Donderdag 13/08/2020

Als ik reïncarneer, dan graag als schilder

Vraag Peter Goossens niet naar de politieke toestand, want dan worden de schouders meewarig opgehaald. Iemand die van 's ochtends vroeg tot na middernacht met voedsel en zijn restaurant bezig is, is dat ook obsessioneel, maniakaal haast. 'Als je dan in je bed valt en je draait het licht uit, dan gaat het ook bij jou uit.' Naast het koken resteert er eigenlijk alleen wat tijd voor moderne, abstracte kunst. 'Het is een creativiteit die niet de mijne is, maar die ik enorm apprecieer.'

Uitgespuwde bouillabaisse

"Mijn restaurant was leuk, fantastisch om te doen. Ze hadden me al eens gevraagd voor een kookprogramma, maar je hebt al Piet (Huysentruyt, YD), die dat schitterend doet. Daar moet je geen kopietje van maken. Dit zag ik wel zitten, ook omdat het verder gaat dan koken. Je kon eindelijk de hele horeca eens tonen aan de mensen. Hoe zit zo'n restaurant in elkaar? De pro's en de contra's, het zoeken naar, het opleiden van personeel, hoe je het rendabel houdt.

"Veel mensen denken dat wij om 11 uur aankomen, de bordjes uit de koelkast halen en ze in de microgolfoven stoppen. Zo werkt dat niet, hier begint de eerste al om 6 uur 's ochtends. De man van de patisserie en het brood, die met puur zuurdesem werkt, dat vraagt allemaal zijn tijd.

"Wat heeft het programma tot zo'n succes gemaakt? Dat het goed in elkaar zat, zeker? Je had het spelelement en de competitie. Maar zo heb je nog wel programma's. Ik geloof oprecht dat mensen weer meer geïnteresseerd zijn in eten. Ze gaan meer op restaurant dan tien jaar geleden. In alle categorieën: snack, salade, gastronomisch. We hadden in Vlaanderen al een rijke eetcultuur en je ziet dat nog groeien. Iedereen lijkt het koken te herontdekken. De behoefte groeit om zelf eens iets klaar te maken, en niet alles voorverpakt in de supermarkt te halen. Dat gebeurt nog wel in de week, als de tweeverdieners geen tijd hebben, maar ook dan zoeken ze naar de betere afhaalmaaltijd, of ze gaan uit eten. In het weekend nemen ze echt de tijd om goede ingrediënten te zoeken en zelf te kokkerellen. Het boeit de mensen. Het heeft te maken met de combinatie van gezonder leven en toch willen blijven genieten, denk ik.

"En dan waren er ook de kandidaten. Geen types die ze na middernacht in een of andere disco aan de toog hadden weggeplukt om ze vervolgens naar een eiland over te vliegen waar ze elkaar moesten verleiden. Nee, redelijk normale mensen met een hoekje af, zoals wij allemaal. Maar wel mensen over wie je je niet afvroeg waar ze die in hemelsnaam vandaan gehaald hadden. Mensen die niet de bedoeling hadden om eventjes wereldberoemd te worden in Vlaanderen, maar die hun leven echt een nieuwe kant wilden laten opgaan.

"Beroemd ben ik er niet door geworden, en berucht was ik al. (lacht) Ach, ik ben tien keer op tv geweest, je moet dat ook niet overdrijven. Ik kreeg in het begin wat rare reacties, omdat de mensen zo'n harde kritiek niet gewoon waren. Maar het helpt niet als je alleen maar over hun kopje wrijft. Ik vond het wel grappig dat het uitspuwen van die bouillabaisse zulke reacties uitlokte. Maar kijk, je moet streng zijn. Het was trouwens puur schotelwater (lacht).

"In de horeca is het wit of zwart, grijs bestaat niet. Het is goed of niet goed. Trouwens, ze moesten eens een echte koksopleiding zoals in onze tijd meegemaakt hebben, toen schopten ze op ons. De hiërarchie was toen veel sterker. Toen je in de Franse keukens werkte, moest je je wel met de ellebogen kunnen verweren. Kon je daar niet bewijzen dat je iets in je mars had, dan bleef je hele dagen worteltjes draaien in cocotte, desnoods vrachtwagens vol. En daarna de raapjes. En de courgettes. En daar staan nog twintig kisten groene kool. Deed je het goed, dan mocht je met een beetje geluk naar de vis: steek eens twintig kisten coquilles open, pel eens dertig bakken lan- goustines, tot het bloed van je handen druipt. Het is zo dat je het leert. Pas bij de duizendste zalm wordt het een makkie om er een te versnijden. Dus eigenlijk werden de deelnemers echt poeslief behandeld.

"Het verbaasde me niet dat de negatiefste reacties op vrouwen waren gericht. Die kunnen meestal het minst tegen kritiek. (lacht) De horeca is een mannenwereld, dat is historisch gegroeid. Gelukkig krijgen we vandaag steeds meer vrouwelijke chefs. Maar het is een zwaar beroep: lange uren, avondwerk, weekendwerk. Vroeger zaten de keukens ook meestal in de kelder, waar de hitte vaak tot saunatemperaturen opliep. Het is niet overal Gordon Ramsay, schreeuwen van fucking hier en fucking daar. Maar er heerst altijd wel een beetje een machocultuur, een bijna militaire hiërarchie. Dat kan ook niet anders. Iemand moet het commando geven, of het wordt chaos. Dus zal ook een vrouw daarin mee moeten. Ze moet ballen aan haar lijf hebben. Als daar zo'n seutje staat dat bij de eerste knauw in huilen uitbarst. Enfin, dat gaat niet. Het blijft een stressboel en de klant heeft geen boodschap aan wat er in de keuken gebeurt.

"De koksscholen hebben sinds Mijn restaurant tot 20 procent meer aanvragen binnen. De horeca heeft ook positief gereageerd. Ze vonden het een schitterende documentaire over de stiel, niet verbloemend. Het programma toonde ook de voornaamste les in deze business: er is maar één baas en dat is de klant, die beslist of hij al dan niet zal terugkomen. Als die morgen niet meer opdaagt, is het gedaan. Daarom moet je ook leren samenwerken, een ploeg maken tussen keuken en zaal. Vroeger waren die twee brigades kat en hond. Ze konden elkaar het sop uit de ogen pesten: de oortjes van een zilveren schaal even in de open vlam houden, opdat de garçons hun vingers zouden verbranden, dat was courant. Die competitie is er nu gelukkig uit."

Verschrikkelijke victoriabaars

"Koken is in. Maar je moet toch wat basistechniek hebben. Je moet weten dat je room niet te lang mag laten inkoken, want dan wordt het boter. Je moet weten dat je bouillon moet klaren met ei, niet met ajuin. Je moet koude melk op een warme roux doen, en warme melk op een koude roux, wil je het niet laten klonteren. Piet (Huysentruyt, YD) verricht soms echt missionariswerk. We kunnen hem niet dankbaar genoeg zijn.

"Je ziet nu vaak jonge koks die het verschil niet kennen tussen een tong, een schartong en een pladijs, omdat al hun vis panklaar gefileerd in een plastic zakje binnenkomt. Een echte tarbot weegt 8 à 9 kilo. Een turbotin 2 à 3 kilo, die leert nog voor tarbot, dat is een 'stagiair'. Dat is natuurlijk een beetje de vloek van de industrialisatie. Het komt allemaal anoniem en geprefabriceerd binnen: stukken geperste witte vis, koolvis, of die victoriabaars. Verschrikkelijke vis, kweekt als ratten, vreet een heel Afrikaans meer leeg, een ecologische ramp, en is bovendien niet te eten. Die tilapia, nog zoiets. (kijkt misprijzend) Massaproductie, supergoedkoop. Ook daar is blijkbaar een markt voor. Nu, kweekvis hoeft niet slecht te zijn. Een correct gekweekte zalm, die niet uitsluitend vismeel heeft gekregen, is een goed product. Niet te vergelijken met wilde zalm, maar die is dan weer onbetaalbaar. Zo'n 40 à 50 euro per kilo, de prijs van tarbot. Als je dat moet doorrekenen aan de klant, die de prijs van zalm in de Delhaize gewend is... Je vindt dat nog in Schotland en in het zuidwesten van Frankrijk, waar er nog een beperkt aantal gevist mag worden op de Ardour. Dat komt binnen met een certificaat erbij, een ring in hun bek. Als je dat fileert, maar jongens toch, dat is als een zwijn dat je keelt. Dat bloed stroomt eruit.

"Je zit daar met de wet over de marginale kostprijs. Om een product een beetje te verbeteren, moet je veel meer investeren. Die zalm is tien keer duurder en maar vijf keer beter. Met kreeft idem. De Canadese wordt gekweekt, die is niet echt lekker. Zet daar de Europese tegenover, die is maal drie, maar maal vier in prijs. Maar dat is ze ook waard. Veel sappiger, veel meer smaak. Wij hebben hier Wagyu nummer negen op de kaart staan, dat is zonder meer de absolute top in vlees. Als je dat één keer hebt gegeten, vergeet je het nooit meer, zo'n smaakintensiteit. Maar wij moeten dat verkopen voor 90 euro per bord. Wat wil je, de aankoopprijs schommelt tussen 140 en 230 euro per kilo. Begin maar. Nu ja, je moet dat gelukkig ook niet elke dag eten.

"Met goede producten werken is ook al niet zo simpel. De voedselkosten zijn de laatste jaren met 30 à 40 procent gestegen. Dan moet je het ook goed doen. Je smost niet met zulke prijzige dingen. Ik zie het overigens terugkomen. De vraag naar eerlijke, artisanale producten groeit. Ik denk dat ze zich daar bij de Boerenbond onvoldoende van bewust zijn, dat ze daar nog te veel de kaart van de industriële productie trekken. Als koks zijn wij vragende partij: jongens, werk op kleinere schaal, verzorg je producten, weet waarmee je bezig bent. Een asperge of witlof op water of uit volle grond, dat zijn twee andere werelden. Niet alleen ik proef dat, hoe langer hoe meer ook de consument. Maar het aanbod blijft te klein en dus te duur. Het is ook zo arbeidsintensief. Het is makkelijker om een heel veld met een tractor te ploegen en het vol te zetten met maïs, dan kleine perceeltjes aardpeer en kolen te zetten.

"Ik hoop ook dat de kleine slager en de kleine bakker terugkomen. De supermarkten hebben een rol te spelen. Die zijn er voor alles wat standaard is. Maar wat vind je tegenwoordig nog bij de slager? Balletjes in tomatensaus, lasagne en wat gyros. Maar goed vers vlees, zie je dat nog? In Frankrijk wel, daar ligt alles van de porc, boeuf, veau, mouton, poulet. Daar ligt nog een ossenstaart in de koelkast, een gelardeerde filet pur en een varkenspoot. Die traditie zou hier moeten terugkomen. Dat er een slager komt die zegt: 'Ik heb echte Holsteinbiefstuk.' Vlees van melkkoeien die vijf jaar melk hebben gegeven, daarna anderhalf jaar droog gezet zijn en twee jaar gevet met veel gerst. Een koe van zeven jaar oud die twee keer gekalfd heeft. Laat dat dan nog voldoende rijpen na de slacht en je weet niet wat je eet. We moeten afstappen van het idee dat vlees een egaal, roze plakje van een jonge stier moet zijn, zonder een grammetje vet. Want dat smaakt naar niets.

"Slagers die de beste karkassen uitkiezen, die moeten we hebben. Die het vlees zelf laten rijpen en versnijden. Daar is opnieuw vraag naar, ook al zal het wat meer kosten: als een slager zijn vlees laat rijpen, treedt er vocht- en dus gewichtsverlies op. Hij moet er ook wat meer afsnijden, dus wordt het duurder per kilo. Maar je betaalt dan ook voor vlees, niet voor water. Als hij het laat proeven, zal hij wel klanten vinden die wat meer willen betalen.

"Hetzelfde voor de groenten. Kijk naar de Franse boerenmarkten, waar ze de pluk van de dag aanbieden. Je neemt je panier mee en kijkt wat er te krijgen valt. Mensen willen weer dat authentieke. Je krijgt zo ook een product met veel meer toegevoegde waar- de. Neem nu zoiets stoms als kropsla. Al die mengelingen die je nu in de supermarkten vindt zitten vol met ijsbergsla, want die blijft desnoods weken krokant. Terwijl er niets boven een verse kropsla gaat, die nu op zijn best is. Daar een vinaigrette op of wat lichte mayonaise, maar jongen toch."

Nostalgie naar varkenspoten

"We zijn het verleerd om te betalen voor dingen die er echt toe doen. We zijn te gewend geraakt aan kunstmatig, goedkoop voedsel. De volkse keuken was eerlijk, met verse ingrediënten. Dat is in de loop der tijd geëvolueerd naar een industriële voedselproductie, niet altijd met even hoogwaardige producten, veel te veel suikers en fastfood. Dat zal niet meer weggaan, je hebt ook niet elke dag tijd om te koken. Maar die wanhopige besparing zie je overal. Jamie Oliver, die de schoolkeuken wil redden, hij heeft gelijk. Wat gebeurt er nu? Grote traiteurs komen dozen opendoen en verwarmen. Ze kunnen niet anders, want die mens moet er ook aan verdienen. De prijs bepaalt alles. Maar het probleem is dat we niet meer bereid zijn te betalen voor het essentiële, de voeding, en dat we alles uitgeven aan luxe.

"Waar spenderen we veel geld aan zonder er nog bij na te denken? Aan gsm's bijvoorbeeld. In veel gezinnen is dat bijna een bijkomende verdoken huur. En waarom? Om op 50 meter afstand naar elkaar te bellen om te zeggen dat je er over 10 seconden zult zijn? Al die jonge gasten die constant onzinnige sms'jes zitten te sturen. 'Waar sta je? Naast u.' Dat soort onzin. En niemand die een probleem maakt van de kostprijs. PlayStations, nog zoiets, met de eeuwigdurende marketing van nieuwe spelletjes, waarvoor je dan toevallig telkens weer een nieuwe console nodig hebt. Dat kost veel geld, en dus bespaart men op voeding.

"Neem nu de basis van alles: het brood. De echte goede bloem en zuurdesem, die leveren brood op dat je niet zo vaak meer vindt. Terwijl het een simpel product is: water, goede bloem en een beetje gist, dat is alles wat je nodig hebt. Waarom wordt het dan haast niet meer gemaakt? Omdat de tijd te duur geworden is. Ze maken nu een klaargemaakt type: alles zit in de zak, in de molen, water erbij, dat gaat in de rijzingskast en 's ochtends moet men het alleen nog afbakken. Dat zit vol met vet- en bloemverbeteraars. Brood bakken is nochtans zo'n mooie stiel. Patisserie is anders. Dat is exacte wetenschap. Zodra je een recept op punt hebt gezet, gebruik je desnoods duizend keer dezelfde maten en creëer je duizend keer hetzelfde product. Brood is een levende materie. Bij warm weer moet je de bloem draaien met ijswater, anders gaat het te snel rijzen. In de winter is het net het omgekeerde. Dat aanvoelen, dat is een stiel.

"Charcuterie is ook zoiets. Ook dat is afhankelijk van het weer, de vochtigheidsgraad. Zelfs gewoon gehakt draaien: alleen gemalen varkensvlees, er moet daar geen kalf bij zitten. Een beetje nootmuskaat en foelie, peper en zout, en dat op een boterham met pickles. Verdomme toch. Wij zijn het enige land dat rauw gehakt eet. In Frankrijk zouden ze je raar bekijken. Maar wij zijn opgegroeid met de varkenscultuur. Onze voorouders aten alles van het varken, er is ook niets slechts aan. Van de hersenen tot de poten, je kunt daar verrukkelijke dingen mee maken. Maar waar vind je het nog? De triperie is ook verloren gegaan: de niertjes, varkenskop met gelei, een goede vinaigrette en wat kappertjes en cornichons, een goede andouillette. Dat is de hemel.

"Alleen is de tijd te kostbaar geworden. Zowel in loonkost, wat de horeca een onvoorstelbare handicap geeft, maar ook thuis. Vroeger stond er altijd soep op de stoof en anders stond er een fond te trekken. De huisvrouw was daar de hele dag mee bezig. Veel mensen hadden ook een moestuin. Er groeit daar heimwee naar, dat merk ik heel sterk.

"Er is een boer hier vlakbij die nog tijd maakt om boter te karnen, met melk van beesten die niet alleen pulp te eten hebben gekregen. Wel, nu die koeien op vers gras staan, is die smaak onvoorstelbaar. Mijn Franse kaasmeester die hier komt leveren, valt achterover als hij dat proeft. Dat kennen ze in Frankrijk niet. Want die karnmethode is typisch Vlaams. Je kunt dat zonder probleem een week uit de koelkast laten staan. Die boter verdient eigenlijk een Appellation Contrôlée.

"Aandacht voor kwaliteit, een beetje bezeten zijn. Onze kaasmensen zeggen aan hun boeren zelfs waar de koeien precies op de bergweiden moeten lopen, omdat op die strook op dat moment het beste gras staat. Ze mogen niet meer dan 12 liter per dag afmelken om de intensiteit van de smaak te houden. Dan krijg je natuurlijk een wereld van verschil met een industriële kaas. Een beetje lopend. Kaas die zo hard is als beton moet je weggooien."

Simpel, maar lekker

"Chef-koks moeten geen vedetten worden, maar het is ook goed dat we niet langer anoniem zijn. We hebben ook allemaal een eigen persoonlijkheid en stijl, en een visie die je moet durven volgen en doordrukken. Je mag niet slaafs kopiëren van anderen en daar een kakofonie van maken, zoals ik te vaak zie gebeuren. Je moet je eigen smaakpalet ontwikkelen, een signatuur zetten. Om te beginnen moet je al niets maken wat je zelf niet graag eet. Je zult geen enkel gerecht van mij vinden waarin ook maar een beetje rode kool zit, want dat krijg ik niet binnen. Ik kan het dus niet proeven. Ik ben ook geen zoetekauw, ik zit veel meer in het zuur. Dus zul je veel aciditeit vinden in mijn keuken. Dragonazijn, daar ben ik gek op. Simpel: wat flessen van De Blauwe Hand, waar je wat takjes dragon in stopt.

"Daar zit ook een stukje filosofie achter, want frisse zuren laten je vertering op gang komen. Dat in tegenstelling tot suikers, die je de keel afsnijden. Daar wordt nog veel tegen gezondigd. Terrine van ganzenlever met een glas sauternes was en is zo'n klassiek voorgerecht, met nog een toast van rozijnenbrood erbij. Bon, dan zit je dus vol. Je kunt je meteen een hoofdgerecht besparen. Een pakje vet en suikers, wat wil je? Historisch was dat ooit een vieruurtje, een soort taartje voor de dames uit de bourgeoisie. Nadien is dat verschoven naar de eerste gang van het diner, maar volkomen onterecht. Als je het dan toch wilt geven, doe het dan als eerste gang van het dessert.

"De smaak blijft toch de kern. Als je kip maakt, moet dat naar kip smaken. Die smaak mag niet verdrongen worden door andere ingrediënten. Niet: 'Snuif eens goed, je zult misschien nog wat kip ruiken.' Dat werkt niet. Je eet met je ogen en met je mond, maar vooral met je neus. Knijp die toe en je proeft veel minder. Met dichtgeknepen neus en een blinddoek daag ik je uit om zelfs een witte van een rode wijn te onderscheiden, dat lukt niet meer.

"Je moet jezelf ook permanent in vraag durven te stellen. Neem een mossel. Waarom geven we dat altijd gekookt? Je verspilt smaak. Dus probeer dat eens rauw te geven in een of ander passend omhulsel, een gelei van wat acide komkommer bijvoorbeeld, iets wat die pure ziltheid nog wat extra kracht geeft.

"Bouw je menu zorgvuldig op: eerst iets kouds, beetje aciditeit, fris, je mond openzetten. Voorzie veel vis, je kunt geen heel menu volstouwen met vlees. Dat verdraagt een maag niet.

"Wat past daarbij? Bij de langoustines, die nu absolute top zijn, kan wat avocado, wat curry, en dan begin je te experimenteren. Eerst hadden we een gelei met curry gemaakt, die was niet goed, dus probeer je het op een andere manier. Uiteindelijk hebben we een bolletje ijs gemaakt van curry, kokos en granny smith, om dat friszurige erin te krijgen. Iets wat warm en koud is, is altijd leuk. Iets wat crunchy is, geeft ook altijd een aparte sensatie, dat krokanterige. Dus bak je een langoustine met wat broodkruim op de plancha. Dan krijg je een gerechtje waarover je tevreden bent. Een gerecht dat smaken combineert maar vooral harmonieert, en waarin niets de plaats van het hoofdingrediënt verdringt. Soms heb je zoiets al na twee keer, maar het kan ook dat je het na dagen nog niet hebt, dat je alles in de vuilnisbak kiepert en met iets totaal anders begint.

"Probeer daarnaast de grote stommiteiten te vermijden. Fruit op de borden, ik word daar zot van. Aan de kust zijn ze daarin gespecialiseerd. Dan leggen ze op een perfecte tong nog een aardbei of een framboos, die daar niets, maar dan ook niets te zoeken heeft. Diepvriesfrieten, dat is karton, terwijl de Belgische friet een delicatesse is. Goedgebakken, met wat stoverij en pickles. Balsamico op alles, nog zoiets. Het is al heel moeilijk om echt goede balsamico te vinden, dus meestal trekken ze daar gewoon een lijntje zoete siroop op dat uit een fles met de naam balsamico komt, en dat het spel naar de duivel helpt.

"Vermijd overacting, extravagant willen zijn, dat is ook weer zo'n mode. Het moet altijd maar specialer en specialer. Op alles moet een schuimpje zitten. Nee, keep it simple and good. Techniek is nodig, maar verlies je er niet in, gewoon om te laten zien wat je kunt.

"Een schuimpje kan lekker zijn, een goed geleitje ook, maar overdrijf er niet mee. Leg daar je bord niet mee vol. Doe het zeker niet om het alleen maar mooi te laten ogen. Want alles gaat tenslotte door je mond, het moet uiteindelijk gewoon lekker zijn. Dat klinkt simpel, maar men durft het weleens te vergeten."

Overdonderende kunst

"Er is een volledig nieuwe garde aan het opkomen, en daar ben ik blij om. Kobe Desramaults van In de Wulf, Gert De Mangeleer van Hertog Jan, Filip Claeys van De Jonkman, dat zijn de sterren van de toekomst. Ik heb niet het gevoel dat ze de poten onder mijn stoel wegzagen. Ik ben Peter Goossens van Kruishoutem, ik ben de paus niet, hé. Het is goed dat er opvolging komt. Ik ga dat hier ook geen dertig jaar meer doen. Je groeit en op een dag sta je aan de top. Dan is het je ambitie om daar nog een tijd te blijven, maar je weet dat je er ooit afstand van zult moeten doen. Dat zal bij mij zonder problemen gaan, ik zal mij daar niet wanhopig aan vastklampen.

"Ik steun de jonge garde ook. Hopelijk geraken zij er. Dat hangt af van je talent en inzet, maar ook van geluk: je gezondheid, of je gezin meewil, want je bent er zestien à zeventien uur per dag mee bezig. Willy Slavinsky, een van onze grootste koks ooit, is toen hij net veertig jaar geworden was overleden aan een kanker die hem wegvrat. Wie weet wat hij nog had kunnen bereiken.

"Doorzetten, op je tanden bijten en tegelijk met je beide voeten op de grond blijven. Je moet niet gaan zweven, denken dat je er bent. Blijven focussen. Ja, obsessioneel, toch als je de absolute top wilt bereiken. Je moet niet naast je schoenen beginnen te lopen, je moet met je klanten bezig zijn, en niet met het BV-schap door zoveel mogelijk op tv te komen. De klant die terugkomt, dat is de sleutel van alles. Verzorg die mensen. Je bent als kok tenslotte een porteur de bonheur. Mensen komen niet langer om een paar uur stijfdeftigheid te beleven, ze willen zich ontspannen, genieten, lachen, iets unieks meemaken, dat toch uiterst professioneel wordt gebracht.

"De wereld is wat groot voor ons Vlamingen. Ik zie bij ons niemand de sterren vermenigvuldigen zoals Alain Ducasse (Franse chef die met negen restaurants in alle werelddelen in totaal vijftien Michelinsterren verzamelde, YD). Je zou snel van een kale reis kunnen terugkeren. Die Franse nationaliteit blijft ongelooflijk spelen. 'La cuisine française fait partie du patrimoine national', zegt Sarkozy. Het moet volgens hem erkend worden als werelderfgoed. Onze politici zouden niet meer bijkomen, Sarkozy meent dat. Gastronomie is daar heilig. La cuisine française is door Bocuse op de wereldkaart gezet. Daar kan een Ducasse op voortbouwen, wij hebben dat niet. Plus: hij kan rekruteren uit een veel groter reservoir van brigades en koks. Van Marseille tot Rijsel spreken ze immers Frans. Wij zitten te vissen in een vijver van Kortrijk tot Antwerpen en van Brussel tot Oostende. Ik kan niemand halen in Wallonië, want die spreekt geen Nederlands, en een Hollander spreekt geen Frans.

"Ik vind nu al geen tijd. Boeken lezen komt er niet van, zelfs het genieten van kunst moet ik plannen. Maar ik kan geen grote stad passeren zonder een museum te bezoeken: Tate, Guggenheim, MoMA. Dat fascineert me, ik weet niet goed waarom. Ik kan koken, maar niet schilderen. Iedereen zegt over moderne en abstracte kunst: 'Dat kan ik ook.' Als het er hangt, kun je alles namaken, maar begin maar eens met een wit doek. De dimensie beheersen, de verhoudingen, alles laten kloppen, ik zou niet weten hoe ik moet beginnen. Dat overdondert mij. Het is een creativiteit die niet de mijne is, maar die ik enorm apprecieer.

"Luciano Fontana, een paar sneden in een monochroom doek. Mark Rothko, twee kleuren die botsen en harmoniëren. Die kracht, daar word ik stil van. Laatst heb ik in het Guggenheim in Bilbao rondgelopen tussen de metalen sculpturen van Richard Serra, als een dwerg tussen monumentale vormen. Daar ben ik dan even niet goed van. Dan loop je over die fenomenale bruggen van Calatrava, die spin van Louise Bourgeois staat daar ook. (stil) Ja, ik zou wel willen reïncarneren als schilder."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234