhuis. Twee weken geleden werd hij getroffen door een hartstilstand, snelle hulp redde zijn leven. Nu is er herstel, en daardoor werd dit gesprek met Eelen een weekje uitgesteld. Maar Youri komt erdoor en Youri's hoofd stopt in dat ziekenhuis niet met denken over Callboys.

"Het heeft niks gescheeld", zegt Jan. "Je mag er niet aan denken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234